De Duitse schlager in Nederland en België

DALIDA

17.01.1933 - +03.05.1987
Yolande Gigliotti, d.i. haar echte naam, werd in 1933 geboren, als kind van Italiaanse emigranten, werd in 1954 Miss Egypte en trok op 22-jarige leeftijd naar Parijs, waar ze actrice wilde worden. Het draaide evenwel anders uit, ze werd een tragische "jukeboxkoningin".
In Parijs leert ze een aantal "nieuwe rijken" kennen, die een beslissende rol in haar tragisch leven zouden spelen Bruno Coquatrix, had net een oude cinemazaal gekocht ( "l' Olympia") presenteerde op Europe n° 1 "Numéros un de demain" en liet haar daar de Franse versie van "Stranger in paradise" "Etrangère au paradis" kwelen in het bijzijn van artistiek directeur van de zender, Lucien Morisse, van Poolse origine en playboy en platenuitgever Eddie Barclay (+ 13.05.2005). Deze laatste was zich aan het rijkboeren, doordat hij in volle 78 t. periode, het Europees patent van de 45 t. plaat op de kop getikt had. Op hun advies werd "Bambino" uitgebracht, de Franse versie van het oorspronkelijk Napolitaanse "Guaglione", winnaar van het Festival van Napels in 1956 en bij ons ook bekend in de instrumentale versie van Perez Prado, het werd een reuzesucces. Gezien haar "contacten" mag ze in '56 al optreden in het voorprogramma van Charles Aznavour in l' Olymia en in september '57 zijn er van "Bambino" al 300.000 exemplaren verkocht. Lucien Morisse wijkt niet van haar zijde. Klein probleem: hij is al gehuwd. Eind '57 brengt ze "Gondolier" uit, een vertaling van Petula Clark's "With all my heart". In april '61 huwt ze eindelijk Lucien Morisse, maar op toernee ontmoet ze in Cannes ene Jean Sobieski, op wie ze hopeloos verliefd wordt. Datzelfde jaar staat ze opnieuw in l' Olympia, maar als hoofdaffiche. Richard Anthony treedt op in het voorprogramma. In de zomer van '62 scoort ze met "Petit Gonzales", de Franse versie van het Pat Boone nummer "Speedy Gonzales" en ze koopt haar huis in Montmartre, waar ze tot op het einde van haar leven zou blijven wonen. Rond diezelfde tijd scheidt ze van Lucien Morisse en breekt ze met Jean Sobieski.. In '64 is de brunette bovendien blond geworden en in '65 verovert ze opnieuw l' Olympia met de Franse versie van het Theodorakisnummer "Zorba le Grec". Einde '66 komt haar broer Bruno bij haar wonen en wordt haar manager. In october '66 ontmoet ze in de voorbereiding van het Festival van San Remo, debutant Luigi Tenco, op wie ze smoorverliefd wordt. Ze zullen er elk "Ciao Amore" zingen. Het was in die tijd immers de gewoonte dat een San Remolied een keer door een Italiaan en een keer door een buitenlander gezongen werd. Ze kondigden ook hun huwelijk aan voor april '67. Luigi kon het in januari op het festival echter niet verkroppen, dat hij naast de overwinning greep en pleegde zelfmoord. Bij Dalida sloegen daardoor ook de stoppen door en ze ondernam een (mislukte) zelfmoordpoging, waarna ze depressief werd. Later gaat ze opnieuw optreden, altijd in een wit kleed, zoals een madonna en met een nieuw repertoire. In september '70 pleegt haar eerste echtgenoot Lucien Morisse zelfmoord. In '73 neemt ze een duet op met Alain Delon "Parole, parole", een vertaling uit het Italiaans. In het begin van de jaren '70 leert ze een nieuwe levensgezel kennen: Robert Chanfray, bijgenaamd de graaf St. Germain en eind '73 brengt ze "Il venait d' avoir 18 ans" uit. Begin '74 staat ze voor de zoveelste keer op de scène van l' Olympia en zingt ter gelegenheid hiervan een 7 min. 30 sec. durend lied: "Gigi l' Amoroso", dat in 12 landen nr. 1 werd. In '75 brengt ze een discoversie uit van Rina Ketty's "J' attendrai" uit 1938. In de jaren '70 trekt ze eveneens regelmatig naar haar geboorteland Egypte en ze brengt "Salma Ya Salama", een lied uit de Egyptische folklore. In '78 viert ze triomfen in New-York met o.a. de "Lambeth Walk", uit de jaren '20., waarna ze terug in Frankrijk verder meesurft op de discogolven, zoals ze dat in de zestiger jaren al moeiteloos op de yé-yé golven gedaan had. In het begin van de jaren '80 breekt ze met haar "comte St. Germain" en gaat eindeloos verder op toernee, om haar chaotisch privéleven te vergeten. Ze steunt François Mitterand, wat haar door sommigen kwalijk genomen wordt en op 20 juni '83 pleegt Richard Chanfray, haar "comte St. Germain" zelfmoord in St. Tropez. Dalida is zwaar onder de indruk van deze nieuwe zelfmoord uit haar vroegere entourage en na een geheime relatie met haar dokter, maakt ze er op 3 mei 1987 zelf een eind aan. Ze ligt begraven op het kerkhof van Montmartre en een plein in Montmartre draagt haar naam.
Veel van haar Franse covers nam ze in het Duits op. "Les enfants du Pirée" werd "Das Mädchen aus Piraeus" (zie ook Lale Andersen), "Milord" van Piaf bleef "Milord". "Le jour ou la pluie viendra" van Bécaud werd "Am Tag als der Regen kam" en zo kunnen we blijven doorgaan. Hierna een aantal Franse, niet originele successen: "Gondolier (With all my heart"; "Les enfants du Pirée (Never on sunday)", "Itsy bitsy petit bikini (Itsy bitsy teenie weenie - Bryan Hyland)", "Bras dessus, bras dessous (Why - Frankie Avalon)", "Ni chaud, ni froid (Johnny kissed a girl)", "Romantica (van Renato rascel)", "Petit Gonzales (Speedy Gonzales - Pat Boone)", "Je t' en supplie, baisse un peu le radio (Nessuno-Caterina Caselli)" ... Haar eigen "Il venait d' avoir 18 ans" en "Gigi l' Amoroso" werden in het Duits resp. "Er war gerade 18 Jahr" en "Gigi der Geliebte"
Oh ja, ondanks een aantal oogoperaties was Dalida inderdaad een beetje "scheel" ... 
Meer over Dalida op http://www.dalida.com/