
Parochie
Sint-Genoveva Zepperen
Erfgoed
Contact:
- Jos Lacroix, journalist en leraar
geschiedenis, auteur van deze teksten en foto's
- Kerkraad Sint-Genoveva
- Remacluskring Zepperen
![]()
100 jaar Paters in
Zepperen
Het begon allemaal in 1905, toen de Paters Assumptionisten met hun leerlingen vanuit Frankrijk, na een tussenstop in Sint-Truiden, in Zepperen arriveerden.Gedurende die 100 jaar hebben de Paters en de school mee het gezichten het gemeenschapsleven in Zepperen bepaald. Maar tevens hebben vele Zepperenaren ook mee het gezicht en het leven in de school gestalte helpen geven. In moeilijke tijden stond de Zepperse gemeenschap klaar om de bewoners van Sint-Aloysius materieel te steunen. Vlaamse kermissen hielpen de school overleven met de steun van gans Zepperen. Tal van Zepperse verenigingen vonden in Sint-Aloysius ook geestelijke en materiële steun, van toneelzaal tot vergaderlokalen, van sportvelden tot kleedkamers. Vele kloosterlingen stonden de plaatselijke Genovevaparochie met raad en daad bij als zondagpastoor, als kapelaan en zelfs als parochieherder. Vele verenigingen vonden bij de Assumptionisten een proost. De paters zetten Zepperen op de culturele kaart van Limburg en steunden hiermee op niet geringe wijze het socio-culturele leven in het dorp.De kloostergemeenschap en de school waren en zijn een niet onbelangrijke werkgever voor het dorp en de regio. De Assumptie zorgde ook voor onderwijs, eerst middelbaar onderwijs maar later ook lager onderwijs, in Zepperen.Wat in 1905 voorzichtig begon met een handvol paters en enkele tientallen leerlingen werd in die 100 jaar een belangrijke vorm van samenwerking. De band die er tussen dorpsgemeenschap en klooster groeide werd steeds hechter. Om die eeuw van samenwerking te vieren maar ook om de Zepperse gemeenschap te bedanken voor die 100 jaar steun op zovele vlakken, nodigden de Paters Assumptionisten en de directie van Sint-Aloysius heel Zepperen uit op een gezellige receptie op 25 februari j.l..
De
muurschilderingen in de Sint-Genovevakerk

Overal ter wereld zijn
ze bekend, weliswaar niet zo beroemd als de frescos van
Michelangelo in de Sixtijnse kapel, maar we hebben in Zepperen
dan ook geen paus als pastoor. We hebben het hier over de
muurschilderingen in de zuidelijke dwarsbeuk, de zogenaamde
Sint-Genovevakapel. Vanaf een hoogte van bijna vier meter is dit
gedeelte van de kerk beschilderd. Waarom ? Voor het geloof ? Voor
de schoonheid en de kunst ? Een slecht geweten zou ons zelfs
economische redenen kunnen laten vinden: zoals de
huidige toestand is blijkt enkel de Genovevakapel beschilderd, en
was dat nu net niet het gedeelte van de kerk dat door
bedevaarders bezocht werd en waar ze moesten offeren ? Typerend
is ook dat de zuidelijke buitenzijde van de kerk (zijde aan
Zepperen-dorp) ook meer versierd is dan de noordelijke zijde,
zichtbaar van op het Kerkveld. De meeste bedevaarders kwamen
namelijk uit het zuiden, uit het Luikse. Muurschilderingen hebben
echter vooral een opvoedende betekenis. We schrijven 1509 als
tijdgenoten van Jeroen Bosch de muurschilderingen uit hunn
penseel toveren. Die datum vinden we op twee plaatsen terug, in
Romeinse en Arabische cijfers. Muurschilderingen waren in die
tijd, net als glasramen, pedagogisch en didactisch van aard. De
meeste mensen konden toen lezen noch schrijven, en via
godvruchtige taferelen werden ze geïnstrueerd. Bovendien maakten
deze taferelen het bijwonen van de voor bijna iedereen
onverstaanbare Latijnse mis een stuk aangenamer. Het waren de
stripverhalen uit de late middeleeuwen, de biblia pauperum of de
bijbel van de armen. Kerken waren toen ook veel kleurrijker dan
nu. Waarschijnlijk ook onze kerk. Toen echter, na de opstand van
de protestanten, de reformatie, in onze streek de
Contrareformatie werd ingezet, gebruikte de kerk alle middelen om
het ongeloof te weren en alle kritiek op de kerk te onderdrukken.
In 1643 leidde dat in Zepperen tot het bedekken van de
muurschilderingen met een kalklaag op aangeven van een
overijverige aartsdiaken. De winterslaap van deze
cultuurschatten duurde bijna 250 jaar. Het was priester en
historicus Polydoor Daniëls die de muurschilderingen ontdekte in
1898: de kalklaag uit 1643 had blijkbaar zowel conserverend als
vernietigend gewerkt. Een eerste restauratie gebeurde in 1933 en
1934 door Cornelis Leegenhoek uit Brugge: voor 4.000 frank werden
de loshangende gedeeltes gehecht, ontbrekende delen
bijgeschilderd en de kleuren opgefrist. Bijna zestig jaar later,
in 1991, drong zich een nieuwe restauratie op, dit jaar net 15
jaar geleden. In de kalklaag waren er bulten gekomen. Een Gentse
firma klaarde de klus. De restaurateurs streefden op de eerste
plaats een conservering van de schilderijen na. Loshangende delen
werden gefixeerd en alle taferelen werden gereinigd: de
sacristiebrand van 1960 en de centrale (lucht)verwarming waren de
oorzaak van vervuiling. Waar ze de muurschilderingen moesten
herstellen gebruikten ze de trattegio-techniek: ze
herstelden de ontbrekende kleuren door dunne streepjes die van op
afstand laten vermoeden dat het goede herstellingen zijn, maar
van dicht bij duidelijk tonen dat het om een restauratie gaat.
Die ingreep heeft de muurschilderingen gered zodat dit uniek
kunstpatrimonium voor de volgende generaties bewaard blijft. In
de volgende bijdragen komen we meer specifiek terug op de
verschillende taferelen.
Glasraam in het teken van de eucharistie
De kerk is de plek bij
uitstek op eucharistie te vieren: je bent er de gast van God om
te feesten met God in Zijn huis. Het centrale glasraam in het
koor verwijst naar die eucharistie, het hoogtepunt van onze
geloofsbeleving. n 1922 schilderde Godfroid Bary (Brussel) het
linkerglasraam (met het tafereel met Trudo en Remaclus) en het
middenste glasraam, 20 jaar nadat het glasraam met Genoveva werd
gemaakt voor Bardenhewer uit Brussel.

Het middelste glasraam vertoont twee scènes uit het evangelie van na Pasen: de Emmaüsgangers en de Hemelvaart. n het Hemelvaarttafereel stijgt Jezus, getekend door de kruiswonden op handen en voeten, op uit een rotsachtige en groen landschap. Blijkbaar was er niet voor alle apostelen plaats genoeg want er kijken er twee toe van op rechts, en drie van links. Hun verbazing over het gebeuren is duidelijk. Onder zijn Hemelvaart zien we Jezus aan tafel met twee leerlingen in Emmaüs. In zijn hand houdt hij het brood. Op tafel staat nog een kom met appelen en druiven, voor de tafel staat een kruik in een kom. Is dat een verwijzing naar de voetwassing ? Of wil men de wijn koel houden ? Jezus draagt op beide taferelen een rode mantel waarmee de eenheid van Jesus met zijn Vader wordt geaccentueerd. God de Vader staat trouwens bovenaan tussen het maaswerk en is eveneens met een rode mantel voorgesteld. Onder God de Vader zweeft de Heilige Geest in de vorm van een duif zodat de Heilige Drievuldigheid op dit glasraam compleet is. Links en recht strekken twee engelen hun vleugels naar God. In de versiering van het maaswerk tussen de twee taferelen zien we nog twee voorstellingen: de pelikaan die zich de borst open prikt om zijn jongen te voeden, een voorbeeld van zelfopoffering, en het Lam Gods dat op een gesloten boek zit dat met zeven zegels verzegeld is, een thema uit het Boek van de Openbaring.
De glasramen van
Zepperen: minder oud dan op het eerste zicht

De Genovevakerk van
Zepperen heeft grote gotische ramen, ideaal dus om er
geschilderde glasramen in te plaatsen. Die zullen er ook gestaan
hebben maar ze gingen allemaal verloren. Dat moet al vroeg
gebeurd zijn, want toen in 1624 de aartsdiaken op
visitatie kwam hij was de vertegenwoordiger van
de bisschop en moest de toestand van de kerkgebouwen en het
gedrag van de bedienaars van de eredienst onderzoeken- bleek dat
de ramen uit de 15de eeuw met leem waren
dichtgemetseld. Wanneer dit precies gebeurde weten we niet, maar
het gebeurde nog in andere kerken. Rond 1900 werden de ramen weer
opengebroken en men ontdekte toen restanten van het
oorspronkelijk stenen kantwerk. Dat was de basis voor nieuwe
glasramen in het koor. We bekijken even het rechtse glasraam. Dat
is het oudste, in 1902 gemaakt door de glazenierfirma Bardenhewer
van Brussel in neogotische stijl.

Twee
taferelen stellen scènes uit het leven van de H. Genoveva voor.
Het bovenste tafereel stelt de heilige voor met op de achtergrond
vier arbeiders die een kerk bouwen: metselaars, een timmerman en
een steenhouwer. Met wat goede wil zou er de kerk van Zepperen in
te herkennen zijn. Het onderste tafereel stelt Genoveva voor als
jong meisje. Ze staat voor twee heiligen links waarvan er één
de H. Germanus is die Genoveva tijdens zijn reis een bezoek
bracht en haar de handen oplegde. Hij draagt een bisschopsstaf en
achter hem staat zijn begeleider met een wandelstok. Achter het
meisje staan haar ouders en boven haar hoofd staat op een
banderol te lezen Gelukkige ouders van zo eene
dochter. De glasramen zorgen voor een kleurrijk koor, maar
toch moeten we toegeven dat de Koninklijke Commissie voor
Monumenten en Landschappen indertijd niet zo gelukkig was met
deze glasramen.

Trudo op bezoek in Zepperen
Godfroid Bary uit Brussel schilderde aan de Evangeliekant of linkerkant twee taferelen uit het leven van de heilige Trudo. Beide plaatjes hebben let Zepperen te maken. Het bovenste tafereel toont ons de H. Trudo die de H. Remaclus bezoekt. Die was rond 650 bisschop van Maastricht en bezocht Zepperen dat waarschijnlijk toen al één van de schepenbanken van het kapittel van Maastricht was of toch alleszins afhankelijk was van dit bisdom. De jonge Trudo met baard staat links van de bisschop die in vol ornaat op de troon zit met de bisschopsstaf in de hand. Achter Trudo zien we een grote kerk, verwijzend naar de abdijkerk die hij later in Sint-Truiden zal stichten. In de beeldende kunst wordt Trudo trouwens steeds met een kerk in de hand afgebeeld. Rechts staat een diaken met een grote kruinschering. Hij draagt een groene dalmatiek over een witte albe. Volgens de legende spotten de medewerkers van Remaclus met de armoedige kleren van Trudo, maar werden ze hiervoor terechtgewezen door de bisschop. In het bovenste tafereel zien we een jonge heilige die voor het altaar knielt. Hij heeft een aureool en draagt pelgrimskleren en een schoudertas. Hij komt het beeld van de H. Genoveva aanbidden: ze houdt een spinrok in haar hand en achter haar zien we een lam. Rechts van de biddende heilige staat een geestelijke. Hij draagt over zijn toga een wit kort koorkleed. Achter de geestelijke staat een misdienaar met wierookvat. We zijn niet zeker of dit tafereel ook de H. Trudo voorstelt. De jongeman van het onderste tafereel draagt hier geen baard meer en we zien geen van zijn normale attributen. Bovendien zou Trudo, na zijn verblijf in Metz, als oudere man om de andere dag op bedevaart naar Zepperen gekomen zijn. Maar gezien ook Genoveva niet afgebeeld wordt zoals steeds (met kaars, boek en duiveltje) mogen we ook hier veronderstellen dat het Trudo is die op bezoek komt om te bidden tot de H. Genoveva.
Sint-Aloysius
Zepperen viert eeuwfeest!
Honderd jaar middelbaar onderwijs


Een eeuw geleden arriveerden de Paters Assumptionisten met 52 leerlingen in Zepperen, nadat ze vier jaar eerder door de Franse regering uit hun land verdreven waren. Via een ommetje in Sint-Truiden waar ze tussen 1901 en 1905 in de Ridderstraat vertoefden, namen ze hun intrek in het klooster van de Kartuizers aan de Kasteelstraat in Zepperen.
De geschiedenis van deze school is er vooral een van bouwen en verbouwen. Hoe maak je van een kasteel een school zonder al te zeer de historische realiteit te verkrachten. Bovendien werd het een geschiedenis van afdelingen oprichten, inspelen op nieuwe trends en een voortdurende vernieuwing en aanpassing aan de moderne opvoeding, aldus directeur Marleen Van Dijck.



Voor de oorlog waren de studies vooral gericht op het priesterschap: via sociale werken werden fondsen ingezameld om ook jongens van minder gegoede gezinnen de mogelijkheid te bieden om middelbare studies te doen en daarna priester te worden. Na de Tweede Wereldoorlog wordt het onderwijs ook wereldser en gaan de paters hun werk ook richten op de directe omgeving. Met de bouw van een eerste toneelzaal in de regio kwamen ze in 1955 tegemoet aan de culturele behoeften van Zuid-Limburg, nauwelijks zeven jaar later investeren ze in een heus cultureel centrum, het eerste in Limburg en gaven op die manier een enorme stimulans aan het cultuurleven.
Uiteraard ging ook heel wat geld en energie naar de verbouwing van het kasteel tot een gepaste school- en internaatsruimte. Hierbij wilde men zo veel mogelijk het historische gebouw bewaren maar anderzijds moest er toch een en ander sneuvelen ten koste van het schoolgebeuren. De voortdurende leerlingenaangroei noopte ook tot supplementaire gebouwen voor klassen en slaapgelegenheid. Dat maakt dat we op dit ogenblik leven en werken in een vrij ruim complex, ten dele historisch, ten dele modern, waarbij de architecten indertijd steeds gezocht hebben naar de verzoening tussen beide.
In hun onderwijspolitiek hebben de paters Assumptionisten steeds een vooruitstrevende positie ingenomen. Dat zien we aan de veranderingen op onderwijsvlak waarbij de paters het voortouw namen in de regio. Sint-Aloysius stapte als eerste school in Zuid-Limburg in het Vernieuwd Secundair Onderwijs, we hebben als eerste het gemengd onderwijs in het katholieke net gerealiseerd, we waren er als eersten bij om te werken aan schaalvergroting door de fusie met Tuinbouwschool Onze-Lieve-Vrouw (Sint-Truiden) en Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans (Velm) om op die manier het onderwijsaanbod naar de leerlingen toe zo maximaal mogelijk te houden en de tewerkstelling te verzekeren. Op dit ogenblik hebben de paters het beheer van hun school in lekenhanden gegeven: ze wonen weliswaar nog in deze school maar zijn in geen geval een schoonmoeder die om de haverklap over de schouder komt kijken, eerder een gulle suikertante die meehelpt in het onderhoud en instandhouden van dit belangrijke patrimonium, aldus nog directeur Van Dijck.

Het komende schooljaar wordt een feestjaar. Een feestelijke start op 1 september, een academische zitting met minister Frank Vandenbroucke van onderwijs en Jozef Dewitte van het Centrum voor Gelijke Kansen, een projectweek rond het eeuwfeest, samenkomsten van oud-leerlingen en oud-internen, een nostalgische teruggreep naar de Cross der Jongsten en een spetterende afsluiter van het Jaar van de Eeuw. Maar we willen vooral onze leerlingen hierin betrekken zonder dat het feestgedruis een storende factor zou zijn in het onderwijsgebeuren. We mogen dan wel feesten dit jaar, onze hoofdbekommernis is en blijft toch nog steeds, net als 100 jaar geleden, jonge mensen opvoeden tot fijne volwassenen, besluit Marleen Van Dijck.

Méér hierover: Sint-Aloysiusfolder100jaar.pdf
Het Laatste
Oordeel: "Wees paraat want gij kent dag
noch uur"

In de middeleeuwen komt het thema Het Laatste Oordeel erg vaak voor in de schilder- en beeldhouwkunst. Alleen de benaming Laatste Oordeel doet ons vermoeden dat er nog een oordeel moet geweest zijn, namelijk het eerste individuele oordeel of het Bijzondere Oordeel bij de dood van de mens. Het laatste oordeel op de laatste dag, het einde der tijden waarvan niemand weet wanneer dat komt, is de dag waarop Christus terug op aarde zal komen. Alle lichamen zullen dan verrijzen, de doden krijgen dan bevestiging van hun Bijzonder Oordeel, de levenden krijgen dan meteen hun eerste en laatste oordeel. De Sint-Genovevakerk herbergt een zeer realistisch, soms kritisch Laatste Oordeel. Christus is de sleutelfiguur van het tafereel. Hij zit op de regenboog en wordt omgeven door heiligen, de mannen rechts, de vrouwen links. De groep vrouwen is blijkbaar groter dan die van de mannen, maar dat is technisch te verklaren omdat er aan die kant meer plaats was om te schilderen. Tot zover het hemelse niveau van deze muurschildering. Het aardse niveau omvat drie delen: links de hemel, rechts de hel en daartussen de opstanding van de doden. In het midden staat de aartsengel Michaël om de zielen te wegen.
De hemel wordt voorgesteld als een stad, een fort waar niemand binnenkomt behalve de uitverkorenen, het hemelse Jeruzalem. De H. Petrus staat voor de poort en zwaait met zijn sleutel. Aan de hemelpoort zien we ook Adriaen der Stockhueder. Wie is deze man, groter afgebeeld dan de andere mensen met de kledij van een landman ? Was hij de opdrachtgever, een van de Zepperse notabelen van het ogenblik (1509) ? We moeten het antwoord schuldig blijven. Hij is gehandicapt want hij loopt op krukken. Hij wijst met zijn linkerkruk naar de hemelpoort alsof hij wil zeggen dat het daarom net te doen is. Rechts zien we de hel (dat is de linkerzijde van God). De hel wordt voorgesteld als de muil van een reusachtig monster. Op het voorhoofd draagt het monster een toren met een galg en langs getraliede vensters slaan de vlammen van het hellevuur uit. Duivels doen hun best om de verdoemden met kruiwagens naar de hel te brengen van waaruit geen ontsnappen mogelijk is gezien de stevige ketting. Hier heerst chaos, alle verdoemden hebben een ronde mond: ze schreeuwen het uit. De hel wordt bevolkt door heel wat belangrijke mensen: een paus met zijn tiara, een bisschop met mijter en een pater met kruinschering vertoeven er in het gezelschap van een prostituee. Een zatlap drinkt zijn laatste beker nog uit en buiten de hellemuil hangt er nog een geldbeugel. Dat de hel bevolkt wordt door tal van toogdragers is niet vreemd aan de tijdsgeest: de hel van Dante was niet anders en Jeroen Bosch spaarde zijn kritiek op de clerus ook niet. Tussen hemel en hel speelt zich de verrijzenis af. De zielen worden gewogen, een duiveltje probeert het oordeel, de weging, nog te beïnvloeden, maar de aartsengel Michaël duwt het monster weg. De weging van de zielen en de poging om het oordeel te vervalsen zijn niet nieuw: de oude Egyptenaren gebruikten dit beeld reeds in hun rotsgraven. De lichamen van de verrezen doden zijn volks geschilderd en de mensen hebben de ideale leeftijd van 33 jaar, net als Christus toen die verrees.Over het hele tafereel waaien boodschappen van algemeen nut: uit de bazuinen van de engelen komt de boodschap om op te staan of commentaar op de gebeurtenissen. Maar of de ongeletterde middeleeuwer aan deze Latijnse teksten een boodschap had valt te betwijfelen. Toch zal de moraal van het verhaal duidelijk geweest zijn: het Laatste Oordeel was geen lachertje.

Pïeta of het mens
geworden lijden
De Genovevakerk van Zepperen herbergt een kleinood in de houtsculptuur, een houten piëta of vesperbeeld van omstreeks 1480. Een piëta is een beeld van Maria met haar dode Zoon op haar schoot en is een geliefkoosd onderwerp voor kunstenaars vanaf het einde van de 14de eeuw. Vanaf toen neemt Maria namelijk een prominente plaats in terwijl in de periode ervoor, de Romaanse periode, het Christus was die centraal stond, de Verlosser en strenge Rechter.

Meteen wordt
de kunst een stuk menselijker, tonen de beelden en schilderijen
meer emotie, zijn de natuurlijker van vorm en verwijzen ze naar
menselijke ervaringen. De piëta is geen bijbels gegeven, nergens
in het Nieuw Testament heeft men het over de treurende moeder
Gods die rouwt om Jezus. Het tafereel lijkt eerder te verwijzen
naar de vele passiespelen die in die tijd opgevoerd worden rond
Pasen en die het lijdensverhaal als onderwerp hadden. Het is
trouwens uit die passiespelen dat later de toneeltraditie zal
geboren worden. De voorstelling van de rouwende Maria was zeer
populair en beroemde namen als Rogier Vanderweyden en
Michelangelo gebruikten het onderwerp. Het beeld in de
Genovevakerk meet 118 cm en werd omstreeks 1480, dus meer dan 500
jaar geleden, gemaakt door een Vlaams kunstenaar. Hij kapte het
beeld uit één stuk eikenhout en holde het aan de rugzijde uit
om de werking van het hout te verminderen. Het is polychroom,
beschilderd met vele kleuren zoals alle houten beelden van toen.
Maria zit op een bank. Ze draagt een symmetrisch geschikte blauwe sluier die overgaat in een bovenkleed. Tussen de sluier en de witgrijze halsdoek staart een fijn gesneden gelaat, blijkbaar zonder zichtbare emotie. De man,ier waarop de plooien van haar kleed vallen wordt bepaald door de stand van haar knieën en voeten. Ze draagt een rood onderkleed. Christus zelf rust op het linkerbeen van Maria. Ze houdt hem vast onder zijn rechteroksel en bij de linkerarm waardoor zijn lichaam vanaf de knieën naar voren kantelt zoals in onze streken vaak voorkomt. Het bovenlichaam van de gekruisigde rust op de rechterarm van Maria, zijn hoofd staat recht op het lichaam en hij draagt een doornen kroon. Zijn haar valt in een symmetrische S-vorm om zijn schouders. Op het gelaat met sterk geaccentueerde wenkbrauwen van de Verlosser zien we duidelijk zijn lijden. De borststreek is realistische uitgebeeld, zijn gekruiste handen en eerder magere armen en benen tonen een minder gespierd mens. Het valt ook op dat Jezus, toch een volwassen man, kleiner is dan Maria. Dat heeft vooral te maken met het feit dat de kunstenaar ook in dit tafereel de relatie tussen moeder en kind heeft wonnen benadrukken. Verder heeft de kunstenaar veel aandacht gehad voor de gezichten en hoofden, in elk geval meer dan voor de eerder houterige handen en armen.
Deze piëta is een pronkstukje van gotisch houtsnijwerk en niet voor niets wordt het bewaard achter de glazen bescherming in de kerk. Maar nog meer dan de kunsthistorische waarde moeten we het beeld bekijken als het mens geworden lijden van Christus. Want achter de dood van elk kind staat het lijden van een moeder die het kind gedragen en groot gebracht heeft. Maar uit het gelaat van Maria kunnen we ook afleiden dat haar woorden bij de Blijde Ontvangenis Mij geschiede naar Uw woord ook nog gelden in de meest droeve ogenblikken. Of hoe de ganse Goede Week in één tafereel duidelijk gemaakt wordt !
De grootste
Sint-Christoffel van Vlaanderen?
Tegenover het fresco met het Laatste Oordeel op de westelijke muur van de Genovevakerk, werd de Heilige Christoffel geschilderd. Het feit dat deze heilige zon prominente plaats kreeg, in de Genovevakapel, en zon groot formaat toegemeten kreeg, bewijst zijn grote populariteit dank zij het volksgeloof. Sint-Christoffel is een legendarische heilige van Oosterse oorsprong die tijdens de bouw van onze kerk in de middeleeuwen in het Westen populair werd. Die populariteit had hij te danken aan het feit dat hij één van de vier pestheiligen was, samen met de H. Rochus, de H. Antonius en de H. Sebastiaan. En de pest trof onze streken in die periode ook erg hard. In Hannuit staat een Christoffelbeeld van 4 meter hoog, dat van Zepperen moet in grootte niet onder doen voor zijn Waalse tegenhanger.

Sint-Christophorus betekent letterlijk hij die Christus draagt, zou in Kanaän geboren zijn en stierf de marteldood onder keizer Decius in de derde eeuw van onze jaartelling. Het was een man met een buitengewone kracht en een echte reus die steeds in dienst van de sterkste ging. De legende gaat als volgt. Hij trad in dienst van een machtige koning, maar toen hij vaststelde dat die schrik van de duivel had, ging hij de duivel dienen. Omdat de duivel op zijn beurt schrik had van de de Gekruisigde, ging hij in dienst van God. Op doek naar God belandde hij bij een kluizenaar en die raadde Christoffel aan om zich in dienst te stellen van armen en pelgrims om hen te helpen de rivier over te steken. Op een avond stond er een kleine knaap op de oever. Hij wilde naar de overkant en vroeg aan de reus of die dat wel kon. Christoffel lachte zelfverzekerd en zette de jongend op zijn schouders. Maar hoe verder hij in het water waadde, hoe moeilijker de reus het had om overeind te blijven. Met moeite haalde hij de overkant. Toen zegde de jongen dat hij Jezus was, en dat hij de hemel en de aarde gedragen had. Jezus verdween en de staf waarop de heilige steunde begon te bloeien. Tot daar de legende. Verschillende elementen uit deze legende komen terug in de muurschildering. Op de schouders van de reus zit het goddelijk kind met in zijn linkerhand een wereldbol met kruis, met de rechterhand zegent hij de heilige. Christoffel wordt vaak met een tulband afgebeeld, in Zepperen wordt zijn rode haar met een hoofdband samengehouden. De reizigers die de heilige over de rivier brengt zitten zowat overal: aan zijn riem, in zijn gordeltas, er komt zelfs een beetje acrobatie aan te pas. Op de rechteroever staat de kluizenaar te wachten op de heilige voor een kapel in vakwerk met een torentje: hij houdt zijn lamp omhoog om de heilige bij te lichten. Aan de overkant zit een landman te vissen.
De rivier zelf zit vol leven: kreeften, schaaldieren en vissen, precies zeven, net zoveel als en hoofdzonden zijn. De grootste hoofdzonde wordt uitgebeeld door de meermin die haar haar zit te kammen. Zij was een vaak voorkomende figuur in Germaanse volksverhalen want zij maakte het de vissers en zeevaarders moeilijk. In de christelijke wereld was zij het zinnebeeld van het kwaad, vooral de zonde van onkuisheid. De Genovevakerk was indertijd de bestemming van heel wat reizigers die op bedevaart kwamen naar de Heilige Genoveva, een reis die niet steeds zonder gevaar was in de middeleeuwen. Daarom zal Sint-Christoffel ook deze prominente plaats gekregen hebben in de Genovevakapel, want uiteindelijk is hij, zeker qua afmeting, de grootste heilige in onze kerk.
De cultus van de
Drie Gezusters
De heiligen Bertilia (van Mareuil), Eutropia (van Reims), en Genoveva (van Parijs) worden voorzover bekend alleen in het Duitse Rijnland ten westen van Keulen gezamenlijk vereerd onder de naam Drie Gezusters, Drie H. Maagden of Drei Jung-frauen, meer bepaald in Belgisch- en Nederlands-Limburg. Zij waren geen familie van elkaar, maar men beschouwt hen als leden van dezelfde kloosterorde, waarvan Bertilia overste zou zijn geweest. Deze laatste toevoeging is vermoedelijk een gevolg van een verwarring met een van Bertilia's heilige naamgenoten, de abdis van Chelles. De oorsprong van de gezamenlijke verering is onduidelijk. Een aantal schrijvers meent dat sprake is van een kerstening van de cultus rond de Keltische of Germaanse drie Matrones of Moedergodinnen, een manier van werken die door de eerste predikanten in onze streken in de vroege middeleeuwen vaker gebruikt werd om het christelijk geloof ingang te doen vinden. Misschien biedt daarnaast de kerkelijke kalender aanknopingspunten: Bertilia en Genoveva delen dezelfde feestdag (3 januari), de feestdag van Eutropia (14 december) valt kort ervoor en Eutropia en Genoveva delen elementen in hun vitae. In bedevaartplaatsen wordt hun feest overigens vaak in mei of juni gevierd.
Geschreven bronnen zijn schaars. In 1887 schreef Kanunnik Jozef Daris in zijn Notices Historiques, zijn geschiedenis van Zepperen:
Sint-Genoveva wordt speciaal vereerd in Zepperen. Elke dag wordt haar altaar door pelgrims bezocht. Het grote feest ter ere van de heilige wordt gevierd de zondag van de heilige Drievuldigheid met een schitterende processie. De toevloed van bedevaarders is zeer groot die dag. In deze processie beeldde men vroeger in natuur taferelen uit het leven van de heilige Genoveva uit. Bijvoorbeeld een duivel die het licht doofde dat een engel voor de heilige uitdroeg terwijl hij haar naar de kerk leidde in de nacht. Een Jaak Peeters die stierf op 2 september 1779 had verscheidene jaren voor duivel gespeeld : « Quondam hic fuit », schrijft de pastoor, «diabolus in processione surdus et mutus ». De bedevaarders die Sint-Genoveva in Zepperen vereren, gaan ook Sint-Bertilia in Brustem vereren en Sint-Eutropia in Rijkel. Ze noemen hen de Drie Gezusters, al is er geen verwantschap tussen hen en zijn ze zelfs niet van dezelfde tijd. Van oudsher waren de offeranden van de bedevaarders voor de kerkfabriek. Zij bestonden uit geld of uit landbouwproducten. In de rekeningen van de 17de eeuw vindt men zelfs schapenvellen en kazen vermeld... De regering van Willem I duldde geen andere processies dan deze van het heilig Sacrament, deze van de Kruisdagen, deze van Sint-Marcus en een zesde vast te stellen door de bisschoppelijke overheid. De kapittelvicaris Barret legde deze zesde voor Zepperen vast op de zondag van de heilige Drievuldigheid op 31 augustus 1825. Het was op deze zondag dat, sinds onheuglijke tijden, de pelgrims toestroomden om de relieken van de heilige Genoveva te aanbidden.(vertaald uit het Frans).
En in een kroniek van Brustem uit 1798 vind je het eerste geschreven spoor van de volkse verering van de drie gezusters: Het sal al bekent zijn dat er gepleegt is eenen toeloop te zijn op den dag van Sinxen en zoo men dit noomt Sintervijven dat is H. Drijvuldighijd dag, te Brusthem aen de H. Bertilia ende te Rijckelen en te Sepperen. Sinxen betekent Pinksteren. En op pinkstermaandag, de dag na het feest van de Drie Gezusters, is het steevast de gewoonte dat de drie parochies van de H. Drie Gezusters alternerend bij mekaar op bezoek komen. Dit jaar waren de H. Eutropia en de H. Bertilia op bezoek bij de H. Genoveva. Deze traditie is reeds bijna anderhalve eeuw oud, zeker als we afgaan op enkele historische feiten: in 1867 mocht de litanie van de Drie Gezusters gedrukt worden, vijf jaar later, in 1867 vinden we de eerste geschreven bron die een processie van de relieken van Genoveva naar de zusterdorpen beschrijft en in 1874 verschijnt van de hand van broeder Lambrechts, een minderbroeder, en boekje over de bedevaart naar de Drie Gezusters. Maar dat de cultus tientallen eeuwen ouder is dan geschreven documenten bewijzen staat als een paal boven water
Historische vondst
tussen het onkruid
Soms komen er onverwacht schatten te voorschijn, vaak zelfs op plaatsen waar je het niet verwacht. Dat gebeurde onlangs in de voortuin van de pastorie die wat overwoekerd werd door sierstruiken. Bij de opruiming ervan kwam het voetstuk van een laatromaanse doopvont te voorschijn.

In de
voortuin van de pastorie is onlangs, na het wegruimen van de
sierstruiken, een gesculpteerde basis van een laatromaanse
doopvont in Naamse maaskalksteen (blauwgrijze steen) te zien. Het
is het voetstuk van een doopvont die volledig in steen was
gebeiteld van omstreeks 1160. Het voetstuk is versierd met vier
grote gebogen bladvormen op de hoeken en een ronde sierlijk
aflopende profilering en een ondiep verankeringsgat in het
midden. Het geheel kunnen we vergelijken met onder andere de
'Tongerse' doopvont in Koninklijk Museum voor Kunst en
Geschiedenis en met doopvonten in Vliermaal en in de abdij van
Flône. Men is in contact met J-Cl. Ghislain, een specialist
terzake uit Brussel en heeft een fragment voor onderzoek naar de
precieze steengroeve bezorgd aan geoloog Francis Tourneur van de
Katholieke Universiteit van Leuven.
Gezien de vermoedelijke leeftijd van het voetstuk zou het hier
wel eens kunnen gaan om de oudste doopvont van het dorp die
vroeger in de Romaanse kerk stond, op de plek waar in de gotische
periode een nieuwe kerk gebouwd werd, achter de Romaanse toren.
De Remacluskring heeft in ieder geval een stevige kluif om zich
in vast te bijten. Wie het restant van deze middeleeuwse doopvont
wil zien, het siert de voortuin van de pastorie. Of, waartoe een
opruimingsactie allemaal kan leiden !
Twintig jaar
geleden werd Catharinadrieluik gerestaureerd.
Preutse pastoor liet borsten overschilderen
In 1988, net 20 jaar geleden, werd het Catharinadrieluik gerestaureerd door de mobiele restauratieploeg van Monumenten en Landschappen. Het drieluik werd hiermee opnieuw in al zijn glorie gerestaureerd nadat een pastoor Hayen enkele tientallen jaren daarvoor in een preutse bui en in een poging zijn misdienaars niet op slechte gedachten te brengen,de borsten van de beul en van de H. Catharina liet overschilderen.
Catharina was een zeer mooie koningsdochter die een mystiek huwelijk aanging met Christus. Ze werd gevangen gezet omdat ze haar geloof niet wou afzweren. Daar bekeerde ze zelfs vijftig filosofen die haar van haar geloof moesten afbrengen, ook de vrouw van de keizer, het hoofd van de wacht en honderden soldaten bekeerden zich. Ze kreeg geen eten, maar vogels brachten haar brood. De keizer bedacht dan een wrede doodstraf: een wiel waarop de heilige uiteengereten zou worden. Maar door haar gebed vloog het marteltuig stuk en doodde de beul en de toeschouwers. Uiteindelijk werd ze onthoofd buiten de stad maar uit haar lichaam vloeide melk die de pest verdreef in plaats van bloed. Ze wordt voorgesteld als een koningsdochter met een gebroken wiel, een martelaarspalm, het zwaard waarmee ze onthoofd werd. Ze is de patrones van scholieren, leraars, filosofen en advocaten. Wordt aanroepen door moeders die geen melk hebben, en bij hoofd- en tongpijn en bij het zogeheten rad van Sint-Katrien, belroos of erysipelas.
Catharina was een zo belangrijke heilige dat zij een speciaal altaar kreeg in onze kerk, net als andere belangrijke heiligen, waarvoor rijke leken uit eigen zak een priester betaalden om er missen te lezen. Arnold van Rijkel stierf in 1403 en was de stichter van deze kapel. Zijn grafsteen in de kerk verdween net als alle andere grafstenen. In 1411 werd het beneficie van de H. Catharina begiftigd met drie wekelijkse missen door Daniël, heer van Grauwendries wiens goed langs de Tienweidestraat lag, een eindje van de Stippelstraat. In de kerkrekeningen van 1661 wordt het StCatharinenchoor vermeld en bij de kerkvisitatie van 1701 waren de altaren van Catharina, Nikolaas en Ursula samengevoegd. Samen met Sint-Nikolaas komt ze voor op het houten 17de eeuws medaillon dat nu nog gebruikt wordt bij het processierustaltaar op de hoek van de Wellensestraat, de Eynestraat en Zepperen-dorp. Het is het antependiumof altaarversiersel van dit altaar uit de kerk van Zepperen. Op het fresco van het Laatste Oordeel staat ze prominent tussen een groepje vrouwelijke heiligen op een wolk.

Het drieluik, vroeger hing het vóór het fresco in de zuiderbeuk, nu hangt het boven Onze-Lieve-Vrouw in de noorderbeuk, wordt toegeschreven aan Karel van Ieper en gedateerd in 1611 Hierbij stellen we toch wat vraagtekens want die man overleed al in 1562. Het wapenschild van de schenker op het linkerluik zou verwijzen naar Jean-Joseph Merica.

In geopende toestand zien we links de opdrachtgever in wit hoorhemd en op de achtergrond het tafereel met de mislukte terechtstelling met het rad. Catharina bidt voor de dode beul. Op het middelpaneel zien we Catharina die met de filosofen discussieert voor de keizer, rechts zien de we onthoofding met op de achtergrond een stad en enkele getuigen waaronder de keizer. Het was op dit tafereel dat de bewuste pastoor de borstpartijen van beul en heilige liet wegschilderen in een vlaag van overdreven preutsheid. In 1988 werd het drieluik gerestaureerd en was Catharina in al haar glorie (nu ja) te bewonderen.
Wat we veel minder zien is de achterzijde van dit drieluik. Op de gesloten luiken ziet men de geseling van de martelares door twee beulen. Leuk detail, hier zijn de borsten van de heilige nooit overschilderd, zo vaak werd het luik dus niet gesloten. Het luik rechts toont de heilige in een cel met tralievenster waar ze bezoek krijgt van Christus terwijl een duif haar een broodje brengt, zoals de legende vertelt. Het is wellicht een goede tip om de drieluiken, zowel dat aan het Genoveva altaar als dat van het de H. Catharina op regelmatige ogenblikken te sluiten om ook de achterzijde, meestal de dagelijkse kant, aan de kerkbezoekers te tonen.

Het Genoveva
retabel is 75 jaar oud.
Een perfect huwelijk tussen laat- en neogotiek
In de late middeleeuwen hadden vele schenkers en verenigingen een eigen altaar met hun patroonheilige in de kerk. Zo waren er in de 17de eeuw in de Zepperse Genovevakerk naast het hoofdaltaar ook hoeken waar Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Catharina Sint-Ursula, Sint-Nikolaas, Sint-Sebastiaan en Sint-Genoveva werden vereerd.
De zuiderbeuk wordt nu gereserveerd voor de H. Genoveva en gedomineerd door het Genoveva retabel en Het Laatste Oordeel. Niet voor niets wordt net het mooiste stuk van de kerk gereserveerd voor de patroonheilige, alleen jammer dat veiligheidsmaatregelen de kerkbesturen verplichten tot draconische maatregelen zoals de glazen muur op die plek. Dat retabel heeft een leuke geschiedenis.

Op het einde van de 19de eeuw ontdekte de pastoor van toen vier grote en twee kleine beschilderde panelen op de pastorijzolder, restanten van een middeleeuws retabel. Pierre Peeters (Antwerpen) maakte een ontwerp voor een nieuw hoofdaltaar, een initiatief dat echter doorkruist werd door de oorlog en geldgebrek.
Maar in 1931 maakte aannemer Mouffart uit Ans een offerte om het ontwerp Peeters uit te voeren. Diezelfde Peeters had ook al het boogveld boven het kerkportaal en de nieuwe preekstoel ontworpen. Niet het H. Hart van het oorspronkelijke ontwerp voor het hoofdaltaar maar Genoveva zou het middenstuk beheersen en als luiken werden de laatgotische panelen van de pastoriezolder gebruikt. Restaurateur Leegenhoek (die ook de frescos restaureerde) zou de panelen restaureren want ze waren aan één zijde met imitatie-eik overschilderd. Onder die deklaag kwamen het lijden, dood, verrijzenis en hemelvaart van Christus te voorschijn. Op de kleinere panelen stonden de verschijningen aan Petrus en aan Maria Magdalena. In gesloten toestand vormden de panelen de mis van de H. Gregorius, een populair laatgotisch thema om de gelovigen ertoe aan te zetten missen te laten lezen en zo aflaten te verdienen Naast de paus en de priesters aan het altaar zien we ook de attributen van het lijden en dood van Jezus. De buitenste luiken tonen als toeschouwers van de mis de H. Genoveva en Sint-Servaas, die beiden een speciale band hebben met Zepperen. Het dorp was immers een schepenbank van het Maastrichtse kapittel van Sint-Servaas. Genoveva wordt afgebeeld met haar gebruikelijke attributen boek, engel, duivel en blaasbalg, brandende kaars. Aan de vloer en de architectuur, de gebouwen en de versiering, zien we dat de zes panelen een eenheid vormen.
Wie het kunstwerk schilderde is niet geweten. Pastoor Reyners noemde naar verluidt Gosewinus van der Weyden als de anonieme kunstenaar. Onderwijzer Robert Neesen, goed bevriend geraakt met Leegenhoek, suggereerde ooit Mostaert als mogelijke auteur van de laatgotische panelen. Een grondige studie, in 1933 enthousiast in het vooruitzicht gesteld, moet echter niet veel hebben opgeleverd, want er is nooit iets van gepubliceerd. Op basis van onderzoek mag in elk geval worden aangenomen dat het een Antwerps passieretabel was van omstreeks 1520 met op de dagelijkse, gesloten buitenzijde de lokaal vereerde heiligen Genoveva en Servaas.
75 jaar geleden
Het neogotisch retabel uit 1933 werd in eik gemaakt. Boven een nis met schrijn staat Genoveva met haar attributen. Het tafereel rechts toont Genoveva met aureool die voor de bisschoppen knielt en op het linker tafereel deelt de heilige aalmoezen uit. De restauratie en plaatsing van het nieuwe altaar waren 75 jaar geleden krantennieuws: oud en nieuw werden verzoend. Het Belang van Limburg volgde de restauratie op de voet, met tekst en fotos. Het "Nieuws van den dag" meldde : De zoo ieverige en kunstvolle landelijke pastoor haalde op zekeren dag onder den rommel van den pastorijzolder een prachtig geschilderd drieluik, dat echter geweldig aan een stel eiken paneelen geleek. Deze schilderijen waren inderdaad met een bruine houtskleur overtrokken. Ondanks alle perikelen is het Genoveva retabel één van de meesterwerken waar onze kerk terecht fier op kan zijn een perfect huwelijk van oud (laatgotiek van 1520) en nieuw (neogotiek van 1933) van 75 jaar geleden.
Rosa op vakantie in
Antwerpen
GPU 
Het Prentenkabinet in het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen organiseerde een tentoonstelling Columbus achterna over Antwerps drukwerk in Latijns-Amerika. Daarvoor vroegen ze het schilderij van de Heilige Rosa van Lima in bruikleen van april tot juli 2009. Het was op deze expositie alleszins het stuk met de grootste afmetingen. Deze vrome vrouw en Dominicanes was de eerste heilige van de Nieuwe Wereld. Haar afbeelding werd geschilderd door Dominicus Habricx in 1766 voor zijn verwant Jacques Collaers, die waarschijnlijk pater Dominicaan of predikheer was in het klooster te Tongeren. Want bij de opheffing van dat klooster in de Franse tijd verhuisden nogal wat kunstvoorwerpen naar Zepperen via de familie van pater Rouchart. De gespecialiseerde firma Hizkia Van Kralingen uit Den Haag kwam in 2009 het schilderij op doek voorzichtig afhalen, inpakken in noppenplastiek en vervoeren in een klimaatgeregelde vrachtwagen. We zijn in Zepperen geen klein beetje fier dat ons patrimonium uitgekozen werd om een prestigieuze tentoonstelling te stofferen.
![]()
Deze
info werd gepubliceerd in het weekblad De Melster
(federatie Kortenbos, Melveren, Schurhoven en Zepperen, later
deels federatie Sint-Trudo),
het lokale luik in Kerk en Leven.
Parochie
Sint-Genoveva Zepperen
versie dinsdag 16 februari 2010