Dialect: de Zeppersen diksjoneir !

 

Het Groot Zeppers Alfabetisch Woordenboek

Onze dorpstaal is een schat, tot voor kort heel natuurlijk overgeleverd van ouder op kind, subtiel beïnvloed door andere contacten en door de vooruitgang. Het algemeen beschaafd Nederlands maakte omstreeks 1975 hieraan een einde. Opdat het plat 'Zeppers' niet zou verloren gaan, vergaren we nog snel de luttele resten. Hier alvast enkele smaakmakers. De spelling is benaderend. Lees de woorden hardop en probeer vooral de juiste klemtoon te vinden. Aanvullingen van zeldzame woorden en uitdrukkingen zijn welkom!
Contactpersonen: Albert Manet en prof. em. Dr. Guy Fabry.

 

- Oeulegoat: uilengat; oer gêld an ’n oeulegoat / oeulekoewt verkieke: je geld verkwisten.

- Mórtie: mortel; mórtie, krieejle en bakke!: wa fe ‘t lèjste zegge, ’t joste brenge: grappig metselaarsgezegde: mortel, bakstenen en borrels! Wat we het laatst zeggen, het eerst brengen!

- Jóage: be de villou jóage: fietsen; schrikschoewn jóage: schaatsen.

- Meziêk: muziek; dieej is bij het meziêk: die is bij de fanfare; dei is be 't meziêk mie gewès: die is in verwachting.

- Oawngânk::  trop ten oawngânk kooume: op heterdaad betrappen.

- Bessem: bezem;ich stón thoauws moe de bessem stit: ik heb thuis niets te zeggen.

- Boênstóak: bonenstaak: gezegd bij erg pijnlijk hoofdpijn: da ‘s of se boênstóake op oer heuit scherp móake: .dat is alsof men boenstaken op je hoofd aanscherpen.

- Geei-jt: geit; dieeje kan ’n geei-jt tösse hör joon poene: gezegde over een mager persoon: die kan een geit tussen haar horens kussen.

- Gezwak: ferm, fameus, fel; bevestigende uitroep:  ‘nne gezwakken deuigniet: een grote deugniet;  gezwak zoawt: zwaar dronken.

- Mjotsem: mutsaard.

- Möggepiejs: fijne regen, motregen.

 

Dit is slechts een voorsmaakje. We hopen het omvangrijke werk aan het grote woordenboek weldra af te ronden.
Voor de verzamelde woorden danken we de talrijke tipgevers.
Hun namen worden in het woordenboek vermeld.
De Diksjoneir is opgedragen aan onze in 1994 en 2000 overleden dialectverzamelaars van het eerste uur, Hugo Nijs en Toon Vanoirbeek.

 


Zepperen
Homeknop