VLAAMSE
IMKERSBOND VAN BRUSSEL EN OMSTREKEN
LEVENSCYCLUS VAN DE HONINGBIJ
Er valt zoveel over
te zeggen ... Dit wordt een artikel van lange adem! Let's begin with the begin. Maar ja, wat is het begin? Weet je wel, de kip of het ei? Bij de
bijtjes wordt dit: de zwerm of het ei? OM het eenvoudig te houden, begin ik met
het ei. En daar begint het al!
HET EI
Er zijn 2 soorten
eitjes, bevruchte en onbevruchte. En ja, die onbevruchte eitjes komen ook uit,
dat worden mannetjes of "darren". Resultaat: darren hebben geen
vader, maar wel een grootvader. Snap je?
Een eitje van een dar
is drie dagen in eitjesfase, daarna ontstaat een larve die gedurende drie dagen
gevoed wordt met koninginnebrij. Na die drie dagen krijgt de larve gedurende
nog drie dagen een mengeling van stuifmeel en nectar toegediend. Na deze tweede
fase (6 dagen larf, ofte 9 dagen nadat het eitje gelegd werd) gaat de dar zich
inspinnen in een cocon waar hij verschillende metamorfoses zal ondergaan, tot
deze dar 24 of 25 dagen na de eierleg uitkomt.
De andere eitjes
kunnen 2 bestemmingen hebben: werkster of koningin. Het verschil zit hem in de
voeding.
De werkster wordt
gevoed met hetzelfde recept als de dar en heeft daardoor een levensduur van ~
45 dagen in de zomer en ~ 6 maand als ze in de late zomer of herfst geboren is.
Het eitje wordt werkster na 21 dagen.
De koningin of
"moer": deze krijgt gedurende de 6 dagen larffase enkel en alleen
koninginnebrij. Wanneer ze geboren wordt (16 à 17 dagen na de eierleg), zal ze
haar leven lang enkel koninginnebrij als voeding krijgen en kan daardoor tot 5
jaar leven!
Om volledig te zijn,
dien ik te vermelden dat werkster en dar in volwassen toestand enkel stuifmeel
en nectar als voeding krijgen. De darren worden door de werksters gevoed.
In een normale kolonie
legt de koningin de eitjes. Ze begint de eierleg enkele dagen nadat ze bevrucht
werd (max. 20 dagen na haar geboorte). Indien er door een of andere reden geen
moer meer in het volk aanwezig is, beginnen na enige tijd sommige werksters
eitjes te leggen. Vermits zij niet bevrucht zijn, kunnen zij enkel dareitjes
leggen en gaat de kolonie ten onder.
HET VOLK
Het volk of de
kolonie. Een volk bestaat uit één moer, duizenden werksters en ( ~ van lente
tot herfst ) uit honderden darren. Alles begint met de "zwerm". Dit
is een tros bijen die het nieuwe volk bevat. Samenstelling: één moer, vergezeld
van het aantal werksters en darren die de oorspronkelijke kolonie kan missen.
Deze zwerm vertrekt uit de kast van het oorspronkelijke volk en gaat zich
nestelen in een natuurlijke holte, maar meestal wordt hij opgevangen en belandt
(gelukkig maar!) in een bijenkast bij een imker.
De jonge bijen
van de zwerm gaan onmiddellijk over tot het uitbouwen van het nest.
Dit doen zij met behulp van was die "gezweet" wordt door hun
wasklieren. Zij maken "wasraat" aan, rekken de cellen waarin de moer
zal leggen. Zogauw de moer aan de leg gaat, kunnen we binnen de 3 weken
versterking verwachten van de nieuwgeboren werksters en zal de kolonie zich nog
sneller uitbreiden.
Ondertussen gaan
oudere werksterbijen over tot de bewaking en het oogsten. Wat oogsten zij zoal?
- nectar (uit de
bloemetjes of op de bladeren, in dit laatste geval noemt het
"meeldauw"), dient voor de voeding van larven, bijen (werksters en
darren) en eveneens om een winterreserve honing aan te maken;
- stuifmeel op de
meeldraden van de bloemen, dient - samen met de nectar als voeding voor alles
wat in de kast zit, behalve (weet je nog?) een koninginnelarf of een koningin;
- propolis. Dit is
een plakkerig bestanddeel dat oude werksters op sommige bomen halen. Dit is het
medicijn van de bijen. Zij ontsmetten de kast ermee, plakken gleuven en gaatjes
dicht en omsluiten infectiebronnen, die dan geen bron van besmetting meer
vertegenwoordigen. Vb. een muis glipt de kast binnen en wordt door de bijen
door hun gifangels gedood. De bijen krijgen dit beest niet buiten en gaan het
volledig inkapselen met propolis, zodat dit dier geen infecties kan
veroorzaken bij het ontbinden.
- water. Op een jaar
worden honderden (jawel!) liters water in een volk binnengesleept voor de
voeding, zowel als voor de afkoeling. Later meer uitleg.
Daarbuiten produceren
jonge bijen was en koninginnebrij.
Wanneer nu het jonge
volk tot ontwikkeling komt, produceert de koningin langzaam aan meer eitjes per
dag, waarvan zij er één per cel legt. Dit kan gaan tot 2000 eitjes per dag.
Nee, nee, er staat geen nul teveel! Zij legt meestal werkstereitjes en - als
het seizoen gunstig is - eveneens wat onbevruchte eitjes. Dat wordt
"darrebroed". De kolonie groeit stilletjes aan tot een top, waar
er tot 60000 bijen kunnen aanwezig zijn. Door signalen in het overbevolkte
volk, gaan de werksters sommige eitjes anders gaan behandelen. Zij gaan de
cellen van sommige eitjes verticaal uitbouwen en aan de jonge larf enkel en
alleen koninginnebrij voederen. Weet je nog waarom? Ja, ja, ze gaan koninginnen
aanmaken. Langzamerhand stijgt de "zwermstemming" in de kolonie.
Wanneer deze "koninginnecellen" gesloten worden (na 9 dagen), stijgt
de zwermstemming ten top en verdeelt het volk zich in twee. Het deel met de
oude koningin gaat "zwermen". Deze zwerm verzamelt zich buiten de
kast en vertrekt. Ja, bij de bijtjes gaat de moeder met een deel van haar
kroost een nieuwe woonst zoeken. En zo hebben we terug een volk. Back to start!
In het overgebleven
volk "moerloos, maar met koninginnecellen", gaat het leven gewoon
door. Wanneer de eerste maagdelijke koningin uit de cel gaat komen, wordt er in
het volk een beslissing genomen tussen: gaan we nog zwermen of is ons volk nu te
zwak geworden om te zwermen?
In het eerste geval, gaat de eerstgeboren
onbevruchte moer terug met de helft van de bijen zwermen. In het tweede geval,
gaan de werksters alle nog niet uitgekomen koninginnen doden en zal de
eerstgeboren moer de koningin van het volk worden. Zogauw zij bevrucht is, kan
de cyclus herbeginnen.