KONINKLIJKE ATLETIEKCLUB KAPELLEN
Actuele info kan je vinden op onze nieuwe website www.ackape.be
REGLEMENT
PRESTATIEVERGOEDING ATLETEN
Doelstelling
: De atleten, die door hun individuele prestaties én hun prestaties in
clubverband in bijzondere mate bijdragen tot de uitstraling van onze
atletiekclub, stimuleren om bij KAPE aan atletiek te blijven doen.
Principe
: De prestatievergoeding is van toepassing op cadetten,
scholieren, junioren en senioren. Zij wordt bepaald op basis van volgende
puntentoekenning, rekening houdend met de
algemene regel voor toekenning van punten. Het beschikbare budget wordt
volgens de onderstaande berekeningswijze - overeenkomstig het aantal behaalde
punten - onder de atleten verdeeld.
Algemene
regel voor toekenning van punten
: bij de toekenning van de punten uit Hoofdstuk I - Kampioenschappen en
Hoofdstuk II - Bijzondere Prestaties, wordt rekening gehouden met volgende
algemene regel :
-
punten voor een 1ste, 2de of 3de plaats
op kampioenschappen of bij het inschalen in het referentiejaarboek zijn
automatisch verworven.
-
punten vanaf een 4de plaats op kampioenschappen of bij het
inschalen in het referentiejaarboek worden enkel toegekend indien de prestatie
binnen een maximale afwijking van 25 % van het voor die proef en categorie
geldende Belgisch Record valt. Indien geen Belgisch Record voor een proef
bekend, wordt de maximale afwijking van 25 % berekend t.o.v. de beste prestatie
uit het referentiejaarboek
Art. 1 OUTDOOR
-
B.K. “alle categorieën” : 40, 30, 20, 15, 12 en 10 voor de eerste 6
plaatsen, 8 (plaatsen 7 en 8), 6 (plaatsen 9 t..e.m. 16) en 3 voor effectieve
deelname.
-
B.K. cadetten, scholieren,
junioren en beloften : 20, 15, 12, 10, 8 en 6 voor de eerste 6 plaatsen, 3
(plaatsen 7 en 8) en 1 voor effectieve deelname.
-
B.K. estafetten “alle categorieën” : 20, 15, 12, 10, 8 en 6 voor de
eerste 6 plaatsen, 3 (plaatsen 7 en 8) per atleet.
-
B.K. estafetten cadetten,
scholieren, junioren en beloften : 10, 8, 6, 4, 2 en 1 voor de eerste 6 plaatsen
per atleet.
-
V.A.L. “alle categorieën” : 30, 20, 15, 12, 10 en 8 voor de eerste 6
plaatsen, 6 (plaatsen 7 en 8), 3 (plaatsen 9 t.e.m.16) en 2 voor effectieve
deelname.
-
V.A.L. cadetten, scholieren en
junioren : 15, 12, 8, 6 en 4 voor de eerste 5 plaatsen, 2 plaatsen 6 t.e.m. 8)
en 1 voor effectieve deelname.
-
P.K. senioren : 10, 8, 6, 4, 2 en 1 voor de eerste 6
plaatsen.
-
P.K. cadetten, scholieren en
junioren : 7, 5 en 3 voor de eerste 3 plaatsen, 1 (plaatsen 4 t.e.m. 6).
-
P.K. estafetten “alle categorieën” : 5, 3 en 2 voor de eerste 3
plaatsen per atleet.
-
P.K. estafetten cadetten,
scholieren en junioren : 3, 2 en 1 voor de eerste
3 plaatsen per atleet.
-
B.K. “alle categorieën” : 20, 15, 12, en 8 voor de eerste 4
plaatsen, 4 (plaatsen 5 t.e.m. 8) en 2 voor effectieve deelname.
-
B.K. cadetten
en scholieren :10, 8, 6, 4 en 2 voor de eerste 5 plaatsen en 1 voor effectieve
deelname.
-
V.A.L. “alle categorieën” : 15, 10, 8, 6 en 4 voor de eerste 5
plaatsen, 2 (plaatsen 6 t.e.m. 8) en 1 voor effectieve deelname.
-
V.A.L. cadetten
en scholieren : 8, 6, 4 en 2 voor de eerste 4 plaatsen en 1 voor effectieve
deelname.
-
P.K. senioren : 5, 4, 3,
2 en 1 voor de eerste 5 plaatsen.
-
P.K. cadetten,
scholieren en junioren : 3, 2 en 1 voor de eerste 3 plaatsen.
Art.
2 Wanneer 1 wedstrijd geldt voor 2 kampioenschappen tellen
enkel de hoogste punten.
Art.
3 De punten voor effectieve deelname zijn niet cumulatief
met de prestatiepunten.
Art.
4 De punten voor effectieve
deelname worden enkel toegekend indien de atleet zijn kansen heeft verdedigd.
Art. 5 Jeugdatleten die deelnemen aan het kampioenschap “alle categorieën” of “beloften”, kunnen zowel in hun eigen categorie als in “alle categorieën” of “beloften” punten verzamelen.
Art.
6 geschrapt.
Art.
7 Voor veldloopkampioenschappen
tellen de outdoortabellen
II.A op clubvlak
Art.
8 Voor het behalen van een clubrecord worden volgende
punten toegekend :
-
outdoorclubrecord op een olympische proef “alle categorieën” : 10
punten.
-
outdoorclubrecord op een niet-Olympische proef “alle categorieën” :
6 punten.
-
outdoorclubrecord op een olympische proef : 5 punten.
-
outdoorclubrecord op een niet-Olympische proef : 3 punten.
-
outdoorclubrecord aflossing “alle categorieën” : 5 punten.
-
outdoorclubrecord aflossing cadetten,
scholieren en junioren : 3 punten.
-
indoorclubrecord “alle categorieën” : 6 punten.
-
indoorclubrecord : 3 punten.
Art. 9 Punten behaald in “alle categorieën” zijn niet cumulatief met een eventueel clubrecord in dezelfde proef in de jeugdreeksen.
II.B op nationaal vlak
Art. 10 De punten worden toegekend aan de hand van de ranglijsten (exclusief buitenlanders) in het referentiejaarboek”, d.w.z. het “Jaarboek” van het vorige atletiekseizoen. Voor nieuwe proeven die reeds eerder bestonden, wordt vergeleken naar het laatste “Jaarboek” waarin deze proef werd gepubliceerd. Voor volledig nieuwe proeven wordt de V.A.L.-ranglijst einde seizoen gehanteerd.
Art. 11 OUTDOOR
- Olympische proef “alle categorieën” : 40, 30, 20, 15 en 12 voor de eerste 6 plaatsen, 10 (plaats 7 t.e.m 10), 8 (plaats 11 t.e.m. 30), 4 (plaats 31 t.e.m 60).
- Olympische proef cadetten, scholieren en junioren : 20, 15 en 12 voor de eerste 3 plaatsen, 8 (plaats 4 t.e.m. 10), 4 (plaats 11 t.e.m.30).
- Niet-Olympische proef “alle categorieën” : 20, 15 en 10 voor de eerste 3 plaatsen, 6 (plaats 4 t.e.m. 10), 4 (plaats 11 t.e.m. 30), 2 (plaats 31 t.e.m. 60).
- Niet-Olympische proef cadetten, scholieren en junioren : 10, 8 en 6 voor de eerste 3 plaatsen, 4 (plaats 4 t.e.m. 10), 2 (plaats 11 t.e.m. 30).
INDOOR
-
Proef “alle categorieën” waarvoor er kampioenschappen worden
georganiseerd : 20, 15 en 10 voor de eerste 3 plaatsen, 6 (plaats 4 t.e.m. 10),
4 (plaats 11 t.e.m. 30).
-
Proef cadetten, scholieren en
junioren waarvoor er kampioenschappen worden georganiseerd : 10, 8 en 6 voor de
eerste 3 plaatsen, 4 (plaats 4 t.e.m. 10).
-
Proef “alle categorieën” waarvoor er geen kampioenschappen
worden georganiseerd : 10, 8 en 6 voor de eerste 3 plaatsen, 4 (plaats 4 t.e.m.
10), 2 (plaats 11 t.e.m. 30).
-
Proef cadetten, scholieren en
junioren waarvoor er geen kampioenschappen worden georganiseerd : 6, 4 en
3 voor de eerste 3 plaatsen, 2 (plaats 4 t.e.m. 10).
Art. 12 Om de punten te verkrijgen dient de prestatie inschuifbaar te zijn in de gepubliceerde ranglijsten in het referentiejaarboek van de V.A.L. De prestatie dient altijd iets beter te zijn dan de laatst vermelde prestatie voor diezelfde proef in het referentiejaarboek.
De tijden tot 400 m dienen elektronisch te zijn én de prestatie moet voldoen aan de windnormen. Indien er zekerheid bestaat over een vergeten prestatie in het “Jaarboek” wordt deze er op de passende plaats tussengevoegd.
Art. 13 Jeugdatleten die in een zelfde proef zowel in de ranglijsten van de eigen categorie, als in deze van alle categorieën voorkomen, krijgen voor deze proef het hoogste aantal punten van de twee.
Art. 14 Voor een provinciaal record op het einde van het seizoen wordt een bonus toegevoegd : 10 punten voor alle categorieën, 5 punten voor cadetten, scholieren en junioren.
Art. 15 geschrapt.
Art. 16 Voor prestaties die hier niet vermeld worden - omdat ze nog beter zijn dan de hoger vernoemde - bepaalt de Raad van Bestuur per geval de bonuspunten.
II.C deelnamepunten
Art. 17 Voor deelname aan wedstrijden van de “Beker van Vlaanderen” : 12 punten – wie eventueel aan 2 wedstrijden (Interclubs) dient deel te nemen : 8 punten per wedstrijd.
Art.
18 Voor deelname aan de “BENEGO-Cup” :
12 punten.
Art.
19 Voor deelname aan een eigen KAPE-meeting
: 8 punten.
Art.
19bis Voor deelname aan 4 zomermeetings naar keuze : 6 punten.
Art.
20 Aan atleten die op de datum van de
“BENEGO-Cup” of een eigen KAPE-meeting worden opgeroepen voor een selectie
van de K.B.A.B., V.A.L. of P.C.A. kan de Raad
van Bestuur hetzelfde aantal punten toe kennen als aan de deelnemers.
Hoofdstuk
III – BEREKENING
Art.
21 Er zijn 3 budgettaire maxima :
-
Totaal bedrag : maximum 1200 Euro.
-
Individueel : maximum 300 Euro.
-
Per punt : maximum 1,50 Euro.
Art.
22 Per atleet worden alle punten van het
ganse seizoen opgeteld en nadien verminderd met 40.
Art.
23 Wie méér
dan 200 punten heeft wordt op 200 gezet en wie minder dan 10 punten heeft wordt
op 0 gezet.
Art.
24 Op basis van de “regel van drie”
wordt het maximum bedrag van 1200 Euro
verdeeld over de atleten.
Hoofdstuk
IV – UITBETALING
Art.
25 De prestatievergoeding wordt bepaald door de Raad
van Bestuur en wordt uitbetaald in het volgende seizoen en dit enkel aan
atleten die op het moment van de uitbetaling nog actief KAPE-lid zijn (eens dat
de toegewezen bedragen goedgekeurd zijn door de Raad
van Bestuur, worden de prestatievergoedingen niet meer herverdeeld).
Art.
26 De Raad
van Bestuur kan bij duidelijk wangedrag, onsportief gedrag of weigering
om aan de interclubs deel te nemen, een bepaalde som in mindering brengen.
Dit
reglement gaat in vanaf het seizoen 2008-2009.
Goedgekeurd
door de Raad van Beheer op 23.04.2001.
Aangepast door de Raad van Beheer op 12.04.2003.
Aangepast door de Raad van Bestuur op 29.08.2005.
Aangepast door de Raad van Bestuur op 10.11.2008.
terug naar "Index".