KONINKLIJKE ATLETIEKCLUB KAPELLEN
Training, planning, periodisering.
“Hoe meer je komt trainen, hoe beter jou atletiekprestaties”, voor een outsider is dit misschien een waarheid als een koe, maar het is echter niet zo eenvoudig. De kwaliteit van de training, wat men doet, de methode is zeker zo belangrijk. Een atleet die 6 keer per week traint, maar op een verkeerde manier, zal minder goed presteren dan iemand die maar 3 keer per week oefent maar dan volgens het boekje.
Stel
: je voelt je al een tijdje niet lekker meer en beslist daar wat aan te doen.
Je trekt het bos is en loop rustig vijf keer tweehonderd meter,
onderbroken door wat wandelen, waarna je vermoeid maar tevreden weer naar huis
stapt. Overmorgen doe je precies hetzelfde en een dag later nog een
keer. Als je dat enkele weken
volhoudt, zal je deze vijf keer tweehonderd meter moeiteloos volmaken.
Na enige tijd zal je echter geen vooruitgang meer boeken.
De kans is zelfs aanzienlijk dat je conditie erop achteruit gaat. Het lichaam
heeft zich aangepast en om de prestatie te verbeteren moet men zoeken naar een
nieuwe prikkel, t.t.z.
een andere trainingsmethode. De prikkel
moet ook specifiek en sterk genoeg zijn, echter ook niet te sterk want dan
ontstaat overtraining.
Wat
is trainen
?
Volgens
de trainingsleer is trainen een planmatig gestructureerd proces waarbij op
systematische wijze de ontwikkeling van de sportmotorische prestaties wordt
nagestreefd.
Hierin
vinden we enkele belangrijke termen : plan, structuur en systeem.
Hoe
gaat de trainer tewerk
?
Om
een goed trainingsschema samen te stellen moet de trainer rekening houden met
volgende punten :
De
Beginfase
:
De
atleet : Fysieke leeftijd, vrije tijd, motivatie enz...
De
infrastructuur, het materiaal enz...
De
Doelstelling
:
Wat
kan en wil de atleet bereiken vb.: 4 m polsstok, 6 m ver, 100 m in 11.50
De
lat mag hoog gelegd worden maar de doelstelling moet wel realistisch blijven.
De
Fasen
:
Hier
nemen we als voorbeeld een kamper die goed wil presteren in de zomerperiode :
Volgorde
van de fasen :
Relatieve rust (oktober)
Algemene voorbereidingsperiode (nov/feb)
Specifieke voorbereidingsperiode (maart/april)
Wedstrijdperiode
De
Methode
:
Welke
methode ga ik gebruiken voor de training van kracht, snelheid of uithouding.
Voorbeeld
: interval, herhaalmethode, piramide enz..
De
Evaluatie
:
Regelmatig
een evaluatie maken door middel van een
testbatterij of door deelname aan een wedstrijd.
Daarna
kan het schema eventueel worden aangepast aan de tekorten van de atleet.
Wat
is periodisering
?
De
beginfase is gekend, de doelstelling is vastgesteld, nu komt de vraag wat doet
de atleet om zijn doelstelling te bereiken ? Het antwoord op deze vraag is
: planning en periodisering.
De volgende stap is het opmaken van een jaarplan.
Dit jaarplan wordt vervolgens onderverdeeld in een maandplan (macro
cyclus) en een weekplan (micro cyclus). Dit principe heet periodisering. Belangrijk is dat bij het opmaken van een trainingsschema de
basisprincipes uit de trainingsleer waarbij de belasting centraal staat moeten
gerespecteerd worden. Eén van de belangrijkste principes is de
supercompensatie, ook overcompensatie of hypercompensatie genoemd.
Wat
is supercompensatie
?
Na
een aangepaste training is de atleet uiteraard vermoeid, zijn atletisch vermogen
is gedaald, of althans één of meerdere aspecten ervan.
De prestatiecurve gaat dus in dalende lijn, tot ze een dieptepunt heeft
bereikt, dan gaat ze weer in stijgende lijn.
Het bijzondere is nu dat die stijgende lijn doorloopt tot op een punt dat
het beginniveau overtreft. Op dat
moment is de supercompensatie ingetreden. Het
prestatievermogen van de atleet is dus groter geworden dan voor de training.
De moeilijkheid is nu de volgende training op het gepaste moment te laten
plaats hebben. Als de curve zich
nog niet boven het beginniveau bevindt en het lichaam krijgt al een nieuwe,
gelijkaardige prikkel toegediend, dan is de training eigenlijk zinloos geweest.
Méér
nog, als dat geregeld gebeurd, dreigen overtraining en oververmoeidheid en wordt
de conditie van de atleet alleen maar slechter.
De tijd tussen twee trainingen mag echter ook niet te lang zijn, anders
kan de atleet niet meer profiteren van de supercompensatie en boekt hij weinig
vooruitgang. Enkele richtlijnen van de recuperatietijd om een progressief toenemend
prestatieniveau te verkrijgen : snelheid - 72 uren, kracht en anaërobe
uithouding (weerstand) - 48 uren, aërobe uithouding - 24 uren.
Dit zijn echter gemiddelde waarden, individuele afwijking zijn uiteraard
mogelijk. Het is dus noodzakelijk
dat de trainer zijn atleet goed kent en goed leert evalueren.
Hoe
zit het met onze trainingen
?
Zonder
de inzet van onze bestuursleden over het hoofd te willen zien, mag er toch
gezegd worden dat de constante verbetering van clubrecords en de tientallen
kampioenen die onze vereniging de laatste jaren telde, te danken is aan de
kwaliteit van de trainingen. Onze
hoofdtrainers volgen reeds jaren de cursussen van de Vlaamse Trainersschool en
zijn regelmatig aanwezig op de Top Trainer Clinics.
Het feit dat zij worden aangeduid door de VAL
voor de Provinciale Trainingen in het kader van het "Jeugdproject"
is zeker geen toeval. Hopelijk hebben de enkelingen die zelf hun trainingsschema
maken of zelf bepalen waar of wat ze gaan trainen nu begrepen dat ze het beter
aan hun trainer overlaten.
Hubert Hendrickx