KONINKLIJKE ATLETIEKCLUB KAPELLEN
Ooit,
OOIT … passeren we allemaal de kaap van de 35. Hoe zit het dan met de sport ?
Laat ons het verouderingsproces op hardlopen bekijken : in hoeverre zijn de
beperkingen eerder psychologisch en sociologisch dan fysiologisch ?
Het
verouderingsproces wordt al bijna 100 jaar wetenschappelijk onderzocht. Wat de
oorzaken van het verouderingsproces ook mogen zijn, er is weinig verschil van
mening over de gevolgen ervan. Even alles op een rijtje.
Je
lenigheid wordt minder naarmate je celweefsels stijver en minder elastisch
worden. In sommige gevallen hebben je gewrichten misschien ook te lijden van een
verminderde bewegingsuitslag, wat bijdraagt tot verlies van lenigheid.
Je
kracht neemt af. Je wordt geboren met een bepaalde hoeveelheid
spiercellen. Naarmate je ouder wordt, sterven ze af en worden ze niet meer
vervangen. Tegelijkertijd hebben spieren te lijden onder een toename van vet,
water en non-musculair weefsel.
Het
vermogen van hart en bloedvaten wordt minder. Op zijn 50ste
zal de gemiddelde mens die een zittend leven leidt, nog slechts 80 % van het
vermogen van hart en bloedvaten hebben t.o.v. toen hij 30 was. Arteriosclerose
– een vernauwing en verharding van de bloedvaten – o.a. veroorzaakt
door ongezonde voeding, verergert het probleem.
Parallel
met dit verval is er de achteruitgang van de longcapaciteit. Als je een
“gemiddeld” mens bent, is je longcapaciteit op je 50ste nog
slecht 70 tot 80 % van het niveau van toen je 30 was. Het afnemen van de
longcapaciteit wordt verder verergerd door het feit dat je borst met de jaren
stijver wordt, waardoor
zij niet meer zo volledig kan uitzetten als vroeger. En de spieren die je
borst uitzetten en je middenrif omlaagduwen om ervoor te zorgen dat je inademt,
zijn zwakker dan toen je jonger was.
De
snelheid van de zenuwimpulsen neemt in de loop van de tijd af, maar in
een relatief langzaam tempo : 10 % tijdens je leven, waarvan ongeveer 5 % tussen
30 en 50 jaar.
Als
het zo wordt gesteld, dan lijkt het een somber beeld. Je denkt nu dat je slechts
een schaduw wordt van je vroegere zelf naarmate je ouder wordt. Gelukkig zijn er
goede redenen om te veronderstellen dat je goed kunt blijven lopen - ook al
word je ouder - als je maar rekening houdt met de fysieke en psychologische
factoren en je training aanpast om het vertragende effect van de veroudering te
overwinnen.
Zijn
er dan bijzondere risico’s voor een loper boven de 35 ? Het belangrijkste
risico is vaag en negatief : overtraining. Het vermogen van het lichaam
om stress door overtraining te verdragen, lijkt te verminderen naarmate we ouder
worden en – in combinatie met de andere verouderingsfactoren – maakt
het de onvoorzichtige of overmoedige loper vatbaar voor blessures. Voortdurende
waakzaamheid tijdens de training is een must.
Het verouderingsproces de baas zijn, vereist een specifiek programma. Om je verlies aan kracht en lenigheid te ondervangen, zul je misschien moeten beginnen aan krachttraining en rekken (zelfs als je dat nooit eerder hebt hoeven te doen). Om je verlies aan lenigheid verder tegen te gaan en om blessures te helpen voorkomen, zal je misschien massage moeten toevoegen aan je trainingsregime. Om je te hoeden voor de gewichtstoename die gebruikelijk is bij oudere mensen, zul je op je voeding moeten letten met beperking van het gehalte van cholesterol en verzadigde vetten in je voeding. Deze stoffen verminderen namelijk de capaciteit van hart en bloedvaten en vergroten het risico van hart- en vaatziekten. Toch moet je voeding tegelijkertijd zorgen voor voldoende energie, vitamines en mineralen, zodat je sterk genoeg bent om goed te lopen.