KONINKLIJKE ATLETIEKCLUB KAPELLEN
(trainingsinfo voor kadetten, scholieren en junioren)
Alvorens een idee te geven over hoe de trainingsopbouw voor een atleet er kan uitzien, zou ik toch graag enkele bedenkingen willen maken aangaande de sfeer waarin een atleet/atlete kan verkeren tijdens het beoefenen van zijn of haar keuzesport.
Vanaf
kadet dienen onze atleten meer schematisch en trainings-structureel begeleid te
worden.Van groot belang is de noodzaak voor de jeugdige atleet/atlete om reeds
een eerste (soms reeds definitieve) keuze te maken voor één of meerdere
disciplines, waarvoor hij/zij het daaraan verbonden trainingswerk wil
verrichten. Grote zorg dient besteed te worden aan de begeleiding tijdens de
trainings-opbouw, aangezien onze nog jonge atleten in een fase van hun leven
zijn gekomen, waar enorme biologische groeimomenten en veranderingen
plaatsvinden, die de jeugdige sportbeoefenaars niet alleen fysiek maar ook
psychologisch dienen te verwerken. Komt daarbij dat ook de schoolse activiteiten
een zware belasting kunnen vormen naast de gewone dagelijkse leertoestanden.
Samengevat :
onze jeugdige atleet wordt op alle fronten belaagd en dan moet hij ook nog sport
van een goede kwaliteit beoefenen. Juiste en goed gedoseerde training, die
consequent kan opgevolgd worden, is prioriteit nummer 1.
Het
lijkt logisch dat de atleet een atletiekdiscipline kiest die het sterkst
beantwoordt aan de aangeboren talenten. Dit is echter niet altijd het geval en
zowel als trainer en/of als ouder dient men dan
ook te aanvaarden, dat die eerste keuze van een discipline niet altijd de meest
logische keuze is, maar - het moet wel duidelijk zijn - dat die keuze
moet overeenstemmen met wat de atleet aan trainingsarbeid wil
verrichten.
Anderzijds
moet men als trainer ook zijn verantwoordelijkheid opnemen en een atleet op een
gefundeerde manier in een andere richting - dus naar een andere discipline
sturen - wanneer die eerste keuze op termijn absoluut niet te verenigen is
met de fysieke of potentiële mogelijkheden van de atleet in kwestie.
We gaan er nu van uit dat een atleet correct heeft gekozen. De trainingen vanaf niveau kadet zijn gebaseerd op een meerjarenplanning die grosso modo overeenstemt met de periode die zij in een bepaalde leeftijdscategorie zullen door-brengen. Binnen deze planning vinden wij een periodisering gebaseerd op winter- en zomerseizoen m.a.w. een opbouwperiode tijdens de winter, die de atleet in staat moet stellen om een zomercompetitie van hoog niveau te betwisten binnen het kader van zijn of haar potentieel. Bewust zal in de winter geen hoge competitiepiek nagestreefd worden, aangezien de atleten pas als senior voldoende fysieke kracht en psychologische weerbaarheid hebben kunnen intrainen, om gedurende de winter een indoorpiek na te streven, en in de zomer een tweetal competitiepieken te bereiken. Maar ook bij de seniors zien wij soms dat bewust de wintercompetitie ondergeschikt wordt gemaakt aan de zomerwedstrijden.
Hoe
bouwen we zulk een jaar- schema op. Een voorbeeld ter illustratie voor een
student/atleet die algemeen sprint en/of horden traint :
Eerste
periode = conditiefase :
winterperiode vanaf midden oktober of begin november.
duur
= ongeveer 6 tot 8 weken.
doel
= musculatuur, bedrevenheid en respiratorisch vermogen aanpassen en verbeteren
in functie van de gekozen
discipline.
methode
= elke parameter door maximale belasting verbeteren.
Tweede
periode = voorbereidingsfase :
winterperiode vanaf december.
duur
= ongeveer 2 tot 4 maanden.
doel
= de atleet fysiek en psychologisch voorbereiden op competitie.
methode
= de zwaarte van de belasting neemt af, en de intensiteit stijgt door meer
specifiek te trainen.
Derde
periode = eerste competitiefase :
lenteperiode vanaf april.
duur
= ongeveer 4 tot 8 weken.
doel
= fysiek en psychologisch op zijn of haar topniveau competitie beoefenen.
Methode
= de algemene belasting daalt verder, terwijl de maximale intensiteit word
nagestreefd.
Vierde
periode = eerste herstelfase :
blok- en examenperiode.
duur
= 2 tot 5 weken.
doel
= de atleet een zo groot mogelijke herstelperiode op elk vlak bieden.
Methode
= actieve rust waarin de atleet alleen conditioneel en algemeen werk verricht.
Vijfde
periode = tweede competitiefase :
zomerperiode vanaf juli.
duur =
6 tot 12 weken.
doel
= fysiek en psychologisch op zijn of haar topniveau competitie beoefenen.
methode
= maximale intensiteit zo lang mogelijk op een behoudend niveau betrachten.
Zesde
periode = tweede herstelfase :
oktober.
duur
= 2 tot 4 weken.
doel = de atleet een
zo groot mogelijke herstelperiode aanbieden, teneinde alle kleine en soms
onbeduidende kwetsuurtjes volledig te laten genezen.
methode
= afhankelijk van het voorbije lente- en zomerseizoen kan men opteren voor :
a)
totale rust
b)
b) actieve rust
c)
een combinatie van beide.
Tot
besluit.
Het
correct plannen is een essentieel deel van een goede training, waarbij de
persoonlijkheid van de atleet van diepe invloed kan zijn voor de voor de atleet
zelf noodzakelijk ideale opbouw, die naar zijn beste prestaties moet leiden.
Het
komt dan ook wel vaker voor dat de atleet niet altijd goed inzicht heeft in de
voor hem of voor haar gebruikte opbouw of trainings-methode. Het is echter niet
altijd mogelijk om de gebruikte methode tijdens een bepaalde periodisering
haarfijn uit te leggen. Als motto moet gelden dat vertrouwen tussen atleet en
trainer de bouwsteen is van een goede trainingsrelatie.