KONINKLIJKE ATLETIEKCLUB KAPELLEN
Het
belang van drinken en het nut van sportdranken.
De
tijd dat drinken van water (of iedere andere drank) tijdens een sportwedstrijd
als nefast werd beschouwd, ligt reeds lang achter ons. Tegenwoordig is iedere
bewuste (recreatie)sporter overtuigd van het nut van voldoende vochtinname. En
dat niet alleen tijdens het sporten, maar ook in het dagelijkse leven. Een
hoeveelheid van 1,5 liter per dag wordt zelfs aangeraden om de inwendige
vochtbalans in evenwicht te houden. Voor
de dagelijkse behoefte is gewoon water het beste. Gaat men echter (intensief)
sporten, dan is een sportdrank aangewezen. Goede sportdranken moeten echter aan
heel wat criteria voldoen. We zetten ze hier even op een rijtje :
1.
DORSTLESSEND : de aanvoer van water moet het verlies compenseren, zoniet
zal het prestatievermogen snel verminderen en zo mogelijk leiden tot uitdroging
(dehydratatie). Herinner u de beelden van zwalpende marathonloopsters of
flauwgevallen tennissers.
2.
GOEDE EN FRISSE SMAAK : tijdens de inspanningen wordt de
smaakgewaarwording anders. Te sterke of te stroperige dranken worden onaangenaam
ervaren, zodat men te weinig gaat drinken.
3.
GOED VERTEERBAAR : een goede balans tussen suikers en water zorgt ervoor
dat het vocht de maag vlug verlaat om door het lichaam opgenomen te worden.
Bepaalde suikers genieten de voorkeur : glucose en maltodextrine (zoals in
druivensuiker) zijn uitstekend, fructose (zoals in fruitsap) wordt minder goed
verteerd.
4.
VOLDOENDE ENERGIERIJK : dit wil zeggen dat er voldoende (maar ook niet
teveel) koolhydraten moeten aanwezig zijn. Hoevéél is afhankelijk van de duur
van de inspanning (kort, middellang of zeer lang) en de weers-omstandigheden (de
temperatuur en de vochtigheidsgraad). Een hoeveelheid van 6 à 8 % koolhydraten
wordt algemeen als voldoende beschouwd.
5.
MINERALEN : vooral een kleine hoeveelheid natrium is o.a. nodig om het
zoutverlies door transpiratie tegen te gaan, maar ook om het dorstgevoel op peil
te houden.
Vragen
en Antwoorden
1.
Hoeveel moet men drinken tijdens het sporten ?
Grofweg gezegd : zoveel mogelijk als de omstandigheden het toelaten. Meestal wordt er veel te weinig gedronken, ook omdat men pas drinkt wanneer men dorst krijgt : dit is dan meestal te laat ! Een vuistregel is : per uur sporten minstens 0,5 à 1 liter drinken. Opmerking : beter enkele malen véél drinken, dan dikwijls kleine hoeveelheden.
2.
Wanneer moet men drinken ?
Eerst en vooral moet
men er een dagelijkse gewoonte van maken 1 à 2 liter vocht tot zich te nemen,
of men nu sport of niet. Gaat men sporten,
dan drinkt men best kort voor de inspanning 0,5 liter water. Doet
men dit te lang op voorhand, dan zal het ingenomen vocht weer als urine
uitgescheiden worden, zodat men het tegengestelde effect bereikt. Tijdens het
sporten moet men rekening houden met de duur en de intensiteit van de
inspanning : tijdens een uurtje rustig wandelen heeft men minder nodig dan bij
een marathon. Ook het weer speelt mee : hoe warmer en hoe vochtiger het is, hoe
meer men moet drinken. Na het sporten is het belangrijk weer voldoende te
drinken en te eten, de spieren hebben immers veel energie verbruikt en een
vlugge aanvulling van energie is noodzakelijk. Hiervoor zijn er energiedranken
op de markt, die men echter niet mag verwarren met de dorstlessers zoals
hiervoor beschreven.
3.
Wat mag men zeker niet drinken ?
Koffie
of thee zijn af te raden vanwege hun vochtafdrijvende en dus uitdrogende
eigenschappen, idem voor alcoholische dranken. Koolzuurhoudende dranken (dit
zijn meestal frisdranken) bevatten niet de juiste hoeveelheden koolhydraten (te
veel) en mineralen (te weinig), bovendien kan men er te weinig van drinken. Puur
fruitsap kan een ongestelde maag of diarree tot gevolg hebben. Tenslotte zijn te
koude (minder dan 10° C) of erg warme dranken af te raden.
4.
Zijn al die dure merken wel nodig of kan ik zelf mijn eigen sportdrank
maken ?
De
meeste gekende merken zijn wel degelijk goed samengesteld en bevatten alles wat
nodig is. Zelf een sportdrank maken is zeker mogelijk.
Hier
volgen enkele recepten :
-
50 gram sacharose (=gewone suiker) oplossen in 1 liter water en enkele
druppeltjes citroensap toevoegen voor de smaak.
-
75 gram dextrine-maltose
(te koop bij de apotheker) oplossen in 1 liter water en ook hier enkele druppels
citroensap aan toevoegen.
-
100 gram roosvicé
oplossen in 1 liter water.
-
50 gram glucose (te koop
bij de apotheker) oplossen in 1 liter water, weer citroensap toevoegen.