KONINKLIJKE ATLETIEKCLUB KAPELLEN
MELKZUUR en METING
Herhaaldelijk
hoort men in de atletiek en in de joggerswereld
spreken over lactaatmetingen.
Wat
betekent dit eigenlijk?
Het
is het meten van de verzuringsgraad in de spieren als gevolg van een
sportbeoefening. Verzuringsgraad kunt u best vergelijken met vermoeidheidsgraad.
Waarom
een lactaatmeting?
Naast
de meting van de individuele snelheid, en de hartfrequentie, is de lactaatmeting
een derde richtmeter in de trainingsopbouw en aansturing van
trainingsbelastingen bij atleten en wat ambiteuzere vrijetijdslopers. Er is
echter geen enkele verplichting om dit te doen!
De
beste meetmethode is die op een loopband, waarbij de loper met een rustig
aanvangstempo begint, om alle 3 tot 5 minuten tijdens een 0.5 min rusttijd een
bloedstaal te laten nemen voor de lactaattest (dit gebeurt ook al lopende,maar
dit is meer geschikt voor de competitieloper).
Na
elke staalname gaat het tempo met ong.1.5 km/h de hoogte in, tot de aërobe-anaërobegrens
bereikt wordt. Deze grens of drempel wil zeggen : wat de loper op dat ogenblik
aan duurloopsnelheid maximaal kan bereiken. Voor atleten ligt het gemiddelde
rond de 180 hartslagen per minuut. De looptest wordt daarom ook gecombineerd met
de meeting van de hartfrequentie.
Aëroob?
Aanaëroob?
Alles
draait om het feit dat tijdens het lopen ons lichaam energie nodig heeft. Ons
lichaam heeft verschillende energiebronnen die ofwel via zuurstof (aëroob) via
ons bloed wordt rondgestuwd, ofwel als lichaams-eigen-energie (anaëroob) door
ons lichaam wordt geproduceerd (bv creatine, melkzuur, enz.) en afgegeven.
Aërobe
energieafgave of energieopwekking :
Om
de spieren daadwerkelijk te belasten is er energieopwekking nodig. Bij
betrekkelijk lichte lichaamsbelasting bekomt men die energie via uit de voeding
verkregen glucoses en vetzuren
door
onze zuurstofgebonden stofwisseling (metabolisme). Zuurstof wordt via de
bloedcellen door ons lichaam gepompt. Deze soort van energieopwekking is echter
beperkt.
Anaërobe
energieafgave of energieopwekking:
Via
deze bron stellen wij energie ter beschikking die nodig is bij hogere
spierbelastingen, maar zonder gebruik te maken van zuurstof, dit energieproces
heet glycolyse = energie uit melkafscheiding. Als stofwisselingsproduct ontstaat
melkzuur, waarvan het zout als lactaat wordt omschreven.
Bij
elke lichamelijke belasting wordt echter niet alleen lactaat gevormd, maar
tegelijkertijd ook afgebroken. Zolang de lactaatwaarde zich in een verhouding
van gelijke melkzuuropbouw en melkzuurafbouw bevindt = “steady state“ kan de
trainingsopbouw of belasting verder gaan met positieve resultaten.
Aërobe-anaërobe
drempel.
Vanaf
een bepaalde trainingsbelasting zal de lactaatwaarde echter niet in balans zijn,
doordat de anaërobe stofwisseling meer melkzuur opbouwt dan de aërobe
stofwisseling kan afbreken. De aërobe-anaërobe-drempel is bereikt.
De
basis of gemiddelde lactaatwaarden liggen tussen 0.9 en 2.0 mmol/l. (mmol =
grammolecule of eenheid van hoeveelheid stof). Algemeen wordt aangenomen dat de
vaste anaërobe drempel ligt op 4.0 mmol/l. Tijdens metingen bij een ruststop op
een training kan deze rustwaarde hoger liggen dan de lactaatwaarde bij lichte
belasting: maar geen paniek.
Afhankelijk
van uw lichaamseigen stofwisseling kan uw individuele anaërobe drempel tot 1
mmol/l hoger of lager zijn dan de hoger vermelde normen, en dus ook opletten met
vergelijkingen met collega-lopers die volgens een identiek systeem trainen, maar
individueel verschillende normen kunnen hebben. Ook kan niemand voor u
blindelings bepalen welke de voor u meest geschikte hartfrequentie is tijdens
duurlopen of trainingssessies. Waar 140 sl/m voor de ene te hoog is kan
ditzelfde ritme voor een ander misschien net iets te laag zijn.
Raad:
luister halverwege uw training naar uw hartslag en ademhaling, en luister niet
naar die van anderen.
Wat
kan de loper daar aan doen?
Door
geduldige trainingsopbouw kan het bereiken van deze drempel steeds verder
verlegd worden, en zal de duurprestatie verbeterd worden.
I. Biologisch gezien moet aan drie zaken gewerkt worden :
a) verhoging van de enzymen in de aërobe stofwisseling (enzymen zijn
stoffen die de snelheid van bepaalde organische reacties kunnen wijzigen);
b) de mitochondriën groter maken en in aantal doen toenemen
(mitochondriën zijn deeltjes in de spieren die elektrische ontladingen
veroorzaken);
c) versterkte kapilizering die voor een betere zuurstofopname door de
spiercellen zal zorgen (kapilizering wil zeggen vermeerdering van de
bloedvaten).
II. Deze drie verbeteringen zorgen voor
· grotere glucosetolerantie;
· gelijlkmatigere hartslag tijdens de belasting;
·
beter
beroep doen van de spieren op een efficiëntere energiewinning waardoor naast
koolhydraten ook vetten afgebouwd worden.
Risico’s
voor de “te” ambitieuze sportieveling.
.
Door
te intensief aangevangen trainings-opbouw ontstaan te hoge lactaatwaardes
waardoor onbewust en dus te vaak getraind wordt boven de aërobe-anaërobe-drempel.
De spieren verzuren sneller en de verhoopte verbeteringen realiseren zich niet.
En men weet niet waarom.
Niet-efficiënt
trainingsgedrag heeft tot gevolg dat de vetafbouw of verwerking naar energie
niet gebeurd. Twee- tot driemaal per jaar een lactaattest doen voor gemotiveerde
hobbylopers of voor gedreven joggers is geen luxe, maar helpt om de
prestatieontwikkeling goed op te volgen tijdens regelmatig en consequent
trainen. Maar nogmaals, u moet dit niet doen, u mag dit.
Nog
enkele tips voor marathon- of lange duurlopers in spé.
A) 1) volg 3 tot 4 maal per week minstens een 40 minuten
looptraining;
2)
bepaal de door u realiseerbare aanloopperiode naar een specifieke lange duurloop
of ½ of hele marathon, en breng de moed op om in de laatste 8 weken van deze
periode éénmaal per week minstens 150 minuten te lopen, en in de laatste 4
weken minstens één of tweemaal 220 minuten te lopen;
3)
zorg voor een waterdicht horloge voorzien van een chronometer en met
hartfunctie;
4)
bij het begin, en een viertal weken voor het einde van deze periode een
loopbandtest met lactaatafname doen.
B) duurlooptraining : er bestaan verschillende types van duurlopen
1) zuurstofloop (zeer extensieve duurloop): hartritme 124 tot 131
sl/m;
2)
langzame duurloop (extensieve duurloop): hartritme 133 tot 143
sl/m
3) middeltrage duurloop (laag intensieve duurloop):
hartritme 144 tot 152 sl/m;
4) snelle duurloop (intensieve duurloop) : hartritme 153 tot 162
sl/m.
Duurlopen
met en hartritme boven 162 sl/m is meer bedoeld voor competitielopers van
Vaker
voorkomende fouten bij duurlopen.
1)
heel wat joggers beginnen met te hard te trainen waardoor ze makkelijker
stagneren;
2)
veel joggers hebben polshorloges met hartfunctiemeter waarvan zij het juiste
gebruik niet kennen, noch de waardeaanduidingen correct kunnen interpreteren;
3)
veel joggers vergelijken hun waardes met die van anderen, maar vergeten dat de
hartfrequentie puur individueel is en tot 40 slagen per minuut kan afwijken bij
mannen of
vrouwen
van gelijke ouderdom, gelijke snelheid, gelijk geslacht;
4)
er bestaan vuistregels voor de maximale hartslag per persoon, maar weerom deze
regels zijn vaak maar juist in één op de vijf gevallen.
Ik
geef gewoonlijk de raad om in alle veiligheid uw persoonlijke maximale
hartfrequentie te bepalen : 220 minus uw leeftijd = veilige maximale frequentie.
Paul
Sauviller