KONINKLIJKE ATLETIEKCLUB KAPELLEN

 

 

AFLOSSINGEN : EEN APARTE DISCIPLINE

 

ENKELE RAADGEVINGEN i.v.m. TRAINING VAN  4 x 60 m OF 4 x 80 m OF 4 x 100 m AFLOSSINGEN.      

 

In ons klein landje heeft de aflossingsdiscipline eindelijk erkenning gekregen zowel bij de 4 x 400 m (heren) als vooral bij de 4 x 100 m (dames).

 

De meest succesrijke ploeg bestaat altijd uit goedgetrainde atleten/atletes die door een goed uitgedokterde ploegopstelling en een getrainde aflossingstechniek winnen. Het zijn echter niet altijd de intrinsiek snelste lopers/loopsters die de beste aflossingsploeg vormen !

 

Hoe ontstaat een goede aflossing?

 

n      De aankomende atleet moet zo snel mogelijk blijven lopen.

n      De startende atleet moet zo snel mogelijk starten.

n      De aflossingsactie moet zo kort mogelijk zijn.

n      Bij de stokwisseling moet de stok een zo groot mogelijke ruimte overbruggen.

 

De efficiëntie van de aflossing wordt mede bepaald door het verschil tussen de som van de individuele chrono’s en de chrono van de wedstrijdaflossing : die kan tussen de 2 en de 3 seconden  sneller zijn.

 

OPBOUW VAN DE AFLOSSINGSTRAINING.

 

Van klein naar groot.

 

Bij de jongsten die al spelend atletiek leren beleven,  dient er vooral gelet te worden al spelend te leren omgaan met het ruimtelijke  en het visuele waarnemen. Later kan men kinderen bewustmaken van wat een aflossingszone is.

Dit kan bijvoorbeeld door willekeurig op de piste of op het gras een zone af te bakenen, waar eerst looptechnische oefeningen  gebeuren, om vervolgens over te gaan naar lopen en sprinten in de aflossingszone.

 

Startoefeningen kan men best instuderen met een visueel signaal dat de kinderen er op attent maakt dat een medeloper naar hen toeloopt. Eerst de kinderen naar de plaats van het signaal laten lopen om ruimte- en tijdszin te oefenen, daarna oefeningen waarbij ze het hoofd rugwaarts leren draaien. Een signaal kan een armbeweging zijn, of een bal laten vallen: startreactie op het loslaten van de bal of een bal rollen tot een bepaald punt: startreactie op het moment dat de bal een bepaald punt voorbij komt, enz.

 

Daarnaast de aankomende atleet met verschillende snelheden laten lopen om de link naar de aflossing beter te kunnen leggen.

 

Bij kinderen kan men bij het aanleren van de start volgende stappen nemen:

 

WISSELTECHNIEKEN.

 

Fakkeltechniek is specifiek bedoeld voor 4 x 400 m.

 

Onderhandse techniek of “vork”-methode: de arm van de ontvanger wordt rugwaarts gestrekt of de arm wordt licht gebogen rugwaarts gehouden. In het laatste geval bestaat het gevaar dat de stok tegen bil of heup kan slaan. Een ander gevaar bij deze manier is dat de stok niet goed in de hand terechtkomt.

 

Bovenhandse techniek: waarbij de arm sterk rugwaarts en opwaarts wordt gehouden met de handpalm opwaarts gericht. De stok wordt dus van boven naar beneden in de hand gelegd.

Het grote voordeel is dat de stok van de eerste keer goed in de hand zal liggen.

 

PLOEGSAMENSTELLING.

 

Bij de samenstelling van de ploeg tellen volgende overwegingen mee:

 

- de startreactie met/zonder blokken.

- wie kan beter bocht of rechte lijn lopen.

- de af te leggen afstand

- wissels: wie voelt zich het beste met wie (aanvoelen van elkaar)

- mentale ploeginstelling

Veel aflossingsgenot !!!

 

                               Paul Sauviller

 

terug naar "Index"