DE HOBO
   
   
   

 

De hobo is een instrument met een heel lange geschiedenis. De voorlopers ervan werden al gebruikt bij de Grieken en Romeinen. De hobo zoals we hem nu kennen (met de nodige kleppen, want die had men vroeger niet), kende zijn ontstaan in de 17 e eeuw.

Wat de hobo zo speciaal maakt is het rietje: Het is een dubbelriet. Dit wil zeggen dat er twee rietblaadjes tegen elkaar worden gebonden op een ‘tube' (dit is een metalen buisje met een kurkje rond). Dan wordt met een mes de buitenkant zo bewerkt, dat je er de mooiste muziek op kan maken. De leraar maakt de rietjes speciaal voor jou op maat en na enkele jaren leer je ze ook zelf maken.

De hobo heeft ook een heel speciale klank: Het is een doordringende klank met heel veel boventonen. Dat is ook een van de redenen waarom de hobo de “la” (of de stemnoot) geeft op een concert, alvorens een orkest begint te spelen.

De hobo heeft ook nog een bekende “grote broer”, de althobo of “engelse hoorn”. Deze laatste naam heeft niets met “engels” of met “hoorn” te maken, maar is een verkeerde vertaling van het Franse “Corps Anglé” (gebogen lichaam - de althobo was vroeger gebogen), wat vertaald werd naar “Cor Anglais” (Engelse hoorn).

Enkele foto's:

Hier zie je hoe de hobo ontstaat uit een stuk ebben-hout en bewerkt wordt tot het instrument, waar je op kan leren spelen.

De hobo en zijn grote broer "de althobo" of Engelse hoorn

Zo liggen de houten stokken in de fabriek, klaar om bewerkt te worden tot een hobo

Hier wordt het hout bewerkt (je ziet hier het maken van het het onderste deel, de klankbeker)

En hier doet een technieker de laatste afstelling, alvorens je erop kan spelen

Dit is riethout, waarmee de leraar en later jijzelf begint om een riet te maken…..

en dit zijn dan de rietjes die speelklaar zijn.

Als je gedaan hebt met oefenen of spelen, moet je je instrument zuivermaken met veer of een speciale poetsdoek

Tot in de muziekacademie!!!