Uitrusting van de
Nederlandse infanterie







Algemeen:

Alle details komen uit het Recueil Militair van 1815 (original source) en enkele andere originele documenten.

In het algemeen was de uitrusting voor militie hetzelfde als die van de Linie bataljons. De militie uitrusting is hieronder beschreven. Het enige verschil voor wat betreft de Linie zat hem in de volgende details:

De Noord-Nederlandse Linie sjako was van het normale model (geen stovepipe) en had een koperen plaat met een gekroonde 'W'.

De Zuid-Nederlandse Linie sjako was van het Engelse model. Verder dezelfde koperen plaat. Dit model had een wit koord.

De linie infanterie units hadden witte kragen en armomslagen en rode achterpand omslagen.

De jagers zagen er natuurlijk heel anders uit. Die hadden groene jassen met rode achterpand omslagen en gele armomslagen en kraag. Hun sjako's waren gelijk aan die van de linie infanterie, ook met het verschil in NL en Be eenheden. Ze hadden geen grote koperen sjakoplaat, maar een kleine jachthoorn.
Flank compagnies waren hetzelfde uitgedost als bij de militie.


De uitrusting:

1 Donker blauwe uniform jas met oranje mouw- en kraag omslagen en witte achterpand omslagen aan de achterkant van de jas. De blauwe epauletten en andere randjes zijn met oranje afgezet. De jas is gemaakt van laken. De rok sluit met negen zilveren knopen met daarop het bataljonsnummer.

2 Stuks blauw met wit gedraaide schouder rollen (om de flank compagnie aan te geven).

1 Warme grijze broek voor in de winter, gemaakt van laken stof. Met lederen bovenband en klep met twee knopen van been.

1 Dunne witte broek voor in de zomer, gemaakt van Vlaams linnen. Over deze broek is veel discussie binnen de reenactment wereld: volgens de regelementen is alles echter vrij simpel.

1: Er was een witte broek uitgedeeld.
2: Er waren geen bepaalde datums wanneer welke broeken werden gedragen (die kwamen in 1816).
3: Veruit de meeste tijd (en zeker in Juni 1815) droeg alle onderdelen grijze broeken van laken.

1 Paar lange grijze slobkousen, gemaakt van laken met tien kleine zwarte knopen van hoorn.

1 Paar lange witte slobkousen, gemaakt van linnen. Ook met tien kleine zwarte knopen.

1 Kazerne muts. Blauwe stof met oranje band rondom en oranje piping rond de bovenkant.

1 Wit vest met mouwen, gemaakt van Vlaams linnen. Daar zaten acht kleine knopen aan.

2 Witte onderhemden gemaakt van Vlaams linnen.

2 Paar wollen sokken (bij hand te maken door armenhuizen of inrichtingen).

1 Zwarte halsdas, gemaakt van laken. De bovenrand verstevigd met leer. Sluitend met een kleine gesp.

1 Set bretels om de broek hoog te houden, gemaakt van zelfkant gevoerd met linnen.

1 Warme overjas (Kapot) gemaakt van grijs laken gevoerd met linnen. Sluitbaar met 5 met linnen overtrokken knopen en 1 haak & oog aan de kraag.

2 Onderbroeken, gemaakt van ruw Vlaams linnen.

1 Wollen slaapmuts.

2 Handdoeken gemaakt van ongebleekt linnen.

2 Paar leren schoenen met gespijkerde leren zool en gemaakt van koehuid.

1 Sjako hoed van stevig vilt met zilverkleurig embleem. Op het embleem staat "voor vaderland en Oranje". Boven het embleem een kokarde van oranje leer. Daarboven een witte pluim (125 streep hoog), of voor de flankcompagnies wit met een rode top.

1 Lederen kinband om de sjako vast te maken.

1 Ransel van ruige lederen koeienhuid met twee gestikte witte draagbanden en drie witte pakriemen. Afhankelijk van het soort koeien wat gebruikt is was deze rigzak bruin of zwart-wit. Waarschijnlijk werden beide kleuren door elkaar gebruikt.

1 Wit linnen haverzak (broodzak) met dunne witte draagband. Mededeling van de onder inspecteur Sturler van de 2de div: Op 13 mei 1815 de broodzakken aanwezig en op te halen voor de hele mobiele armee. NA 2.13.52 brief 129.

2 Brede witte koppelschouderbanden van wit leer.

1 Patroontas zonder versierselen plus regenhoesje van ingevet linnen. In de patroontas zit een blokje hout met zes gaten voor evenzoveel patronen. Er is ook een ruimte voor een schroevendraaier en twee vuurstenen in een zwart leren zakje.

1 Regenhoesje van ingevet linnen voor over het schietmechanisme van het geweer en de loop.

1 Stuk vet voor geweer in te vetten, in vetdoos met los deksel.

1 Kleine vet borstel voor geweeronderhoud. Gemaakt van varkenshaar van de rug van het varken.

1 licht blauwe veldfles met dunne witte draagband. In witte letters staat daar op "L.M. B.N. 12 6e Comp"; Land Militie Bataljon nummer 12, 6de compagnie. "Land Militie" werd in 1815 vervangen door "Nationale Militie".

1 Kam.

1 Lepel.

1 Bord.

1 Naaizakje.

1 Kleerklopper.

1 Knoopschaar.

1 Harde borstel voor metalen uniformdelen als knopen en sjakoplaat te polijsten.

1 Borstel voor schoenen te poetsen plus schoensmeer. Gemaakt van varkenshaar van de zijkant van het varken!

1 Spons plus kalkwitsel voor schouderbanden te witten.

1 Stuk vierkant katoen voor onderhoudswerkzaamheden.

1 Zakboekje in blikken koker.

1 Genummerd geweer. Engels type Brown Bess S 260; één meter en achtenveertig centimeter lang. Kaliber 19,05 mm. Plus laadstok en wit lederen draagband. Het geweer en de patroontas hebben hetzelfde unieke nummer.

1 Kort zwaard voor onderofficieren met koper gevest, negen en vijftig centimeter lang. Met wit leren bandje om het gevest en een oranje kwast.Voor sergeants en foeriers een zilveren bandje met oranje kwast.

1 Bajonet plus bajonet hoes.


Later uitgedeeld, na Waterloo in 1815.

Niet alle materialen zijn direct bij de samenstelling van het leger uitgedeeld. Van de volgende onderdelen is het zeker dat ze pas later zijn uitgegeven.

1 Paar wollen handschoenen (bij hand te maken door armenhuizen of inrichtingen). Per 16 oct 1815 ingevoerd (mochten soldaten zelf kopen en dragen)

1 Sjako overtrek van zeildoek. Per 5 oct 1815 ingevoerd.

1 Overtrek voor patroontas van zeildoek. Per 5 oct 1815 ingevoerd.

1 Flesje olie voor draaiende delen van geweer te onderhouden. Per 5 oct 1815 ingevoerd.

Koperen stokhouders voor op de schouderband voor de trommelaars. Per 5 oct 1815 ingevoerd.



En verder nog voor specifieke rangen

Sommige rangen droegen specifieke uitrusting stukken.

Voor Tamboer Majoor: 1 Houten stok (1450 streep lang) met zilveren knop.

Voor Sappeur: Twee gekruiste rode Bijltjes op blauw laken. Te dragen op de bovenarm (ook op vest en kapot). In principe heeft elke sappeur een Kolbak van Hudsonbaai berenhuid met een witte pompon.

Voor Pijpers: Een koperen bus met 3 koperen fluitjes in de tonen A,C en E.

Voor officieren: Oranje sjerp gemaakt van koordzijde plus kwasten/franjes (295 streep lang). Zwaard met zilveren bandje en zilver met oranje kwast.

Recueil Militair van 5 oct 1815



Voor de volledigheid geven we hier de order uit het Recueil Militair van 5 oct 1815 weer. Het geeft een overzicht van alle uitrusting stukken, met hun kostprijs. Let op dat sommige uitrustingstukken (zie hierboven) dus net waren ingevoerd.




Pictures




Veldfles:



Militie Sjako:



Linie Sjako (Flank compagnie):



Zuid-Nederlandse (Engelse)(Flank compagnie) Sjako:



Rozet aan bovenkant sjako



Sjako plaat voor de Militie



Sjako plaat voor de Linie



Rugzak



Bajonet and schede



Banden voor patroontas en bajonet (en kort zwaard voor NCO's)



Veldmuts



Drum



Swallow nest for musicians