|
|
GESCHIEDENIS |
|
|
Aangepast op 15-02-01 |
Wijnstokken hebben er
zowat altijd gestaan in de champagneregio. In de onmiddellijke omgeving van
Sézanne werden wijnstokken, of beter gezegd: restanten van wijnstokken,
gevonden van voor de IJstijden.
De eerste wijnstokken in het gebied die aangeplant werden om effectief een
wijn te produceren van de opbrengst, moeten we gaan zoeken ten tijde van de
Romeinen. De Romeinen veroverden begin onze tijdrekening de regio en brachten de
wijnstokken mee uit het Zuiden.
Maar de ene heerser is de andere niet
en op het einde van de eeste eeuw moesten alle wijngaarden er aan geloven om
plaats te maken voor graan. Er was een voedseltekort en graan was goedkoop en
voedzaam...Het verbod om wijstokken aan te planten werd opgeheven rond het jaar
280.
De Romeinen verloren hun macht en de
Franken kregen het voor het zeggen in de champagenregio. Clovis liet zich dopen
in Reims. De wijngaarden kennen een snelle ontwikkeling door toedoen van een
aantal religieuze orden. De stad Reims had door de kroningen van de Franse
vorsten een goede reputatie. Kloosterorden konden de wijngaarden uitbreiden:
heel wat hellingen worden aangeplant met wijnstokken.
Wijn was voor de kloosterorden zeer
belangrijk: het werd niet alleen gebruikt voor de eredienst, maar er werd ook
wijn verkocht aan de adel. Ook de gasten die in de kloosters logeerden werden
ontvangen met de nodige liters wijn ....
Niet alle wijngaarden behoorden aan de kloosters: ook de adel was de bezitter
van heel wat wijngaarden...
In de 11de eeuw kende de
wijnbouw een opvallende bloeiperiode. De Marne, de Seine en de Aube waren een
geschenk uit de hemel voor de wijnproducenten: hun drank vond gemakkelijk de weg
naar Parijs. En vanuit Parijs werden de wijnen verder vervoerd naar Holland en
Vlaanderen. En Reims was een knooppunt van Romeinse heerwegen... Deze welvaart
duurde nog voort in de 12de eeuw. En in de 14de eeuw werd de kathedraal van
Reims afgewerkt: Reims bleef een zeer belangrijke stad en de wijnbouwers
behoorden tot de rijkste families...
Is het je opgevallen dat
we in dit historisch overzicht tot op heden altijd over wijn hebben gesproken en
niet over Champagne? Tot in de 18de eeuw was er enkel sprake van een stille wijn.
In het begin van de 18de eeuw begon men op grotere schaal "schuimende
wijnen" te produceren. Dom Pérignon bestudeerde de aanmaak van schuimende
wijnen: monikken stimuleerden bewust een tweede gisting in de fles door suiker (rietsuiker)
aan de wijn toe te voegen.Het gebruik van de kurk was hier zeer belangrijk omdat
de belletjes niet mochten ontsnappen...
Eveneens uit de periode van Dom Pérignon: de invoering van de sterke fles en de
ontwikkeling om uit blauwe druiven witte wijn te produceren. Wijnen op fles
bewaren was een nieuw procédé: voordien werd de wijn enkel en alleen op vaten
bewaard.
Dom Perignon was ook de man die voor het eerst ging wijnen assembleren.
In deze periode was er slechts zeer weinig druk op de champagne: de flessen
waren niet bestand tegen een te hoge druk.
Champagne hebben we altijd aangetroffen bij de adel en de andere welgestelden.
Tijdens de 18de eeuw was de champagne de favoriete drank aan het kasteel van
Versailles.
Einde 18de eeuw konden
ook de champagnehuizen profiteren van de industriële revolutie. De
champagnehandel kende een enorme bloeiperiode maar die bloeiperiode werd
gekelderd door een enorme crisis ! Een druifluis, de phylloxera, vernielde
alle wijnstokken. De druifluis werd het eerst gesignaleerd in het zuiden van
Frankrijk, maar in 1888 werd de phylloxera ook aangetroffen in de Aube. In het
begin van de 20ste eeuw werd het hele chamapgnegebied als aangtast beschouwd.
Alle wijngaarden moesten opnieuw worden aangeplant : de nieuwe planten moesten
worden geënt op Amerikaanse stokken want deze stokken waren niet gevoelig voor
de phylloxera.
Eenmaal deze schok te boven gekomen, was
er de eerste wereldoorlog. En in de champagneregio werd er aardig wat gevochten:
de stad Parijs moest immers verdedigd worden. Reslutaat: de wijngaarden nog maar
eens verwoest, maar nu niet door de druifluis.
Een heraanplanting van de wijngaarden was noodzakelijk. Voor het eerst werden de
wijnstokken op rijen aangeplant en dit alleen in de gebieden die klimatologisch
het meest geschikt waren.
In 1927 werden de
grenzen van de champagne-regio wettelijk vastgelegd.
De tweede wereldoorlog betekende weer een dieptepunt voor de Franse wijnbouwers.
Maar éénmaal deze oorlog voorbij kon de champagneproductie en de
champagneverkoop weer geleidelijk worden opgetrokken.
