Deze info is ook terug te vinden per vak / hoofdstuk bij de pagina's over 1/2/3 BGM
Die pagina's worden meer bijgewerkt, en zullen dus meer up-to-date zijn

 

1BGM



Audio

Audio en video
Nog een laatste: deze cursus heet wel videotechnieken, maar nu ik weet hoe dit signaal tot stand komt en hoe het verstuurd wordt vraag ik me toch af hoe en op welk moment het audiosignaal daarbij gevoegd wordt? Of is dit iets voor volgend jaar?
Audio wordt nooit bij de video gevoegd. Enkel als men het heeft over het transport en de opslag van audio en video signalen komen deze samen. Bv op een tape worden audio en video op dezelfde band weggeschreven, maar ieder wel op een verschillende plaats.

Camerabuis

Blooming - Halo
De eerste keer bij beeldsensoren heb je het over "blooming".
(p206 in LB V2.5) "Het grootste probleem bij stilstaande beelden is dat het probleem steeds groter wordt indien er niet voldoende elektromenen worden toegevoegd om de capaciteit volledig op te laden. Dit kan zo ver gaan dat zelfs elektornen uit de buurt van de bewuste pixel er naar toe gezogen worden. De overbelichting breidt zich uit."
Wil dit zeggen dat we een helder punt krijgen met meer donkere punten errond? Met donker bedoel ik, omdat er elektronen zijn weggezogen. Klopt?

Klopt, maar het is beter over 'zones' te spreken dan over 'punten'. De halo heb ik aangegeven in het detail.

detail:



Elektrostatische focussering
Bij elektronenbuizen staat er op p154 een figuur van elektrostatische focussering met buiselektroden.
Is op die tekening V1 dan een buis en V2 een andere buis. Of is het V1 en V2 één buis, en die lijnen daaronder de andere buis ?
Of zijn het gewoon 2 keer 2 buiselektroden ?
V1 en V2 slaan op de spanningen die op de elektrodes staan.
De figuur in attach is misschien duidelijker.  Het zijn inderdaad 2 elektrodes.  Het is onmogelijk om met 1 elektrode elektrostatische velden op te wekken, omdat je daarvoor spanningsverschillen nodig hebt.



CCD

Ladingstransport
Bij schuifregister: "Om te voorkomen dat lading van 4,7 en 10 naar 2, 5 en 8 zouden gaan worden 3,6 en 9 minder positief gemaakt."
Zijn het niet 1,4 en 7 die minder positief gemaakt worden?


Als we de spanning op '1', '4', ... als referentie nemen, dan wordt de spanning op '2', '5', ... verhoogd, en de spanning op '3', '6', ... verlaagd.

Hoe worden de ladingen bij FT getransporteerd? Is dit volgens de theorie van het schijfregister dat 1 op 3 mos die belicht worden en zo lading opschuiven. Of telt deze theorie hier niet meer?
Toch wel.


CMOS

Zwartshading
Wat is "zwartshading" bij CMOS?
Dat is een techniek waarbij er voor gezorgd wordt dat het beeld dat in de camera wordt opgenomen egaal zwart wordt voor de donkere gedeeltes, maw dat voor een egaal donker beeld er geen helderheids- of kleurverschillen zijn.

Colorimetrie

Berekening Y
Op uw minimumlijst staat bij colorimetrie " formule die de helderheid geeft van een lichtsoort" Nu weten we dat dat bij het XYZ-stelsel Y= 0.18R+0.81G+0.011B is bij NTSC Y= 0.3R+0.59G+0.11B bij PAL Y=0.22R+0.71G+0.071B is maar hoeveel is Y bij het RGB-stelsel van de CIE?
Dat is de Y-waarde uit het XYZ stelsel van de CIE.

Chrominantie
> Bij het blokken van de 1ste helft van uw cursus zijn er enkele kleine zaken
> die me nog niet helemaal duidelijk zijn, zijnde:
> - blz. 92: "De signalen die voor ons een kleurinterpretatie geven zijn verschillend van nul, hoewel er geen kleur is": wat bedoelt u hiermee?
Als we voor het doorsturen van beelden Y, R en G nemen, dan zit in Y de helderheid, en in R (rood) en G (groen) de kleuren informatie.
Voor een wit beeld zijn R en G niet nul, maar een wit beeld noemen wij kleurloos, er zit geen kleur in.  Dus, voor kleurloze beelden kunnen de hier gekozen kleurensignalen toch een waarde hebben.  Dit is niet logisch, want het beeld heeft geen kleur.

Coloriemeter
wordt met referentiekleuren r,g,b bedoeld?
Dit zijn de kleuren die als basis gebruikt worden in het gekozen kleurenstelsel

wat zet men precies op het referentievlak
de te onderzoeken kleur

en hoe (bron)?
Met een monochromatische lichtbron

Maw wat zal men proberen na te bootsen?
Het is dus de bedoeling om lichtkleuren te onderzoeken.
Om een van de twee vlakken laat men licht invallen.  Dit licht zal zo monochromatisch mogelijk (zo zuiver mogelijk, zo verzadigd mogelijk) moeten zijn.
Op het andere vlak laat men rood, groen en blauw licht invallen.  Omdat er meerdere kleurensystemen zijn zijn er dus ook meerdere definities van de golflengte van de primaire kleuren.
Het is dan de bedoeling de hoeveelheden rood, groen en blauw zo aan te passen, dat de menging van deze kleuren (op het ene vlak) er hetzelfde uit ziet als de (zuivere) kleur op het andere vlak.  Zo bepaalt men hoeveel rood, groen en blauw er in een bepaalde kleur zit.


Kleurenruimtes
Zijn dit de formules van de kleurenstelsels?
CIE - XYZ:  Y= 0,18R + 0,81G + 0,011B
NTSC: Y = 0,3R + 0,59G + 0,11B
PAL: Y= 0,22R + 0,71G + 0,071B
(opm: het luminantiesignaal binnen PAL wordt wel berekend op basis van de formule die is opgesteld voor NTSC)
HD: Y = 0,2126R + 0,7152G + 0,0722B


Kleurenruimtes
Is de reden van bestaan van de kreurenruimte kunnen 3D ruimte om zetten in 2D ruimte?
Neen.  Kleurenruimtes bestaan gewoonweg omdat blijkt dat men met het mengen van kleuren niet alle kleuren kan aanmaken.  Daarom heeft men het begrip kleurenruimtes ingevoerd: de verzameling van kleuren die met een bepaade menging na te maken is.  Ook kunnen niet alle beeldopnemers alle kleuren onderscheiden.  Die hebben dus ook steeds een eigen kleurenruimte.
Men is aan de 3D ruimte gekomen omdat er 3 basiskleuren zijn: R, G en B.  Men heeft de 2D ruimte ingevoerd omdat de 3D ruimte minder goed te bevatten is, en omdat het eenvoudiger is in een 2D ruimte te rekenen.

Mengwetten
Bij het studeren van Videotechnieken zijn er enkele dingen die nog onvolledig zijn in mijn cursus. Kunt u de volgende begrippen a.u.b. uitleggen en/of verklaren?
* de 2e en 3e mengwet.
Voila, dat is alles
Bij additieve menging van twee kleuren ontstaat er een derde kleur die berekend kan worden door optelling van de overeenstemmende primaire kleurcomponenten.
Dit wil zeggen dat men (op een wiskundige manier) kan berekenen wat het resultaat is van een kleurenmenging. Om dit te doen gaat men eerst de twee kleuren die men wit mengen ontleden in zijn primaire kleuren. Daarna telt men de waarden van de primaire kleuren op. Zo bekomt men de mengkleur.
VB:

Kleuren: Kleur 1: Cyaan
Kleur 2: Rood
Ontleden: Kleur 1: Cyaan = 0 Rood + 1 Groen + 1 Blauw
Kleur 2: Rood = 1 Rood + 0 Groen + 1 Blauw
Mengen: Cyaan + Rood  = ( 0+1 ) Rood + ( 1+0 ) Groen + ( 1+0 ) Blauw
= 1 Rood + 1 Groen + 1 Blauw
= Wit
Als twee gekleurde vlakken dezelfde kleurindruk opwekken, dan zal deze gelijkheid van kleurindruk behouden blijven als de luminantie van de ene én van de andere wordt vermenigvuldigd met of gedeeld door hetzelfde getal.
Dit houdt in dat twee vlakken die een bepaalde kleur hebben (doordat men een menging doet van kleuren, of doordat men een zuivere kleur gebruikt) steeds hetzelfde zullen tonen, zelfs als ze alle twee meer of minder worden belicht.


Trasnmissie - Reflectie - Absorbtie
Bij het studeren van Videotechnieken zijn er enkele dingen die nog onvolledig zijn in mijn cursus. Kunt u de volgende begrippen a.u.b. uitleggen en/of verklaren?
* transmisiefactor
De transmissiefactor is hetzelfde als de doorlatingsfactor.  Het is een verhouding tussen invallende en doorgelaten energie op een oppervlak, voorwerp, ...
Bij colorimetrie is de doorlatingsfactor (t) de verhouding tussen de doorgelaten en de invallende lichtstroom.
Ter info:
De reflectiefactor (r) is de verhouding tussen de gereflecteerde en de invallende lichtstroom.
De absorptiefactor (a) is de verhouding tussen de geabsorbeerde en de invallende lichtstroom.


Verzadiging - Helderheid
Is verzadiging wat wij zeggen als “donker groen” en “lichtgroen” en alles daartussen ?

Neen, dat is wat we de helderheid noemen
Verzadiging:

Helderheid



Zwarte straler
Op P42 staat de spectrala karakteristiek van de zwarta stralen,
De y as  wordt daarop het vermogen afgelezen van de straler?
Inderdaad, dat is het uitgestraalde vermogen van de zwarte straler in functie van de golflengte.
die curven verschilt van temperatuur tot temperatuur?
Ja, zo geeft de blauwe kurve die bij een kleurtemperatuur van 3400K, de rode deze bij een temperatuur van 2400K
 
en wat is geeft die curve exact weer? de hoeveelheid vermogen per golflengte bij bepaalde temperatuur van de zwarte straler?
de hoeveelheid vermogen per golflengte per vierkante meter oppervlakte van die zwarte straler bij een bepaalde temperatuur van de zwarte straler
wat bedoelt u exact met een continue spectrum? enhet verschil met een discontinue?
Het spectrum hieronder is het continue spectrum.  Het volgt (de zichtbare gedeelten) van de grafiek van de zwarte straler

In het voorbeeld hieronder zijn twee voorbeelden gegeven van spectra die de kurve van de zwarte straler niet volgen.


Digitale video

Digitaliseren

3. Bij een digitaal component signaal stuurt men Y, k1(R-y) en k2(B-y) door. Voor wat staan de 2 factoren k1 en k2? Voor het digitaal uitvoeren van de gammacorrectie?
Heeft niets te maken met de gamma:
Als de waarden van de primaire signalen op 1 V worden genomen, zal het E'Y-signaal variëren tussen 0 en 1 V. E'R-E'Y zal als uiterste waarden +0,701 V en -0,701 V hebben voor verzadigd rood en cyaan. E'B-E'Y zal als uiterste waarden +0,886 V en -0,886 V hebben voor verzadigd blauw en geel. Om de top-top-waarden tot 1 V te beperken (-0,5 V tot 0,5 V) worden twee coëfficiënten bepaald:

zodat we krijgen:
CR = k1 (R'-Y')
CB = k2 (B'-Y')



Reclocking

-) Ik vroeg me af of reclocking gelijk is aan EQ en triggering+ het juist zetten in tijd. Of is reclocking alleen het juist zetten in tijd?

De naam doet alleen blijken aan het juist zetten in tijd maar in de uitleg staat bij recloking dat dit signaal OOK qua timing gecorigeerd word.

Reclocking op zich is het juist zetten in tijd van de flanken van het digitale videosignaal.  Het woordje 'ook' is inderdaad misleidend.  In de text voor volgend jaar heb ik het er al uit gehaald.



Voordelen
2. Wat is het nut van een tv-toestel met interne digitale verwerking in een analoge omgeving?
Digitale toestellen zijn eenvoudiger te onderhouden. Gemaakte instellingen verlopen niet met de temperatuur van de onderdelen of met de tijd.
Deze stabiliteit vermindert de kostprijs van de toestellen, en er moeten minder mensen worden ingezet hierdoor voor de aanmaak/afregeling van een TVtoestel.
Voor analoge toestelen heeft men ook nauwkeurigere voedingen nodig die de verschillende voltages in de TV aanmaken.
Bij digitale TV's zijn er ook extra mogelijkheden: PIP / Freeze / ...


Kabels

BNC - Reflecties
p33 wat zijn BNC connectoren?
Dat zijn de connectoren die gebruikt worden binnen de videowereld om de coaxkabels te verbinden. het is de afkorting van Bayonet Neil-Concelman .

p37 reflecties en looptijd in een kabel, principe is mij duidelijk, maar ik versta de tekening niet
Als er op een kabel met een impedantie van 75 ohm een spanning E gezet wordt met een bron die is afgesloten op 75 ohm, dan zal op punt a de spanning E/2 zijn in het begin. Als aan het eind van de kabel deze niet correct is afgesloten, dan zal de spanning op punt a na de looptijd over de kabel, de spanning er zijn eindwaarde aannemen, 0V als er een kortsluiting is, E als de kabel open is.

p38 wat gebeurt er als je toch t-stukken gebruikt?
Dan is de impedantie niet meer correct en ontstaan er reflecties.

Karakteristieke impedantie
> Bij het blokken van de 1ste helft van uw cursus zijn er enkele kleine zaken
> die me nog niet helemaal duidelijk zijn, zijnde:
> - blz. 35: in de formule van de karakteristieke impedantie: is (grote) D de  doorsnede van de kabel en (kleine) d de lengte ervan?
Neen, het gaat hier over de binnen- en buitendiameter van de isolatie tussen de twee geleiders.



Nut BNC kabels
Wat is het doel van de coaxkabel?
Binnen video worden coax kabels oa. gebruikt voor het doorsturen van videosignalen van het ene toestel naar het andere, bv can een camera naar een monitor.


Plaatsen BNC connector



Kleurenbalken

Berekenen waardes
Het kleurenbalken probleem blijft.. gelieve a.u.b. eens u correcties zelf te bekijken.. want ikzelf heb nog steeds hetzelfde probleem: vb. 100/100: ligt de waarde voor Y+C voor magenta op 1, bij 100/75 ligt de waarde op 83! en niet op 75, wat toch nog altijd 75% is van 1 ???
De correctie van de kleurenbalken wil inderdaad niet echt lukken. Er staan inderdaad nog fouten in.
De tabel hieronder geeft de juiste waarden

Dus blijft mijn vraag dezelfde; wordt er nog iets aangepast aan de waardes voor Y+C ( en Y-C)vooraleer deze in de kleurenbalken terchtkomen? want waarde Y+C voor geel is 1.34 --- wordt in de tabel 1.24 , magenta echter heeft als waarde 1 en in de tabel blijft dit wél 1.........dit is dus het geval voor alle waardes!

Er wordt niets aangepast. Misschien dat het volgende voor verwarring zorgt:
In de tabel is zwart 0, en wit 1. (dit is zo omdat ik R, G en B laat variëren van 0 tot 1)
In de grafiek loopt de schaal van 0 voor zwart to 100 voor wit (IRE)
In de grafiek staan in de waveform de waardes van 0,3 voor zwart tot 1 voor wit (waarde in volt weergegeven)
In de grafiek voor de kleurenbalken 100/75 heb ik het duidelijker aangegeven: schaal in IRE, waarden in V

100/100                         IRE       Volt
(tov sync)
Volt
(tov clamping)
R G B Y R-Y B-Y U V C Y+C Y-C Y Y+C Y-C Y Y+C Y-C Y Y+C Y-C
Wit 1 1 1 1,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 0,70 0,70 0,70
Geel 1 1 0 0,89 0,11 -0,89 -0,44 0,10 0,45 1,34 0,44 0,89 1,34 0,44 0,92 1,24 0,61 0,62 0,94 0,31
Cyaan 0 1 1 0,70 -0,70 0,30 0,15 -0,61 0,63 1,33 0,07 0,70 1,33 0,07 0,79 1,23 0,35 0,49 0,93 0,05
Groen 0 1 0 0,59 -0,59 -0,59 -0,29 -0,52 0,59 1,18 0,00 0,59 1,18 0,00 0,71 1,13 0,30 0,41 0,83 0,00
Magenta 1 0 1 0,41 0,59 0,59 0,29 0,52 0,59 1,00 -0,18 0,41 1,00 -0,18 0,59 1,00 0,17 0,29 0,70 -0,13
Rood 1 0 0 0,30 0,70 -0,30 -0,15 0,61 0,63 0,93 -0,33 0,30 0,93 -0,33 0,51 0,95 0,07 0,21 0,65 -0,23
Blauw 0 0 1 0,11 -0,11 0,89 0,44 -0,10 0,45 0,56 -0,34 0,11 0,56 -0,34 0,38 0,69 0,06 0,08 0,39 -0,24
Zwart 0 0 0 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,30 0,30 0,30 0,00 0,00 0,00
 
100/75                       IRE       Volt
(tov sync)
Volt
(tov clamping)
R G B Y R-Y B-Y U V C Y+C Y-C Y Y+C Y-C Y Y+C Y-C Y Y+C Y-C
Wit 1 1 1 1,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 0,70 0,70 0,70
Geel 0,75 0,75 0 0,67 0,08 -0,67 -0,33 0,07 0,34 1,00 0,33 0,67 1,00 0,33 0,77 1,00 0,53 0,47 0,70 0,23
Cyaan 0 0,75 0,75 0,53 -0,53 0,23 0,11 -0,46 0,47 1,00 0,05 0,53 1,00 0,05 0,67 1,00 0,34 0,37 0,70 0,04
Groen 0 0,75 0 0,44 -0,44 -0,44 -0,22 -0,39 0,45 0,89 0,00 0,44 0,89 0,00 0,61 0,92 0,30 0,31 0,62 0,00
Magenta 0,75 0 0,75 0,31 0,44 0,44 0,22 0,39 0,45 0,75 -0,14 0,31 0,75 -0,14 0,52 0,83 0,20 0,22 0,53 -0,10
Rood 0,75 0 0 0,23 0,53 -0,23 -0,11 0,46 0,47 0,70 -0,25 0,23 0,70 -0,25 0,46 0,79 0,13 0,16 0,49 -0,17
Blauw 0 0 0,75 0,08 -0,08 0,67 0,33 -0,07 0,34 0,42 -0,25 0,08 0,42 -0,25 0,36 0,59 0,12 0,06 0,29 -0,18
Zwart 0 0 0 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,30 0,30 0,30 0,00 0,00 0,00


Berekenen waardes
De berekening van de kleurbalken is me volkomen duidelijk, er is slechts één aspect waar ik de logica niet direct van inzie.
Bij de berekening van bijvoorbeeld de 100/100 kleurbalken (blz 127) gebruikt u de formule
Y = 0,3R + 0,59G + 0,11B
Mits we in PAL werken zou het mij logischer in de oren klinken moesten we de volgende formule gebruiken: 
Y = 0,22R + 0,71G + 0,071B
Slaagt die logica totale nonsens of heb ik een punt?
Het zou inderdaad logischer klinken, maar zoals als in het hoofdstuk colorimetrie is aangegeven:
Na de bepaling van de primaire kleuren voor KTV door de NTSC zijn de referentiewaarden niet volledig gevolgd. Fabrikanten van TV-toestellen hechten meer belang aan het rendement van de fosforlagen dan aan de overeenstemming met de voorgeschreven kleurcoördinaten. De camerafabrikanten volgden deze evolutie niet. Hierdoor kwam er nog een kleurverschuiving. Dramatisch was dit niet omdat er toch al fouten waren ten gevolge het ontbreken van de negatieve lobben.

Bij de introductie van kleurentelevisie in Europa is hier rekening mee gehouden. Als referentiewit werd gekozen voor D65 in plaats van 6774 K, en gebruikte men andere fosforen.

Door de verandering van de primaire componenten dienen opnieuw de trichromatische krommen berekend te worden. De componenten voor de luminantie zijn hier:

Y = 0,22 R + 0,71 G + 0,071 B

In de PAL-coder (zie later) zal echter de samenstelling van de luminantie volgens de NTSC-normen worden toegepast. Daar dit zowel in de coders als in de decoders gebeurt heeft dit geen negatieve invloed bij kleurenweergave. Enkel in zwart/wit weergave is dit nadelig daar hier enkel het Y-signaal gebruikt wordt. De luminantie van verzadigd rood en blauw wordt verhoogd, terwijl de helderheid van verzadigde groene kleuren daalt.



Berekenen waardes
1. Welke waarden moeten we percies allemaal kennen van de tabellen van de kleurenbalken. Is het de IREwaarde of de V (spanning)?
Je moet op het examen ze alletwee kunnen geven (IRE en V). De waarden die je moet kennen staan ook vermeld in een FAQ op m'n website:
klas: 1BGM, Vak: Videotechnieken, Onderwerp: Waveform, Status: ja, ID: 52


2. En welke waarde moet je gebruiken voor de grafiek te kunnen tekenen? IRE of V
IRE en V zijn even belangrijk, je moet ze dus alletwee kunnen geven. Met de regel van 3 kan je uit de ene de andere berekenen.

3. Waar vind ik een juiste grafiek als bisstudent (student met cursus van vorig jaar)?Op de FAQ die ik hierboven heb aangegeven.
Als je je infofiche op m'n website hebt ingevuld, en hebt aangegeven dat ik je mag mailen, dan heb je deze normaalgezien een week of 2 geleden ook doorgemailed gekregen.

4. Hoe bereken je C uit U en V?

Dat doe je via deze formule (staat in het hoofdstuk NTSC)

Omdat we in PAL werken met U en V wordt deze formule:


IRE - Volt
Bij uw correctie op http://www.tartart.be/video/corr_p139.pdf deze pagina staan er andere waarden bij de 100/100 en 100/75 kleurenbalken dan in onze "bissers-cursus",maar dat is normaal aangezien u deze ging corrigeren. Doch klopt het als ik zeg dat wij de waarden op de grafiek ook mee moeten aanpassen ?
Inderdaad, dat ben ik vergeten!
En dat er geen waarden onder nul vallen (in tegenstelling tot vorig jaar waar de minimum waarden van rood, blauw en magenta onder nul lagen).
In IRE uitgedrukt liggen er wel waarden onder 0, in Volt uitgedrukt niet.
En laatste vraag : dan klopt het ook niet meer zeker dat de minimumwaarde van groen samenvalt met de waarde van zwart? Waarom niet?  Groen ligt op 0 IRE, of 0,3V wat zwart is!

Schaal - 100/100 100/75
pag.139  ten eerste: ivm. de schaalverdeling, dient deze gewoon naar boven worden geschoven met nul als minimum?  ( zowel voor 100/100 als voor 100/75), waarschijnlijk wel want de sync-bodem is hierbij telkens het minimum van beide tabellen..
De schaal ligt juist; ze staat in IRE, en het zwart-niveau ligt er op 0, de syncbodem ligt op -43 IRE.
ten tweede: bij 100/75 wordt de kleur beperkt tot 75%, zo wordt de maximale waarde van  bv. geel beperkt tot 1 ( maar wat is dan waarde voor de volle honderd procent? ) volgens de tabel is de waarde vanY+C hier 1.34 .
De kleur wordt beperkt tot 75% van de waarde zoals die werd bekomen bij de 100/100 kleurenbalk.  Als je dit uitrekent, dan zie je dat geel ongeveer 100IRE als waarde zal hebben.  Omdat de kleurenbalken 100/75 de amplitude met 0,75 vermenigvuldigt, zal geel dus nooit hoger kunnen zijn in deze kleurenbalken.


Signaalvormen: RGB, YUV
klopt dit volgend tekstje? dan snap ik het begin al van dig video, gewoon even ter controle.

> "Component video bevat de drie gescheiden signalen Y, Pb en Pr (ook wel Y, Cb en Cr genoemd). Waarbij Y het helderheidsignaal is, Pb (of Cb) het blauw signaal minus de helderheid (Y) en Pr het rood signaal minus de helderheid. dus kortmweg: component bestaat uit: Y, (R-Y) en (B-Y). Dit is bedacht omdat dit signaal bij hogere resolutie een betere beeldkwaliteit oplevert
Neen. Het omzetten van RGB naar YUV is gedaan om een andere reden.
-> Eerst is er de compatibiliteitsvoorwaarde: Men moet er voor zorgen dat een kleurensignaal ook op een zwart-wit toestel te zien is. In de kleurensignaal moet dus ook de helderheid zitten. Daarom zit er dus 'Y' in det gebruikte componentsignaal.
-> Dan zijn ze ook R-Y en B-Y gaan gebruiken, omdat voor kleurloze (zwart-wit) beelden R-Y en B-Y nul is. R-Y en B-Y kunnen we dus echt wel zien als 'kleurtoevoeging'.
> dan RGB (= composiet)
RGB = COMPONENT!!!, De 3 kleuren zitten op 3 verschillende kabels, de sync zit meestal op een 4 kabel. Men spreekt van composiet als de helderheid en de kleur samen zitten op 1 draad. De helderheid zit er van 0->5 MHz, ongemoduleerd, de kleur zit er doorheen, gemoduleerd rond 4,43 MHz.
(welke naast rood, groen en blauw ook een los synchronisatie signaal nodig heeft). bij composiet haalt men de helderheid uit het groene composietsignaal.
Om uit composiet groen te halen, moet het composiete signaal eerst de decodeerd worden. We hebben dan Y, U en V
Uit Y, U en V worden eerst R en B gehaald. Daarna kan met R, B en Y samen G bepaald worden. In de praktijk gebeurt dit (YUV -> RGB) wel allemaal in 1 stap.
>daarnaast werken tv's intern ook met YUV waardoor er niet nog een RGB -> YUV conversie plaats hoeft te vinden
Klopt.
> wat invloed op de kwaliteit zou hebben."
Het zou de TV ook duurder maken

Waveform

> Beste docent,
>
> Ik heb een vraag in verband met het hoofdstuk kleurenbalken.
> Ik heb gehoord dat we de kleurenbalken moeten kunnen tekenen: zijn
> dit dan de kleurbalken die in een IRE schaal in onze cursus staan met de
> waarden in V?
> Dan moeten we de getallen ernaast allicht ook kunnen?
In de figuur hieronder staan de waarden die je moet kennen (in V, de overeenkomstige waarden in IRE moet je natuurlijk ook kennen).
De amplitudes die in het rood staan aangegeven moet je ook kennen, omdat deze het eenvoudig maken de 100/75 variant juist in te schatten.

> Ik vroeg me net af of de 100/100 kleurenbalken juist in de cursus staat?
> Allicht wel, maar moeten we dezelfde waarden kennen als voor de 100/75 
> kleurenbalk?

Ik heb juist de figuur van de 100/100 balken in het hoofdstuk 'kleurenbalken' eens nagekeken, en heb er geen fout in gevonden.
De waarden die je (ongeveer) moet kennen voor deze balken heb ik in het rood aangegeven.



Wat er dan ook nog bij komt is van die waarden ook aan te geven hoeveel volt dat is, of beter, aangeven hoe je uit de ene waarde de andere bekomt.

> Als u op het examen vraagt om de 100/75 kleurenbalk te geven, is de tekening
> in de bijlage dan voldoende als antwoord?
Als de vraag over de kleurenbalken op het examen ter sprake komt, dan moet je het volgende ook aangeven:
-> waardes van de verschillende amplitudes in V en IRE
-> waar de verschillende zaken binnen dit videosignaal voor dienen
-> de duur van de verschillende onderdelen van dit videosignaal.



Modulatie

AM
Hoe komt het eigenlijk dat 2/3e van het vermogen bij AM in de draaggolf zit ? En slechts 1/3e in de zijbanden, waardoor er uiteindelijk slechts 1/6e van het totale vermogen nuttig gebruikt wordt (dus in het signaal zit dat we horen) ?
Hoeveel vermogen er in de draaggolf zit bij AM hangt af van de manier waarop AM wordt aangemaakt.  Als er sterke vermogen en/of bandbreedte beperkingen zijn, kunnen de draaggolf en een van de zijbanden volledig of gedeeltelijk onderdrukt worden.
Het vermogen van wat je hoort heeft hier niets mee te maken.  Wat je hoort is het gedemoduleerde en versterkte signaal.

PM
Ik had een kleine vraag in verband met iets dat ik terug vond op de minimumlijst, maar niet rechtstreeks in de cursus. Betreft hier PM bij 'algemene principes' modulatie. Ik veronderstel dat met 'phase modulation'verwezen wordt naar de faseverschuiving tussen sinus en cosinus waarmee we moduleren bij kwadratuur amplitude modulatie en dat dit dus eigenlijk hetzelfde is als QAM. Nu had ik graag geweten of mijn veronderstelling correct is en als dat niet zo is, waar ik PM dan elders in de cursus kan vinden?
Je hebt gelijk.  Het staat inderdaad niet in de cursus vermeld. Ik heb dit aangehaald tijdens de les over QAM. Bij PM verandert de fase van de draaggolf in funktie van het ingangssignaal.
Er wordt wel maar met één draaggolf gewerkt.  Dus miet met twee zoals bij QAM.


QAM
> ik had een vraagje over kwadratuur amplitudemodulatie :
> Heb ik het fout als ik veronderstel dat bij gebruik van orthogonale signalaen je enkel 0 (sinus) of  1 (cosinus) kan doorsturen.
De sinus en de cosinus worden gebruikt als draaggolf.  Deze draaggolven kan je moduleren met bijna alle mogelijke signalen die je wilt.
> Zoja , heb je hier dan te maken met een digitale code die je samen met het gewone AM signaal doorstuurt?
Neen
> Zoja , welk extra nut heeft deze digitale code dan. Je kan hier toch geen volledig signaal mee doorsturen?> Indien heel deze voorgaande gedachtengang een volledige misvatting is , komt kwadratuur amplitude modulatie er dan misschien op neer dat je gewoon 1 volledig signaal op 0 ( sinusdraaggolf) moduleert en een ander volledig signaal op 1 (cosinusdraaggolf)?
Dit klopt, maar wat bedoel je met die "0" en die "1"?

> Bij deze methode moet je dan uiteindelijk toch weer 2 aparte signalen doorsturen?
Je hebt twee aparte signalen, maar je kan die gewoon bij elkaar tellen.  De bandbreedte en de frequenties van die twee signalen zijn identiek, maar doordat de draaggolven orthogonaal zijn, kan je de twee originele signalen er nadien weer apart uit halen.
Zo kan je dus over een draad twee signalen samen doorstren en er nadien weer uit halen, binnen video zijn dat bv U en V, maar voor audio zouden dat het linkse en het rechtse kanaal kunnen zijn.

Spectraallijnen
* uit de tekening op pagina 79 over FM-modulatie, leid ik af dat hoe hoger de amplitude van het te moduleren signaal, hoe hoger de frequentie van de draaggolf zal zijn, is dit correct?
Klopt * Bij AM, is het LF-signaal het te moduleren signaal, en het HF-signaal de draaggolf?
het LF-signaal is inderdaad het te moduleren signaal, en het HF-signaal is meestal het gemoduleerde signaal.  Dit zijn geen 'algemeen geldende' symbolen.
HF staat voor 'high frequency', en LF staat voor 'low frequency'

* Ik weet niet goed wat ik me moet voorstellen bij 30Hz plaats tussen de spectrale lijnen  om het chrominantie signaal te plaatsen?  kunt u dit ophelderen voor mij?
Shannon - Nyquist zegt dat eender welk signaal kan opgebouwd worden uit sinussen en cosinussen van de laagste frequentie die voorkomt in een signaal, en met veelvouden van deze frequentie (zie appendix in cursus Fourrier analyse; dit is het opzoeken van deze frequenties).
Bij NTSC is 30Hz de laagste frequentie die kan voorkomen.  Dat wil dus zeggen dat alle veelvouden van 30Hz, 30Hz uit elkaar liggen.
In die ruimtes zit er dus geen signaal.  Hier is er dus plaats om de chrominantie tussen te leggen.  Omdat deze ook komt van datzelfde beeld van 30Hz, liggen de spectraallijnen hiervan dus ook 30Hz uit elkaar.  Het volstaat dus dit chrominantie spectrum 15Hz op te schuiven, zodat het midden tussen de spectraallijnen van de luminantie komt te liggen.
PS: De spectraallijnen zijn de harmonischen (veelvouden van de laagste frequentie, de grondtoon, van het signaal) die voorkomen in de fourrieranalyse van het signaal.
Die 30Hz slaat op NTSC systemen, met als beeldfrequentie 30Hz.


Monitoren

Actieve - Passieve LCD
Wat is het verschil tussen de passive LCD en de actieve LCD?
Een passieve LCD wordt gestuurd door op de gekruiste platen afwisselend spanning te plaatsen zo kan je elke cel één voor één beschrijven.
Maar wat is nu de actieve LCD?
Bij de actieve LCD worden er transistoren gebruikt om de spanning op iedere pixel vast te houden tijdens het scannen van de rest van de LCD. Hierdoor is er een grotere contrastomvang mogelijk.

CRT
Ik ben jammergenoeg nog steeds wat verward. De bolvorm en de cilindervorm is me duidelijk
p. 151 Deltabuis: '... Doordat men alle stralen door een gemeenschappelijk punt laat gaan, de lens, moet het scherm de vorm hebben van de uitsnijding van een bol....
elk kannon heeft een eigen focusserende lens (bij delta en inline). Ik neem aan: 3 kannonnen en 3 lenzen. deze lenzen zijn de openingen in de maskers, dus voor de sleuvenmaker een rechthoek. Dan hebben 3 kannonnen dus drie rechthoekige lenzen. 3 Lenzen, zijn drie apparte openingen, ik zie het gemeenschappelijk punt niet?
Of is dat gemeenschappelijk punt (=kruising) = focusserende lens, niet gelijk aan de sleuf in het sleuvenmasker en zijn dit 2 verschillende zaken?
Inderdaad; het sleuvenmasker en de lens zijn 2 verschillende zaken.
De lens bevindt zich na de wehnelt.
Het sleuvenmasker is 'gewoon' een metalen plaat met gaatjes er in die er voor zorgt dat de stralen van het rode kanon enkel de rode fosforen raakt, de groene enkel de groene en de blauwe enkel de blauwe.
<

CRT
Heeft een CRT 3 elektronenkanonnen? 
Ja
Bij de afbeelding van de Deltabuis en de Inlinebuis staat dat de 3 kannonen door 1 gemeenschappelijk punt gaan: de lens. en daarvoor gebruiken we een bolvormig scherm.
Waar staat dit? De Delta en de in-lne buis hebben een electrostatische lens per kanon. Omdat de electronenstralen niet vanuit hetzelfde punt vertrekken, kan dus niet alles vanuit de centrale as van de beeldbuis vertrekken. Daarom moet alles symmetrich zijn tov deze as en de kanonnen. Dus zitten we met de bolvormige schermen.
Het punt waar de stralen gemeenschappelijk door gaan is het sleuvenmasker.

En wat verder staat in de tekst dat elk kannon zijn eigen focusserende lens heeft, dus dan heeft elk kannon een eigen lens, en geen gemeenschappelijke? Tenzij het een Trinitronbuis is, maar dat heeft geen bolvormig scherm nodig?
Klopt. De stralen vertrekken uit hetzelfde punt.
Waar ze ook nog gemeenschappelijk door moeten is het strips-rooster. Omdat deze van boven naar onder in het scherm gespannen zijn, moet er geen rekening gehouden worden met de vertikale plaatsing van de stralen, en mag het scherm van boven naar onder een plat vlak zijn. Er is enkel nog rekening te houden met de horizontale plaatsing van de stralen; de plaatsing van de kleuren van de fosforen. Daarom moet er in het horizontale vlak wel een correctie zijn: het scherm is cylindervormig.

CRT - LCD
> Ik had nog een vraag over je minimumlijst.
> In je minimumlijst (hoofdstuk videomonitoren) staat er 'verschil LCD - CRT'. Is het de bedoeling dat we de werking van de twee geven en zo tot het verschil komen of enkel puur het verschil?
>
> Klopt het als ik zeg dat het verschil met CRT is: Blokschema blijft behouden; de afbuigspanning en de EHT worden vergangen door schakellogica.
Inderdaad, de werking (niet in detail) aanhalen hoort er bij om te kunnen vergelijken.
Zaken die ook nog bij de vergelijking horen zijn oa. geometrie, energieverbruik, kleuren, resolutie, ...


Deltabuis - FED - LCD
p164 heeft bij een deltabuis elk kanon zijn eigen focusserende lens?
Ja.
P168 LCD: waarom laat een lcd geen licht door als er een spanning op wordt aangebracht en niet omgekeerd? Moet een videosignaal dan omgepoold worden voor het aan de LCD wordt aangelegd? Immers hoge spanning=hoge helderheid.
De videospanning wordt niet rechtstreeks an de LCD gelegd. Deze dient inderdaad eerst ook behandeld te worden, want oa de gammakarakteristiek moet ook nog ongedaan gemaakt worden.
p172 tekening FED: moet de spanning die tussen de kegeltjes ligt (in de emittor array) niet negatief zijn ipv positief zoals op de tekening? immers kathode=negatief, anode=positief en stuurspanninf regelrooster=negatief, volgens het triodeprincipe?
Neen, de spanning is positief.

DLP
Bij de DLP zijn er 3 systemen om de kleuren te bekomen. (p 180 in LB V2.5) Ik heb deze beken in het de cursus maar begrijp nog steeds niet hoe ze in elkaar zitten.


In het eerste geval wordt het licht gesplitst in R,G en B door een draaiend filterwiel.
Daardoor zal de DMD sequentieel het R, B en B beeld aanmaken. Het prisma zorgt er voor dat het licht van de lamp op de DMD terecht komt, en het gereflecteerde licht van de DMD naar de lens gestuurd wordt.
Voor de kleurenscheiding bestaan er verschillende types van filters:


Sommige hebben verschillende tinten van dezelfde kleur voor een betere kleurenweergave:

Brillant Color is a technique of treatment of the light using a wheel coder with six different segments: red, green and blue biensûr, but also yellow, cyan and magenta, which at the same time makes it possible to increase the total luminosity of the average colours (white and shades are not affected) and to extend the reproducible spectrum of colors while limiting the effects of arc in sky. 


Prodisc's SCR Wheel is first to Asia for adopting the Sequential Color Recapture (SCR), an invention of Texas Instruments, allows rejected light from each dichroic filter segment to be recycled. This SCR wheel can increase the illumination by 40% comparing with existing field sequential operation, which might lose a 2/3 of the incident light. The combination of the Prodisc's SCR Wheel and Recapture integration rod will allow customers to achieve maximum performance with the latest projection system designs utilizing the SCR technology.


In het tweede geval worden er 2 DMD's gebruikt, en wordt het licht gesplitst in geel (rood+groen) en magenta (rood+blauw).
Een kleurensplitsingsblok zorgt er voor dat het rode licht op één van de twee DMD's terecht komt, en blauw en groen op de andere DMD.
Dit systeem wordt, voor zover ik weet, niet veel gebruikt. Ik heb ook geen afbeelding van zo'n filter.


In het derde geval wordt het licht gesplitst door het kleurensplitsingsblok, en komen het rode, groene en blauwe licht op 3 verschillende DMD's.



Front - Retro projectie
Wat is het verschil tussen retro- en backprojectie?
Bij retro projectie staat de projector achter het scherm, bij frontprojectie staat de projector aan dezelfde kant van het scherm als de kijker.

LCD - FED
In Een LCD zijn de vloeibare kristallen gericht in een spiraalvorm als er geen aanwezige spanning is en dan kan het licht erdoor. Maar als er een spanning op de platen komt te staan gaan de kristallen zich evenwijdig volgens een welbepaalde richting leggen en kan het licht niet meer door(door de orthogonale polarisatie). Maar ik dacht dat een aanwezige spanning overeenkwam met een aanwezige stroom. Dus met een toestel dat aanstaat en een videobeeld verstuurt. Maar dat is tegenstrijdig met mijn bovenstaande redenering... Dus daar zit ik een beetje vast
Opmerking: De LCD modules kan je ook vergelijken met condensatoren; je kan er een spanning op zetten, maar als deze niet variëert (gelijkspanning) loopt er geen stroom.
Opmerking: LCD = Liquid Christal Display = Vloeibare Kristallen Scherm
Wat je redenering betreft, in een toestel kan men heel eenvoudig de spanningen omkeren: als het donker is een hoge spanning (geen licht door de LCD), als het helder is een lage scherm (licht door de LCD)


Bij het principe van FED's zegt u dat er 1 elektronenkanon per pixel is. en dat een CRT er maar 1tje heeft, maar wat ervoor had ik aangenomen dat het er 3 waren voor R,G en B?
Je hebt gelijk; een FED heeft 3 "kanonnen" per pixel. 
Hieronder een tekeningetje. Ik ben het wel niet volledig eens met deze tekening, omdat wat ze hier 'plasma' noemen eerder een electronenstroom is.


Synchronisatie
Synchronisatie wordt toch geregeld door electromagneten ? Waarbij de stroom I dan een magnetisch veld opwekt, en zo de synchronisatie regelt ?
Neen, helemaal niet.  Komende les of de les daarop wordt dit besproken.
Ik was mis, ik bedoelde om ervoor te zorgen dat "de spot" om de lijnen te maken beweegt zijn er electromagneten nodig ? 
Ja

NTSC

Coder
Is het door het feit dat NTSC niet werkt met een alternerende fase dat dit gevoeliger is voor kleurenfouten door faseverschuivingen? 
Klopt.

Bij NTSC: wordt (R-Y) en (B-Y) gevormd uit het K-signaal?
Neen, R-Y en B-Y worden gevormd uit R, G en B of worden zo aan de NTSC coder geleverd.
Het K-signaal zegt enkel wanneer er in het videosignaal een salvo moet worden geplaatst. Dit is tussen de lijn-syncpuls en het begin van de actieve video
.

Dit lijkt bij PAL wel zo?
Neen.

Of is dat enkel maar dat Salvo dat daardoor wordt opgewekt?
Ja.

En is bij PAL: I en Q nog steeds 33° verschoven tov (R-Y) en (B-Y)-vlak?
Neen.

Bij NTSC (het deel van Cross luminance) hebt u het over het feit dat de beelden 180° gedraaid zijn aan een HALVE beeldfrequentie van 12.5Hz. Mijn redenering zegt dat je het dan hebt over de rasters die elke keer 180° gedraaid zijn en zo elkaar uitmiddelen? Maar dan zegt u wat verder dat de chromafase per beeld 180° wisselt, is dit nu echt beeld of raster?
De chromafraquentie is 227,5 keer de lijnfrequentie. Dat houdt in dat de fase 227,5 keer 360° verder draait. Iedere 360° komt overeen met een ganse toer, en maakt dus geen verschil. Door die ',5' komt er nog eens 180° bij. De fase verandert dus met 180° per lijn.
Er zijn 525 lijnen in een NTSC beeld. Dat is een oneven aantal.
Daardoor verandert de fase dus met een oneven aantal keren 180°. Een even aantal fasedraaiingen geeft 360°, een oneven aantal geeft dus 180° faseverschuiving per beeld.
Dit houdt in dat om de twee beelden de fase terug hetzelfde is. De halve beeldfrequentie is 12,5 Hz.


en dan nog een laatste vraagje: Hoort het hoofdstuk SECAM gekend te zijn?
Je moet weten dat het bestaat, dat het met frequentiemodulatie werkt, dat R-Y en B-Y één voor één worden gecodeerd (om de lijn) en niet R-Y en B-Y samen zoals bij PAL en NTSC.

Cross luminance
> Bij het blokken van de 1ste helft van uw cursus zijn er enkele kleine zaken
> die me nog niet helemaal duidelijk zijn, zijnde:
> - blz. 102: cross luminance: waarom wisselen de 2 beelden elkaar af aan halve beeldfrequentie en niet aan de gewone beeldfrequentie?
Door de gekozen definitie van NTSC zijn twee opeenvolgende beelden niet gelijk.  De waarde van de kleurendraaggolf verschilt immers aan het begin van het beeld (180° verschil tov het vorige beeld).
Maw, na het eerste beeld, komt het beeld met een faseverschil van 180°.  Het derde beeld heeft dan weer dezelfde fase als het eerste beeld.

Decoder - I Q
P99 NTSC decoder: het salovo wordt 180° verschoven tov de draaggolf in de coder, bij de decoder wordt het salvo uit het signaal gehaald en zo geregenereerd, hier is geen blokje om het 180° te draaien. Gebeurt dit gewoon in de draaggolfregenarator?
Inderdaad, hier wordt de draaggolf, deze op 0°, aangemaakt.
P105 waarom gebruikt men bij pal de gereduceerde kleurverschilsignalen U V en doet men niet de volgende stap, het verschuiven van 33° om I en Q te bekomen? Wat is hier het voor- nadeel van?
De bandbreedte voordelen die men kan halen bij deze extra verschuiving lijken niet op te wegen tegen de nadelen van de extra schakeling voor het verschuiven ervan.

I - Q
Bij het blokschema van de ntsc-coder volgt op de U-matrix de i-matrix en op de V-matrix de Q-matrix.
Maar U = geruceerde (B-Y) en V = reduceerde (R-Y).  En p.97 (tekening) staat dat Q 33° verschoven is tov U en I 33° verschoven tov V.
Het is mij bijgevolg niet er duidelijk hoe het komt dat in het blokschema dan niet staat U-->Q  en V--> I
Is dit een fout in het schema of heeft dit te maken met die verbinding dat er tussen beide matrices staat (ook van U naar Q , en van V naar i)

Omdat twee blokken in een schema op dezelfde hoogte staan, wit dit nog niet zeggen dat ze noodzakelijk meer met elkaar te maken hebben.
Als je inderdaad het schema goed bekijkt, dan zie je dat er naar de I en de Q blok steeds signalen gaan van zowel de U als de V matrix.  Op die manier zijn ze dus evenwaardig aangesloten.



Resolutie
In het samenvattende kader staat dat NTSC werkt met 525 beeldlijnen. Zijn dit bruikbare beeldlijnen. En waarom zijn het er maar 525 in tegenstelling tot 575 zoals we gezien hebben in een van de eerste delen van de cursus.
Heeft dit te maken met de versnelde beeldfrequentie bij een gelijke lijnfrequentie ?
Het gaat hier over het totaal aantal lijnen in een beeld. Bij NTSC heeft men hiervoor gekozen bij het opstellen van de norm.
In het begin van de cursus bespreek ik hoe men het aantal lijnen heeft bepaald voor de norm bij ons: PAL.


U - V
In de cursus van videotechnieken voor 1 BGM, staat in het hoofdstuk NTSC, op pagina 89 de waarden voor V en U, nu is het zo dat achteraan op pagina 289 deze waarden omgedraaid staan. Zou u mij kunnen laten weten welke de juiste waarden zijn?
De waarden moeten de volgende zijn:
U = 0.493 (B-Y) 
V = 0.877 (R-Y)


PAL

2-, 4- en 8-raster cyclus
Bij het studeren van de cursus videotechnieken (1 bgm) zag ik dat er in de minimumlijst bij PAL staat dat ”8-rastersyncpuls”, en “2-rastersyncpuls” ook gekend moeten zijn. Ik kan hier echter niets van terugvinden in de cursus en begrijp eigenlijk ook niet waarover het gaat. In de hoop daar van u misschien een antwoord op te mogen krijgen…
Zie hieronder enkele stukken uit de cursus.
Ter vervollediging ook nog: monteren in component volgt de 2-raster cyclus; je kan een beeldovergang hebben om het beeld (2 rasters) omdat er geen rekening moet gehouden worden met een kleurendraaggolf.

Hoofdstuk PAL, juist voor de samevattingstabel:

De uiteindelijke frequentie is dus:

fSC = 283,75 fH + 25 Hz = 4,43361875 MHz

De 90° verschuiving die per beeld optreedt zal bij montage van composietbeelden voor problemen zorgen. Er kan immers enkel een overgang gemaakt worden als de fase van de draaggolf van de twee beeldbronnen gelijk is. Omdat steeds vier beelden, acht rasters, gewacht moet worden spreekt men over de 8-rastercyclus. Deze problematiek is gekend als de " colour framing" of de " field sequence" die in orde dient te zijn. Bij sommige oudere montagesystemen is hiervoor een externe aansluiting voorzien.

In het hoofdstuk over NTSC:
Doordat die beelden elkaar afwisselen aan de halve beeldfrequentie (12,5 Hz) zal ons oog dit dambordeffect uitmiddellen, en zien we het stoorpatroon niet.
Opm: Hieruit volgt dus dat de chromafase aan het begin van een beeld 180° verschuift van beeld tot beeld. Bij montage dient rekening gehouden te worden met dit effect. Bij het mengen moeten de chromafasen van de twee bronnen hetzelfde zijn. Een editor dient hier rekening mee te houden. Men moet dus twee beelden, vier rasters, wachten om een overgang te realiseren


Coder
Ik heb nog een vraag over de pal coder. het is mij niet helemaal duidelijk waar precies in het blokschema waar het R-Y verschilsignaal V wordt en B-Y verschilsignaal U wordt. gebeurt dit in de R-Y en B-Y matrix of gebeurt na de hoog af filter ? in de cursus staat: 
...Twee andere matrixen maken (R-Y) en (B-Y) vervolgens worden de verschilsignalen door een lagdoorlaatfilter beperkt tot 1.3Mhz. Het U signaal wordt syncroon - gemoduleerd met de draaggolf op 0°... (p103 De Pal Coder) 
volgens mijn redenering is het V signaal 0.8777 x (R-Y) en het U signaal 0.493 x (B-Y). 
waardoor U en V dus kleiner zijn dan (R-Y) en (B-Y) volgens mij moet er dan toch een bewerking worden gemaakt net zoals bij de NTSC coder die een U en V matrix heeft. of zit mijn redenering volledig fout. 
Je redenering is niet volledig fout.
Om van R-Y en B-Y naar U en V te gaan moet het signaal dus verzwakt worden.
Dit gebeurt is het vakje 'a' (alfa).
De volgende matrixing waar je bij NTSC over spreekt, is er om I en Q te bekomen. Dit gebeurt echter niet bij Pal.


Kleurendraaggolf
P 106 Als ik het goed versta wordt bij pal delay elke andere lijn ook omgeklapt volgens de U as, (dus +/- V), en teruggeklapt, maar gebeurt de uitmiddeling deze keer niet door ons oog, maar elektronisch via de optelling met het vertraagde signaal?
Ja.

P106 is er een verschil tussen de draaggolf en de hulpdraaggolf? (hulpdraaggolf=salvo?)
Deze twee zijn hetzelfde. Het salvo is de draaggolf op 180 +/- 45° gedurende een 10-tal perioden iets na de syncpuls.

P109 het ganse probleem met het stoorpatroon door de fase van de chroma draaggolf, geldt dit enkel in zwart-wit tv's en in oude toestellen? Enkel in oude zwart-wit toestellen. anders worden de C en Y toch gescheiden, correct?
Ja. Dus hier geen stoorpatroon van Y door C door de 238,75 (of 227,5) perioden, en dus eigenlijk ook geen probleem bij montage met de (2-4-8 rastercyclus)?? Het probleem van de rastercycus staat los van de TV. Dit probleem is er steeds, omdat de draaggolf inherent is aan het PAL-systeem, en dus ook aan de montage in PAL.

burst=salvo?
Ja.

Omklappen V
ik heb een vraag in verband met het omklappen van de v bij pal. Krijg je dan 2 zogezegde gelijke lijnen onder elkaar in een beeld of in een raster. Want je decodeert toch altijd eerst je eerste raster en dan je tweede dus denk ik dat de v+ en v- onder elkaar liggen in het zelfde raster maar ik ben niet zeker.
Het gaat inderdaad over twee lijnen uit hetzelfde raster.  Let wel, het gaat hier enkel over de kleureninhoud.

Omklappen V
- p.106: ivm. het herwinnen van de V- component, is er een discrepantie tussen de figuren en de tekst: volgens de tekst dient hierbij de vorige lijn omgepoold te worden en daarna dient de resultante gezocht te worden van dit geïnverteerd signaal met de huidige lijn.. echter, de figuren tonen het tegenovergestelde: daarin inverteert u telkens de huidige lijn.. Wat is hier nu juist?
Hier ben ik inderdaad een beetje onduidelijk. Het maakt echter niet uit welke lijn omgeklapt wordt. Het is namelijk zo dat de huidige lijn min de vorige lijn gelijk is aan de vorige lijn min de huidige, op een min-teken na. Omdat het teken van het resultaat van lijn tot lijn toch moet omgeklapt worden, moet er ofwel vermenigvuldigd worden met + voor de eerste lijn, - voor de tweede lijn, + voor de derde lijn en zo verder, ofwel moet er ofwel vermenigvuldigd worden met - voor de eerste lijn, + voor de tweede lijn, - voor de derde lijn en zo verder"

Salvo
Ik heb nog enkele vragen bij het hoofdstuk 8.PAL, in verband met PAL-salvo.
* Voor zover ik het begrijp neemt het PAL-salvo de functie van de kleurendraaggolf over bij NTSC. Deze is nodig omdat U en V gemoduleerd zijn in QAM, en de draaggolf nodig is om de gemoduleerde signalen te demoduleren. Bij PAL is de draaggolf voor de V-component om de beeldlijn nog eens extra 180° gemoduleerd.
Het salvo zijn die (ongeveer) 10 periodes van de kleurendraaggolf (op 180°) aan het begin van de lijn, om aan te geven wat de referentiefase is.

Wat ik niet begrijp is wat u bedoelt met "de momentele fase is 180°+45° of 180°-45° (deel "Het PAL-salvo").
Hiermee bedoel ik dat de fase van het salvo de ene keer op 180°+45° en de andere keer op 180°-45 ligt.


Bij NTSC wordt de  draaggolf voor het salvo 180° gemoduleerd. Zijn die extra 45° (positief of negatief) om te kunnen uitmaken of de V-component positief of negatief gemoduleerd is ?
Ja

En hoe kan de decoder weten of de draaggolf + of - 45° gemoduleerd is, daar hij geen referentie heeft ?
De decoder baseert zich op de gemiddelde fase van de vorige lijnen.  Deze is 180°.

"De gemiddelde fase van het salvo blijft 180°", dit is gemiddeld over 2 lijnen vermoed ik ?
Ja 

> Daarna legt u uit dat het salvo gemaakt wordt in de matrices die (R-Y) en (B-Y) maken. Voor zover ik het begrijp betekend dit dat een bepaalde kleur (die niet echt van een camera afkomstig is, maar electronisch wordt gesimuleerd), verder gaat worden gemoduleerd als een gewoon beeld. Dus de u-component wordt op 0° gemoduleerd, en de v-component afwisselend (per lijn) op 90° of 270°. Als dit zo is, hoe kan de decoder hier dan de draaggolf uit halen, daar het salvo (dat dient om de draaggolf te geven), met de draaggolf is gemoduleerd.
Zie hoger: het salvo is gewoon de draaggolf, maar op een bepaalde fase: 180°+45° of 180°-45°

> Wat ik dus niet begrijp is: hoe kan de decoder de draaggolf uit het salvo halen als dat salvo gemoduleerd is met die draaggolf ? Of is er bij PAL een salvo zoals bij NTSC, en daarna dit gemoduleerde kleursignaal ?
Bij NTSC was het eenvoudig dit salvo aan te maken.  Het heeft steeds dezelfde fase.
Bij Pal is dit niet zo.  Hier hangt de fase af van de lijn waarin het zich bevindt.  Daarom wordt het op een moeilijkere manier aangemaakt.


> Bij NTSC is de frequentie van de kleurendraaggolf 227,5 keer de lijnfrequentie daar dit de beste is om de spectra van de C en L tussen elkaar te laten vallen. Waarom is dit bij PAL 283.75 keer de lijnfrequentie ? (ik begrijp waar de .75 vandaan komt, maar niet waarom het getal zoveel verschilt)
De lijnfrequentie bij PAL en NTSC zijn ongeveer gelijk.  De bandbreedte van PAL is echter groter.  Hier kan de kleurendraaggolf dus hoger gelegd worden.

> * Bij PAL gebeurt er geen conversie naar I en Q vanuit de componenten U en V ?
Inderdaad

> * Bij PAL heeft men om de 4 beelden een herhaling qua stoorpatroon, dit is een 8-rastercyclus. Wanneer, of bij welke videosystemen heeft men dan een 4-rastercyclus of een een 2- cyclus (NTSC?) ?
4 rastercyclus bij NTSC, 2 raster cyclus bij component video of bij zwart/wit.

Salvo
> Bedankt alvast voor het antwoord, ik begrijp nu bijna alles uit m'n vorige mail behalve dat er in de manier waarop ik het antwoord ivm het salvo bij Pal interpreteer een tegenstrijdigheid zit.
>Enerzijds denk ik dat het salvo bij Pal hetzelfde is als bij NTSC: een gewone ONGEMODULEERDE sinus met een bepaalde frequentie (bij Pal 4.43361875 MHz, verschoven met 135° op de ene lijn 225°, reden versta ik nu). Het is van belang dat die draaggolf NIET gemoduleerd is met QAM, daar om de demodulatie van een AMgemoduleerd signaal uit te voeren, de exacte originele draaggolf nodig is. Dus zou de draaggolf niet gemoduleerd mogen zijn.
Het salvo is wel een gemoduleerde golf.
Om QAM aan te maken heb je twee signalen nodig: een op 0° en een op 90°.  Vandaar dus de sinus en cosinus versie.
Het salvo kan niet apart deze twee versies aanbieden.  De decoder zal dus zelf enige intelligentie moeten hebben om hiermee overweg te kunnen.
We kunnen het salvo in NTSC beschouwen als een kort stukje (in tijd) van de draaggolf op 180° (dus geïnverteerd).  Het is evenzeer OK het salvo te beschouwen als de draaggolf gemoduleerd met een negatief signaal (omwille van die 180°) dat altijd "0" is, behalve als er salvo moet zijn.
De decoder weet wanneer het salvo verwacht wordt, decodeert het en regenereert het tot de draaggolf nodig voor het decoderen van het videosignaal.
We hebben dus niet de exacte draaggolf nodig, als we maar weten wat er mee gebeurt is zodat ze "hersteld" kan worden.
Dit is dus ook zo voor PAL. Allen is het salvo hier iets ingewikkelder.  In plaats van 180° is het hier 135° en 225°.  Om dit aan te maken wordt niet een stukje draaggolf genomen van 135° voor de ene lijn, en van 225° voor de andere lijn.  Wel wordt dit aangemaakt door "moduleren" van de draaggolf op 0° en 90°.


> Anderzijds wordt de salvo blijkbaar aangemaakt (begrijp ik uit de uitleg en blokschema's), in de (R-Y) en (B-Y) matrices. Deze gaan door een LDF, en worden dan synchroongemoduleerd in QAM. Door de draaggolf. Dus zou het salvo ook een gemoduleerd signaal zijn, gemoduleerd met zichzelf. Of zie ik dit fout ?
Van waar het idee dat dit signaal gemoduleerd is met zichzelf?  Aan de ene kant heb je als modulerende signaal de salvo sleutel impuls (K), en aan de andere kant de draaggolf (fsc) op 0° en op 90°.

> De enige oplossing die ik kan bedenken is dat er een manier is om uit het salvo (dat een gemoduleerd kleurensignaal zou zijn), toch de originele (modulerende) sinus te halen, dewelke de kleurendraaggolf is.
Ja.

Dit zou ook maken dat ik de onderste kadertjes in het blokschema van de decoder begrijp: de H- afscheiding en de salvosleutelimpuls geven aan de salvo-afscheiding een "teken" wanneer het salvo zich juist voordoet.De salvoafscheiding laat enkel het salvo door naar de volgende componenten. De draaggolfregeneratie genereert (met als basishet binnenkomende salvo) de originele draaggolf.
Correcter: ze maakt een golf aan opbasis van een aantal van de vorige salvo's: de gemiddelde fase die hieruit komt is (135+225)/2=180°.

Deze wordt verder gebruikt. De fasevergelijker vergelijkt het binnenkomende signaal met de geregenereerde golf, en afhankelijk van de faseverschuiving (+/-45° dus 135° of 225°), beveelt dat component aan het component dat de draaggolf voor de V-decoder 180° of 0° verschuift.
Deze uitleg zou ik logisch vinden, maar dat betekend dan natuurlijk wel dat uit het gemoduleerde kleursignaal (het salvo dan), de draaggolf kan worden geregenereerd. Klopt dit ?
Ja

> Of (schiet me nu ineens te binnen): is de kleur die (R-Y) en (B-Y) zodanig gekozen dat het gemoduleerde signaal gelijk is aan de draaggolf ?
Neen, de kleur is zodaning gekozen dat de fase van de draaggolf 135° is, als V positief wordt gemoduleerd.

PALplus

Beeldformaten
Ik heb ook nog een vraag in verband met het PALplus hoofdstuk.
> In de cusus staat: Een 16/9-opname wordt vlak voor de uitzending
> gehercodeerd naar dit formaat (16/9 deze 16/9 is je eigen invulling, maar dit is een foute interpretatie, met 'dit formaat' bedoel ik PALplus) zodat het beeld correct te zien is op
> een 4/3 scherm en beeldvullend wordt op een PALplus ontvanger. Dit begrijp
> ik niet goed; Om een correct beeld te krijgen van een 16/9 opname moet het
> 4/3 scherm toch boven en onderaan zwarte balken geven Klopt: en het 4/3 scherm met
> zwarte balken is toch hetzelfde als PALplus? Neen, een 16/9 beeldkader op een 4/3 scherm met in de bovenste en onderste zwarte balk de helper-informatie is PALplus 

Dan kan een PALplus ontvanger (4/3 TV Neen, een PALplus TV is een 16/9 toestel) toch geen correct beeldvullend beeld krijgen? Toch wel, de originele opname was 16/9 beeldvullend

Cameramodus
Bij PALPLUS staat er een schema van lijnomzetting cameramodus. Betekenen die even en oneven geheugen de even en oneven rasters? Dus het eerste raster is bv even geheugen en het tweede raster het oneven geheugen ?
Ja

Periode berekenen
> ik heb een vraagje over de cursus:
> bij het hoofdstuk palplus op pagina 121 staat er iets over perioden per
> hoogte. om aan dat getal te komen wordt het aantal lijnen van het
> brievenbusbeeld gedeelt door 2. betekent dit dan dat er per periode 2
> lijnen geschreven worden?
De snelste afwisseling die je kan hebben is een opeenvolging van een zwarte 
en een witte lijn. Het kleinste interval dat steeds terug komt is dus 
steeds een zwarte en een witte lijn. Dit is ook de periode. Om uit het 
totaal aantal lijnen de periode te berekenen moeten we dus hat aantal lijnen 
door 2 delen.


Resolutie

Kijkafstand
Ik citeer (pagina 9 onderaaan, pagina 10 bovenaan): "Omdat de beeldverhouding 4/3 (horizontaal/verticaal) optimaal blijkt, heeft men 900*3/4= 675 punten veticaal. Wat hierboven berekend is, is een theoretische situatie. Een betere kijkafstand is echter 8 keer de beeldhoogte (6 maal de beeldbreedte)."
Als ik dit zo bekijk kom ik dus tot een 6/8-verhouding (horizontaal/verticaal) wat na vereenvoudiging van de breuk leidt tot 3/4, het omgekeerde van de 4/3 dus die u aanhaalt als beeldverhouding in het citaat.
Kan dit zijn dat er een foutje is in geslopen, en dat dat dus "...is echter 6 maal de beeldhoogte en 8 maal de beeldbreedte" moet zijn, of zie ik iets over het hoofd?
Ik ga het tonen met een rekenvoorbeeldje:
Als we een scherm hebben met een breedte van 80 cm, dan is de hoogte ervan 60 cm (4/3 verhouding).
De kijkafstand is dan best 8 keer de hoogte: 8*60cm=480cm.
Als we dit doen met de breedte komen we op 6*80cm=480cm.


Synchronisatie

Duty Cycle
Hoe kun je duty-cycle precies definieren?
Voor een blokgolf is de duty cycle de verhouding van de tijd dat de puls actief is ten opzichte van de periode van de blokgolf.

                       On-Time
Duty-Cycle(D)=   ------------------
                 On-Time + Off-Time



Genlock
ik ben tijdens de laatste les waar u uitleg gaf iets vergeten te vragen in verband met de gen-lock: op pagina 29 staat er dat: "Vertragen van het interne signaal zal de spanning verhagen..."
ik heb dit meermaals uitgetekend op papier en bekom telkens dat als je het interne signaal vertraagd je een verlaging van de spanning bekomt iplv een verhoging van de spanning. is dit juist of niet?
Als je de interne sync vertraagt (tegengesteld aan de figuur P.29 onderaan), zal het signaal later negatief worden, en is het dus langer positief, waardoor de gemiddelde waarde hoger is

Hsync
Bij het studeren van Videotechnieken zijn er enkele dingen die nog onvolledig zijn in mijn cursus. Kunt u de volgende begrippen a.u.b. uitleggen en/of verklaren?
* H-sync 
De H-sync (horizontale sync) is in het algemeen de synchronisatie die de horizontale afbuiging stuurt.  Het is hetzelfde als de lijnsync, omdat de lijnen de horizontale scanning van het beeld aangeven.
Afhankelijk van de context is dit een apart signaal (4 V top-top) of zit het in het videosignaal.


Lijnimpulsen - Rasterimpulsen
ik vroeg me af wat het verband is tussen de lijnimpulsen en rasterimpulsen
(hoofdstuk synchronisatie) en de horizontale en verticale synchronisatie.
Horizontale en verticale synchronisatie snap ik.
Juist het doel van die raster en lijnimpulsen is me wat ontgaan.
lijnimpulsen = horizontale sync ; rasterimpulsen = verticale sync
lijnpulsen geven het begin van een nieuwe lijn aan, rasterimulsen geven het begin van een nieuw raster aan

Lijnsync - Rastersync - Egalisatiepulsen
Hieronder heb ik eens in eigen woorden proberen te vertellen wat al die synchronisatiepulsen zijn. Is het mogelijk om te laten weten of mijn eigen woorden van vertellen juist zijn ? Met onderaan een klein vraagje.
Lijnsychronisatie wordt gebruikt opdat de spot  zou weet waar hij horizontaal gezien moet beginen en stoppen.
Lijnsync geeft aan WANNEER een nieuwe lijn moet beginnen

Rastersynchronisatie wordt bekomen door een LD-filter te plaatsen, met als ingang de lijnsynchronisatiepuls. Daarbij wordt ook een comparator geplaatst, bij een bepaalde referentiespanning zal de uitgang hoog worden en begint een nieuw raster. (na lijn 312). Na lijn 625 gaat opnieuw de referentiewaarde bereikt worden en begint terug een nieuw raster.
Ja

Het probleem is echter dat bij de overgang van het eerste naar het tweede raster de condensator van de RC keten niet helemaal ontladen is, alvorens hij opnieuw zal opladen. Zodus gaat het referentieniveau eerder bereikt worden en begint een nieuw raster, terwijl het vorige nog niet af is. Daarom gaat men egalisatiepulsen plaatsen.

Maar nu is de vraag waar precies die egalisatiepunten geplaats worden? Ik had tijdens de les opgeschreven 2,5 lijnen voor, tijdens en na de rasterpuls.  Maar dit is mij even onduidelijk.
De rode puntjes geven aan waar er steeds een nieuwe lijn start.  De rastersync start bij het blauwe puntje.  De pulsen op de andere plaatsen zijn dus de extra pulsen.

Dit is dus het signaal dat binnenkomt via de kabel in de TV ? Waarbij je tussen 2 rode bolletjes één lijn hebt met informatie (beeld) ?

Zodus elk puntje is één lijn, voor één raster zijn er dus van 1 tem 312 puntjes (maar die teken je niet alle 312 natuurlijk). Bij het blauwe puntje begint een nieuw raster. Dat is toch daar waar het signaal zwarter dan zwart moet zijn omdat de "spot" terug naar boven zal gaan en men dit niet mag zien ? (blanking)
Elk puntje geeft het begin van een lijn aan.  De lijn waarin in deze figuur de rastersync start, is lijn 313.

In deze figuur heb ik ook enkele lijnen toegevoegd met video informatie.  Daarna begint de onderdrukking.  Vanaf dat moment is zijn de lijnen zwart.  'gewoon zwart' is al voldoende.


Wat gaan die egalisatiepulsen precies doen ? Puur technisch gezien dan.
die zorgen er voor dat de startspanning in de RC keten gelijk is voor de start bij de overgang van raster 1 naar raster 2, als bij de start van de overgang van raster 2 naar raster 1.

Het signaal na het blauwe bolletje, is het inverse signaal van daarvoor ?
De rode bolletjes geven aan waar een nieuwe lijn begint.  Het blauwe bolletje geeft aan waar een nieuw raster begint, en dus ook de rastersync. 

Rastersync
Zou het mogelijk zijn om een verklaring te geven over het begrip raster sync.
Omdat het beeld wordt opgebouwd uit lijnen en rasters moet bv de TV weten
wanneer hij een nieuwe beeldlijn moet schrijven op et scherm: maw, een lijn moet beginnen aan het begin van het scherm.
Het beeld is opgebouwd uit twee keer 312,5 lijnen, de rasters.
De TV moet ook weten wanneer zo een ratser begint, maw de TV moet weten op welke hoohet van het scherm de lijn gtekend moet worden. Daarom wordt er aan het begin van een raster de rastersync gegeven, dan weet de TV dat er opnieuw boven aan het scherm begonnen moet worden.


SPG
*Is het correct als ik zeg dat:
het doel van vergrendelen is:
de beeldbronnen synchroniseren door middel van "een SPG" (1 per beeldbron), zodat ze op ieder moment hetzelfde punt beschrijven?

Het begrip "SPG" kan naar 2 zaken verwijzen:
1) toestel in een TVbedrijf dat synchronisatiepulsen aanmaakt die naar alle camera's, playersn mengers, ... worden gestuurd zodat al die beeldbronnen synchroon lopen
2) schakeling in een beeldbron die de syncpulsen aanmaakt, die gebruikt worden om het videosignaal aan te maken.  Als deze beeldbron een 'External Ref' ingang heeft, dan zorgt deze schakeling er ook voor dat de beeldbron gelocked kan worden op deze exteren referentie.  In de cursus wordt dit de vergrendelschakeling genoemd.
Voor de rest klopt je veronderslelling wel.

*U schrijft in de cursus dat er slechts 1 verbinding nodig is voor de hele synchronisatie, aangezien er in de samengestelde synchronisatie voldoende informatie zit om de benodigde signalen aan te maken. Normaal zouden er 4 verbindingen gemaakt moeten worden; aangezien er om een videosignaal aan te maken 4 signalen nodig zijn (H,V,O en S). Is er dus altijd slechts 1 verbinding nodig, of enkel om te synchroniseren?
Er wordt nu inderdaad maar 1 enkele verbinding gebruikt: de BB (black burst, ook blak & burst genoemd)


*Is dit (wat hieronder geciteerd staat) de werking van een SPG, die tevens hetzelfde is als de defenitie van synchroniseren?
De SPG meet het verschil in tijd tussen de externe synchronisatie en de binnenkomende syncpulsen, en verplaatst de intern opgewekte referentie zodat die op de gewenste plaats komt.

Syncniveau
*in het hoofdstud synchornisatie hebben ale pulsen een spanning van 4V tt, terwijl een gewoon videosignaal maar 1V tt is worden deze voltages bij het samenstellen van het uiteindelijke videosignaal ( ntsc of pal ) gewoon omgevormd in het videosignaal, hoe zit dit juist?
Syncsignalen zitten meestal in het videosignaal verwerkt.  Dan is het het gedeelte van het signaal tussen de 0 en de 0,3V.
Het is de PALcoder die er voor zorgt dat deze signalen de juiste amplitude krijgen.

Als de sync wordt doorgegeven als een appart syncsignaal, en dus niet IN het videosignaal zit verwerkt, dan heeft het een amplitude van 4V.


Vergrendelen vs Synchroniseren
> Ik heb een vraag in verband met vergrendelen en synchroniseren.
> Ik begrijp niet zo goed hoe beide met elkaar in verband staan.
> In de cursus staat: als 2 bronnen dezelfde frequentie hebben, dan zijn ze
> vergrendeld.
> Als 2 bronnen dezelfde fase en lijntijd hebben, dan lopen ze synchoon.
>
> Ben ik dan juist als ik zeg dat:
> -Om beelden te kunnen mengen moet de SPG (van de beeldbron), vergrendeld (
> is dit hetzelfde als locken? -Ja-) worden met de SPG van de studio. Want als ze
> vergrendeld zijn kunnen ze pas synchroniseren en als ze gesynchroniseerd
> zijn kunnen ze pas gemengd worden. -Ja-
>
> - vergrendelen= de ene SPG (schakeling in de beeldbron), wordt via zijn
> "external ref" ingang vergrendeld op de externe referentie van de SPG van de
> studio. Nu hebben ze dezelfde referentie,frequentie. -Ja-
>
> - synchroniseren: eenmaal ze vergrendeld zijn meet de SPG (van de
> beeldbron) het verschil in tijd tussen de externe synchronisatie en de
> binnenkomende syncpulsen, en verplaatst de intern opgewekte referentie zodat
> die op de gewenste plaats komt te liggen.

Ja, maar:  De chef-techniek van de studio zal nakijken of de videosignalen allemaal synchroon aan de menger aankomen.  Als dat niet zo is, zal deze een instelling in bv de camera aanpassen om zo de juiste fase aan de menger te bekomen.  Dit kan gebeuren door aan knoppen te draaien, of door ergens in een menu aanpassingen te doen.
> De beeldbronnen hun signalen zijn nu volledig synchroon en kunnen nu pas
> gemengd worden. -Ja-

2BGM



Audiocompressie

DTS
en dan nog een laatste vraagje op p 253) DTS encodering. Een belangrijk onderdeel hieruit is de subband adaptive differential encoding. het is de stap die het tweede niveau aan decorellatie doet . Hier haak ik af. Een gecorreleerd signaal moeten we toch niet decorelleren? Ik zal wel gewoon fout zitten wat 'decorellatie' betreft op zich'
Een willekeurig signaal bevat een eenvoudig te coderen gedeelte (het gecorreleerd gedeelte) en 'de overschot'.  Om deze 'overschot' te vinden moet het gecorreleerd gedeelte van het originele signaal worden afgetrokken.


Generaties
blz. 238, Dolby E: wat bedoelt u met 10 encoding/decoding cycles? Zijn dit
10 generaties van compressie, decompressie en opnieuw compressie?
Ja


look-ahead delay
blz. 238: bedoelt u met 'look-ahead delay voor dynamic block switching' de
vertraging die ontstaat door het vooraf analyseren van het signaal om
transiënten te vinden, waar men dan de frequentieresolutie (met dynamische
filters) verlaagt om zo een preciezere tijdsresolutie te krijgen (en o.a.
pre-echo te vermijden)?
Ja, look-ahead wil dus zeggen bekijken wat er gaat komen.  Omdat het niet mogelijk is te voorspellen wat er gaat gebeuren, kan je dat wel simuleren door nu te zien wat er nu is, en pas iets later de echte codering te doen.


MP3 - bitrate uncompressed audio
> In het blokschema van de mp3 encoder staat een input van 168 kbps. Moet 
> dat geen gewone PCM zijn à 1,4 Gbps?
Inderdaad, dat is gewone PCM, maar aan ongeveer 1,4 tot 1,92 Mb /sec voor een stereosignaal, afhankelijk van de samplefrequentie (44.1, 48 kHz) en het aantal bits (16, 20)

Psycho-akoestisch model

-)Bij audiocompressie hebben we ook het psycho-akoestisch model. Wat doet dit eigenlijk want de dit word niet echt vermeld in de uitleg hierover op pagina 234.

Met het psycho-akoestisch model wordt bedoeld dat er rekening wordt gehouden met hoe de hersenen ( de menselijke interpretatie, psycho) de klanken (akoestich) waarnemen, interpreteren.



temporal spread
blz. 237 bij temporal noise shaping (AAC): wat is 'temporal spread'?
Dat is de verspreiding in de tijd van de geluidssampels.  Na de codering kan het immers zijn dat de audiosampels iets naar voor achter geplaatst worden.


Beeldbandopname

Algemeen
Ik ben hoofdstuk beeldbandopname en weergave aan het leren en heb enkel
> vragen. Het zijn misschien domme vragen maar ik vind nergens in de cursus het antwoordt.
> Op p.241 zie ik onderaan termen als het bekomen en aangeboden videosignaal.
> Is het zo dat het aangeboden videosignaal het opgenomensignaal is en het
> bekomen signaal het weergave signaal?
aangeboden signaal: externe referentie of videosignaal dat opgenomen zal worden in een recorder bij een insert
bekomen signaal: het videosignaal dat van de band komt

> op p.246 zie ik een afkorting BBW. In de zin: er is steeds een verbinding
> nodig van de TBC naar de BBW om een correcte uitlezing te krijgen. Bij deze
> 3 termen wou ik graag de verklaring weten.
Ik zie hier maar 2 afkortingen: BBW = beeldband weergave / TBC = Time base corrector
Er staat een lijst van (bijna) alle afkortingen op het einde van de cursus


ATF
> dus per videospoor wordt er extra signaal mee opgenomen met bep freq...
> Nu die freq ligt dat echt vast op die waardes 162.8, 146.5,...?
Ja

> Of is het zo dat er enkel een verschil van 16 of 45khz moet zijn tss 2
> opeenvolgende sporen en mogen dat evengoed andere freq zijn zolang het
> verschil maar klopt?
Neen, de specificaties geven deze frequenties aan voor voor de Hi-8 norm.

> Wat genereert die freq?
Een blokgolfgenerator, tijdens de opname.
 
 Moet het verschil eigenlijk 16 of 45 zijn of
> detecteerd hij het zowiezo bij beide?
Hij detecteert de twee.  Als de ene frequentie voorkomt, leest de kop iets boven het juiste spoor, als de andere frequentie voorkomt, leest de kop iets onder het juiste spoor.
Volgorde nummer van het spoor Frequentie op dat spoor Frequentieverschil met het vorige spoor Frequentieverschil met het volgende spoor
1 162,8   16,3
2 146,5 16,3 45,5
3 101,0 45,5 -16,2
4 117,2 -16,2 -45,6
5 162,8 -45,6 16,3
6 146,5 16,3 45,5
7 101,0 45,5 -16,2
8 117,2 -16,2 -45,6
9 162,8 -45,6 16,3
10 146,5 16,3 45,5
11 101,0 45,5 -16,2
12 117,2 -16,2 -45,6
13 162,8 -45,6 16,3
14 146,5 16,3 45,5
15 101,0 45,5 -16,2
16 117,2 -16,2  
 
 Ik begrijp ook de verhouding tss de
> amplitude van die freq niet  met het bewegen van de kop.
Als de kop perfect op het juiste spoor zit, dan zal een frequentie van 162,8 kHz, 146,5 kHz, 101,0 kHz of 117,2 kHz gelezen worden.  Het laagdoorlaatfilter zal deze frequenties niet doorlaten.
Als de kop een beetje te veel naar het vorige spoor neigt, dan zal, bv bij spoor nummer 10 een combinatie van 146,5KHz en 162,8 KHz gelezen worden.
Het uitlezen van deze twee frequenties geeft een zweving van 16,3 KHz geven.  Daardoor weet de player dat de kop iets te veel naar het vorige spoor zit.

> En dan de laatste zin van de cursus,
> er dient rekening te houden dat de freq afwisselend een te hoge of te lage
> posititie weergeven
> begrijp ik ook nie zo goed.
Als je spoor nr 10 opnieuw neemt, dan zie je dat de zweving van 16KHz aangeeft dat de kop te veel naar het vorige spoor zit, en 45KHz geeft aan dat er te dicht bij het volgende spoor wordt gelezen.  Voor spoor 11 is dat net omgekeerd


ATF
> * Beeldbandopname: in het blokschema van ATF staat na de kring die de 
> detectie doet van de positie van de kop tov de sproren een schakelaar die in 
> één stand verbonden is met de feedback van een opamp en in de andere stand 
> met de ingang van de opamp. Hoe moet ik dat interpreteren?

Het symbool met de driehoek wordt in schema's ook gebruikt om een buffer aan te geven. Het bolletje er achter geeft aan dat het een inverterende buffer is.
Digitaal gezien wordt dan een "1" een "0" en omgekeerd.

De ene keer zal het verschil in frequentie 45KHz zijn, en de andere 16KHz voor een te hoge of een te lage stand van de kop. De amplitude van de zweving op 16 of 45 KHz zal gedetecteerd worden in het 'detection' blok. De vergelijker (groen) bepaalt dan of de zweving 16 of 45KHz is. De buffer inverteert dan dit signaal. De Head Switching Pulse zal er voor zorgen dat het verschil steeds op de juiste manier wordt geïnterpreteerd.
Voor een betere interpretatie is de figuur iets aangepast tov deze in de cursus.


Betacam
Ik heb een vraagje over Betacam SP van het hoofdstuk beeldbandnormen, in de tekst staat dat Betacam afwijkt van de EBU en dus geen Y, R-Y en B-Y gebruikt maar Y, U en V. In de figuur gebruikt Betacam dan wel weer Y, R-Y en B-Y. Is dit een foutje, zoja welk of ben ik niet helamaal mee?
Wat ik hier mee bedoel is dat de uitgangen van de player in europa een amplitude heeft die afwijkt met die van de US. Omdat U en V afgeleid worden van R-Y en B-Y klopt de figuur.
Een toestel dan in Europa wordt verkocht wordt anders afgeregeld: de uitgangsamplitude en de  ingangsgevoeligheid liggen anders.


Betacam: CTDM
> 1. Bij CTDM worden de kleurverschilsignalen dus in de tijd 'samengedrukt', 
> en via een schakelaar op één spoor gezet. De timing-pijl die die schakelaar 
> controleert, is dat de lijnimpuls?


Het timing-blok wordt gestuurd door de sync van het videosignaal (dus de lijnpulsen). Van daaruit gaan er sampelpulsen (verschillend voor het sampelen van het binnenkomende videosignaal als voor het uitklokken van het uitgaande videosignaal) naar de lijnbuffers en gaat er een puls naar de schakelaar die om de 32 µs R-Y dan wel B-Y door laat.

Betacam: CTDM
Hoi,
In de cursus staat Chrominance Time Devision Multiplex, maar in de les screef ik Compressed Time Division Multiplex. Waarvoor staat CTDM nu juist?
C= Chrominance of Compressed
D= Devision of Division
Compressed Time Division Multiplex


Betacam: VISC
Ik begrijp niet hoe de extra pulsen in het b-y kanaal en de visc in datzelfde kanaal de capstan sturen om geen uitmiddeling te krijgen van de hoge frequenties bij het hercoderen van kbos naar y/c en terug nr kbos. Op welk moment wordt de h aangepast? bij het coderen naar y/c voor opname of het hercoderen naar kbos voor weergave op monitor?
Dit gebeurt bij de assemble of de insert tijdens de opname.
verwijzen deze pulsen naar de fase van de originele subcarrier?
Ja
vanwaar komt de nieuwe subcarrier? komt deze uit een oscillator in de vtr? heeft deze enige relatie met de originele fsc?
Er is geen nieuwe subcarrier. De VISC is een afgeleide van de Fsc van het opgenomen signaal.
(aangezien de C in fm wordt gemoduleert veronderstel ik dat er geen sprake is van een 4,43 mhz frequentie op een beta sp tape?)
Tuurlijk niet, het is een component opname systeem.
op welke manier weet de vtr dat het y signaal eventueel in tegenfase is met de nieuwe fsc? heeft dit iets te maken met de 8rastercyclus?
Het heeft inderdaad ook te maken met de 8-rastercyclus.
De VTR vergelijkt de binnenkomende Fsc met die van de VISC.


Betacam: VISC
Zoals ik het begrepen heb is de VISC een met de halve frequentie van de (kleuren?)
Ja
draaggolf signaal dat gebruikt wordt teneinde de draaggolf fout zo klein mogelijk te houden. Dus de lek tussen Y en C beperken.
Dit hangt af van de Capstan Lock.
Indien deze om de twee rasters plaatsvindt is de lek groot omdat er niet genoeg tijd is om de draaggolf te reconstrueren. Er is ook geen Hshift. Dit is dus in gebruik voor snelle montage?
2/4 FD. De lock gebeurt per beeld. Iets meer tijd. De H-shift is er.
4 FD Lock om de twee beelden. Een betere kwaliteit omdat de draaggolf meer tijd heeft om goed gevormd te worden.
8 FD Lock om de vier beelden. De beste kwaliteit mogelijk, de subcarrier wordt gereconstrueerd. Er is wel meer tijd gebruikt. Hier is er weinig tot geen lek?!
Correctie:
Als er twee beelden achter elkaar gezet moeten worden (= montage), moet men rekening houden met de fase van de (PAL-)draaggolf.  In een volledig component omgeving is dit niet nodig, want er is geen draaggolf.  Maar, als we een composiet signaal opnemen op betacam, dan kunnen we hier best wel weer rekening mee houden, dit ivm de slechte scheiding van Y en C in de PAL decoder die er in de betacam zit.
Dus, als we een insert willen doen van een fragment dat van beta komt op een andere beta (bv cut-cut montage, maar dat is ook zo voor AB montage), dan is het best dat de kleurenfases van de restdraaggolf van de verschillende videofragmenten in fase zijn met elkaar op de plaats van de cut.
Dit kan gebeuren op 2 verschillende manieren, ofwel zorg je er voor dat de kleuren fase exact gelijk is ( dan zit je vast aan de PAL 8-raster cyclus), ofwel verschuif je het beeld horizontaal tot de fases op elkaar komen te liggen.
De twee oplossingen hebben hun eigen nadelen: 8FD lock zorgt er voor dat je niet willekeurig je in- en uit-punten kunt bepalen.  Daardoor kan het zijn dat als je bv je inpunt legt op TC 00:13:54:13 dat de editor het verschuift naar TC 00:13:54:09.  Je inpunt is dus 4 rasters verschoven, wat dus 'ambetant' kan zijn in een montage.
Bij de 2/4 FD lock zal het inpunt zoals jij het hebt ingesteld ook gebruikt worden.  Maar in dat geval kan het zijn dat de kleurenfases niet overeen komen.  Om dat op te lossen wordt het beeld horizontaal iets verschoven tot de kleurenfases terug op elkaar komen te liggen.  Stel dat je dit verkiest, en je wilt de beelden van een vaste camera achter elkaar monteren, dan zal je kunnen zien dat het beeld op de cut iets horizontaal verschuift.
4FD lock is er tussen in, 4 raster cyclus ipv een 8 raster cyclus, en slechts een kleine horizontale verschuiving.

Edit - Assemble -Crash
Nog een klein ander vraagje dan, uit het hoofdstuk uit de cursus van vorig jaar. Over het wissen en schrijven van een magneetband. Nu zie ik het verschil tussen assemble en crash record niet goed. Of misschien toch.
Kan het zijn dat assemble eigenlijk gebruikt wordt voor edit-toepassingen. Hij schrijft alles over (video, audio, CTL en misschien TC) op een bezette videotape. Maar zorgt er wel voor dat de nieuwe geschreven video proper mee de CTL pulsen volgt van de voorgaande video. Die hij te weten komt in de pre-roll.
Crash record wist alles en schrijft alles helemaal opnieuw wat dus eerder in langere opnames gebruikt wordt?!
Klopt dit wat ik zeg of ben ik helemaal fout of belangrijke dingen vergeten!
Je zit juist ivm de werking van assemble an crash record, maar voor toepassing zit je fout.
Wel nog een toevoeging: assemble pikt in op wat er al stond, maar vanaf het moment dat het toestel in record gaat, wordt er geen rekening meer gehouden met wat er nog op de band staat.  De tape mag dus leeg zijn na de preroll time.
Bij insert wordt bestaande video vervangen door nieuwe en moet er dus wel steeds iets op de band staan.
Assemble wordt gebruikt voor die gevallen waar de 'nieuwe' video proper moet aansluiten met wat er al op de band stond.  Dit kan bv zijn voor de opname van een programma in een studio op een nieuwe tape.  Zo ontsaat er een 'propere' tape, ook als er verschillende keren opnieuw begonnen is.
Dit wordt ook gebruikt bij opnames in de camera.  Zo staan alle shots proper achter elkaar op de tape. Indien dit niet gebeurt, kunnen in de montage de eerste 5 seconden van iedere opname niet geruikt worden.

Hysteresis
Ik begrijp de FM oplossing voor het hysteresis probleem niet. Eigenlijk begrijp ik ook het probleem niet goed. Is het zo dat bij bv: AM, waar de info in de amplitude zit, de info in het verzadigd gedeelte van de hysteresis kromme terecht komt? En bij FM, wat de oplossing voor het probleem is, de info in de nuldoorgang zit en dus in het onverzadigdbare gedeelte van de kromme zit? Bij FM is er geen probleem met de hysteresis.  Omdat bij FM de amplitude niet van belang is, enkel de 0-doorgangen, is het niet erg dat er een eventuele amplitude vervorming zou zijn.  Hier moeten dus geen voorzorgsmaatregelen getroffen worden.
Bij AM worden amplitudevervormingen wel problematisch.  Hier wordt er dus wel mee rekening gehouden.
Het hysteresisprobleem is dat op de band voor een bepaalde waarde (spanning) een andere magnetische waarde achter blijft.

In deze grafiek kan je horizontaal de stroom stellen die er door de electromagneet stroomt (de magnetische flux).Verticaal staat in deze grafiek het magnetisme dat in de magneetband wordt opgewekt.
Daarbij is te zien dat het magnetisme op de band niet enkel afhankelijk is van de stroom, maar ook van de manier hoe er tot die waarde is gekomen (pijltjes).


Magnetisatie

>>'De amplitude van e zal evenredig variëren met de frequentie van het
>>aangelegde signaal'.
>>Hoe interpreteer ik deze zin? Is het evenredig variëren met de waarde van
>>de frequentie van het signaal dat op band staat

>- JA, zie ook hieronder -

>>(en gebeurt er dus een soort
>>'frequentiedemodulatie' ) of is het, zoals ik oorspronkelijk dacht, dat de
>>amplitude van e even snel
Inderdaad, de spanning e zal afhangen van de frequentie van de de magnetisatie op de band.
Maar de spanning e zal ook afhangen van de sterkte van de magnetisatie.
 
>- Neen, zie ook hieronder -

>>(met dezelfde frequentie) en evenredig varieert
>>als het signaal op de band (amplitude is dus evenredig met de mate van
>>magnetisatie op de band, zoals in boek van Analoge en Digitale technieken
>>staat ivm analoge opname
Wel opletten: magnetisatie en spanning liggen 90° in fase uit elkaar.

>Welk boek?)??
>men kan hier niet spreken van het snel variëren van de amplitude.  De
>amplitude is immers de >maximale uitwijking van het signaal.
>Wat ik bedoel is dat de grootte van het signaal (de apmlitude) evenredig
>zal zijn met de frequentie

Het boek waarover ik het had, is 'Digitale Audio' van Ken C. Pohlmann.
Daarin staat dat de waarde van het signaal op ieder moment evenredig is aan
de waarde van de magnetisatie op de band. Vandaar mijn verwarring (ofwel heb
ik dit verkeerd onthouden/begrepen)...
Hier ben ik het niet mee eens.  Een spoel meet de verandering van magnetisatie, en niet de hoeveelheid magnetisatie.


Magnetische registratie
> * Cursus 1BGM: beeldbandopname: blz. 236:
> 'De amplitude van e zal evenredig variëren met de frequentie van het 
> aangelegde signaal'.
> Hoe interpreteer ik deze zin? Is het evenredig variëren met de waarde van de 
> frequentie van het signaal dat op band staat - JA, zie ook hieronder - (en gebeurt er dus een soort 
> 'frequentiedemodulatie' ) of is het, zoals ik oorspronkelijk dacht, dat de 
> amplitude van e even snel - Neen, zie ook hieronder - (met dezelfde frequentie) en evenredig varieert 
> als het signaal op de band (amplitude is dus evenredig met de mate van 
> magnetisatie op de band, zoals in boek van Analoge en Digitale technieken 
> staat ivm analoge opname Welk boek?)??
men kan hier niet spreken van het snel variëren van de amplitude. De amplitude is immers de maximale uitwijking van het signaal.
Wat ik bedoel is dat de grootte van het signaal (de apmlitude) evenredig zal zijn met de frequentie

> En in de formule van de spleetfunctie: is het niet e (ipv s)= sinx / x ?? 
> Dan begrijp ik het...
De formule is inderdaad misleidend. De hele formule is de spleetfunctie, en heb ik afgekort tot 's'. In deze formule gebruik ik 's' ook om de spleetbreedte aan te geven.
Deze formule geeft dus inderdaad aan hoe de spanning variëert ifv de spleetbreedte, maar omdat e ook nog afhankelijk is van andere zaken (zoals de frequentie) mag ik niet zeggen dat e=sinx/x, maar dit is wel correct: e is evenredig met six/x


Versnelde weergave
Bij de digitale tapeformaten worden de beelden uitgesmeerd over verschillende tracks (dus gesegmenteerd?) bv 12 sporen per frame bij digitale Betacam. Hoe wordt dan vertraagde en stilstaande weergave gerealiseerd? dmv digitale buffers? De lineaire bandsnelheid verandert hier toch niet bij vertraagde weergave, of wel?
Als de band steeds aan dezelfde snelheid blijft draaien, is een versnelde weergave onmogelijk.  De player moet immers weten wat weer te geven.  Als het systeem een variabele snelheid toelaat, zal er dus een aangepaste lineaire bandsnelheid moeten zijn.  De trommel bevat ook meerdere koppen voor weergave of opname (zie DVCAM).  Omdat de huidige digitale opnameformaten werken met comppressie, zal er dus ook steeds een videogeheugen aanwezig zijn.


VISC

-)Bij betacam had ik ook een vraag. We hebben het over model I en II. Wat later gaat men het hebben over KBOS? Ik zie hier niet hoe we een KBOS signaal kunnen hebben. Kan men misschien met een betacam cassette een Kbos signaal gaan opnemen?

Inderdaad.  Daarvoor zit er een PAL decoder in de betacam, die het signaal omzet in Y, R-Y en B-Y.

 

Bij Visc gaan we wel pulsen toevoegen op lijn 12 en 325 en 8 en 321 maar wat doen die pulsen nu eigenlijk. Ze maken dat we van raster 1-4 positief zitten en van 4-8 negatief, maar wat heeft dit allemaal te zien met de subcarrier?

Omdat we dus een idee moeten hebben van hoe de originele subcarrier er uit zag, moeten we info daarover in het videosignaal steken.

Omdat de SC om de 8 rasters terug dezelfde fase heeft bij het beginnen van een lijn, kunnen we, door ons te baseren op info die op 1/8° van de rasterfrequentie loopt,

al een idee vormen van de fase van de SC.  Dit wordt verder aangevuld met de VISC die op lijnen 8 en 321 zit.

 

 



Voormagnetisatie
1. Beeldbandopname : Men kan een Bandbreedte van 25 Hz tot 5 Mhz niet rechtstreeks op een magnetische band registreren ,
-> Electronica heeft een probleem met signalen met een grote dynamiek.  25Hz tot 5MHz is teveel.
-> Bij het wegschrijven van magnetische signalen is er het hysteresis fenomeen: de hoeveelheid magnetisme die wordt weggeschreven is OOK afhankelijk van de reeds aanwezige magnetisatie. Hierdoor zal het opgenomen signaal afhankelijk worden van hetgeen er daarvoor op de band stond.
-> Dit is op te lossen door alle bestaande magnetisatie te wissen, maar dit is niet evident.  Daarom wordt er gezorgd dat de gemiddelde magnetisatie 0 is, nl door er een wisselend magnetisch signaal op te zetten, dat zo hoog is in frequentie dat de individuele alternanties niet te zien zijn, maar enkel het gemiddelde.
 
men lost dit op met VOORMAGNETISME op 5 x 5Mhz = 25 Mhz...
Enkel het tweede probleem lost men op met de voormagnetisatie.
 
Hoe is dit te verklaren?
Zie ook in de FAQ;  jaar: 2003_2004, klas: 2BGM, Vak: TVstudiotechnieken, Onderwerp: Hysteresis


Beeldmenging

AB montage
Ik snap eigenlijk wat een AB montage voorsteld.
In de curcus vond ik bij AB-montage een overzicht van een 2ME menger...?

Ik heb enkele definities van een A/B roll op internet gezocht en bijeen gezet:

A/B Roll Editing
Editing from two source VCRs to a third recording VCR. A switcher or mixer is used to provide effects such as dissolves.
 
A/B Roll: The use of alternating scenes, recorded on separate videotape reels (an A roll and a B roll), to perform dissolves, wipes or other types of video transitions.
 
AB Roll Editing - Creating an edit master tape from two source VTRs on a linear editing system, one contains the A-roll, and the other the B-roll. Transitions other than cuts, such as dissolves and wipes, are possible.
 
A-B roll
Videotape editing arrangement in which scenes on tape are played alternately on VTRs A and B and recorded on VTR C. Typically, the final output recorded on VTR C contains some scenes from VTR A and some scenes from VTR B with transitions (cuts, mixes, wipes etc.) between the scenes.
 
AB ROLL EDIT - Here we have the next level of editing, and more equipment to control.
1. two play decks
2. one record deck
3. one edit control - this will set the in-points on all the decks and the out-point on the appropriate deck.
4. one switcher - this unit will allow you to choose the type of Transition, used - cut - dissolve - wipe, and so on -
5. the switcher may be a stand-alone unit or a computer such as the Video Toaster. This unit is controlled by a GPI trigger, which synchronizes the tape change and the transition.

AB ROLL EDITING can be a very time consuming process, because of the time necessary to find and cue all of the scenes.
Both decks both must back up, cue and roll at the same time. This process alone is time consuming and makes the A/B roll editing, slow.


Keying

> ik snap perfect wat 'gain' en 'clip' doen als control voor keying, maar
> ben niet zeker over die bijkomende 'OPACITY': natuurlijk is opacity het
> omgekeerde van transparantie, maar dat is nogal vaag als het over keyen
> gaat.  in het boek staat dat het "een schaling is <=100%".  Volgens mij is
> een schaling het verticaal uitrekken van het keysignaal.  Maar dit zou dan
> hetzelfde doen als wat de gain-functie deed?
> Heb ik gelijk als ik aanneem dat die extra opacity setting (kijkende naar
> de grafiek waar clip & gain staat) enkel nog kan slaan op een OFFSET van
> het keysignaal?  (niet uitrekken maar de grafiek naar boven of onder)
> Maar dan klopt dus die "schaling <=100%" niet.

Clip en gain bepalen rond welk niveau van het binnenkomende keysignaal
gewerkt wordt.
Het bepaalt dus rond welke ingangs niveau's van het keysignaal er een
uitsnijding zal plaatsvinden, dus waar in het beeld de uitsnijding komt te
liggen.

De opacity zal daarna dit bewerkte keysignaal verzwakken.
De opacity bepaalt dus in welke mate voorgrond en achtergrond met elkaar
gemixed zullen worden.  Je kan het dus eigenlijk bekijken als een soort van
MIX tussen voor- en achterrond.



Luminantiekey
ik zit namelijk met een klein probleempje. Na het studeren van videomengers geraak ik eigenlijk maar niet wegwijs uit de luminantie Key. In essentie weet ik wel wat het is maar ik kan daarin alpha-kanaal, linear key, shaped en unshaped niet echt plaatsen. Zou je deze even kunnen plaatsen in het prachtige proces van luminantie Keying?
Wat men een 'key signaal' noemt binnen video, noemt men een 'alpha kanaal' binnen grafiek.  Het is dus eigenlijk hetzelfde, het eerste kom je tegen bij videomakers, het tweede kom je als benaming tegen in bv photoshop.
De linear key is een speciale setting van de luminance key.  Ik heb een stukje uit een manual over genomen. Als het niet duidelijk is, laat maar weten:
Clip
Clip adjusts the part of the cut source signal that will be used to cut the hole in
the background.  The range is from using the entire signal to using none of the
signal. 
Gain
Gain adjusts the softness of the key edges.  A luminance key would typically
have a high gain setting.  A linear key would typically have a low gain setting,
preserving the softness of the cut edge.  Often, the trick to setting up a good key
is the gain adjustment; too low allows imperfections of the cut signal to show
through and too high creates ragged edges.
Als we het hebben over shaped en unshaped, dan gaat het over de manier hoe de menger de keying uitvoert.


niet-additieve menging
6. Wat kan ik juist verstaan onder niet-additieve menging?
(Waarbij ik additieve menging als een soort crossfade beweging tussen 2 beelden aanzag, correct? Ja)
Hier een voorbeeldje:
Achtergrond:
 
Voorgrond:
 
Resultaat:
 
Enkele texten vanop internet:


Shaped vs Unshaped Key
> In het blokschema van shaped/unshaped keys staat een factor 1-K. Wat is 
> die K? Ik veronderstel de opaciteit, maar het staat er niet expliciet bij...
K is de waarde die het keysignaal heeft nadat het door de parameters clip, gain en opacity is aangepast.

Camera

CCU, MCP, OCP & RCP
> Wat zijn de fundamentele verschillen tussen CCU, MCP, OCP & RCP?
CCU: de bak de de camera verbindt met de studio.  Aan de ene kant gaat er een triaxkabel of multicore naar de camera, en aan de andere kant krijgt deze unit de BB van de SPG, de intercom connecties voor de cameraman, de aansluitingen van het videosignaal en de 230V voedingsspanning
MCP: is een paneel dat via alle CCU's met de camera kan communiceren, om onderhoud en configuratie van de camera te doen
OCP: is een paneel dat op de CCU wordt aangesloten, dus 1 per camera.  Het laat toe op een eenvoudige manier helderheid, contrast, kleur, ... bij te regelen tijdens de opname van een studioprogramma
RCP: dit is een kleiner paneeltje dat tijdens EFP toelaat aan de DOP om helderheid, kleur, contrast... in te stellen

> Hoe ik het interpreteer, zijn het allen soort van afstandsbedieningen van
> camera's, klopt dit? Ja Maar gebeuren de bewerkingen op het signaal (die zijn
> in te stellen op de CCU) allen in de camera, of sommige ook pas in de CCU
> (zoals bvb. kabelcorrectie)? Inderdaad, de meeste in de camera, maar sommige in de CCU.
>
> MCP en OCP zijn bedieningstoestellen met digitale verbindingen naar CCU (BS)
> (die met gewone elektrische contacten is verbonden aan de camera)? Is dit
> juist? Ja, maar als een triax kabel gebruikt wordt, zijn de verschillende signalen - video, besturing, ...- gemultiplexed op de triaxkabel
> Maar waarom een MCP (om de verschillende camera's op elkaar af te stellen)
> als je voor iedere camera ook nog een OCP hebt? De MCP heeft veel meer mogelijkheden, dus ook mogelijkheden die niet gebruikt worden tijdens studio-opnames, de MCP geeft ook toegang tot service instellingen van de camera, iets wat de gemiddelde beeldcorrector beter niet aanpast Of kan men op de MCP enkel
> instellingen doen die te maken hebben met het op elkaar afstemmen van de
> camera's en op de OCP al de andere instellingen?  Neen, hier kan alles mee, maar de OCP is gebruiksvriendelijker, mdat je er juist minder mee kan doen.
> Zijn MCP en OCP gewoon digitale toestellen om de CCU te bedienen? Neen, om de camera te bedienen.
> En een RCP werkt via een zender ipv kabel? Die werkt ook met een kabel, een zender is meestal een bron van problemen en ergernissen.


Contourcorrectie
> 2. Bij verticale contourcorrectie (het blokschema) staat in het midden een 
> grote tau. Is dat ook een vertraging, en zo ja, hoevel bedraagt die en 
> waartoe dient die?
Dit is inderdaad een vertraging die dient om de delay van de faseverdraaiing, de verzwakking, maar vooral het laagdoorlaat filter in de de bewerking van de voorgaande en de volgende lijn op te vangen.

Contourcorrectie

1/
>In het algemeen komt het er op neer om contouren te versterken, maw
>overgangen in het beeld.
>Ze gaan dus veranderingen in hte beeld opzoeken (ofwel met een hoogdoorlaat
>filter, ofwel door het verschil te nemen tussen de helderheid van een
>bepaald punt, en het punt er onder en er boven).  Dit verschil wordt dan
>versterkt of verzwakt, in te stellen door de cameraman/vrouw, om de
>hoeveelheid detail in het beeld aan te passen.

Oké, het algemene principe snap ik, maar enkel zaken in de blokschema's zijn
me nog steeds niet duidelijk:
*Verticale correctie:
De 180° fasedraaiing van de vorige en volgende lijn is er omdat je ze dan
bij de sommatie eigenlijk aftrekt van de huidige lijn?
Ja
Waarvoor staat de alfa?
Verzwakking of versterking van het signaal
Waarom een LP (LowPass)filter na de fasedraaiing?
Om ruis en horizontale details de vertikale contourcorrectie net te fel te beïnvloeden.
Het is dan uiteindelijk Ic (na sommatie) dat versterkt of verzwakt kan
worden?
Inderdaad, de gebruiker heeft soms de mogelijkheid dit aan te passen.
*Apertuurcorrectie: veranderingen vindt men met een hoogdoorlaatfilter, maar
in het blokschema staat een LP-filter...
Een hoogdoorlaat filter laat goed veranderingen door, dus ook ruis.
Door veranderingen te verzwakken, en dit nadien te vergelijken met het origineel, heeft men dus ook een grootte-orde van de details.
*Contourcorrectie: wat is die alfa met een schuine pijl erdoor?
Verzwakking of versterking van het signaal die door de gebruiker aan te passen is


Contourcorrectie

> Zou u aub wat meer uitleg kunnen geven over hoe contourcorrectie
> uitgevoerd wordt? Vooral de blokschema's op blz. 45 (verticale &
> apertuur-) zijn me niet helemaal duidelijk.

In het algemeen komt het er op neer om contouren te versterken, maw
overgangen in het beeld.
Ze gaan dus veranderingen in hte beeld opzoeken (ofwel met een hoogdoorlaat
filter, ofwel door het verschil te nemen tussen de helderheid van een
bepaald punt, en het punt er onder en er boven).  Dit verschil wordt dan
versterkt of verzwakt, in te stellen door de cameraman/vrouw, om de
hoeveelheid detail in het beeld aan te passen.



Witbalans
Is shading hetzelfde als de witbalans en zwartbalans maken?
- Is shading (in de oorspronkelijke betekenis) nodig bij CCD-camera's?
- Waarom gebruikt men bij de apertuurcorrectie een LP-filter?
- Een wit/zwart balans maken is in essentie niet hetzelfde als shading.  Bij de benaming die men tegenwoordig gebruikt is het maken van de balans wel een onderdeel van de shading, maar dit is niet volledig juist.
Bij shading gaat men ongelijkheden over de volledige oppervlakte van het beeld wegwerken.  De ongelijkheden in gevoeligheid en offset geven kleurzwemen in het beeld.
Dit is nog steeds nodig bij CCD's.  Bij de recentste camera's wordt dit digitaal gecorrigeerd.  Bij de oudere werd dit gedaan zoals dit bij buizen ook gebeurde: compenserende signalen aanmaken en instellen met potentiometers.
Bij apertuurcorrectie gebruikt men een laagdoorlaatfilter.  Als je van het originele signaal de laagdoorlaat versie aftrekt, krijg je een beeld dat vooral de veschillen (details) weergeeft.  Als we met een hoogdoorlaatfilter zouden werken, dan zou de ruis te veel versterkt worden. Deze bevat immers redelijk veel hoge frequenties.


Compressie

Algemeen
Begint compressie van het signaal al bij de keuze van het sample systeem bv. 4:2:2 of 4:2:0?
Ja
Klopt het dat DCT en Wavelet zijn manier om een signaal te ordenen en dat ze geen compressie uitvoeren?
Ja
Klop het dat de eigenlijke compressie wordt gedaan door de weging van de door de DCT of wavelet geordende frequenties
en dat het de bedoeling is bij deze weging om doormiddel van een delingsfactor voor de lage frequenties zoveel 0-en te krijgen?
De weging zal zo de uiteindelijke compressiefactor bepalen, maar de eigenlijke compressie wordt bekomen door de verschillende technieken binnen de Bitrate reduction.
En dat hoe groter de delingsfactor hoe meer 0-en er zijn  maar hoe moeilijker het wordt om informatie correct te herwinnen en er is dus een groter verlies is?
Ja
Klopt het dat de aantal windows bij wavelet wordt bepaald door deze delingsfactor en dat hoe minder windows je gebruikt hoe slechter de kwaliteit gaat zijn?
Klopt het dat deze delingsfactor wordt doorgestuurd en bij de encoder gebruikt wordt om het signaal te herwinnen.
Dit klopt ongeveer, maar er rest me vandaag spijtiggenoeg niet voldoende tijd om dit proper in een mail uiteen te zetten.

Klopt het als ik zeg dat Tijdsredundantie ook een manier van compressie is die werkt met i-p en b beelden en zo comprimeert. Dat tijdsredundantie los staat van DCT en wavelet en weging?
Ja

Klopt het dan als ik zeg dat jpeg, mpeg en h264/avc tools zijn die verschillende van de hierboven beschreven technieken toepassen om zo een gecompresseerd beeld te verkrijgen?
Ja

Zou u er mij op kunnen wijzen als ik hier iets over het hoofd heb gezien als er hier iets niet klopt.
Aan de hand van je vragen kan ik niet weten of je zaken over het hoofd hebt gezien, maar de meeste van je redeneringen lijken wel OK.


DCT vs DWT
> Ik ben net bezig met het hoofdstuk compressie, en ik vroeg me iets af.
> Ten eerste, is volgende stelling correct:
>
> DCT gaat op zoek naar correlatie tussen een bepaald (te compresseren) signaal, of beter, een fragment daarvan, en cosinusfuncties met verschillende frequenties en levert een curve die in feite de correlatie tussen elk van die cosinusfuncties en het originele signaal voorstelt en tevens het frequentiespectrum van het signaal is.
Het opzoeken van de correlatie geeft geen curve, maar geeft afzonderlijke getallen voor de verschillende harmonischen van de grondfrequentie.
 
> Ten tweede, kan ik stellen: wavelettransformatie doet in feite hetzelfde, maar met een zorgvuldig gekozen functie.
Ja, maar er wordt gebruik gemaakt van een intelligentere functie dan de sinus, en de schaling en de verplaatsing zijn 'efficiënter' dan bij de fourrieranalyse

> Kan ik daaruit afleiden dat DWT eigenlijk goed lijkt op fourieranalyse?
Ja.

>En wat is dan eigenlijk het essentiële verschil met fourieranalyse?
Is het correct te zeggen dat, doordat we de wavelet in de tijd verplaatsen, we de veronderstelling dat het signaal periodiek is loslaten en daardoor ook de tijdsfactor in rekening kunnen brengen, maw dat we beter in kaart kunnen brengen wanneer welke componenten voorkomen?
Vooreerst: compressie bij video gebeurt op basis van de beelden,  wat tijd dus is bij de 'gewone' DWT, is positie in het beeld bij video.
De vorm van de wavelets is zo dat ze inherent rekeing houden met het feit dat de grootte van de wavelet niet overeenkomt met de grootte van het beeld.  Dit heeft te maken met de 'windowing'.  Dit is niet zo bij de DCT, waar de cosinusfunctie, met dewelke dus vergeleken wordt, deze windowing niet 'ingebakken' heeft.
Ten tweede is er de schaling.
 
 
Bij de DCT worden fijne details met een even grote nauwkeurigheid geplaatst als grovere.  De DWT gaat op dit gebied intelligenter te werk: fijne details worden beter geplaatst dan grove.  Zo kan met eenzelfde hoeveelheid data een betere kwaliteit worden aangegeven.


DWT
Bij die wavelets, snap ik het principe wel maar dan komt DWT en CWT hierbij.
Bij CWT praat men over een verschuiving. Is dit de verschuiving die gebeurd bij het windowen? 
Het windowen is een techniek die nodig is om zo goed als mogelijk is een (niet periodiek) signaal te transformeren met de DCT of de DWT.
De verschuiving gebeurt om de wavelet zo goed mogelijk op het originele signaal te passen, net zoals bij de de fourrier analyse de sinus (of cosinus functie) er een fase wordt gegeven (is eigenlijk ook een verschuiving).


DWT
p 90) DWT; dynamic wavelet transform worden gebruikt om het aantal redundante gegevens te verminderen, doordat er slechts bepaalde schalingen gebeuren en bepaalde tijdsverschuivingen. Moet ik dat dan interpreteren zoals een "sampling" van een continue functie?
De 'D' staat voor Discrete, wat inhoudt dat er enkel op vaste waarden een sample genomen worden.  je kan het ook vergelijken met de Fourrier analyse en de Dicrete Fourrier analyse.  De gewone fourrier analyse doet de analyse op de originele (continuë) functie.  De Discrete Forrier analyse is een herwekte vorm van de Fourrier analyse die geoptimaliseerd is voor de verwerking van gesampelde signalen.

MP@ML

-Als laatste. Ik had tijdens de les bij MP@ML geschreven dat dit een compressiestandaard is die gebruikt word voor het verdelen tussen productiehuizen. Klopt dit, want veel vindt ik hiervan niet terug
Dit klopt niet.  De kwaliteit is er voor te laag (4:2:0).
Wat daar meer voor gebruikt wordt is 4:2:2P@ML.
Kijk ook eens in de FAQ op m'n website, 2BGM/Compressie/GOP & Profiles.
Hier een klein overzichtje:



Prediction error
> * Compressie: in H.264/AVC: wat wordt er precies bedoeld met de prediction 
> error? Ik begrijp niet hoe de coder kan weten wat de fout zal zijn die hij 
> maakt in zijn voorpselling van de beweging en wat het nut is van die door te 
> sturen in plaats van ze te corrigeren (dus ik veronderstel dat ik het 
> concept gewoon verkeerd begrepen heb)...
Als de encoder een compressie doet, dan weet deze welke info er zal doorgestuurd worden en dus ook hoe het beeld er na decoding zal uit zien. Het verschil hiertussen en het originele beeld is dus de error.
De prediction error is dus het verschil tussen het originele beeld, en het beeld zoals dat wordt bekomen na het opstellen van oa de P-beelden.


Weging
Men zegt eerst in de uitleg: 'Om een reductie van data te doen kunnen we details weglaten.'
Iets later in de uitleg gebeurd het volgende. 'De gegevens van de data worden dus gerangschikt volgens de frequentienhoud. We hebben dus evenveel gegevens voor als na de DCT.' Later spreekt men ook nietmeer van weglaten van gegevens,maar alleen van rangschikken van gegevens.
Wat zorgt hier nu voor de compressie, is dit weglaten van gegevens(lossy) of rangschikken van gegevens(lossles)? Zie ik hier iets boven het hoofd?
Compressie heb je door het weg laten van data.
Door de DCT worden de gegevens gerangschikt volgens resolutie, lage resolutie eerst, fijne details laatst.
Na dit rangschikken wordt de data doorgestuurd voor zover er voldoende bitrate is, met de grovere details eerst. Als er niet genoeg ruimte is, worden de laatste data (fijnere details) niet meer doorgelaten. Hierdoor is er dus compressie.
Dit is wel niet de beste manier om aan compressie te doen. Het wegvallen van gegevens geeft heel duidelijke fouten in beeld. Beter is er voor te zorgen dat door de schaling (quantisatie) in de compressie de output tabel voldoende coëfficienten heeft die 0 zijn. Die moeten sowieso niet worden doorgestuurd. Je krijgt meer nullen door hogere waarden te nemen in de quantisatie matrix, maar het is gebruikelijker en beter door de quantisatieschaal aan te passen.


Weging
p93 bij weging, onder de tabel) Waarschijnlijk een stomme vraag, maar hoe kan men nullen bekomen door te delen? Men krijgt toch nooit een nul door te delen?
Door afronding (naar beneden) van het resultaat van de deling.

Digitale video

Bitrate
Bij 4:2:2 staat in de cursus: "Per lijn worden er dus 720 (Y) en 2*360 (R-Y; B-Y), of 1440 samples doorgestuurd. Bij een 8-bits sampling levert dit 216 Mb/s, bij 10 bits wordt dit 270 Mb/s. Indien enkel het actieve beeld wordt verwerkt, wordt dit respectievelijk 166 Mb/s en 207 Mb/s."
Kloppen deze berekeningen?
Het aangegeven aantal samples staat voor het aantal aktieve samples.  Deze worden bekomen bij een sampling van Y aan 13,5 MHz, en R-Y en  B-Y aan 6,75 MHz.  In totaal dus 13,5 + 6,75*2 = 27 Msamples/sec.  Als we dit nemen aan 8 bit komen we op 27*8=216Mbit/sec, of 27*10=270Mbit/sec.

Compressie: GOP & Profiles
 tijdens het studeren van jouw curcus, zijn een paar dingen nog niet echt duidelijk.
in het hoodstuk video compressie kom ik een paar keer de term :  GOP=1;4:2:2P@ML of GOP=2;4:2:2P@ML
GOP versta ik dat is group of picture in een I,P en B structuur, maar wat betekent " = 1 of =2 "??
Dat wil zeggen dat de GOP 1 of 2 is.  Een veel gebruikte GOP is ook 12.
Dat wil zeggen dat er dan 1, 2 of 12 beelden in een GOP zitten.
dan komt er 4:2:2 dat is de verhouding voor de sampling freq voor Y:U:V maar hier achter komt dan P@ML hier van vind ik de betekenis ook niet terug.
4:2:2P wil zeggen: 4:2:2 profile
@ wil zeggen bij
ML wil zeggen main level
Welke de profiles en levels zijn, staat in onderstaande figuur.
 
 
ook nog bij digitale tapeformaten staat op pagina 130 van de cursus dat HDCAM ongecompresserd opneemt maar in de les over HD meen ik mij te herinneren dat enkel de norm D6 ongecompresserd HD opneemt, en dat HDCAM  weldegelijk een compressie doorvoert!?
Je hebt gelijk.  Het is inderdaad een gecompresseerde norm, aan 8 bit ipv 10 bit.


Digital cinema
Er staat in de tekst dat voor dig. cinéma men gebruik maakt van 1080i (pg1) terwijl er verder in de cursus (pg3)  bij de normen 1920 * 1080 * 30/24/25p. 24,25,30 slaat op cinéma, dit zijn toch het aantal bps in de cinéma, maar nu spreekt men van p voor progressieve structuur en niet meer van i van interlaced. Of moeten hier de progressieve beelden nog omgezet worden?
Het probleem wat je aanhaalt voor HD is zowat kenmerkend voor wat er aan het gebeuren is.  Omdat HD nog relatief jong is, zijn de normen zich nog aan het zetten.
Voor digitale cinema is het probleem van bandbreedte minder belangrijk dan dat van kwaliteit.  Het gaat hier immers over projectie in zalen, en niet over het uitzenden van programma's.  1080P heeft een bitrate van ongeveer 3Gb/sec, 1080I zit op ongeveer 1,5Gb/sec.  De beeldkwaliteit van 1080P is natuurlijk beter dan die van 1080I.
1080P is wat men (nu) wil kiezen voor 'digital cinema'.  Afgeleid daarvan wil men 1080P voorstellen voor TV kanalen die zich vooral op films willen richten. Omdat het eenvoudiger is om van 1080P naar 1080I te gaan, zal men voor 'digital cinema' opnemen op 1080P, en nadien voor uitzending op TV omzetten naar 1080I.
Een omzetting van I naar P gaat rasterfouten geven.  (Zie maar naar het freezen van een PAL beeld in een montage programma).
Dan zeg je ook nog "24,25,30 slaat op cinéma", dat klopt niet.  Het geeft het aantal beelden weer.  25 is bv dePAL, en 30 (29,97) de NTSC beeldfrequentie.

Maar: Digitaal werken met film ( de eigelijke DIGITAL CINEMA) bestaat al langer.  Het gaat hier over het afzonderlijk inscannen van ieder beeldje appart.  Er wordt dan ook niet gewerkt met YUV, maar met RGB beelden, waarbij iedere kleur aan de volledige resolutie wordt opgeslagen op harde schijven.  Hier spreekt men van 2K en 4K beelden: een resolutie van 2000 of 4000 punten.

Digitalisatie
> blz. 65 onderaan: E'r-E'y zal als uiterste waarden +0,701V en -0,701V en 
> E'b-E'y +0,886V en -0,886V hebben; komen die waarden van ergens of moeten we 
> ze gewoon aannemen?
Als je voor alle mogelijke kleuren de waardes berekent, dan zal je zien dat dit de uiterste waarden zijn. Ik moet toegeven dat ik dit zelf ook niet heb berekend, maar het zijn waarden die in verschillende texten terugkomen.
> blz. 67: hoe zit dat met die "XY" en tijdreferentiegegevens, kan ik even
> niet volgen...
Met "XY" worden 2 Nibbles aangegeven, dus in totaal 8 bits. De tabel daaronder geeft aan wat er in die 8 bits zit, bv een bit om aan te geven of het een lijn nuit het eerste of het tweede raster is (F), een bit om aan te geven of het een videolijn uit de rasteronderdrukking is of niet (V), ..., en nog wat bits om aan foutcorrectie te doen (P0-P3)


Digitaliseren
klopt dit volgend tekstje? dan snap ik het begin al van dig video, gewoon even ter controle.

> "Component video bevat de drie gescheiden signalen Y, Pb en Pr (ook wel Y,  Cb en Cr genoemd). Waarbij Y het helderheidsignaal is, Pb (of Cb) het blauw signaal minus de helderheid (Y) en Pr het rood signaal minus de helderheid.  dus kortmweg: component bestaat uit: Y, (R-Y) en (B-Y). Dit is bedacht omdat dit signaal bij hogere resolutie een betere beeldkwaliteit oplevert
Neen.  Het omzetten van RGB naar YUV is gedaan om een andere reden.
-> Eerst is er de compatibiliteitsvoorwaarde: Men moet er voor zorgen dat een kleurensignaal ook op een zwart-wit toestel te zien is.  In de kleurensignaal moet dus ook de helderheid zitten.  Daarom zit er dus 'Y' in det gebruikte componentsignaal.
-> Dan zijn ze ook R-Y en B-Y gaan gebruiken, omdat voor kleurloze (zwart-wit) beelden R-Y en B-Y nul is.  R-Y en B-Y kunnen we dus echt wel zien als 'kleurtoevoeging'.
> dan RGB (= composiet)
RGB = COMPONENT!!!, De 3 kleuren zitten op 3 verschillende kabels, de sync zit meestal op een 4 kabel.  Men spreekt van composiet als de helderheid en de kleur samen zitten op 1 draad.  De helderheid zit er van 0->5 MHz, ongemoduleerd, de kleur zit er doorheen, gemoduleerd rond 4,43 MHz.
(welke naast rood, groen en blauw ook een los synchronisatie signaal nodig heeft). bij composiet haalt men de helderheid uit het groene composietsignaal.
Om uit composiet groen te halen, moet het composiete signaal eerst de decodeerd worden.  We hebben dan Y, U en V
Uit Y, U en V worden eerst R en B gehaald.  Daarna kan met R, B en Y samen G bepaald worden.  In de praktijk gebeurt dit (YUV -> RGB) wel allemaal in 1 stap.
>daarnaast werken tv's intern ook met YUV waardoor er niet nog een RGB -> YUV conversie plaats hoeft te vinden
Klopt.
> wat invloed op de kwaliteit zou hebben."
Het zou de TV ook duurder maken

Digitaliseren
> de bitrate is gelijk aan de fs van de 3 kleurcomponenten x het aantal bits
> voor 422 dus 27x8=216 mb/s voor 8bit want 13.5+6.75+6.75=27
> voor 420 kom ik aan 20.25x8=162mb/s  want 13.5+6.75=20.25
> in de cursus staat echter 124bit voor 420
Je hebt een belangrijk gedeelte van de zin vergeten te lezen: "voor het actieve beeld"
Het gaat hier dus over 576 lijnen van de 625, en 53,333µs van de 64µs voor de lijntijd. 
Er wordt enkel met het actieve gedeelte geteld in dit geval, omdat als we het hebben over 4:2:0 en 4:1:1, we het hebben over het verwerken van beelden in computers, MPEG coders, ... Op dat moment wordt het gedeelte van het beeld in de onderdrukking immers niet verwerkt.
 
> de header bij sdti is dit de ruimte tussen eav en sav of is dit de ruimte
> boven de 100 ire of zijn dit gewoon extra bits opgenomen enkel voor
> transmissie of nog iets helemaal anders?
Op een SDTI verbinding wordt de (gecompreseerde) video in pakketjes verstuurd.  Een header is een beetje informatie dat vlak voor zo'n pakketje wordt gestoken.

> is er bij dct eigenlijk een dubbele weging? één vastematrix)( en één in te stellen door de gebruiker (schaal)?
Inderdaad, er is een vaste matrix, die eigenlijk het belang van de verschillende coëfficienten aangeeft, en een tweede die door de MPEG coder wordt gekozen in functie van de gevraagde compressierate, en de 'ingewikkeldheid' van het videobeeld.

> waarom heb je de 3e harmonische van een digitaal signaal nodig om voldoende stijle flanken te bekomen bij transmissie?
Als je het SDI-signaal opdeelt in de fourriercomponenten, dan bekom je een heel groot aantal harmonischen.
Als we het SDI signaal terug willen samenstellen uit deze componenten, dan blijkt dat we er minstens een 3-tal van nodig hebben om dit signaal terug te bekomen in een voldoende kwaliteit.

> vanwaar komen de waarden 0,701 voor Cr en 0,886 voor Cb, moeten we deze waarden en hun herkomst uberhaupt kennen? :-)
De waarde moet je niet van buiten kennen.  De grootteorde wel.
Ze zijn empirisch vastgesteld.  Ze zijn op een gelijkaardige manier bekomen als de waarden in de volgende formules bij NTSC:
V = 0,8777 (R-Y)
U = 0,493 (B-Y)
 
> p105 moet dit niet interframe zijn ipv intraframe (immers tijdredundantie)
Ik heb hier geen cursus met de paginanummers, dus ik weet niet waar het hier juist over gaat.
Een intrabeeld is een I-beeld: het is en beeld dat alle gegevens in zich heeft om gedecodeerd te worden.  Het maakt geen gebruik van tijdsredundantie.
Intrabeelden worden ook gebruikt in MPEG compressie.  Het zijn de I-beelden die de GOPS van elkaar scheiden.
 
> macroblocks
> 'de grote vd macroblocks is ahfhankelijk van de gekozen sampligstructuur' slaat dit op de fysieke grote (aantal pixels) of de grote van de informatie (aantal bits)
> maw pakt men steeds de opp van 4 lumabloks met dus minder data voor 420 codering of pakt men steeds 4 sampleblocks waarbij de opp van een makroblok voor kleurinfo dus 4x zo groot is als die van een makroblok voor luma maw gebeurt deze codering afzoderlijk voor y cr cb of gebeurt deze samen?
Een macroblock heeft steeds 4 DCT blocks, maw 16*16 luma samples.
Het aantal chromasamples dat er bij komt hangt af van de gekozen sampling: 4:2:2 - 4:2:0 - 4:1:1
De 'fysieke grootte' is dus steeds dezelfde, maar de hoeveelheid informatie kan dus verschillen.


Digitaliseren: Ey Eb Er
op pag 78 in de cursus bij onderdeel digitaliseren staat er:
als de waarden van de primaire signalen op 1V worden genomen, zal het
E'y-signaal variëren tussen 0 en 1 V.
wat bedoel je met primaire signalen? en wat met E'y?
Met de primaire signalen bedoel ik R, G en B.
E'y, E'b en E'r zijn signalen die R, G en B voorstellen met een amplitude
van 1V.  Voor R, G en B is dat slechts 0,7V.


NRZI
Bij het leren van de cursus Studiotechnieken 2BGM (versie 4.0) heb ik een kleine bedenking gemaakt bij een tekening. Het betreft op pagina 74
onderaan de tekening ivm de Non Return To Zero Inverted Code. Ik moet deze code ook kennen voor de cursus Analoge en Digitale Technieken van uw
collega Dhr Sleeckx. Omdat ik zeker wou zijn heb ik even op internet gezocht (hoewel de informatie op internet ook fout kan zijn). Ik vond
onderstaande link op Wikipedia.org. http://en.wikipedia.org/wiki/Non-return-to-zero,_inverted
Daar staat een schematische voorstelling van de NRZI-code, en men heeft daar enkel een overgang (transition) bij een logische nul. In uw cursus
echter, op pag 74, staat net het omgekeerde, dat er namelijk een overgang is bij een logische "één".
Na opzoeking in de nota's van A&DT staat dat er ook een overgang is voor een logische "één" en geen voor een logische "nul".
Nu vraag ik me af of de fout niet op de bewuste link van wikipedia staat, of dat er nog niet geïn-verteerd is. Zo zie je maar dat zelfs een
encyclopedie van Wikipedia niet steeds 100% te vertrouwen is.
Ik ga ervan uit dat uw cursus juist is, en die van Dhr Sleeckx ook, en de pagina van Wikipedia fout. Klopt dat?

Er bestaat ook een NRZI systeem dat inverteert op een '0'.
Deze heet: Non Return to Zero Inverted on Space


Sampling
Hier begin ik alles wat door elkaar te slaan vrees ik: bij composietvideo is de samplingfrequentie 4x de kleurendraaggolffrequentie, en dus verschillend per norm, bij componentvideo is de frequentie voor alle normen 13,5 MHz, maar waarop slaat dan de benaming 4:2:2 ?  4 staat voor Y, 2 voor U en de andere 2 voor V, dat is dus component, en de samplingfrequentie van component ligt toch vast?  13,5 MHz is toch niet 4x de kleurendraaggolf van PAL (4,43 MHz)of van NTSC(3,58 MHz)?  Wat is dan het verband tussen de 4 uit 4:2:2 en 13,5 MHz?
De cursus (p97 in V3.0) is hierover niet echt duidelijk, want daar staat dat de referentie voor de 4 de kleurendraaggolf van NTSC is, maar 4 x 3,58 is toch niet gelijk aan 13,5?
Omwille van de eenvoud van ontwerp, en om het mogelijk te maken toestellen te gebuiken in zowel PAL als NTSC-omgevingen, is gekozen voor een gelijkaardige sampling in de twee normen.
De benaming van de samplingstructuren komt van het feit dat de samplingfrequentie voor de digitale signalen ONGEVEER 4 maal de kleurendraaggolf is.  Het is enkel een benaming, geen absoluut gegeven.


Servers
p 130, configuratie van een play-out) U spreekt, onder de tekening, van 'servers', 'storage', 'file system controller', 'gateway', 'ui' & het netwerk. Maar op de tekening staan de file system controllers volledg vanboven. Dit zijn dus geen file system controllers als in 'disk-controllers', als in 'scsi/ide controllers'? Moet ik dit dan zien als een soort 'Media Management' systemen zoals beschreven op p213?en het 'storage subsystem' als 'video servers' (zoals die mediastream 1600 in de tekening op p212)?


De videoserver in dit voorbeeld is een configuratie van meerdere elementen.
Video I/O: dit is de box waar de video aansluitingen op gebeuren.  Deze heeft de video encoder (compressie) en decoder (decompressie) borden.
Storage: de units die de harde schijven hebben.  Deze zijn via een fiber channel netwerk met de Video I/O verbonden.
Gateway: Computer die het netwerk toegang geeft tot de storage van de server zodat ook andere zaken toegang hebben tot de storage van het server systeem.  De gateway kan bv montagesystemen, VOD (video on demand) encoders verbinden met de storage.
UI: user interface
File System Controller: omdat de data op units staat die ergens op het netwerk hangen, moet er ook minstens 1 systeem zijn dat weet waar welke gegevens staan.  Dat is de FSC.
Al deze zaken zaten vroeger samen in 1 systeem: de videoserver.  Omdat de Video I/O het meest typische is aan een serversyteem, wordt dit ook wel eens de video server, of beter server node genoemd.
Media management is een systeem dat van alle media (videoclips, audiofragmenten, foto's, ...)  binnen in een configuratie (dus niet enkel op de videoservers) weet waar deze te vinden zijn, wanneer ze zijn opgenomen, waar ze voor bedoeld zijn, ...
De Mediastream 1600 is een volledige videoserver.  Deze heeft ook de nodige storage aan boord.  Via de 'connect plus' (de gateway) staat dze in verbinding met een groter netwerk (WAN) met een andere gateway die verbinding geeft met de networked storage.  Op deze laatste storage hanen dan weer server nodes.


Elektriciteit

Equipotentiaalverbinding
> Beveiliging van stroomkringen: dit is waarschijnlijk een schandalige 
> vraag, maar wat is precies het verschil tussen een aarding en een 
> equipotentiaalverbinding, en wat is het nut van de laatste (het nut van een 
> aarding snap ik gelukkig wel)?
equipontentiaalverbinding is gewoon een sjiekere term voor aarding.


Examen

Bespreking

POTS-aansluiting: "klassieke" telefoonaansluiting

PSTN: telefoonnetwerk waarbij de verbinding met de correspondent iedere keer opnieuw wordt opgezet ('draaien van het nummer')

Telenet: verbinding over de RF destributiekabel, enkel in grote delen van Vlaanderen

ADSL: verbinding over het klassieke telefoonpaar, in België verdeeld via de firma Turboline (hoort bij Belgacom)

Vast IP adres is de enige mogelijkheid om computers te kunnen consulteren over het internet: Om een computer over internet te kunnen bereiken moet je het emailadres ervan kennen.  Ofwel 'koop' je een vast IPadres, ofwel sluit je je aan bij een dienst die een webnaam omvormt naar het IPadres van de computer waarnaar je wilt connecteren (vb http://www.no-ip.com/)

Glasfiber: is op dit moment niet de meest toegepaste netwerverbinding in thuistoepassingen, beter gebruikt men nu Cat5 UTP kabel.

Een router houdt geen virussen tegen, deze kan, indien juist geconfigureerd wel 'aanvallen van buitenaf' tegenhouden.

Montage op een computer die op internet is aangesloten wordt afgeraden, omdat een montagecomputer een montagecomputer is, en geen systeem dat ook voor internetten, spelletjes, ... bedoeld is.  Zelfs als de montagecomputer op internet is aangesloten (evt via een router), dan zal het monteren geen traffiek naar internet veroorzaken.

Video aan goede kwaliteit hebben aan 500KB/sec: 500KB/sec = 4Mb/sec is veel voor 'internetfilms'

Een oude computer heeft meestal geen schijf van 200GB.

Op een harde schijf van 200GB heb ik zo’n 100 films gezet (eerst DVD gekocht, dan gehercodeerd naar DivX en op de harde schijf gezet) en zo'n 50 mp3-tjes: 100 films geeft ongeveer 600MB tot 1400MB, afhankelijk van de gekozen compressie, in totaal dus maximaal 140GB.  Er is dus nog 60GB vrij voor muziek, ongeveer aan 3B tot 6MB/nummer.



HD

Interlaced - progressive
Bij HD gaan we 720p/50 gebruiken voor sportuitzendingen. Waarom kan dit niet gebruikt worden bij film? In een film kan er toch ook veel beweging in zitten(vb een achtervolging)?
Eerst een opmerking, een zender maakt een nu keuze voor ofwel 720p, ofwel 1080i. Die ligt dan vast voor alle uitzendingen.
Sportzuitzendingen worden opgenomen met een videocamera. Als hier een interlaced signaal wordt gebruikt, dan zal de camera 2 rasters opnemen. Deze liggen dan ook een half beeld in tijd uit elkaar. Door de snelle bewegingen in het beeld zullen de rasters dus erg verschillen.
Bij de uitzending van een film, wordt de pellicule ingescand. Omdat deze dan getoond wordt aan 25 beelden per seconde, zullen het eerste en het tweede raster van een beeld hetzelfde beeldje aftasten. Er zit dan dus geen beweging tussen de twee rasters.
Het probleem is dus niet echt de beweging op zich, maar de beweging tussen twee rasters in.



Interlaced - progressive
ivm met HD:
een interlaced (ge-interlineerd) beeld: bestaat die uit 2 rasters en progressive beeld is dat men video doorstuurt aan 1 beeld per seconde, dus  men werkt niet met rasters. is dit het grote verschil tussen interlaced en progressive?
Een interlaced beeld wordt opgebouwd uit 2 rasters.  Deze worden een voor een doorgestuurd (en getoond op een monitor).
De rasters op zich worden lijn per lijn opgebouwd. Bij ons zijn dat dus 50 rasters per seconde, 25 beelden.
Bij een non-interlaced beeld (progressive scan) worden alle lijnen van het beeld een voor een getoond.  Het beeld wordt niet meer opgedeeld in rasters.
Bij ons zijn dat 50 beelden per seconde.


SDTV
Als laatste.Ik veronderstel dat een SDTV-signaal een gedigitaliseerd PAL of NTSC signaal is?
Neen, SDTV is standaard definitie TV. Dat hoeft dus niet digitaal te zijn. Het kan component of composiet zijn.

Tri Level Sync
Bij de tri-level sync kan ik niet echt volgen hoe men met een stijlere overgang, jitter(klokproblemen) kan oplossen.
In de figuur hieronder heb ik een SD en een HD sync getekend.
Op ieder signaal zit er ruis (onzekerheid). Dit is hieronder nagedaan door het signaal dikker te tekenen.
Bij een SD signaal is de spanningssprong maar 300mV, bij de tri-level sync is dat 600mV.
Als we dat uitzetten in de figuur hieronder, en in het rood aangeven welk het spanningsniveau is waarop de sync wordt gedetecteerd, dan zie je dat (groene lijnen) er een kleiner verschil bestaat in de HD versie dan in de SD versie.


Tri Level Sync
5. Een tri-level sync zorgt voor een meer nauwkeurige timing door een stijlere spanningsovergang in de puls. Het lost dus de klokproblemen (jitter) op die optreden bij HD - signaal. Van waar zijn deze klokproblemen afkomstig, en waarom waren ze er niet bij een gewoon SD - signaal?
Omdat SD een lagere definitie heeft dan HD, moet het kloksignaal - de sync - niet zo naukeurig zijn als bij HD.
Zie ook in de FAQ: jaar: 2005_2006, klas: 2BGM, Vak: TVstudiotechnieken, Onderwerp: Tri Level Sync.


Meten

2T & 20T pulse
p 179, de 20T pulse) Men telt hier een sinus kwadraat op met de kleurendraaggolf, 4,43Mhz. Maar wat neemt men juist voor die sinus kwadraat; omdat er staat dat deze de lage frequenties weergeeft? Hoe wordt die dan weergegeven?
De sin kwadraat is een signaal dat gaat van 0 IRE tot 50 IRE, en bekomen wordt door het kwadraat te nemen van de eerste alternantie van een sinussignaal, waarvan de periode 2 keer 20T is.  Deze 2 keer is afkomstig van het feit dat de periode van een sinus twee keer de lengte is van één enkele alternantie.

2T & 20T pulse
p 178, de 2T pulse) Er staat uitdrukkelijk bij dat het de kortste puls is die door het systeem kan gaan; om de vervorming voor en na te meten. Maar waarom moet die kort zijn? Die kan toch evengoed lang (maar blokvormig) zijn?
Inderdaad, maar dat maakt het meten moeilijker.
Als je van een blokgolf wil meten hoe de hoge frequenties er uit zien, dan moet je de stijg en daaltijd van de flanken meten.  Bij een blokgolf die lang genoeg 'hoog' is, zal de spanning altijd welk ergens het 100% niveau halen.
Bij de 2T puls zal de spanning niet het maximuim halen als
de bandbreedte van het videotoestel / de videoketen die je nameet niet de 5 MHz haalt.  De maximale spanning die de 2T puls haalt is dus al onmiddellijk een indicatie voor de bandbreedte.
Doordat de stijgende en dalende flank dscht bij elkaar liggen in de 2T puls, is het ook eenvoudiger de in-en uitslinger effecten na te gaan.


Objectieven

Aberratie
een vraagje ivm lenzen.
Wat word gesproken van sferische aberatie en van longitudionale ab.
Wat is het verschil tussen deze??

Sferische abberatie:
Door de dikte van de lens gaan de lichtstralen die aan de rand minder glas tegen komen dan deze in het center.
Sferische abberatie zorgt er voor dat stralen aan de rand op een andere plaats in focus komen dan deze in het center.
Ga eens naar de link hier onder, daar laten ze dit zien.
http://amazing-space.stsci.edu/resources/explorations/groundup/lesson/basics/g13/index.php

Longitudinale chromatische abberatie:
Lichtstralen worden oa afgebogen in functie van de frequentie, wat bij licht wil zeggen, in functie van de kleur.
Objectieven worden hiervoor gecorrigeerd, maar de fout kan niet 100% worden weggewerkt, en hangt af van de brandpuntsafstand.



Astigmatisme
Ik had een vraag ivm lenzen. Het gaat over de term Astigmatisme; wat ik kan afleiden uit de engelse tekst en mijn nota's is het volgende: ovaal weergeven van een punt maar niet op een horizontaal of verticaal vlak maar diagonaal. Klopt dit?
Je uitleg van astigmatisme klopt ongeveer.
Het wil eigenlijk zeggen dat voor punten die niet op de optische as liggen er een verschillende scherpstelling is in de radiale en de axiale richting.  Als je een punt in focus hebt gezet voor de radiale richting, dat het dan onscherp kan zijn voor de axiale richting, en omgekeerd.  Het komt er dus op neer dat het punt een ovale vorm zal krijgen.
Het document in attach heb ik ook nog gevonden op internet, maar ik heb het zelf nog niet bekeken.
Als je op zoek bent naar nog verklaringen, maar dan in het nederlands, kan ik je naar volgende site verwijzen:
www.canon.nl/For_Home/Product_Finder/Cameras/filmcam_glossary.asp?ComponentID=28033&SourcePageID=26088

Circle of confusion
> Ik heb een vraagje i.v.m. de cirkel of confusion.
> Kan u me even kort uitleggen wat het juist is, want ik twijfel een beetje.
> Heeft het te maken met het feit dat de scherptediepte van een beeld afhangt
> van de nauwkeurigheid van uw opname-element (vb. CCD)? En wil dit dan zeggen
> dat als je meer pixels per oppervlakte hebt van uw opname-elemnt dat je dan
> meer of minder scherptediepte hebt ? Ja, meer pixels geven minder scherptediepte
> In mijn notities had ik ook geschreven dat als uw CCDpixel groter is dan het
> onscherpteveld in uw lens, dat je dan geen probleem hebt.
Ik heb een site gevonden met wat nederlandstalige verklaringen over lenzen, misschien kan deze je al wat helpen.
http://www.canon.nl/For_Home/Product_Finder/Cameras/filmcam_glossary.asp?ComponentID=28033&SourcePageID=26088
Wat de circle of confusion betreft:
Als je een beeld opneemt van één enkel heel klein puntje, dan moet dit op de CCD of de pellicule ook één klein puntje geven.  Door lensfouten kan het echter zijn dat dat dit een vlekje wordt.  Ditzelfde kan ook gebeuren als het beeld onscherp is ingesteld.  De grootte van dit vlekje is de verstrooiingscirkel (circle of confusion).
Als dit vlekje kleiner is dan een CCD-elementje (pixel), dan zal dit (bijna) niet te zien zijn in het videobeeld, en lijkt het beeld dus scherp.
Als je dus door de scherptedieptewerking onscherpte krijgt in bepaalde gebieden van het beeld, dan zal dat pas als onscherp te zien zijn in het videobeeld als de verstrooiingscirkel groter wordt dan die CCD pixel.  Hoe groter dus de pixels (kleinere resolutie van de CCD), hoe kleiner de kans dat de verstrooiingscirkel groter is dan de pixel.  In dat geval zal er dus minder als onscherp ervaren worden, en is de scherptediepte dus groter.


Fdrop / Ramping
Een verwarring bij F-drop: de beeldhelderheid is omgekeerd evenredig met het
kwadraat van het F-getal, dus hoe kleiner het F-getal hoe groter de
helderheid (hoe groter de diafragma-opening)...
Bij volledig inzoomen kan de intreepupil niet tot op het einde mee vergroten
waardoor er aan het uiteinde een vermindering van de helderheid ontstaat...
Waarom spreekt men dan van een F-drop ipv een F-'jump' (ofzo) of een
'helderheidsdrop'?
Dat moet inderdaad een vergissing zijn geweest van wie die naam heeft uitgevonden.  Maar die benaming is nu wel ingeburgerd.


MPFS
Komt ie weer. Klopt het dat je bij mpfs inzoomed, daar scherp stelt met je backfocus/macro om daarna uit te zoomen en daar scherpt te stellen met je scherptstelring?
Is dit de goede methode of zit ik hier mis.
Neen: Inzoomen, scherpstellen met de focusring, uitzoomen en scherpstellen met de backfocus/macro


Synchronisatie

Rechtstreekse & Omgekeerde vergrendeling
p 196, gecombineerde opstelling rechtstreeks en omgekeerd gelocked) Misschien snap ik het principe niet goed, maar op de tekening sturen de spg's toch alledrie de camera's en de VTR, en dan stuurt de mengtafel van de 'gebruiker' nog eens de mengtafel van de 'bron', dus ook omgekeerd; waar zit'm hier dan de rechtstreekse vergrendeling? In het feit dat aan de uitgang (de pijl linksboven) een VTR hangt, die bijgevolg rechtstreeks is vergrendeld? Of zie ik iets over het hoofd binnen het schema?
Het schema dat ik daar gegeven heb, is inderdaad niet het meest duidelijke.  Het schema zoals het er staat heeft de volgende stuctuur:
De 'rechtse studio' is de master.  In deze studio zijn CAM3 en de VTR omgekeerd vergrendeld.
De uitgang van deze studio gaat naar bv een recorder, en deze is rechtstreeks vergendeld.
De linkse studio is omgekeerd vergrendeld op de rechtse studio.  In deze studio zijn dan ook weer alle camera's omgekeerd vergrendeld.
Een ander voorbeeld heb ik hieronder gegeven.  Daar is de rechtse regie rechtstreeks vergrendeld aan de linkse.  De situatie zoals deze hier gegeven staat, komt echter heel weinig voor.

Zijn bij deze voorbeelden de SPG's in elke studio die van de mengers (= gebruikers)?
Neen, dit is een extrene SPG, een aparte doos.


Workflow

AAF vs OMF - MOS - MXF vs GXF

Dan nog een vraag rond p 219 e.v., over AAF, OMF en dergelijke. het verschil snap ik eigenlijk niet zo goed. Correct me when I'm wrong.
  - Om te beginnen het verschil tussen aaf & omf. er staat "Speciaal aan AAF is dat er gewerkt kan worden met externe essence". Dit kan met OMF toch ook? Het enige verschil dat ik kan zien is dat er in AAF meer metadata zit, klopt dit?
Je hebt gelijk.  Er kan meer metadata in de AAF, en deze is ook minder merk (AVID) gebonden.

 - Dan het verschil tussen MXF en GXF. Beiden hebben dus niets te maken met AAF en OMF, want deze laatsten zijn voor editing, en GXF/MXF voor broadcast. " GXF is gebaseerd op een uitbreidbaar systeem om content (essence) te coderen". Dit was bij MXF, alsook bij uitbreiding, toch ook mogelijk??
Inderdaad.  GXF is echter door een bepaald merk (GVG) ontwikkeld, en nadien door een 10-tal fabrikanten overgenomen.  Nadien is er MXF gekomen, dat eerder als een algemene, open standaard wordt aanvaard.

  - MOS verschilt dan weer van al de rest, omdat het eigenlijk gewoon dient als encapsulatie van allerlei 'set's' voor een huisstijl, als ik dit goed lees? een soort 'opmaakprofielen', gecombineerd met een depot-systeem om de dingen er hetzelfde te doen laten uitzien?

Dit is wat ik haal van een MOS-website:
What does MOS do?
Media Object Server Communications Protocol allows Newsroom Computer Systems (NCS) and Media Object Servers (MOS) to exchange information using a standard protocol (language and vocabulary).  This protocol enables the exchange of the following type of messages:
- Descriptive Data for Media Objects.  The MOS "pushes" descriptive information and pointers to the NCS as objects are created, modified, or deleted in the MOS.  This allows the NCS to be "aware" of the contents of the MOS and enables the NCS to perform searches on and manipulate the data the MOS has sent.
- Playlist Exchange.  The  NCS can build and transfer playlist information to the MOS.  This allows the NCS to control the sequence that media objects are played or presented by the MOS.
- Status Exchange.  The MOS can inform the NCS of the status of specific clips or the MOS system in general.  The NCS can notify the MOS of the status of specific playlist items or running orders.
What is the NCS responsible for?
In General, the Newsroom Computer System is responsible for the creation, modification, and deletion of editorial information, including playlists
What is the MOS responsible for?
In General, the Media Object Server is responsible for the creation, modification, and deletion of media objects and their associated meta-data.
http://www.mosprotocol.com/mos_faq.htm

Het systeem laat dus toe om 'objecten' uit te wisselen en te beheren binnen een newsroom.  Door de geautomatiseerde uitwisseling komt men dus ook tot een 'eenvormige look'.



OMF

 

-)Bij OMF geraak ik er niet echt aan uit wat u met de tekst die er staat bedoeld.

 

            In de curcus staat

            “OMFI is een systeem om media samen met metadata en EDL’s in een enkele file te steken.

            In het Omf format zijn er 2 mogelijkheden. De eerste zal de audio mee bevatten in de  file, de 2e bevat enkel de EDL. »

 

            Wat ik hier onder kan verstaan is dat

            1)De 1e mogelijkheid van Omf is dat deze de file+audio+EDL bevat

            De 2e mogelijkheid van Omf is dat deze de file+EDL bevat

 

            2)de 1e mogelijkheid van Omf is dat deze de file+audio bevat

            De 2e mogelijkheid is van omf is dat deze alleen de EDL bevat

 

Correctie:

Mogelijkheid 1: OMF file = EDL + Audio

Mogelijkheid 2: OMF file = EDL met verwijzing naar audiofiles die ergens op de computer moeten staan.

 

 

Bij OMFI spreken ze ook over metadata. Bij OMF echter niet. Word er hierbij geen metadata aan toegevoegd?

OMF en OMFI zijn hetzelfde

 


3BGM



Meten

Burst vs Multipluse & 20Tpluse
hey,
ik heb nog enkele vraagjes omtrent het examen van donderdag. Er is gezegd geweest dat we het hoodstuk meten moesten kennen en enkele bijlagen. Nu heb ik alles wel teruggevonden op je website. De text van 2BGM staat er wel niet. De meeste bijlagen dan weer wel. Maar ik vroeg me af wat we er juist van moesten kennen en wat al dan niet. Uit de text van 2 BGM: de werking van de meettoestellen, uit de bijlagen: de toepassing, het gebruik (en ook legal-valid) , uit de lessen: hoe meten, wat meten, meetsystemen, ... Zal het examen gaan over de dingen die we in de les hebben gezien met de bijlagen en het hoofdstuk meten als ondersteuning Ja , of moeten we echt al deze bijlagen kennen in details neen, je moet wel de toestellen kunnen bedienen. Mij lijkt het eerste logisch maar je kan niet zeker genoeg zijn op de dag van vandaag hè!

Dan had ik nog een klein vraagje omtrent testgeneratoren. Het gaat over het verschil tussen de multiburst en de multipuls. De burst is een signaal met in hetzelfde signaal verschillende frequenties (of eventueel een sweep) om de verschillende frequenties te controleren. Ja De puls zijn opeenvolgende pulsen met verschillende frequenties, dit om de kwaliteit van de transmissie te beoordelen. JaMaar doen deze twee nu niet exact hetzelfde, het één in pulsen, het ander in een doorlopend signaal. Neen, Een sweep is bv een continu oplopende frequentie, maar daarin is dus niet meer te zien of er bv verschillen in vertraging van het signaal zijn tussen de verschillende frequenties. Als er pulsen worden gegeven, dan is dit beter zichtbaar.Of hebben ze elk hun eigen functie Inderdaad en heb ik het volledig verkeerd voor Neen, sommige zaken kunnen immers zowel met de multipulse als met de sweep gemeten worden, bv amplitudes en heeft het voordeel zowel beiden te kunnen uitvoeren (op check, dubbelcheck na)?

Dan had ik ook nog een klein vraagje omtrent de figuur die bij de 20Tpuls staat. Het probleem is dat het verschil tussen de fasefout en de schets waarin zowel de fase als de amplitudefout staan mij ontgaat. Mij lijkt het logisch dat de sinus (fasefout) ook omhoog verschoven wordt (de sinus superponeren op de amplitudefout) maar dat is in die tekening niet echt duidelijk te zien.
-- Het is eigenlijk correcter te spreken van een timingfout (verschil in timing tussen Y en C) en een gainfout (verschil in versterking tussen Y en C) --
Timingfout:


Gainfout:


Timing en gain fout (ik heb hier geen voorbeeld van, en daarom is de baseline getekend op de figuur van de fasefout).

3PT



Audio