Familienamen

                                                                                                                           

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Andere M-bladzijden M | Me | Mi

 

Terug naar intro 

Het grootste deel van onderstaande info is een selectie uit: Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003).

(van) Mechelen, Van Megchelen, Van Mechgelen

Familienaam afgeleid van de plaats Mechelen: Mechelen, Maasmechelen, Kwaadmechelen, ...

 

Meddaerts, Medar(d), -a(e)rt(s), -aer(s), -a(e)ts, Mad(d)a, Mattard, -ar(t)

Patroniem uit de Germaanse voornaam Medardus.

 

Medegael Van, Middegaels

Familienaam naar de plaatsnaam Middegaal in Veghel (Noord-Brabant).

 

Meel Van: zie Merlen, zie Mele.

 

Meenen Van, Van Meenin, Wanmeenen

Familienaam uit de plaatsnaam Menen (West-Vlaanderen).

 

Meensel Van, Van Mensel, Van Minsel, Van Mencxel, Van Menx(s)el,

Van Mengsel

Familienaam uit de plaatsnaam Meensel (Vlaams-Brabant).

 

Van de Meent

Familienaam uit de plaatsnaam Meent: gemeenschappelijk dorpsweiland.

 

Meer Van (der), Termeer, Van (der) Meeren, Van (der) Meir(en), Van der Mairen, Van der Mer(en), Vermeer, Vermeere(n), Vermeir, Vermeire(n), Vermeirre, Vermaire, Vermer, Vermerre(n), Vermeren, Veermeer

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam 'meer/mere' = grote plas, stilstaand water.

Zeer verspreid over ons taalgebied.

 

Meerbee(c)k Van, Van Meerbeke, Van Meerbeck, Meerbeekx, Van Merbeeck

Familienaam uit de plaatsnaam Meerbeek (Vlaams-Brabant), Meerbeke (Oost-Vlaanderen) of Meerbeek in Assent (Vlaams-Brabant).

 

Meerbergen (van), Vermeerbergen, Meerberghs

Naam uit de plaatsnaam Meerberg in Grote- en Kleine-Brogel (Limburg) en in St.-Kwintens-Lennik (Vlaams-Brabant).

 

Meerhaeg(h)e (van), -hage, (van) Meirhaeg(h)e, Van Merhaege(n), -haeghe, Meyerhaeghe

Familienaam afgeleid van Meerhage (of een variant hiervan): Bosje aan een plas.

Deze plaatsnaam komt op een aantal plaatsen voor.

 

Meerle(e)r De, De Meerlaere, -eire, De Meereleere, De Meirle(e)r, De Meirlaere, Meirlaen, Meir(e)leire, Merleer

Bijnaam uit merelare: merel. Wellicht iemand die goed zingen of fluiten kon.

 

Meerman(s), Merman(s), Merremans, Me(e)remans, Meir(e)man(s), De Meerman

1. Beroepsnaam: meerman (=zeeman).

2. Afgeleide van Van (der) Meer, Vermeir(e). Zie daar.

 

Meers

1. Limburgse vorm van Meyers: zie Meyer.

2. Zie ook Meers(ch).

 

Meers(ch), Mers(ch), Meerstx

Verkorte vorm van Van der Meersch. Zie Meersch.

 

Van der Meersch, Vandermersch, Van der Meers(en), Van der Mersch, Van der Mers(s)he,  Van der Meers(s)che(n), Van Meers(s)che, Vandremeersch, Van der Mars,   Van de(n) Meersch(e), Van de(n) Meerssche, Van den Meersshe, Van den Mersch, Van den Meerssch, Van der Meir(s)ch, Van de(r) Meirs(s)che,Van der Meir(s)ch, Van de(r) Meirs(s)che, Van der Meirtsche, Van der Meesch, Van der Mesche, Van Meessche, Van der Messe(n), -Misse(n), Van der Meets, Van der Meys/Meijs, Van der Mest, Van der Mie(r)s, Van der Miès(e), Van de Miège, Miége, Vermeers, Verme(e)rsch, Vormers, Vermeerschen, Vermeerch, Vermeers(e)h, Vermeirs(ch), Vermeirsche, Vermei(r)ssen, Vermeers(s)en, Verme(e)sen, Verme(e)s(ch), Vermeys, Vermiesch, Vermèch, Vermès, Vermesse, Vermis(sen)

Familienaam uit Meersch: weiland langs de rivier.

 

Me(e)rs(s)chaert, Meersschaert, Meirs(s)chaert, Meeschaert, Me(e)sschaert, Misschaert, Mescart

Familienaam uit Meersch: weiland langs de rivier.

 

Meerschout, Meersschout, (van den) Meerschaut, Van den Me(e)rschaute,

(van den/r) Meersschaut, Meirs(s)chaut, Me(i)rschout, Merschaut, Meerchaut

Familienaam uit de plaatsnaam Meershout: bos bij het meers (lage beemd).

O.a. in Maldegem.

 

Meersman (de), De Meersmann, (de) Meers(s)eman, (de) Meerschman, (de) Meirsman, (de) Meirschman, Me(e)rsmans, (de) Mers(se)man, Meerssman, Merseman, De Meerseeman, Messeman(s), Mees(se)man, Mes(ch)man, Mesmans, Misman, Meisman, Meysman(s), Meijsman(s), Meeysman, Meyschman(s), Meyss(e)man, Meyseman, Marsman

Beroepsnaam voor de meerseman: rondtrekkende koopman, marskramer.

 

Meervenne Van, Van Meirvenn(e), De Meirvenne, Meervenu

Familienaam uit de plaatsnaam Meerven (Noord-Brabant).

 

Meester(e) De, De Mester, De Miester, Me(e)ster(s), Smeester(s), Smister, Meysters, Meister(s), Meissters, Smeysters, Smeijsters, Majster

Familienaam uit de beroepsnaam meester: meester, leermeester, geleerde, baas.

 

Meesschaert, zie Meerschaert.

 

Meeuw, De Meu(e), De Meüe, De Meve

Bijnaam uit de gelijknamige vogelnaam: de meeuw.

 

Meex, Meeks, Meek(en), Meekes

Patroniem. Knuffelvorm van een Germaanse mag(in)-naam of marc-naam.

 

Megan(c)k

Naam uit het werkwoord medegaan, meegaan. Bijnaam voor iemand met een meegaand, inschikkelijk karakter.

 

Megens, Meegens, Meigen, Meugens

Patroniem, knuffelvorm van een Germaanse Mago (magin?)-naam.

 

(de) Meijer, (de) Meyer

1. Familienaam uit het Latijnse maior: meier, rentmeester, vertegenwoordiger van de heer, ambtenaar, pachter.

2. Soms is het een dialectvorm van De Maeyer: zie Maeyer.

 

Meijnaert(s), Meynaerts, Meynart, Meinhard(t), Mijnhardt, Meinard(i), Mainas, Menyhart, Meinert, Meiners, Meindert, Meijndert, Meyndertz, Mynders, Minders

Patroniem uit de Germaanse voornaam magin-hard.

 

Meiling, Meilink

Patroniem uit de voornaam Meile. Saksische vorm.

 

Mein, Meyns, Meijns, Mayne, Meinesz, Meinema

Patroniem naar het Germaanse voornaamdeel 'magin': kracht.

 

Meinen, Meynen, Meijnen

Metroniem naar de vrouwelijke vorm van de Germaanse magin (magin: kracht) -naam.

 

Meireson(e), Meires(s)onne, Meirezonne, Meirisonne, Meirson, Meijerson,

M(e)yerson, Meiersons

Metroniem uit "zoon van Meer: Maria".

 

Meis, Meise(n), Meys, Meijs(sen), Meijsen, Meyse(n), Meyssen(s)

1. Patroniem, verkorte vorm van Remigius.

2. Patroniem, verkorte vorm van Bartholomeus.

3. Patroniem uit een Germaanse magin-naam.

4. Of variant van Mys: verkorte vorm van de voornaam Amijs. Dit uit het Latijnse amicus (vriend): naam uit de literatuur.

5. Patroniem/metroniem uit de voornaam Clemens/Clementia.

 

Mekers, Mee(c)kers, Meckers

1. Beroepsnaam uit het Middelnederlandse maker, het Brabants-Limburgse meker: maker, bewerker van ...

2. Patroniem uit de Germaanse voornaam Magerus: d.i. de verlatijnste vorm van De Cock (zie bij Kok).

 

Melder(s), Smelders, Smellers

Beroepsnaam uit het Limburgse me(e)lder: maalder, mulder, molenaar.

 

Mele Van, Van Meel

1. Familienaam uit de plaatsnaam Medele (groot bos in Beveren-Leie en Desselgem) (West-Vlaanderen) of Meel in Echteld (Gelderland).

2. Zie ook Merlen.

 

Melin, -inc, Milling, Mélin, Melyn, -ijn, Melain, Meleyns, -eijns, Mélin(s), Meelen(s), Mele

Patroniem, knuffelvorm van de voornaam Amelius.

 

Melis, Mélis, Melius, Melys, Mélice, Melisse(n), Melisen,Melieste, Milis(sen), Milis(en), Millis, Mil(e)s, Miliche

Patroniem, afgeleid van de verkorte vorm van Amelis/Amilius, d.i. een latinizering van een Germaanse Amal-naam (= arbeid, onvermoeibaar) zoals bv. Amelryck of van de Latijns-Griekse naam Amilius/Aemilius.

 

Mellaert(s) (van), (van) Melaert, Mellaert, -aers, -aart, Melaer(ts), -ard, -art

1. Naam uit de plaatsnaam Mellaar in Lummen of uit Meldert (Vlaams-Brabant en Limburg).

2. Of uit de plaatsnaam Meerlaar in Vorst (Antwerpen).

 

Melkebeke (van), Van Melkebee(c)k, -becke, Van Melcke(n)beke, Melkebeek, -b(e)ck, -beke, Mel(c)kenbeke, -bee(c)k, Melckebeke, -beeck, Melekenbeek, Van Melchebeke

Familienaam uit de plaatsnaam Melkenbeek die op diverse plaatsen in Vlaanderen voorkomt.

 

Melon, Mélon(t), Molon, Meloen, Mil(l)oen, Millon

1. Uit het Oudfranse melon/mollon: meloen. Bijnaam of beroepsnaam (verkoper).

2. Soms zijn ze ook wel eens afgeleid van de voornaam Amelius (van het oude Milo),

in dat geval een patroniem.

 

Melot, Mélo(t), Mellot, (de) Melotte

Patroniem uit de voornaam Amelius of uit een Germaanse -amal-naam.

 

Melsen Van, Van Melzen

Familienaam uit de plaatsnaam Melsen (Oost-Vlaanderen).

 

Mencke, Menkens, Menke(s), Menké, Mink(e), Minc(ke), Myncke, Mijncke

Patroniem uit een magin-naam.

 

Mennen(s), Menne(s)
1. Zie Mannens.
2. Het Westvlaamse Mennens: zie Mens.
 
Mens, Meens, Meems, Mensch
Patroniem of metroniem uit een sterk verkorte (of knuffel-) Germaanse me(g)in/magin-zo/za of een man-zo/za-naam.
 
Mensbrugg(h)e Van (der), Van der Mens(ch)brugge, Van der Minsbrugge, Van der Meynsbrugg(h)e, Van der Meijnsbruggen, Van der Meysbruggen, Van der Mysbrugge, Van der Maesbrugghe, Mynsbrughen, Mensbrugge, Meynsbrughen
Naam uit de plaatsnaam Minsbrugghe in Zarlardinge (Oost-Vlaanderen): brug waaronder een watergeest schuilt.

Menseeren

Naam die zoveel betekent als: zoon van mijnheer, aanzienlijk persoon, ridder, grondbezitter.

 

Mente(n), -ens, Minten(s), Munten

1. Patroniem, vleivorm van de Romeinse voornaam Clemens (1281

2. Matroniem, Verbogen vorm van Mente, verkorte vorm van Clemente.

 

Mentjens, -yens, Mintjens, Mintiens, Mentgen, Mientiens

Patroniem uit de Romeinse voornaam Clement of uit de Germaanse naam  Mein(magin)-hard.

 

Menu, Menus, Menut, Menue, Lemenu, Minu(z), Miny, Myny, Mijnij, Min(n)i, Meny, Monu, Mony

Bijnaam uit het Franse menu: klein.

 

Merchier(s), Merchie, Mercher, -ez, Mercier, Mercer, Memercier

Picardische en Luiks-Waalse vormen: Merci, Mercie, Mercy, Mercij, Mersie, Mersy, Mersij

Beroepsnaam uit het Oudfranse merc(h)ier: koopman, handelaar, kramer.

 

Mergaert(s), -gard, Merregaert

Metroniem uit de Germaanse voornaam mêr-gard.

 

Mergel(e) Van de (n), Van der Mergel, Van de Merghel, Van de Merlen

Familienaam naar woon- of werkplaats: Mergel: mergelput.

 

Merken(s), Mercken(s)

1. Metroniem uit de heiligennaam Maria.

2. Kan in Noord-Brabant en Limburg een afgeleide zijn van Merckx. Zie bij Marc.

 

Merksem Van

Verdwenen familienaam uit de plaatsnaam Merksem (Antwerpen).

 

Merlen Van, Van Meel(en), Van Mele

1. Familienaam uit de plaatsnaam Meerle (Antwerpen).

2. Zie ook Mele.

 

Merlen Van de: zie Mergel.

 

Merlevede, Meirlevede, Mèrlevede, Merlevelde

Bijnaam uit mellevede. Meluw: zacht, slap. Vede: penis.

Bijnaam voor iemand met passie- of penisproblemen. Soms ook wel slappeling.

 

Merlot, Merlo(n), Mirlon, Merlotte, Ma(i)rlot, Morlot, Murlot

1.Bijnaam naar het Franse merle: merel. Iemand die mooi kon fluiten bv.

2.De naam Merlo is mogelijk ook afgeleid van de plaats Meerlo in Nederland.

 

Merny, Mergny

1. Naam uit de plaatsnaam Merny in Carlsbourg (Paliseul).

2. Variant van Marnier. Zie daar.

 

Merode Van, Mero, de Mérode, de Merode, Van Meroy(e), Van Maroey, Van Maroeij

Deze naam komt uit de plaatsnaam Merode, dit uit Van(de)me Rode: Van de Rode. Er is een plaatsnaam Merode in Lagerwehe, Dülmen en Merode bij Duren (Noordrijn-Westfalen).

 

Merveille, Merve(i)llie, Mervieillie, Mervill(i)e, Merveilde, Mervi(e)lde, Mervijlde, -ylde, Mervaill(i)e, Marvi(e)lle, -vilde, Marve(i)llie, Marvel(le), Marvillier

1. Naam uit het Franse merveille: wonder. Bijnaam voor iemand die vreemde, wondere dingen doet/vertelt.

2. Naam uit de plaatsnaam Merville, Meregem in in Nederlands (Frans- Vlaanderen).

 

Merzer, Merzel

Beroepsnaam, varianten van het Duitse Merzler: kleinhandelaar, kramer.

 

Mesdag, Mesdag(h), Van Mesdag, Mesdach, Mestag(h), Mestack, Mest(d)ach, Mestdag(h), -dagd, -dagt, -daqh, Mastdagh, Merstdag, Mestdog

Bijnaam naar de misdag (het Middelnederlandse en Westvlaamse mesdag): zondag, feestdag, kerkdag, ... 

 

Mesdom, -don, Mee(r)sdom, Misdom

Naam uit de Franse familienaam Mesdon. Deze uit de plaatsnaam Maisdon (Loire-Atl.).

 

Mesel De, De Mezel

Bijnaam naar het Middelnederlandse mesel: ellendig, melaats.

 

Meskens

Naam uit mes. Beroepsbijnaam van de messenmaker.

 

Mesmaker (de), De Mesmae(c)ker, Mesmaeker(s), (de) Mesmacker, De Mesmacre, De Messemae(c)ker, Messemacre, (de) Messema(e)ker, Messmackers, Mesmacque(s), Mismaque, Misemacq(ue), Metsema(e)kers, Metsmekers, Metz(e)macher,  Mestmacher, Metzemaekers, Metzmacker, Metzmaeker

Beroepsnaam voor de messenmaker.

 

Messem Van, Van Messen, Van Messom

Familienaam uit de plaatsnaam Messem in St.-Andries (West-Vlaanderen), maar ook elders.

 

Mes(se)man(s)

1. Beroepsnaam van de messenmaker.

2. Zie ook Meersman.

 

Messiaen, Messea(e)n, Messian(t), Merciant, Messéant, Messien, Miss(i)aen, Missiant, Mestiaen, Mistiaen

Patroniem uit de Latijnse heiligennaam Marcianus.

 

Mesters: zie (de) Meester.

 

Metdepenning(h)en, Mettepenningen, Metdepinningen

Bijnaam voor iemand met veel geld.

 

Métivier, Mettewie

Beroepsnaam uit het Oudfranse mestivier: oogster.

 

Mets, De Mets(e), Meedts, (de) Medts, Demedts, De Metz, De Mits, Smets, Smed(t)s, Smee(d)ts

Beroepsnaam voor een metselaar.De Metz kan ook een herkomstbenaming zijn (Metz in Lotharingen). Smets en Smeets zijn ook afgeleiden van (de) Smet.

 

Metten(s)

1. Zie Matte.

2. Brabantse vorm van Mertens/Maartens. Zie bij Maarten.

 

Mettioui, Metioui

Naam van Arabische origine die wellicht afkomstig is uit de voornaam Madhi/Medhi: hij die geleid wordt. 

 

Meul, Meulle: verkorte vorm van Van der Meulen. Zie Molen.

 

Meulebrou(c)k (van), Meulebroecke, (van) Meulebroucke, Van de Meulebroek(e), Demeulebroeke, Van de Meulebro(e)cke, (van de) Meulebrouck(e), Van den Meulebroucke, Meulenbroeck(x), -broek(s), -br(o)uck, Meullenbrück, Mullebrouck, Mullenbruck, Van den Meubroucke, ...

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Molenbroek, broekland met molen.

Het grootste gedeelte van de "Van de Meulebroecke's" is afkomstig uit Elsegem: de heerlijkheid Meulebroeke gelegen aan de huidige Beekstraat in Elsegem.

 

Meulenijzer, -ijser, -yzer, -yser, Meulyzer, -yser, -ijzer

Familienaam afgeleid van het Middelnederlandse moleniser = ijzer in de molensteen, het zg. klauwijzer.

Deze naam kan een beroepsnaam zijn voor een molenaar of een smid. Evengoed kunnen de dragers van de naam gewoond hebben in 'Het Meulenijzer".

 

Meulepas, Meulenpas, Mulpas, Milpas

Beroepsnaam van de molenmaker, die de molen afpast, afmeet, ontwerpt.

 

Meur(r)ens: zie (de) Morre en Morin.

 

Meurisse, -is(t): zie Maurits.

 

Meurs (van), Van Meus, Mu(e)rs

Familienaam uit de plaatsnaam Muers = Mörs in Duits Gelderland.

 

Meus, Meeus, Meeùs, Meeurs, Me(e)ues, Mees, Meves, Mew(e)s, Meyes, Meyus, Meeuwe(n), Mee(u)wis, Meeuw(s), Meuwens, Meuwes(e), Meuwèse, Meuwis, Meuws, Meeuwig, M(i)ewis, Meuvis, Mevis(se), Mévisse, Mévihsen, Mevissen, Meevis, Me(e)rvis, (de) Meyvis(ch), Van Meyvisch, -ij, Mijvis, Mievis, Miévis, Mivis, Myvis, Mebis, Mebus, Meubis, Meubus,  Meeuse(n), Meeussen, Mees(s)en(s), Meeuwesen, -ezen, Mee(u)wisse(n), Meus(s)en, Meuwissen, Meuwsen, Meves(s)en, Meven(sen), Mewissen, Me(e)vissen, Mévissen, De Mevius, De Meeus, De Meeüs, De Meeûs, Demeus, Demeûs, Meeuws(s)en(s), Sermeus, Neeus, Nieus, Neuwels, Neuwis, Nibbes, -ès, Nibes, -us, Niebes, Neubis, -us, Nobis, -us, Novis

Patroniem, verkorte vorm van de heiligennaam Bartholomeus, Anselmus.

 

Mey (de), De Meye, (de) Meij, Mei, Smeys, Lemay(e), Lemai, Lemey

Familienaam uit de maand mei/mai: mei, plezier. Waarschijnlijk een bijnaam voor een levenslustig iemand.

 

Meyden Van der, Van der Meijden, Vermey(d)en, Vermeij(d)en

Familienaam naar de plaatsnaam 'Meie : mei/meiboom.

 

Meyen(s), Meijen

Patroniem, knuffelvorm van een mathal-naam.

 

Meyer(e) (de), De Meijer(e), De Mijere, De Méyère, De Meiere, De Meyre, (de) Meire, Meier(s), Meyer(s), Meyr(s), Meyrs, Meijer(s), Myers, Mijers, Sm(e)yers, Sm(e)ijers, Meher(s), Mai(e)r, Mayr, Majer, Mayer(s), Maijer, Mayeru(s), -es, Mayérus, Majerus, Majérus, Majeres, Majores, Majo(o)r, Mayor, Méjor, Maijieu(r), Mayeiur, Mahieur, Mahyeu, Mahyeu, Mayeu(x), Lamajeur, Le Mayeur, Le Mahieu, Lemahieu, Lamahieu, De Mahieu, Lamaylleux, ...

1. Het Middelnederlandse meyer betekent: rentmeester, meier, vertegenwoordiger van de heer in het hofgericht, ambtenaar met rechtsmacht.

Een beroepsnaam dus.

2. Soms is Meyer een dialectische variant van De Mayer: zie bij Mayer.

 

Meykens, Meijkens, Meyckens, Meike

1. Metroniem afgeleid van Maria.

2. Patroniem uit BartholoMEUS.

 

Van der Meylen, Van (der) Miele, Vermijl(e(n)), Vermyle(n),

Vermeil(en), Vermeijlen, Vermeylen, Vermeille

Familienaam uit de plaatsnaam Mijl: rechtsgebied, banmijl, ...

 

Meyskens, Meijskens

1. Naam uit Meis (zie daar).

2. Bijnaam uit meisje.

 

Meysman(s), Meijsman(s), Meys(s)eman, Meyssman

1.Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Meise (VB).

2.Zie ook: (de) Meersman.

 

Meyts, Meyten, Mijts, Meijten, Meijts

Patroniem. Zie bij Meyens (boven) en bij Muytten.

 

Meyvaert, Meijvaert, Mevaere, Mijwaard

Patroniem uit de Germaanse voornaam Meinverd = magin - frith.

 

Andere M-bladzijden M | Me | Mi

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Wil je de betekenis van jouw familienaam kennen ? Stuur een mailtje!  

Er zijn slechts drie voorwaarden:

- vermeld in je mailtje waarom je het wil weten,

- beperk je tot één of een paar namen.

- vermeld ook even hoe je op mijn site terecht kwam.

 

Soms moet je even geduld hebben: er zijn nogal wat aanvragen.

Kijk a.u.b. eerst of de gezochte naam er niet opstaat (bv. De Grote bij Groot, Verbeeck bij Beek en bv. Vranckx bij Frank). Zo bespaar je mij heel wat werk.

 

Literatuur:

De betekenis van toponymische samenstellingen (J .Van Loon - Onomastica neerlandica 1981)

Etymologisch woordenboek der Nederlandsche Taal (J. Vercoullie - Van Rysselberghe & Rombout 1925)

Huizinga's complete lijst van namen (A.Huizinga - Tirion 1998)

Middelnederlandsch handwoordenboek (J. Verdam -  Uit. Martinus Nijhoff 1949)

Middelnederlandse spraakkunst ( Dr. A. Van Loey - Wolters-Noordhoff 1980)

Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226) (Maurits Gysseling - Belg. interuniversitair centrum voor neerlandistiek 1960)

Vondelingen en hun naamgeving (L.De Man - Onomastica neerlandica 1956)

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003)