Familienamen

                                                                                                                              

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Andere C-bladzijden C | Ce | Co

 

 

Terug naar intro 

Het grootste deel van onderstaande info is een selectie uit: Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003).

Cobbaut, Cab(b)aut, Cobaux, Coubeau(x), -baux, -bauw, Cobo(s)

1. Naam uit het Middernederlandse cobbout: kabouter. Bijnaam voor iemand met een kleine gestalte. De vijf laatste zijn wellicht Romaanse vormen.

2. Patroniem uit de Germaanse voornaam cuth-bald.

3. Her en der is Cobbaert ook ontstaan uit Cobbaut. Zie Cobert.

 

Cober(t), Caubert, Kob(b)ert, Cobbaert(s), -art, Cubert, Cuthbert, Cutburth

1. Patroniem naar de Germaanse voornaam cuth -brecht.

2. Zie ook Cobbaut.

 

Cochet, -é, -e(r), -ey(t), Ducochet, -e(z), Decochez, Couché, -ez, Coussee, -ée, Cosset, -é(e), -ey, Coxet, Cocquet, Koket, Coquet(te), Cocket(t), Cockheit,

-heyt, -heijt, Cocqueydt, Coetzee

Bijnaam afgeleid van het Franse coq: haan.

Zie ook Cosset.

 

Cockaert, -aert(s), -aers, Cocqua(e)rt, Coquart, Cocart, Cocca, Cok(k)aerts, Koka(e)rt, -a(s), Kocka(e)rt(s), -artz, Cochard, -art, Coukard, Koekaerts, Coekaert(s), Coeckaerts, Couchart, -ard, Kuckart(s), -a(e)rtz, -ertz, Kukart

1. Bijnaam uit het Oudfranse coc (haan), het Oudfranse cocart: onnozele hals, verwaande, opschepper. Of uit het Middelnederlandse cockaert: suffer, sul.

2. Patroniem uit Cochoul. Betekenis ?

3. Zie ook Crokaert(s). 

 

Coehorst, Cuhorts, Cohorst, Coehors, Koehorst, Kohorst, Kohors

Familienaam uit de plaatsnaam Koehorst (Dinklage - Duitsland). Koe: plaats waar koeien graasden. Horst voor hoogte, versterking en dikwijls overgegaan op boerderij. Koeienhoogte.

 

Codde, Codden(s), Codd, Coddé

1. Patroniem, verkorte vorm van de Germaanse voornaam Cuddo (zie bij Codde).

2. Of uit het Middelnederlandse codde: knots, knuppel. Bijnaam naar het voorkomen of voor de coddenaer: met een knots bewapende krijger.

 

Coen(e)n: zie Koen.

De Coen(e), De Coun(e)

Bijnaam voor iemand die koen, dapper is. Vermoedelijk eerst uit de voornaam Koen.

 

Coenaert(s), -art, -ae(r)s, Kunhart, Conaert(s), -ard, -art, Connart, -ae(r)t, Coonar(d), -a(e)rt, Konat

Patroniem uit de Germaanse voornaam kôn-hard: koen-sterk.

 

Coenegracht(s), Coengrachts, Coenegras, Koenegracht

Naam uit de plaatsnaam Koenegracht in Riemst (Limburg).

 

Coetsier(s), Coutsier(s), Koetsier

Beroepsnaam uit het Middelnederlandse cautsiër: stratenmaker, kasseier.

 

Coffez, Coffé, Coffey, Cuffez, Couffez

Patroniem uit de knuffelvorm van Godefrois.

 

Cogg(h)e, Cogen, Cogh(en), (de) Cog(h)e, Kog(ge), Coget, -ez, -é(e), Couget

1. Naam uit het Middelnederlandse coge: pest. Bijnaam.

2. Of uit het Middelnederlandse cogge: breed platrond schip, oorlogs- of koopvaardijschip. Beroepsbijnaam voor een schipper of huisnaam.

 

Coigne, -et, -é, -(i)ez, Coognies, Ceugn(i)et, -iez, Coeug(ni)e, Cougnet, Cognie, Coi(s)ne, Coinne, Coyn(ni)e, Coeny(e), -ije, Co(u)nye, Couneye, Cugny, Cugnet, Cuign(i)et, -(i)ez, Ceuignet, Coeugriet, Cuingnet, Quignet, Quiniet, Cuinie(z), Cuinie(z), -ié, Kygneé, -ee, Kinnie, Kinjet, Kinget

1. Naam uit het Oudfranse coing, coinget: hoek, hoekje. Naar de woonplaats. Coing, coinget is ook hak of bijl: beroepsbijnaam van de houthakker.

2. Sommige namen kunnen komen uit Caignet. Zie Cagni(e).

 

Colaes, Cola(se), Collache, Collage, De Colage, Collasse, Colla(s), Col(l)assin

Patroniem, verkorte vorm van Nicolaes. Collasin is de knuffelvorm.

 

Colans, Collant, -and

Patroniem uit het Germaanse kun-land.

 

Colemans: zie Colman.

 

Colet, -é, -ette, -ey(e), -eille, Collet(te), -é(e), -ee, -ez, -eit, -ey(e), Kollee, -é, Coulet, Coulleit, Culée

Patroniem en metroniem uit de heiligennaam NiCOLaus.

 

Colfma(e)(c)ker De, Covemaeker, -a(e)cker

Beroepsnaam voor de maker van geweerkolven, knuppels.

 

Colin(s), Collin(s), Kolins, Calin, Colis, Colling(s), -inge,Coling, Colijn(s), Col(l)yn(s), Collijn(s), Colein, Col(l)eyn, Collijs, Collys, Kolyn

Familienaam uit de heiligennaam NiCOLaus.

 

Colla

Zie bij Collaert en bij Colaes.

 

Collaert(s), Colaert, -ae(r)s, Colar(d), -a(rt), Collar(d), -a(rt), -aer(s), Coelar(e)rt

Patroniem uit de heiligennaam NiCOlaes.

 

Collet: zie Colet.

 

Collie Van, Van Coil(l)e, Coille, Van Coëllie, Van Coeillie, Van Co(u)llie, Van der Ceuille, Van der Koille, Van der Colle, Van der Co(i)lden, Van der Coelden, Vercoille, Vercouill(i)e, Verkouille, Verkolje, Van Caill(i)e, Van der Caillen, Van der Cailde, Van Quaill(i)e, Vanquaille, Van Callie, Van Qua(e)lle, Verqualie, Vercayie, Qualy, Cailly

Familienaam uit de plaatsnaam Coillie in Oostnieuwkerke.

 

Collier(s), Colli(e), Colie(r), -iez, Colje, Coulie(r), -iez, -y, Coullier, -iez, Couillier, Cul(l)ier, Culié

Naam uit het Middelfranse collier: halskraag; het Oudfranse colier: lastdrager, kruier. Beroepsnaam.

 

Colman(s), -mann, -mant, -ment, Koolman(n), Cool(e)man, Col(l)eman(s), Coeleman, Koelman(s), Koulmans, Kuylmans, Keulemans, Ceulemans

1. Patroniem, knuffelvorm van de heiligennaam NiKOLaus.

2. Beroepsnaam voor de maker of verkoper van houtskool.

2. Zie ook Keulemans.

 

Colombier, Colenbie(r), Colembie(r), Coulembier, Coelenbier, -embier, -umbier, Calenbier, Colonbie, Colomier, Coulommier, Colombie(n), Collumbien, Colombeen, Colanbeen, Colombin, Duco(u)lombier, Ducoulembier

1. Familienaam uit de verspreide plaatsnamen Colombier en Coulommiers.

2. Beroepsnaam Coulombier: duivenkweker.

 

Colpaart, -paert, -part, -por

Een kolpaard is en was een paard een paard met een kol, d.i. een witte vlek of bles op het voorhoofd.

Jouw voorouder had dus wellicht een paard met die typische bles.

Mogelijk had hij (of zij) zelf die bles, in dat geval was het een soort bijnaam. Er bestaat een menselijk, zeer bijzonder, overerfbaar, genetisch patroon waarbij een lichte bles in de donkere haren voorkomt.

 

Colruyt, Corluy(t), Corley, Cor(r)oy, Conroy, Ducoroy, Ducourroy, Conruyt, Corruyt

Familienaam uit de Romaanse plaatsnaam Corroit, dit uit coruletum: plaats waar hazelaren groeien. Heel wat plaatsnamen zijn hieruit ontstaan:

Corroit (Henegouwen), Corroy (Somme, Marne, Namen, Waals-Brabant), Cauroy (Ardennes, Marne, Pas-de-Calais) en zelfs Koeruit in Opwijk en Koereit in Asse (Vlaams-Brabant).

 

Colsaerts, Collesaer

1. Patroniem uit Collesard, dit is een Romaanse knuffelvorm van Nicolas. Zie daar verder.

2. Zie ook (mogelijk) Coolsaet.

 

Colson, Colleson, -isson, Coulson, Calson, Colsoul(le), Colsaux, -iat, -enet, -i(g)neuax

Patroniem, knuffelvormen van de voornaam NiCOLas.

 

Colucci

Patroniem, Italiaanse familienaam die afgeleid is uit de naam NiCOLaes.

 

Colver (De)

Beroepsnaam voor de kolvenmaker, kolvendrager.

 

Combel (de), Combelle, Decombel(e), Decomble, Delcombel

1. Naam uit het Oudfranse combel(le): kleine vallei, dalletje.

2. Decombel kan ook komen uit de plaatsnaam Combles (Somme): top, heuvel.

 

Comeyne, -eijne, Commeyne, -eijne, Comein, Com(m)eine, Commene, Commeene, Decommene, Delcom(m)en(n)e, Delcom(m)(e)une

Naam uit de plaatsnaam Commène: gemeenschappelijke weide.

 

Commaire, Com(m)ère, Commer, Comer(re)

Bijnaam uit het Franse commère: doopmeter.

 

Commère: zie Commaire.

 

Commin(n)e, Commien, Com(m)yn, Comijn, Comin

1. Naam uit de plaatsnaam Comines (Komen).

2. Verschrijving van Comeyne/Commenne. Zie daar.

3. Zie ook Comyn.

 

Comte, Conte, Lecom(p)te, Lecont(r)e, Lacom(p)te, Lecompt, Laconte, De Compte

Naam uit het Franse comte: graaf.

Dit voor een werknemer van de graaf, afstammelingen van de graaf. De graaf kan een edelman zijn, maar evengoed de verantwoordelijke voor een bepaald gebied.

 

Comyn, -ijn, -in, Commyn, -ien

1. Patroniem, verkorte vorm van Jacomijn, knuffelvorm van Jacques.

2.Zie ook Commine.

 

Confurius

Zeldzame Nederlandse en Noord-Duitse familienaam. Wellicht schrijfvariant van de Bourgondische (vluchtelingen) familienaam Confuron waarvan de betekenis onbekend is. Tenzij in volgende ? Mogelijk verlatijnste naam uit confugere (vluchten), confundere (vermengen, verwarren, ...). Of een Latijnse schrijfvariant van het Franse confu(s) (verward, verlegen, onduidelijk, duister, vaag,...).

 

Conings: zie Koning.

 

Conscience

Bijnaam uit het Oudfranse conscience: kennis, bedoeling, verlangen.

 

Contreras (de), Decontrerasse

Familienaam afgeleid van van Contreras een plaats in Burgos (Spanje). Contreras is dan weer afgeleid van 'omgeving'/'streek'.

 

Convent(s), Convens, Covent(s), Covens, Couvent

1. Naam uit het Middelnederlandse co(n)vent: kloostergemeenschap; bijeenkomst. Bijnaam voor iemand die op één of andere manier verband had met een convent of klooster.

2. Mogelijk afgeleid uit Coveliers: zie Cuvelier.

 

Con(t)zen, Kontzen, Kunze, Kon(c)z, Kunzi, Kuntz(e)

1. Duitse patroniem uit de Germaanse voornaam Koenraad (kuni-rad), Conrad.

2. Con(t)zen en Kontzen kunnen uit komen op de plaatsnaam Konzen (Noordrijn-Westfalen).

 

Coolegem

Familienaam uit de plaatsnaam Kolegem in Mariekerke (Oost-Vlaanderen).

 

Coolput Van, Colput, Coolpot

Put van de kolenbrander (plaatsnaam die o.a. voorkomt in Tielt (West-Vlaanderen) en Duffel/Weelde (Antwerpen).

 

Coolsaet, -zaet, Koolzaed, Colsaet, -zaerts, Kohlsaat

Beroepsnaam voor de teler of verkoper van koolzaad.

 

Cooreman(s), Coreman(s), Coorman, Corman, -mann(e), -mant, Korenman, Kornmann, Korman(n),

Ko(o)reman(s), Korremans, Koriman, Correman(s), Coeremans, Ceurremans, Keuremans,

Keuremenne(n), Kurman(n)

1. Uit het middelnederlandse cornman: korenkoper, graankoopman. Beroepsnaam.

2. De namen zonder -n en de namen met eur wijzen ook de de betekenis keurmeester. Een aantal van de namen werden wellicht daarvan afgeleid.

 

Cooren(s), Coren(s), Correns, Ko(o)ren, Ko(o)rn, Corne, Keuren, Ceuren(s), -an, Cu(e)rens

1. Patroniem uit de Latijnse heiligennaam Cornelius.

2. Of uit het Franse corne: hoorn. Beroepsnaam voor de hoornblazer of bijnaam voor de hoorndrager.

3. Of uit het Middelnederlandse corn(e): coren, graan. Beroepsbijnaam van de graankoopman.

 

Cootmans, Cotemans, zie Cotte.

 

Cop, Copp(e), Coppé, Cops, Kop, Kopp(e), Kops, Coop(s), Kopf(f), Keup(s),   Ku(y)ps

1.Het Middelnederlandse cop(pe) betekent: vaatwerk, schaal, beker, schedel, top, kruin, ... Ook werd het als huis(herberg)naam gebruikt. Bijnaam, beroepsnaam of huisnaam.

2.Patroniem, verkorte vorm van Jacob.

 

Coppenolle (Van), Van Coppenole, Van Copenol(le), Vannecoppenolle, (van) Coppenhol(le), Coppennolle, Copenolle, Van Cop(p)ernolle, Vancoppernolle, Van Compernolle, (van) Compernol(le), Van Capernolle, Koppenol, Capenol(le), Van Coppenael

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Koppenol: inzinking met bolvormige heuvelrug.

Zie ook Koppenaal.

 

Coppyn, Cop(p)in, De Coppin, Cop(p)ijn, Kopin, Coppins, Coup(p)in, Coppen(s), Copens, Koppen(s), Koppenen, Koppes, Ceup(p)ens, Cueppens, Keuppen(s), Cuppen(s), Kuppens, Cuypens, Quppens

De Brabantse vormen zijn: Keppens, Keepen(s), Kep(p)enne, Keppene

Patroniem, knuffelvorm van de heiligennaam Jacob.

 

Coquelin, Cocle, (de) Cokele, Cokl, Keukelin(c)k, -ling

Naam uit het Oudfranse coc: haan. Bijnaam of beroepsbijnaam.

 

Corbeel(s), Corbel(le), Corbiel, Korbiel, Corbeau(x)

1. Familienaam uit het Oudfranse corbel: raaf. Bijnaam voor een zwartharig persoon.

2. De naam is ook ontstaan uit de gelijknamige huisnaam.

 

Corda, Korda

Vondelingennaam: Macarius Corda werd op 02.02.1823 gevonden in Antwerpen.

 

Cordemans, Cuddeman(s)

1. Beroepsnaam van de touwslager.

2. Of ook bijnaam: korte man.

 

Cordier (de), Le Cordier, Lucardie, Cordiez, -iée, -y, -i(e), -is

Beroepsnaam van de touwslager.

 

Corenwinder, Corebunders, Cole(n)bunders

Beroepsnaam voor de tijdelijke arbeiders die het graan kwamen oogsten (en binden) of voor de teler van graan.

 

Cornelisse: zie Cornelius.

 

Cornelius, Cornelus(se(n)), Kornelis, Cornely, -li, -lisz, -lissen(s), -lisse(s), -lissis, -leze, Corneel(s), Cornel(le), Coeurnelle, Curnel(le), Cürnel, Cornelis, Kornelius(sen), Cornelsen

Patroniem uit de Latijnse heiligennaam Cornelius.

 

Corneille, Corneillie, Cornel(l)i(e), Cornel(l)y, Cornelje, Corneilde, Cornaille, Cornil(le), -ile, Cornillie, Cornilli(er), Corniellie, Cornilly, Corniel, Cornilde

Patroniem uit de Franse vorm van de Latijnse heiligennaam Cornelius. Corn(e)ilde is de Oost- Vlaamse vorm.

 

Cornewal Van, Cornuwal, Carnuwal, Carnewa(e)l, Carnawal

Naam uit de Keltische plaatsnaam Cornwall (Groot-Brittanië). Zie ook Carnawal.

 

Cornu(t)

Bijnaam voor de bedrogen echtgenoot/dwaas.

 

Corroyeur, Conreur, Cor(r)eur, Cureur

Beroepsnaam uit het Oudfranse conreor: lederbewerker.

 

Corsius: zie Corstius.

 

Corstius, Cors(i)us, Kerstius

Patroniem, verlatijnste vorm van Cors(t) = Kerst = Christianus.

Zie Christiaan.

 

Corswarem, (de), Corswaren, Coswarem

Familienaam uit de plaatsnaam Corswarem (Korsworm (oorsprong onbekend) - Luik).

 

Cortebee(c)k, Kortbeek

Familienaam uit de plaatsnaam Korbeek (Vlaams-Brabant) of Kortbeek in Aalten (Gelderland).

 

Cortvriend, Cortvrien(d)t, Cortvrin(d)t, Corturint, Ceurtvriend

Familienaam, afgeleid van de bijnaam 'cortvriend' = iemand met een slecht karakter, waarmee je dus maar voor korte tijd bevriend kunt zijn.

 

Corvel(l)ain, Corvel(e)yn, -(e)ijn

Bijnaam uit court villain: kleine (korte) boer, dorper.

 

Cosemans, Coos(e)mans, Cozemans, Ko(o)semans, Coesemans, Coesman, Coisman(s), Coysman, Kosman, Cosman(s), Cosaert, Cousa(e)rt, Cozar, Coos(e), Coos

Bijnaam afgeleid van het Middelnederlandse cosen: praten, liefkozen, vleien.

Cosijns: zie Kozijns.

 

Cossart, -ard, Cossaer(t), Coussart, -aert

Patroniem: Pikardische (Franse streek) variant van Gossaert, afgeleid van Goos, Goswijn.

 

Cosset , -é(e), -e(e), -ez, -ey, Coussee, -é(e)

1. Naam uit het Oudfranse cosse: peul, dop (van erwt). Bijnaam voor een erwtendopper.

2. Variant van Cochet: zie daar.

3. Patroniemvariant uit Gosset: zie daar.

 

Costa, Da Costa, Kosta, De Costa

Italiaans, Spaans en Portugese naam uit Costa: helling, bergflank, kust, oever.

 

Costenoble (van), (van) Costenobel, Coustenoble, -obbe, Constenoble, Croustenoble

Naam uit de Oudvlaamse vorm van Constantinopel: afkomstig van ..., meegedaan aan een kruistocht ...

 

(Van de) Cotte

Familienaam uit het Middelnederlandse cot: hok, hutje, arme woning.

Uit de woonplaats.

 

Cottem (van), Van Cot(t)hem, Van Cottom, Van Caut(h)em

1. Familienaam uit de plaatsnaam Kottem in Oombergen, Erpe en Zonnegem (Oost-Vlaanderen).

2. Of uit gelijknamige plaatsnaam in Oudenburg (West-Vlaanderen).

 

Cottijn, -yn, Cot(t)in, Cout(t)in, Cotten(s), Cotens

Patroniem, verkorte vorm van Nicotin of Jacotin. Dit zijn knuffelvormen van Nicolas of Jacques.

 

Couet, -ez, -é, Coët, Couwet, -ez, Kowet, Cowé, -ez, Kouwé, Cauwet, Cau(u)et, Cawet, -ez, Cauët, Keuwet, -ez, Cué, Quewet, -ez, Quéwet

Naam uit het Oudfranse coué, dit uit het Latijn caudatus: met een staart. En uit het Luiks Waalse cowèt: duivel, nietsnut.

Bijnaam of huisnaam.

 

Coureur, Courreur, Cureur

1. Beroepsnaam van de loper, de bode, de koerier.

2. Zie ook Corroyeur.

 

Court(h)eyn: zie Courtin.

 

Courouble, Couroup(p)le, Caro(u)bel, Corruble, Kordupel, Croubels, De Croebele, De Croubele, Kroebel

Familienaam uit de plaatsnaam Quarouble (uitspraak couroupe - in Nord).

 

Courteau(x), -aut, -iaux, -ial, -ay, -el, Corteel

Naam uit het Franse court: kort. Bijnaam voor een klein persoon.

 

Courtin, -ain, Court(h)eyn, Courtyn, -ijn, Cortin, -eyn, Curtin, Carteyn

Bijnaam uit het Franse court: kort, voor iemand die niet groot is.

 

Courtois, -oit, -oy, Cortois, -oys, -oos, Cartois, -oos, Lecourtois

Bijnaam uit het Franse courtois: hoffelijk, fijn, beschaafd.

 

Cousse, Kouws, Cauche, Chauche, Chausse, Caus(se), Kaus(s), Kausse(n), Kousen

Familienaam uit het Middelnederlandse cous: beenbedekking, broek, kousen, schoenen. Beroepsnaam.

 

Coussemaker (de), (de) Cous(s)emae(c)ker, De Coussema(e)ker, De Kousemaeker, Kousemaker, Coussmaker, Coussemacker, -maque, De Cosema(e)ker, De Coessemacker, -mae(c)ker, De Causema(e)(c)ker, -maeckre, De Caus(se)ma(e)(c)ker, De Cauwsema(e)cker, -maeker

Beroepsnaam van van de kousenmaker. De kous was een leren of zijden/stoffen beenbedekking.

 

Cous(s)ement, Coussemant, Cossement, Couchement, Couchman

Beroepsnaam van de schoenmaker uit het Oudfranse chalcement: schoeisel.

 

Coussens: zie Kozijns.

 

Coutard, -art, -aert, Cautaert, -aer(t)s, Cotard, -ar(t), Cottart
1. Patroniem, verkorte vorm van de voornamen Jacotard of Nicotard.

2. Mogelijk een beroepsnaam afgeleid van het Oudfranse 'cotte' = wapenrok/ herenrok: soldaat of kleermaker(handelaar) van ...

 

Coutereel(s), Cout(t)reel, Coutureels, -i(e)au(x), Coutarel, Cautreels, Caut(t)reel(s), Cotereels, Cot(t)ereel, Cottriel, Co(te)relle, Cottereau(x), Cotrau, Cottriau, Coturiau

Naam uit het Oudfranse coterel: wapenrok, huurling die een wapenrok draagt, bandiet,rover Beroepsnaam of bijnaam.

 

Couttenier, (de) Cottenier, Cottenjé, Cottenje, Cottenjié, Cottenie(s), Cotteny(e), Coteny,

Coutten(e)ye

1. Beroepsnaam uit het Oudfranse couttenier, cotonier: katoenhandelaar of katoeneerder (watteerder).

2. Zie ook Decottignie(s).

 

Couvreur, -uer, -eux, Coufreur, Couuvreur, Covereur

Couvreur is een Franse beroepsnaam: (lei)dekker.

 

Cox: zie Kok.

 

Crabbe, Crabbé, Crab, Krab, Crabs, Crabts, Craps, Krabbe(n)

Bijnaam naar het dier 'krab' = wellicht iemand met een rare manier van lopen.

Er is natuurlijk ook de mogelijkheid van een beroepsnaam: verkoper of visser van schaaldieren.

 

Crabeel(s), Crabau

Bijnaam uit het oude woord crabeel: tegenslag. Voor een pechvogel.

 

Craeg(h)s, Craggs

Het Middelnederlandse craech betekent: hals, keel, strot. Ook ringkraag of halskraag.Een familienaam die wellicht afgeleid is van een bijnaam verwijzend naar een opvallende hals of naar het dragen van een opvallend kledingstuk.

 

Craen Van (de)

Familienaam uit de plaatsnaam Kraan (Noord-Limburg), De Kraan (Noord-Brabant) en wellicht nog op andere plaatsen.

 

Craenhals

Bijnaam voor iemand met een lange hals, naar de kraanvogel.

 

Craeye (de): zie Kraai.

 

(van) Craeynest

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Craeynest/Kraaiennest (die zichzelf wel verklaard).

 

Crane (de), Craane, Cran, De Craen(e), De Craan, Craens, Kraan, Krahn, Kraenen, Craen(en), Krane(n), Krannen, Schraen(en), Lecrane

1. Bijnaam naar de kraanvogel voor iemand met lange benen of lange hals.

2. Variant van Van Craen, zie bij Craen.

 

Cranenbroe(c)k (van), -brouck, (van) Craenenbroe(c)k, -brouck, Van Craenbroeck, Van Kraenenbroeck, Cranembrouck, Craenembroeck, Cranenbrouck

Familienaam uit de plaatsnaam Kranenbroek (moeras waar kraanvogels verblijven. Dit o.a. bij Mierlo en Steenbergen (Noord-Brabant), in Attenrode en Lembeek (Vlaams-Brabant) en Ninove (Oost-Vlaanderen).

 

Crassaert(s), -art, Crasaert, Craessaert(s), Crassa(rt), Crytsaerts

Familienaam afgeleid van het Oudfranse cras (gras): vet, dik.

Wellicht een bijnaam.

 

Crauwels, -ers, Crouwels, Krouwel, Kraul, Krauweel, Kreu(w)els, Creu(w)els, Kruyels, Kruijels, Cru(y)wels, Kröhle, Kroell, Kröell

Met Middelnederlands 'crauwel' en het Middelhoogduits 'kröuwel' betekenen: drietand, kromme gaffel, vleeshaak. De familienaam is wellicht een beroepsnaam (boer of beenhouwer) of mogelijk een huisnaam (de naam van een huis/herberg werd dikwijls overgenomen door de bewoners als familienaam).

 

Cré, Cre(de), Creed, Crez, Decré(e), De Cree, De Crée

Bijnaam of beroepsbijnaam (voor koster of voorbidder) voor wie het credo (de 12 artikelen opzegt.

 

Creel, Creël(le), Crehel

1. Naam uit het Franse en Duitse grille: krekel. Bijnaam.

2. Variant van de voornaam Kerniel, Corneel.

3. Zie ook Kraai.

 

Crem (de), Crême, Crème, Creme, De Crem, Decraim, De Krem, Decrêm(e), Decrem(e), De Creem, (de) Criem, Decrenne

Via Wallonië ontstane varianten van (de) Cremer. Zie verder bij Kramer De.

 

Creten(s), Créten(s), Creeten, Creytens

Bijnaam uit het Oostmiddelnederlandse creten, creiten: plagen, kwellen.

 

Creve, Crève, Crêve: zie Kreeft.

 

Creveau(x), Crévi(e)aux, Cre-, Cravau, Creba(e)ls

Variant van de Franse familienaam Crevel uit het Latijnse cribellum, het Franse crible: kleine zeef. Beroepsbijnaam van de zevenmaker.

 

Cre(y)tsaert(s)

Naam uit het Oudfranse crisser/grincer. Bijnaam voor een knorrig iemand.

 

Crieckemans: zie Kriekemans.

 

Crispin, -yn, -ijn, Crispen, C(h)rispeyn, Cruspin, Cryspin, Crespin, Crépin, Crepin, -ain, Crepet, Creppy, Crépey, Crepule, Crepelle, Crepeele, Crepel

1.Patroniem uit de heiligennaam Crispinus.

2.Familienaam uit de plaats Crespin (o.a. in Valencijn (Nord)).

 

Croix, Crois, Croy, Croij, Croye, Crooy, Crooij, Croo(s), Croes, Croës

Familienaam naar de plaatsnaam Croix : kruis.

 

Crokaert(s), Kro(c)kaert, Krok(k)aerts, Crokart, Crocaerts, Croukaert, Crocka(e)rt, -aerts, Croe(c)kaert, Crakaert

Naam uit De Croock: bijnaam voor iemand met lange, krullende lokken.

Of variant van Crochard: dit uit het Oudfranse croc: haak. Beroepsbijnaam of naam uit één of andere lichamelijke eigenschap.

 

Crombé: zie Kromme.

 

Crombe(e)n, -b(a)in

Bijnaam voor iemand met kromme benen.

 

Cromberge

1. Bijnaam uit één of ander krom lichaamsdeel (bv. beck: mond).

2. In West-Vlaanderen is ook een plaats Krombeke die de oorsprong zou kunnen zijn.

 

Crombrugge

1. Bijnaam voor iemand met een kromme rug, een bochel.

2. Zie (van) Crombrugge.

 

Crombrugge (van), Van Crombruggen, Van Crombrug(g)he, Van Crombreucq, De Crombrugg(h)e

Familienaam uit de plaatsnaam Krombrugge (Oost-Vlaanderen).

 

Crommelin(g), Cromlin, Crommelinck(x), -lijnck, -lynck(x), -lingk, Cromelynck

Familienaam uit krom. Bijnaam voor een krom, misgroeid persoon.

 

Croock De, De Croocq, De Kroock, (de) Krock, (de) Crock, (de) Crocq,   

Kro(o)k, Crok(ke), Kroken, Lecrocq

1. Familienaam uit het Middelnederlandse crook, croke: lange en/of krullende lokken, kuif. Bijnaam.

2. Aanpassing van Ducrocq. Zie aldaar.

 

Crop (de), De Croppe, Croppen, Kropp, Krops

Bijnaam uit de krop: kropgezwel onder de kin of uitstekende adamsappel.

 

Croquet, -ette, -ez, -ey, Crocquez, Croket, Crou(c)quet, Croche(t), -é, Chrochelet, Ducroquet(z)

1. Familienaam uit croc: haak. Beroepsbijnaam.

2. Familienaam uit de gelijknamige verspreide plaatsnaam in het Picardisch gebied.

 

Cruchten (van), Van Crughten, (van) Kruchten, Van Krugten

Familienaam uit de plaatsnaam Krochten in Princenhage (Noord-Brabant), Kruchten (Rijnland-Palts), Cruchten (Groothertogdom Luxemburg) of Kruchten-Maasbracht (Nederlands Limburg).

 

Cru(w) De, De Cruy, Cruw, Cruyen, Cruen

Naam uit het Middelnederlandse crude: kruier. Beroepsnaam.

 

Cruybeke, Cruybee(c)k, Cruijbeeck, Crubeck

Naam uit de plaatsnaam Kruibeke.

 

Cruy(e)naere (de), De Cruijnare, De Crueynaere, De Crayenaere, Cru(de)naire, Kruyner, Kruidenier, Kruyniers, Cruyeniers

Beroepsnaam van de kruidenier, de handelaar in kruiden of specerijen, de drogist of apotheker.

 

Cruypelandt, -lan(t)s, Cruyplandt, -lant(s), Creupeland, -lan(d)t, Crupelandt

Bijnaam voor iemand die door het land kruipt, sluipt, loopt: een zwerver, een landloper.

 

Cruysbergh(s), -bergs, Cruijsberghs

Naam uit de plaatsnaam Kruisberg (berg met een kruis erop) in Brunssum, Kessel (Nederlands-Limburg), Doetinchem (Gelderland) en verspreid in de provincie Antwerpen.

 

Cruysse Van der, Van der Kruisen, Kruissen, Van de Kruis, Van (der) Kruyssen, Van Kruijssen, Van Cruijsen, Van der Cruys(en), Van der Cruijs(sen), Van de(r) Cruijs, Van der Cruijce(n)/Cruyce(n), Van der Chruysse, Van der Cruiyssen, Van der Chruche, Van de Crux, Van de Cruys, Van de Cruyce, (van der) Kruys, Van den Kruijs, Van der Crussen, Van der  Creuse(n), Creusen, Kreusen, Kruysse(n), Vercruysse(n), Vercruijsse(n), Vercruyse(n), Vercruyce, Voorcruyce, -uijce, Verkruysse(n), Vereruysse, Verkruijsse, Verchruijsse, Vercrus(s)e, Verkrusse, Vercrysse, Van den Cruys, -Cruijs, Van den Cruyce, Van den Cruijce, Van den Cruyse(n), Van den Cruche, Wandercruyssen, Wan der Cruyssen, Kruijs, Kruys(se), Cruys, De Cruyssens, De Cruyce(ns), Cruisse, Crusse

Familienaam uit de zeer verspreide plaatsnaam Kruis, ter Cruce, Cruysse, ...: kruis (vaak strafwerktuig, galg of schandpaal).

 

Cub(b)er (de), Decubber, De Kubber, Decubre

1. Naam afgeleid van het Middelnederlandse cubbe = mand. Beroepsnaam van een mandenvlechter.

2. Of uit het Oostvlaamse en Brabantse kubber: mannetjesduif, doffer. Bijnaam voor bvb een fier iemand.

 

Cuisenaire, -er, -ier, Cuisinier, Cusenier, Quisenaire, -aerts, Quizenaarts

Beroepsnaam uit het Franse cuisinier: keukenmeester, kok.

 

Culin, Cillin(g), Cullen, Culens

Patroniem, variant van Colin, knuffelvormen van NiCOLaus.

 

Currinckx

Patroniem uit de Germaanse voornaam kuri.

 

Cutsem Van, Van Cutsen, Van Coets(h)em, Van Koetsem, - en

Familienaam uit de plaatsnaam Kutsem (Cutsegem) in St.-Pieters-Leeuw (Vlaams-Brabant).

 

Cuvelier (de), Cuvelie, -ié, -iers, Cuvellier, -eiller, Kuveiller, Cuvel(l)iez, Cuverlier, Cuvil(l)ier, Cuvill(i)ez, Cuville, Ceuvelier, Covelier(s), Covillers, Couvelier, Couvillers, Curveiller, Quveliers

1. Naam uit Franse co(u)velier: kuiper. Beroepsnaam.

2. Sommigen (Cuvillier, -iez) gaan mogelijk terug op de plaatsnaam Cuvillers (Nord).

 

Cuylits, Cuylaerts, Kuylaerts, Kuijlaard, -aerts

Plaatsnaam uit het oude Culiit (Noorderkempen):kuil.

 

Cuytmans, Koytmans

Brouwer of verkoper van kuit, een lichte biersoort.

 

Cuijvers, Cuyve(r)s, Kuyvers

Beroepsnaam van de kuiper.

 

Czech, Czeck, Czeh, Cseh, Czekaj

1. Patroniem, verkorte vorm van de Slavische voornaam: Ceslav.

2. Volksnaam voor een Tsjech.

 

Andere C-bladzijden C | Ce | Co                                               

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Wil je de betekenis van jouw familienaam kennen ? Stuur een mailtje!  

Er zijn slechts drie voorwaarden:

- vermeld in je mailtje waarom je het wil weten,

- beperk je tot één of een paar namen.

- vermeld ook even hoe je op mijn site terecht kwam.

 

Soms moet je even geduld hebben: er zijn nogal wat aanvragen.

Kijk a.u.b. eerst of de gezochte naam er niet opstaat (bv. De Grote bij Groot, Verbeeck bij Beek en bv. Vranckx bij Frank). Zo bespaar je mij heel wat werk.

 

Literatuur:

De betekenis van toponymische samenstellingen (J .Van Loon - Onomastica neerlandica 1981)

Etymologisch woordenboek der Nederlandsche Taal (J. Vercoullie - Van Rysselberghe & Rombout 1925)

Huizinga's complete lijst van namen (A.Huizinga - Tirion 1998)

Middelnederlandsch handwoordenboek (J. Verdam -  Uit. Martinus Nijhoff 1949)

Middelnederlandse spraakkunst ( Dr. A. Van Loey - Wolters-Noordhoff 1980)

Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226) (Maurits Gysseling - Belg. interuniversitair centrum voor neerlandistiek 1960)

Vondelingen en hun naamgeving (L.De Man - Onomastica neerlandica 1956)

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003)