|
|

(Uit de onuitgegeven bundel "Cubaneando")
Door een speling van het lot leverde mijn postbode op dezelfde
dag drie boeken af: de in Madrid bestelde monografie uit 1922 van Calixto
Masó over het Cubaans karakter; het in Miami opgevraagde recente boek
van José Boudy over de filosofie van de Cubaan en het fotoboek van Knokkenaar
Fabien Raes. Het werk van Masó vertoont alle gebreken van een eerste wetenschappelijke
aanzet. Boudy verbetert een aantal gebreken, maar zijn boek is een typisch
intellectueel product van de anti-Castro-migrantengemeenschap. Raes, die
zich over dit alles niet druk hoeft te maken, vertrouwt op zijn manier
enkele karakteristieken van de Cubaanse aard aan het fotopapier toe. Allen
proberen iets te vangen dat onvangbaar is en hetzelfde kan gezegd worden
van dit relaas.
De Cubaan beschikt over een buitengewoon geheugen en is
schrander en intelligent, maar dit alles wordt door zijn impulsieve en
kortstondige passies overschaduwd. Hij heeft niet de vereiste capaciteit
om te generaliseren. Iets uitdiepen is niet zijn sterkste kant. Zijn denken
wordt door oppervlakkigheid gekenmerkt en hij oordeelt in het wilde weg.
Boudy is het er niet mee eens. Hij acht het postrevolutionair regime (veertig
jaar oud) verantwoordelijk voor de negatieve aspecten
van de Cubaanse aard (meer dan honderdvijftig jaar oud). Hij weerspreekt
het oordeel dat het eiland weinig filosofen, wiskundigen en essayisten
heeft voortgebracht. Ook al zou dit zo zijn, dan zou dat ruim door het
aantal schrijvers, redenaars en dichters gecompenseerd worden. Hij ontkent
de passie niet, maar ziet er geen negatieve karaktertrek in.
Masó merkt op dat de Cubaan halsstarrig is, zelfs in het
besef dat hij ongelijk heeft. Als gevolg van zijn gepassioneerd temperament
kan zijn denken onsamenhangend zijn. Daarentegen beschikt de Cubaan over
een vruchtbare verbeeldingskracht. Voor Boudy is de Cubaan een spiritueel
wezen. Deze spiritualiteit komt voort uit het feit dat hij nooit gedwongen
werd de natuur te overwinnen, maar zich slechts heeft moeten aanpassen.
In meer dan een opzicht heeft de Cubaan zich aan de natuur gespiegeld
en dat leverde hem enkele eigenschappen op: stijfkoppigheid of trots,
hardheid, onplooibaarheid. Dat horen we bijvoorbeeld in de volkse uitdrukkingen
als 'somos verticales como la palma', 'somos duros como la quiebrahacha'
en 'somos fuertes como la ceiba', om slechts bij die drie boomsoorten
te blijven. De Cubaan is eerlijk, hartelijk, onbaatzuchtig en gemoedelijk,
een door en door goed mens die (veel te) veel vertrouwen heeft. Gedachten
vangen in een foto is geen kinderspel, maar Raes heeft – misschien onbewust
– zowel de trots, als de gemoedelijkheid in zijn focus weten te grijpen.
Een andere uiting van spiritualiteit wordt in de levensvreugde
en het gevoel voor humor weerspiegeld. Slechts enkele minuten in de nabijheid
van een Cubaan is voor iemand voldoende om de zon te zien schijnen en
het leven lachend aan te kijken. Hoe een Cubaan dat klaarspeelt? Op de
eerste plaats via een prikkelend woordgebruik waarvan klankkleur en dynamiek
van tientallen andere volkeren te onderscheiden is. Daarenboven beschikt
hij over een verlokkelijke lichaamstaal, vol symbolische handbewegingen
en spontane aanrakingen van zijn toehoorders.
Een Cubaan heeft geen grote vooruitziende blik, maar geniet
op een intense manier van het heden. Het leven is voor hem een wandeling.
Slechts één letter onderscheidt het werkwoord pasear, wandelen van pasar,
voorbijgaan. De Cubaan kan zijn bestaan moeilijk een
tragische zin geven. Uitdrukkingen met een tragisch karakter zijn schaars.
Dat hij het leven als een spel opvat, blijkt uit de verwijzingen naar
honkbal in de manier waarop sterven wordt verwoord: 'Colgar el guante'
(de handschoen ophangen), 'Lanzar la última pelota' (de laatste bal gooien),
'Le colgaron un scon' (hij heeft negen nullen gekregen).
Over de lamlendigheid van de Cubaan zijn heel wat polemieken
gevoerd. Masó beschouwt dit als grote oorzaak voor zowat alle sociale
en politieke kwalen. In de fotokeuze van Raes komt de verhouding tussen
actie en non-actie ongeveer neer op 16/100, maar zelfs de actiefoto's
(Man at work, Daily work, Cezanne) stralen de rust van een stilleven uit.
In zijn zoektocht naar de oorzaken van het fenomeen citeert Masó herhaaldelijk
Montesquieu, die aan de klimatologische invloed een overdreven belang
hechtte. We weten ondertussen al een tijdje dat het tropische klimaat
geschikt is voor de meest verheven manifestaties van menselijke activiteit.
Masó komt dan, met uitzondering van de Indianen en de geïmporteerde
Chinezen, bij de pre-Cubaanse volkeren terecht. Hij gaat even in op de
fanatieke Arabieren, de hooghartige Goten, de koppige Iberiërs, de krijgshaftige
Kelten en de op veroveren gebrande Romeinen, om vervolgens de Spanjaard
een en ander in de schoenen te schuiven. De etnoloog Fernando Ortiz reikt
hem enkele karakteristieken van de Afrikanen aan: lichtzinnig,
dansgek, sensueel, bijgelovig, een afkeer hebbend van het abstracte denken,
gewelddadig, frivool en babbelziek. De Cubaan praat zonder te handelen.
Hij praat veel en doet dat met retorische hoogdravendheid en overdreven
gesticulatie. Hij ervaart dat als puur genot. Hij praat tegen zichzelf
en tegen de goden. Het 'palaveren' neemt een groot deel van de tijd in
beslag. Dit brengt ons bij de tijdservaring waarvan Raes ons enkele staaltjes
presenteert. Doordat het leven een spel is, wordt tijd als volstrekt onbelangrijk
ervaren. De periode tussen twee levenssensaties wordt niet als leeg ervaren .
Tijd verliezen is moeilijk inleefbaar. Haast en ongeduld doden immers
het levensgenot. Als een Cubaan ahorita (onmiddellijk) zegt, moet men
dat nooit letterlijk nemen. En als hij het verkleinwoord ahoritica gebruikt,
denk dan vooral niet dat onmiddellijk nog onmiddellijker wordt. Als een
Cubaan een afspraak heeft gemaakt om vier uur, neemt hij – ofschoon hij
niets te doen heeft – pas om kwart over vier een douche. Het moment van
het zich gereedmaken ervaart hij als een haast intens geluk. Hij weet
immers dat de ander dat precies zo ervaart.
De Cubaan staat bekend als dienstig en solidair. Zijn
gastvrijheid is legendarisch. Hij draagt de vrijheid hoog
in het vaandel, maar volgens Masó vervalt hij daardoor soms in een staat
van losbandigheid. Hij is lichtgeraakt en arrogant, wat hem soms in een
agressieve pauw verandert. Hij belijdt de zelfverheerlijking en lijdt
aan hanigheid. Het machismo is geen Cubaans privilege. De Mexicanen zouden
de eersten zijn om dit aan te vechten, maar de overheersingdrang van de
Cubaanse man is evenmin een fabeltje. Als Raes een koppeltje heeft zien
naderen, dat gevraagd heeft of zij een foto van hem mochten nemen, en
vervolgens de vrouw de camera in de handen heeft proberen te stoppen,
weet hij wat ik bedoel. De Cubaan voelt een permanente drang een belangrijke
rol te spelen in de maatschappij en het gevolg van zijn frustraties is
een onophoudelijke ontevredenheid. Een statussymbool als een auto bezitten
(het fotoboek wemelt ervan) is voor een Cubaan nog altijd super. Boudy
houdt vol dat het met het machismo op Cuba allemaal nog meevalt, omdat
de vrouw in feite de touwtjes in handen houdt.
Een onthutsend deel van het leven van een Cubaan gaat voorbij
zijn hart. Zijn emoties halen het op de rijkdom aan ideeën. Hij houdt
van zijn naaste in bijbelse zin en bezit een romantische ziel. Boudy stelt
in grote mate de natuur verantwoordelijk voor het romantische in de Cubaan.
Het woud (vóór de 17de eeuw was Cuba voor negentig percent bebost), de
blauwe zee met zijn bevallige baaien en riffen, de weelderige fauna en
flora, de koningspalmen, maar ook bepaalde vormen van inheemse en koloniale
architectuur en verschillende lichtschakeringen hebben van de Cubaan een
vreselijke dromer gemaakt. Raes was zo handig in zwart-wit te werken,
wat de kijker onbewust tot kleurrijke verbeelding verplicht.
De Cubaan versiert en liefhebbert de hele dag door, maar
doet dat niet op een stuntelige manier. Hij neemt er de tijd voor en creëert
voor de gelegenheid een originele woordenschat. Met de Cubaanse
piropos of luidop geuite complementjes, kan men boekdelen vullen. De Cubaan
is erg beminnelijk, maar soms wispelturig en agressief. Hij springt van
liefde naar afkeer, van bewondering naar het vergeten, van een zoen naar
een belediging. Een paraderend vrouwenlichaam, een knipoog of de geur
van een parfum is voor de Cubaanse man voldoende om zijn hartstochten
tot vreselijke proporties op te blazen. Het huwelijk is de ultieme liefdesverklaring
en de gemiddelde Cubaanse man herhaalt het onontkoombaar ritueel minstens
drie à vier keer. (Iets minder in aantal aanwezig in het fotoboek). 
Voor de actief zinnelijke mens is Cuba een paradijs. Volgens
Masó leeft een groot gedeelte van de bevolking enkel om de vleselijke
verlangens te bevredigen. Dit spel heeft een belangrijke sociale dimensie,
want de man moet ook uitpakken met zijn veroveringen. Een intelligente,
beschaafde en redelijke Cubaan zal vrolijk vertellen dat hij zijn best
zal doen een leuk meisje te benaderen en 'het' zo vaak hij kan met haar
wil doen, zonder dat zijn attenties tegenover zijn vrouw aan intensiteit
zullen inboeten. Het is niet enkel Masó opgevallen dat de Cubaanse vrouwen
mooi en exuberant zijn, dat hun lichamen bevallige vormen
hebben en dat hun natuurlijke koketterie in de tropen lagere hartstochten
wakker maakt.
Onder de vele karakteristieken van de Cubaanse aard krijgt
de zinnelijkheid ook van Raes een tien. Niet de rechte lijn, maar de kromme
en de parabool is toonaangevend. Zelfs de koningspalm geeft ondanks zijn
verticaliteit van een lichtbuikige sierlijkheid blijk. Op de meerderheid
van de foto's staat de sensuele curve het genadeloze perspectief in de
weg, hetzij in hoedanigheid van een auto-onderdeel, een barokke gevelversiering,
of de positie van het vrouwenhaar. Bovendien brengt Raes ons met zijn
vrouwenfoto's ongewild terug naar het einde van de 18de eeuw, toen enkele
gezagsdragers de eerste moraliteitswetten ontwierpen, terwijl ze door
het raam naar de vrouwen staarden die nog met een naakt bovenlijf door
het leven liepen. Voor Masó is de zinnelijkheid nog een gebrek. Raes laat
haar zien in haar meest vleselijke vorm. Meer dan de twee andere auteurs
heeft hij willen strelen en ook dat is een Cubaanse karaktertrek.
© Huib Billiet
(Fotograaf van de kleurfoto
is José Manuel Ferrater.
Beide zwartwit foto's komen uit het boek van Fabien Raes.)
|
|
Filosofen
Spiritualiteit
Honkbal
Palaveren
Machismo
Vrouwenlichaam
Zinnelijkheid
Filosofen
Spiritualiteit
Honkbal
Palaveren
Machismo
Vrouwenlichaam
Zinnelijkheid
Filosofen
Spiritualiteit
Honkbal
Palaveren
Machismo
Vrouwenlichaam
Zinnelijkheid
Filosofen
Spiritualiteit
Honkbal
Palaveren
Machismo
Vrouwenlichaam
Zinnelijkheid
Filosofen
Spiritualiteit
Honkbal
Palaveren
Machismo
Vrouwenlichaam
Zinnelijkheid
Filosofen
Spiritualiteit
Honkbal
Palaveren
Machismo
Vrouwenlichaam
Zinnelijkheid
Filosofen
Spiritualiteit
Honkbal
Palaveren
Machismo
Vrouwenlichaam
Zinnelijkheid
Filosofen
Spiritualiteit
Honkbal
Palaveren
Machismo
Vrouwenlichaam
Zinnelijkheid
Filosofen
Spiritualiteit
Honkbal
Palaveren
Machismo
Vrouwenlichaam
Zinnelijkheid
|