Persartikel over vossen Hoeveel vossen zitten er in Vlaanderen? Uit"groene" hoek zal men antwoorden dat de mensen de vossensoort bijna hebben uitgeroeid. Pluimveehouders die schade leden en jagers hebben het integendeel over een "vossenplaag". Objectief en betrouwbaar cijfermatenaal over de werkelijke aantallen bestaat niet. (dixit deze krant!) Wildbioloog Koen Van Den Berge is bezig het te verzamelen. Daarvoor doet hij al twee jaar onderzoek aan het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer (IBW). Overdag en vaak ook's nachts. Het IBW is een wetenschappelijke instelling van de Vlaamse Gemeenschap in Geraardsbergen. De eerste cijfers zijn bekend. In een proefgebied van 100 km2 (10 bij 10 km) in de buurt van Geraardsbergen waren dit jaar elf van de dertien vossennesten succesvol. In een even groot proefgebied tussen Tielt en Deinze waren er dat zeven van de negen. Een nest telt gemiddeld vijf jongen en zeker twee volwassen dieren: één rekel en een of enkele moertjes. Het was verwacht dat de vos het in het eerste proefblok goed zou doen. Eigenlijk is het een ideale biotoop voor vossen. Het tweede blok is een natuur-arm landbouwlandschap en niet zo geschikt voor vossen. Het groot aantal dieren daar wekte verwondering. Naar de aanwezigheid van vossen in de randstad van Brussel is geen specifiek onderzoek verricht. Maar in dorpen zoals Overijse en Hoeilaart, waar het vol staat met verlaten serres, zitten volgens Van Den Berge vossen bij de vleet. En ongetwijfeld zitten ze ook in de parken in het Brusselse en in de spoorwegbermen tot vlak tegen het stadscentrum. In de Kempen en in Meerdaalwoud hebben altijd vossen gezeten. Nieuw is dat zij nu in heel Vlaanderen zitten en wellicht ook dat zij in aantal zijn toegenomen op plaatsen waar zij altijd hebben gezeten. Het gerucht doet al jaren de ronde dat de vossen in Vlaanderen zijn geïmporteerd. Groenen zouden minderwaardige exemplaren uit Nederlandse vossenkwekerijen (pelsdierfarms) hebben uitgezet. Voor Van Den Berge is die stelling niet houdbaar. In werkelijkheid heeft de vos niet alleen de lege gebieden in Vlaanderen ingenomen, maar in heel West-Europa. Dat gebeurde in de eerste helft van de jaren tachtig toen een einde kwam aan de grootscheepse verdelgingscampagnes. Die campagnes waren bedoeld om de hondsdolheid een halt toe te roepen. Nadien is een andere techniek ontwikkeld: de vossen immuun maken tegen hondsdolheid. Behalve het wegvallen van de georganiseerde verdelging waren er toen nog een paar begunstigende factoren: de strengere jachtreglementering, de toename van het aantal jachtvrije gebieden en de veralgemeende maïscultuur. Jonge vossen kunnen zich in de nazomer in de maïs ongestoord verplaatsen. Kan men die vossenpopulatie in die twee proefblokken extrapoleren naar heel Vlaanderen? "Daar waag ik mij niet aan", zegt Van Den Berge. "Dat is een sprong in het duister. ik mik voor het onderzoek op een periode van vijf jaar om alle bronnen van onderzoek bij elkaar te brengen. Dan zal ik daar wat stouter in zijn. Voorlopig hebben wij voor heel Vlaanderen enkel een indicatie." Wat zijn die bronnen van onderzoek? Er zijn verschillende methodes: inzamelen van dode vossen ("zelfs als ze zo rot zijn als een peer kan de leeftijd nog altijd worden gemeten"), via tellingen 's nachts met sterke schijnwerpers, door opsporing van vossenburchten en controle van hun bezetting, door de dieren te vangen en te merken of ze een halsband met een zendertje om te doen. Dat alles gebeurt in Geraardsbergen. Aan de universiteit van Antwerpen en in het Tropisch Instituut van Antwerpen worden de vossen onderzocht op de aanwezigheid van de vossenlintworm omdat die ook mensen kan besmetten. Inlichtingen. Om de waarheid achter de vele verhalen over de vossen in Vlaanderen te achterhalen, is het ministerie van de Vlaamse gemeenschap twee jaar geleden met het onderzoek aan het IBW gestart. Maar ook omdat de overheid vaak wordt verweten "haar verantwoordelijkheid" in verband met de vossenplaag niet te nemen. Een gemeentebestuur aan de rand van Brussel kreeg wellicht ook verwijten. Op het bureau van Van Den Berge ligt een brief van dat gemeentebestuur met een vraag om inlichtingen: "De houders van kippen en ander pluimvee worden de jongste maanden geteisterd door vossen die de kippenhokken systematisch komen leegroven. Welke raad kunnen wij hen geven om hun kippen tegen deze dieren te beschermen?" Het advies: "Er zijn slechts twee manieren die echt garantie bieden ten aanzien van het vermijden van schade aan pluimvee: de vos gewoon uitroeien (overal), dan wel het pluimvee op een veilige manier huisvesten (draad van twee meter hoog, onderaan met betonplaat en bovenaan met een naar buiten overhellend gedeelte of elektriciteitsdraad/gesloten volière/afsluitbaar nachthok). Vossen zijn immers territoriale dieren. Indien men op een bepaalde plaats de vossen doodt zal een vrijgekomen territorium binnen de kortste keren door een ander dier uit de (wijde) omgeving worden ingenomen. Tenzij men de vos overal zou uitroeien en dat laat de wetgever niet toe." Sylvain BRUMAGNE

Vossen