|
|
|
MIJN VERHALEN Ik heb heel wat kortverhalen geschreven. Die verschenen in tijdschriften, weekbladen en kranten. Bij veel verhalen stond een tekening. De tekening voor Het spook van de Schinderhut werd gemaakt door Leo Fabri, die ook mijn boeken Toet van de groene ster en Een slang onder je bed illustreerde.
Het spook van de Schinderhut
Om vijf uur in de morgen gingen we op stap. Joke, An, Geert, Pit en ik. Op weg naar de Schinderhut op 1935 meter. Het was nog fris. Boven het gras hing de nevel en de hemel was rozig. De zon klom als een grote, rode ballon steeds hoger.
Eerst hadden we het koud. Joke bibberde en trok haar regenjack over haar trui. Maar een half uur later liepen we te blazen. Het werd snikheet.
Goed vier uur later waren we bij de hut. Doodop, gloedwarm en hongerig. An had zes blaren op haar rechtervoet en vier op haar linker. Joke kloeg van een zere rug, en mijn armen waren rood van de zon.
Pit hield zich stoer, vroeg of we soms van marsepein waren en begon me te pesten. Hij maakte me stiknijdig en twee tellen later vlogen we mekaar in het haar. Joke probeerde te bemiddelen. Maar Pit was koppig, en ik ook. We gingen de hut binnen en Pit en ik deden geen kop meer open tegen elkaar. We aten spek met bruin brood, en nadien zaten we op de bank achter de hut. An en Geert zwommen in het meer, Pit trok in zijn eentje verder de bergen in. De dag vloog om en voor we het wisten was het bedtijd.
De jongens sliepen in de slaapzaal op één hoog. An, Joke en ik hadden een kamertje onder het dak. We hadden nog urenlang willen kletsen. Maar Joke gaapte , en An ronkte al.
Ik keek door het kleine dakraam naar de sterren. Duizend twinkelende lichtjes boven de bergen.
-Moet je zien, Joke... Maar Joke was al lang in slaap. Ik kroop in mijn slaapzak en keek naar de balken boven het bed. Ik had er spijt van dat ik met Pit gekibbeld had. Ik staarde strak voor me uit en kon niet inslapen.
Toen bewoog de klink van de deur. In het licht van de maan zag ik ze omlaag schuiven. Ik hield mijn adem in, lag doodstil, durfde niet te bewegen. Heel langzaam boog de klink verder naar beneden. -Joke, fluisterde ik. Joke, kijk dan toch. Maar Joke werd niet wakker. De deur ging geluidloos open. Op een kier. Inbrekers, dacht ik. Ik slikte en bleef onafgebroken kijken. De deur draaide verder open. Toen schoof een witte gedaante naar binnen. Ik veerde overeind van de schrik. Een spook, dacht ik. Het spook van de Schinderhut. Ik stond nu boven op het bed, hield mijn handen voor mijn mond en gilde. Het spook zweefde dichter naar het bed toe. -Help, schreeuwde ik. Help! Iedereen wakker. Joke en An zaten verdwaasd voor zich uit te kijken, en ik loeide nog steeds.
Toen sprong iemand verder de kamer in. Hij hield een enorm lange bezemsteel voor zich uit. Op de bezem hing een wit hemd en in het licht van de maan leek het werkelijk een spook. Iemand stapte achter het spook vandaan. Het was Pit. -Hou in godsnaam je kop, zei hij zacht. Je maakt de hele hut wakker.
-Jij bent het spook, zei ik spinnijdig. Pit viel uit de lucht. -Het spook? Hoe kom je daar nu bij? -Dat hemd, stamelde ik. Het lijkt wel... Pit grinnikte. -Welk hemd? Dit is een witte vlag natuurlijk. Ik wil vrede met je sluiten, snap je?
Om het spook van de Schinderhut hebben we nog vaak gelachen. Maar eerlijk... we hebben nooit meer ruzie gemaakt, Pit en ik.
|