De twee volgende deeltjes waren Pas
op, Moeli en Harlekijn en De wondere tocht
van Moeli en Harlekijn.
Het boek met de meeste herdrukken is HET
MEISJE DAT DE ZON NIET ZAG. Het werd uitgegeven bij Altiora,
Averbode in 1966, en in 1967 werd het bekroond met de Prijs van de Provincie
Antwerpen.
Samen met Claudine Martens heb ik vier boeken geschreven: LOTTE
EN PIETER (drie delen) en HET
ROEZEMOEZEBOS. Het zijn voorleesboeken. Derdeklassers kunnen
ze makkelijk zelf lezen.
JONGETJE KRISTOFFEL werd
geïllustreerd door Maria Heylen, die zelf veel knappe kinder- en jeugdboeken
heeft geschreven, maar die ook prachtig kan tekenen.
Ik heb veel sprookjesachtige verhalen geschreven voor 8+.
Onder meer DE ZIP-ZIP-TOET-MACHINE, SIMSALABIM
ZEI TIM en DE PUNTJES.
In DE BLOEIENDE MIMOSABOOM
vertel ik over Helen Keller die blind en doof werd toen ze nauwelijks twee
jaar was. Met de hulp van Ann Sullivan bracht ze het zo ver dat ze
naar de universiteit kon, en later in heel de wereld voordrachten ging geven.
LITTLE EMMA gaat over
adoptie, EEN REGENBOOG VOOR DAVID
over vriendschap. en weglopen van huis.
Ik heb ook biografieën geschreven. POLONAISE
vertelt over Clara Schumann, MOZART over
Wolfgang Amadeus Mozart, en FELIX over
Felix Mendelssohn.