-
Als
je fiets te moeilijk te berijden is, kun je dat eenvoudig oplossen.
-
Als
je op je fiets scheldt, hoef je niet je excuses aan te bieden voor je hem
opnieuw kan berijden.
-
Een
fiets beledigt je niet als je niet goed kunt fietsen.
-
Een
fiets heeft geen familie.
-
Een
fiets kan het niet schelen hoeveel andere fietsen je hebt gehad.
-
Een
fiets kun je zo jatten en na afloop in de sloot smijten.
-
Een
fiets piept alleen als er echt iets mis is.
-
Een
fiets rijdt lekkerder.
-
Een
fiets vraagt je niet om je portemonnee.
-
Fietsen
vinden het prima als je fietsbladen koopt.
-
Fietsen
worden niet zwanger.
-
Het
maakt een fiets niet uit of je hem een trap verkoopt.
-
Het
zal een fiets worst zijn of je naar andere fietsen kijkt.
-
Je
hoeft niet te douchen voor je je fiets mag gebruiken.
-
Je
komt altijd tegelijk met je fiets aan op het hoogste punt.
-
Je
kunt al je ouwe fietsen bij elkaar in een schuurtje zetten zonder dat ze
onderling ruzie krijgen.
-
Je
kunt je fiets aan een vriend lenen (en andersom) zonder gelazer.
-
Je
kunt je fiets elke dag van de maand bestijgen.
-
Je
kunt stoppen met fietsen wanneer je maar wilt zonder dat je fiets
gefrustreerd raakt.
-
Je
kunt zo lang fietsen als je wilt zonder dat je fiets gaat klagen.
-
Je
ouders houden geen contact met je oude fiets als je allang een nieuwe hebt.
-
Om
te fietsen heb je als bescherming alleen een fietshelm nodig en zelfs dat is
niet verplicht.
-
Op
een fiets kun je zo lang blijven zitten als je wilt, bij een vrouw krijg je
dan gelazer.