|
Lieve zoon
Een paar regeltjes om te laten
weten dat ik nog leef. Ik schrijf deze brief langzaam, omdat ik weet dat
je niet zo snel kunt lezen. Je zult het huis niet herkennen als je thuis
komt, want we zijn verhuisd. Wat je vader betreft, hij heeft een goeie
baan. Hij heeft vijfhonderd mensen onder zich, hij maait het gras op het
kerkhof. Er was ook een wasmachine in het nieuwe huis toen we er
introkken, maar die werkte niet zo best. Vorige week deed ik er veertien
overhemden in, trok vervolgens aan de trekker en heb ze nooit meer
teruggezien. Je zus An heeft vanmorgen een baby gekregen. Ik weet nog
niet of het een jongetje of een meisje is, dus kan ik je niet vertellen
of je oom of tante geworden bent. Je oom Bart is vorige week verdronken
in een vat met whisky in Schotland. Een paar collega's doken hem na,
maar hij vocht dapper terug. We hebben hem gecremeerd en het heeft drie
dagen geduurd voor het vuur geblust was. Je vader heeft met kerstmis
veel gedronken. Ik had een laxeermiddel in zijn bier gedaan. Hij ging af
tot nieuwjaarsdag. Ik ging donderdag naar de dokter, je vader ging mee.
De dokter stopte een glazen buisje in mijn mond en zei dat ik dat er
tien minuten in moest houden. Je vader bood gelijk aan het buisje van
hem te kopen. Het heeft hier vorige week tweemaal geregend, eerst vier
dagen en toen drie. Maandag waaide het hier zo hard, dat een van onze
kippen viermaal hetzelfde ei heeft gelegd. We kregen ook een brief van
de begrafenisondernemer, waarin stond, dat als we de eerste aanbetaling
niet zouden doen van je grootmoeders graf, ze weer naar boven zou komen.
Je broer Wim is van de week aan het vissen geweest, maar hij kwam gauw
terug want zijn dobber ging steeds onder. De Fransen hebben België de
oorlog verklaard, ze zijn al in Madrid.
Je moeder
|
|