Professie is afgeleid van het Latijnse woord profiteri, wat niets te maken heeft met profiteren, maar bestaat uit de deelwoorden pro (voor), en fateri (belijden, bekennen). Samen betekent dit dus: openlijk verklaren. Met deze uitleg weet u natuurlijk nog niets...
De religieuze professie is het afleggen van geloften ten overstaan van de overste en de gemeenschap.
In onze orde is de professieformule voor de eerste (tijdelijke) professie als volgt geformuleerd:
Ik verzaak aan de wereld en beloof een leven van bekering en communio te leiden,
dat vooral gekenmerkt wordt door armoede, gewijd celibaat en gehoorzaamheid,
volgens het evangelie van Christus en de levenswijze van de apostelen,
volgens de Regel van de heilige Augustinus en de Constituties van onze Orde,
ten overstaan van U, Vader, en mijn medebroeders,
voor drie jaar.
De meesten zullen het al moeilijk hebben met het tweede woord. Hier is wat uitleg nodig, om geen verkeerd beeld te krijgen:
"verzaken aan de wereld", wil voor ons zeggen, dat we willen proberen een ongezonde binding met de wereld te vermijden.
We willen proberen ons niet vast te klampen aan de wereld, maar met een ontspannen levenshouding in de maatschappij te staan.
Voorbeelden van het tegenovergestelde zijn vaak makkelijk te vinden: mensen die alleen maar achter geld, macht en eigenbelang aanzitten,
mensen die gevangen zitten in verslaving, verdrukking of onrecht. We willen een tegenvoorbeeld zijn,
een bewijs dat het ook anders kan. Al van de eerste eeuwen van het christendom zijn mensen in de marge van de maatschappij gaan staan
om duidelijk te maken dat er iets niet klopt. Wij willen als kloosterling niet buiten de wereld staan, ons niet afwenden van de realiteit.
We willen wél heel duidelijk maken dat het anders kan en moet. We willen duidelijk geen deel uitmaken van structuren en systemen die de mens
kapot maken.
Ik besef zeer goed dat de Kerk en veel kloosterlingen in het verleden en ook nu
juist door die houding meegewerkt hebben aan die structuren. Ontkennen dat er fouten zijn gebeurd of nog gebeuren zou een leugen zijn.
Toch blijf ik geloven in het ideaal en de doelen van het religieuze engagement. (anders zou ik er zelf niet in meedoen hé)
De hoop blijft leven dat er iets zal ondernomen worden tegen de structuren en mensen die het systeem kapot maken, ook binnen de Kerk.
"Een leven van bekering en communio" is een leven waarin twee waarden centraal staan:
* bekering: het besef dat we steeds weer opnieuw moeten kijken naar wat we doen en laten, omdat we steeds weer fouten kunnen en zullen maken.
Bekering houdt in dat we beseffen dat we niet volmaakt zijn, dat aanvaarden, maar ook proberen om te verbeteren waar we in de fout gaan.
* communio: het leven in gemeenschap met elkaar, met de omgeving, met de plaatselijke kerken, met de hele Kerk, met de hele wereld...
Leven in een éénheid die bestaat uit broederlijkheid en medemenselijkheid. Want is dat niet, zo schrijft onze heilige Vader Augustinus in onze regel, de reden waarom we zijn samen gaan wonen?
Wat de interpretatie en inhoud van de geloften van armoede, gewijd celibaat en gehoorzaamheid betreft, verwijs ik eerst naar de vragenlijst. Hier kan nog heel wat aan toegevoegd en verbeterd worden, wat ik op dit moment niet doe. Waarschijnlijk komt er later nog een vernieuwde, verbeterde en vervolledigde versie.
De inhoud van het evangelie van Christus is samen te vatten in één woord: liefde. Daar kan je natuurlijk alles mee doen en tegelijk niets...
En toch... als je de liefde tot hoogste wet maakt in je leven, de échte naastenliefde, dan kan er nog weinig fout gaan, denk ik. Spijtig genoeg is dat een bijna onmogelijke opdracht.
De regel van Augustinus en onze constituties zijn zo'n groot pakket, dat ik er hier ook niet veel dieper op inga. Misschien zet ik binnenkort de regel van Augustinus wel eens online.
Wat de periode van drie jaar betreft: het is een traditie in onze abdij dat er na een noviciaat van twee jaar een tijdelijke professie van drie jaar volgt. In andere abdijen is dat slechts voor één of twee jaar,
die dan daarna hernieuwd worden voor één of meerdere jaren, totdat men de eeuwige professie uitspreekt. Tenzij mijn oversten of ikzelf het anders willen, zal ik na drie jaar, dus in 2004 op 28 augustus mijn eeuwige professie doen. Maar zover is het nog niet...
Wat doet dit nu concreet met mijn leven?
Wel, op de eerste plaats kan men deze eerste professie beschouwen als een eerste binding aan de abijgemeenschap en de orde.
Tot nogtoe was ik novice, wat betekent dat ik uiteindelijk niet zoveel verplichtingen had. Als novice kan men vrij beschikken over eigendom en vrijheden, wel binnen de afspraken met de oversten natuurlijk.
Onder andere in verband met vakanties kan die wel eens een rare situatie lijken: ik was wel vrij, maar had toch "maar" 11 dagen verlof in het eerste jaar. Vanaf het tweede jaar werd dat 14: 2 met Kerstmis, 3 met Pasen en 6 in de zomer, plus nog eens drie dagen die ik naar believen
mag verdelen tussen mijn paasverlof en mijn zomerverlof. (dus bijvoorbeeld 4 met Pasen en 8 in de zomer)
Door deze professie geef ik mij aan de gemeenschap van Averbode voor een periode van drie jaar. Op die manier ben ik een lid van de gemeenschap (weliswaar niet met alle rechten van een eeuwig geprofeste).
Mijn opleiding gaat gewoon verder. Omdat het om een tijdelijk engagement gaat, moet ik nog niet volledig afstand doen van mijn bezittingen, wat bij de plechtige professie wél gebeurt.
De andere geloften van gehoorzaamheid en gewijd celibaat gelden wel volledig: ik ben gehoorzaamheid aan mijn oversten verschuldigd en wordt verondersteld met volledig aan de celibaatsgelofte te houden.