TEN UITGELEIDE

 

In het intellectuele landschap van Vlaanderen, waar het goed staat zich ongelovig te bekennen, liefst vanuit negatieve ervaringen met de Kerk, zijn wij gelukkig dat een zestal mannen en vrouwen uit Jonge Kerk gegroeid zijn die een doctoraat in verschillende wetenschappen behaald hebben. Zij luiden hopelijk een nieuwe generatie wetenschappers in die geloof en wetenschap niet scheiden maar op zoek zijn naar een harmonieuze synthese. Aan één van hen, Luc Anckaert, doctor in de ethiek, vroegen we om een bijdrage die ons boek kan afsluiten.

De religieuze mens worstelt gans zijn leven met de houding die hij moet aannemen tegenover de wet. We staan verstomd als we de lange psalm 119 lezen, waar de vrome jood de Wet bezingt als een geschenk van God. En bij het rituele dansen met de boekrol van de Wet vallen we helemaal achterover. Over die fundamentele vraag schrijft Luc een eerste bijdrage over een korte parabel van Franz Kafka, waarin Joseph K. het symbool is van Elckerlyck, elke mens.

Patrick Perquy

Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina