ENGAGEMENT IN JONGE KERK

 

De bijbel is geen theologisch traktaat voor deskundigen, maar een levensboek voor jou en mij. Het gaat ook niet louter over onszelf (mezelf) of over onze(mijn) relatie met God. Reeds in de eerste bladzijden van de bijbel staat te lezen dat wij mensen verantwoordelijk zijn voor de schepping. Wij zijn gemaakt om in gemeenschap met andere mensen te leven, wij zijn hoeder van onze broeders en zusters.

In Jonge Kerk is het daarom vanzelfsprekend dat wij het bijbelboek op ons eigen levensboek leggen. Voortdurend komen vragen naar boven: hoe kan ik mijn verantwoordelijkheid voor de schepping en voor mijn medemensen beleven en vormgeven? Hoe kunnen we elkaar daarin dragen? Wat doen we samen en welke keuzes maken we zelf?

Niet ingaan op deze vragen betekent ons geloof veroordelen tot een langzame dood. Dat betekent niet dat wij kiezen voor een farizeÔsch geloof, waarin het alleen op de ‘goede werken’ aankomt of op de stiptheid waarmee we de formele Goddelijke Wet naleven. God is genade en kijkt niet allereerst naar onze daden, maar naar de liefde die in ons leeft. Liefde is echter altijd gericht op de anderen. Je krijgt ze niet voor jezelf alleen, maar om ze te delen met alle mensen.

  • Broeders en zusters, wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft, als hij geen daden kan laten zien? Kan zo’n geloof hem soms redden? Stel dat een broeder of zuster geen kleren heeft en niets om te eten, en iemand van u zou hen zeggen: ‘Ga in vrede, houd u warm en eet maar goed’, zonder hen te geven wat ze nodig hebben, wat heeft dat voor zin? Zo is ook het geloof, op zichzelf genomen, als het zich niet uit in daden, dood. (Jacobus 2, 14-17)
  • Deze gerichtheid op de wereld kent meerdere gezichten.

    In de onderstaande tekst gaat het uitdrukkelijk over de zorg voor onze broeders en zusters veraf. Met deze mensen komen we zelf niet rechtstreeks in contact. Ze delen de aarde met ons en zijn ons door God als broeders en zusters gegeven. Het is niet de bedoeling een volledig overzicht te geven van wat op dit vlak in Jonge Kerk gebeurt. We zouden het moeten hebben over onze bewuste aankopen in de Oxfam-Wereldwinkel, het gebruik van een vast zangboekje i.p.v. aparte vouwblaadjes voor elke viering, de bouwkampen in binnen- en buitenland, de briefschrijfacties van Amnesty International, de inzamelingen voor Broederlijk Delen en Welzijnszorg, het uitnodigen van bevoorrechte getuigen uit binnen- en buitenland, het debat met de plaatselijke politici, de betrokkenheid in het Steunpunt Vluchtelingen en andere Roeselaarse initiatieven, enzovoort.

    Wel willen we enkele initiatieven aan u voorstellen, die gegroeid zijn in Jonge Kerk. Natuurlijk zijn die niet uit het niets getoverd. Vaak ging er een langdurig groeiproces aan vooraf, soms hebben we onze inspiratie ook elders gehaald. Zij geven u een beeld hoe in Jonge Kerk gewerkt wordt aan vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping.

    1.  
    2. Solidariteit in centen: de ontwikkelingsbelasting

    Sta mij toe mijn verhaal te beginnen met een terugblik op de geschiedenis van ons eigen Vlaanderen. In de negentiende eeuw waren de levensomstandigheden van vele mensen verschrikkelijk: lage lonen, lange werkdagen, geen vakantie, wijd verspreide kinderarbeid, een hoog analfabetisme, grote kindersterfte, erbarmelijke huisvesting en ga maar door. De bezittende klasse in het land was wel bereid om via ‘goede werken’ de armen te helpen, maar niet om hen de meeste elementaire ‘sociale rechten’ toe te kennen. Zelfs vakbonden werden verboden als bedreiging van de openbare orde, ondanks de grondwettelijk vastgelegde vrijheid van vereniging. Een film als ‘Daens’ laat ons kennismaken met de mensonwaardige toestanden in Vlaanderen, zo’n goede honderd jaar geleden.

    Verbaast het u dat de huidige Noord-Zuidverhoudingen in de wereld veel gelijkenis vertonen met de situatie in dit 19e-eeuwse ‘arme Vlaanderen’? Ook onze Noord-Zuidverhoudingen worden beheerst door ‘goede werken’ (tegenwoordig heet dat ontwikkelingssamenwerking) en niet door een evenredige verdeling van de wereldkoek. De argumenten zijn bekend: het is hun eigen schuld - ze moeten maar harder werken - of de schuld van de natuur – aan die overstromingen en aardbevingen is toch niets te doen - en dus moeten ze tevreden zijn met de kruimels die uit onze hand vallen. En natuurlijk kan aan de vrijheid (vrijhandel bijvoorbeeld) niet getornd worden, behalve als deze nadelig voor de rijken dreigt uit te draaien.

    Hetzelfde mechanisme maakt ook in het Rijke Noorden slachtoffers, zij het in mindere mate. Stilaan worden we ons bewust dat ook bij ons mensen uit de boot vallen. Zij hebben zichzelf de ‘vierde wereld’ genoemd. Zij vertegenwoordigen 5 ŗ 25% van de bevolking in de rijke landen, afhankelijk van het sociale zekerheidssysteem dat in die landen bestaat. Zo leeft in BelgiŽ, met ťťn van de beste sociale zekerheidssystemen in de wereld, nog steeds 7 ŗ 8% van de bevolking in armoede.

    De ontwikkelingsbelasting

    De ontwikkelingsbelasting van Jonge Kerk wil een signaal geven dat vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping fundamentele mensenrechten zijn. Bovendien is het onze plicht om hiervoor onze verantwoordelijkheid op te nemen.

    Sinds 1979 werd door de ontwikkelingsbelasting vijf miljoen frank herverdeeld tussen Jonge Kerk en een tweehonderdtal initiatieven.

    1.  
    2. Solidariteit maakt tijd: caritaskampen en nieuwjaarsactie Roeselare
    3. Solidariteit is niet enkel een kwestie van centen. Als dit waar zou zijn, dan zou dit betekenen dat menselijk geluk uitsluitend bepaald wordt door de hoeveelheid producten die een mens zich kan aanschaffen. Voor vele mensen is het fundamentele probleem de eenzaamheid. Reeds in de inleiding kon u lezen dat de bijbel er ons vanaf de eerste bladzijden op wijst dat het niet goed is dat de mens alleen blijft. De mens is fundamenteel geroepen tot gemeenschap. Het is dan ook niet vreemd dat gemeenschapsvorming de eerste pijler van Jonge Kerk is, evenwaardig aan de andere pijlers waarop Jonge Kerk rust.

      Die gemeenschapservaring wil Jonge Kerk ook aanreiken aan andere mensen, in het bijzonder aan mensen die dit het minst mogen ervaren. Het zijn niet toevallig de zwakste groepen in onze samenleving die vaak het meest alleen staan.

      Elke mens moet meerdere malen in zijn leven de confrontatie aangaan met een aantal uitdagingen: een relatie die stukgaat, werkloosheid, problemen met de kinderen, ziekte, mislukte studies, inkomensverlies en ga maar door. Het vraagt heel wat persoonlijkheid om al deze uitdagingen te lijf te gaan. Niemand kan dat alleen aan, maar uiteraard treffen zij het meest de mensen die reeds in een zwakke positie verkeren. Wie wil met hen geÔdentificeerd worden? Wie vindt hen interessant genoeg om met hen mee om te gaan?

      Uiteraard kan Jonge Kerk het grote eenzaamheidsprobleem in de wereld niet oplossen. Toch werden in de loop van de jaren een aantal bescheiden initiatieven ontwikkeld om hieraan tegemoet te komen. De verre voorlopers van deze initiatieven liggen in 1977. Toen werd in samenwerking met het Sociaal Centrum Roeselare een sociale werkgroep opgericht. Het was binnen Jonge Kerk een eerste poging om iets te doen aan de materiŽle en menselijke noden in onze stad. Zo werd een karweigroep opgericht die klusjes ging opknappen: een kamer behangen, een tuin omspitten, poetsen, boodschappen doen. Er was ook een groep die zieken en bejaarden ging bezoeken. De vraag van het Sociaal Centrum om mee te werken aan een kerstavondfeest was een onhaalbare kaart. Voor de meeste mensen van Jonge Kerk bleek kerstavond een familieavond te zijn. Deze sociale werkgroep was geen lang leven beschoren, maar zorgde voor het nodige zaad waaruit later andere initiatieven konden ontkiemen.

      Caritaskampen

      Het engagement van DaniŽl Alliet, directeur van Caritas West-Vlaanderen, als priester-voorganger betekende een belangrijke impuls voor de sociale werking van Jonge Kerk. In 1980 experimenteerde Jonge Kerk met de eerste caritaskampen. Niet zonder succes, want het jaar daarop besliste Caritas West-Vlaanderen deze formule ook buiten Jonge Kerk te lanceren. Ondertussen is het zaadje, gezaaid door Jonge Kerk, uitgegroeid tot een forse JOKA-boom met vertakkingen in alle Vlaamse bisdommen. Ook nu nog trekken elk jaar jongeren van Jonge Kerk op Caritaskamp naar ťťn of meerdere West-Vlaamse bejaardentehuizen.

      Een Caritaskamp groeit uit een groep jongeren die gedurende ťťn zomerweek een vakantieprogramma uitwerken in een bejaardentehuis. De groep verblijft meestal in een boerderij of school in de buurt. Uiteraard geeft iedere groep zijn eigen invulling aan het programma, maar in grote lijnen kunnen drie hoofdbestanddelen worden teruggevonden.

      De voormiddagen zijn voorbehouden aan kamerbezoek. Alleen of per twee gaan ze de bejaarden op hun kamer opzoeken. Het komt er vooral op aan te luisteren. Oude mensen hebben vaak veel te vertellen, maar er zijn weinig mensen die hun verhalen willen aanhoren. Voor vele jongeren gaat een onbekende wereld open en soms worden jarenlange vertrouwensbanden gesmeed. Ze leren ook om te gaan met demente personen, hardhorige en slechtziende mensen. Vaak vraagt dat wat meer geduld, maar je krijgt veel van hen terug. Het is vooral een kwestie van tijd maken en respect tonen. Soms wordt van de jongeren verwacht dat ze wat bijspringen, want in de vakanties is er minder personeel aanwezig. Zo helpen ze nogal eens bij het eten, als bejaarden dat zelf niet meer kunnen.

      ‘s Namiddags is er tijd voor gemeenschappelijke activiteiten, die door de jongeren worden voorbereid: een wandeling, een spelactiviteit, een zangnamiddag, een eucharistieviering, een show, … Daar kruipen vele uurtjes voorbereiding in, voor en tijdens het kamp. De enthousiaste medewerking en het hartverwarmende applaus van het publiek maken de inspanning licht.

      De avonden en nachten zijn vooral belangrijk voor de groepsvorming onder de jongeren zelf. Soms moet nog een activiteit voor de volgende dag worden voorbereid. Meestal is er wel ťťn of andere groepsactiviteit voorzien of is er tijd voor een losse babbel onder elkaar.

      Nieuwjaarsactie Roeselare

      In de jaren tachtig werkten een aantal studenten van Jonge Kerk aan de KULAK te Kortrijk mee aan een oudejaarsavondfeest voor mensen aan de rand. Zo ontstond het idee om ook in Roeselare zoiets te organiseren. Om de dragende groep niet tot Jonge Kerk te beperken, werd Nieuwjaarsactie Roeselare (kortweg NAR) opgericht. In de praktijk komen de meeste vrijwilligers uit Jonge Kerk. Op oudejaarsavond 1988 was het zover, het eerste NAR-feest kon van start gaan. Al heel vlug werd het Dienstencentrum Ten Elsberge in de Mandellaan de vaste stek voor dit feest.

      De NAR wil een feestelijke oudejaarsavond bezorgen aan mensen die alleen zijn of niet over het nodige geld beschikken. Het uitnodigen van de juiste mensen is dan ook een belangrijke en moeilijke opdracht in de voorafgaande maanden. Daarvoor wordt contact opgenomen met diverse organisaties die vanuit hun werking zicht hebben op mensen aan de rand: OCMW, Begeleid Wonen, Welzijnsschakels, Zusters van Liefde, en andere... In de mate van het mogelijke nodigt men de mensen persoonlijk uit tijdens een bezoekje aan huis. Op oudejaarsavond zelf worden ze – indien gewenst – aan huis afgehaald en teruggebracht. De meeste gasten beschikken immers zelf niet over een auto en vaak wonen ze te ver af. Er wordt een inschrijvingsgeld gevraagd van 300 frank, dat meestal betaald wordt door de mensen zelf, soms ook door de doorverwijzende instantie.

      Op oudejaarsavond wordt een volledig feestprogramma aangeboden. De vaste elementen van het menu zijn: aperitief met hapjes, soep, hoofdgerecht, dessert met koffie, ijs bij de jaarwende. Dit alles overgoten met (h)eerlijke wijn uit de Wereldwinkel. Daarna is er muziek en dans en soms ook ťťn of ander ludiek optreden. Er wordt gezorgd voor een feestelijke aankleding van de zaal.

      Van ‘s morgens vroeg tot bij het krieken van de volgende nieuwjaarmorgen zijn vrijwilligers in de weer om alles piekfijn te verzorgen. Gelukkig helpen vele handen om het werk voor iedereen niet te zwaar te maken. Ten slotte is het ook voor hen oudejaarsavond. De NAR kan rekenen op een 40-tal vrijwilligers en dat is ruim voldoende om de 140 genodigden in de watten te leggen. Die 140 genodigden zijn een maximum. Met hen zit de zaal van Ten Elsberge bomvol en een grotere ruimte met geschikte accommodatie werd tot op vandaag niet gevonden

    4. Solidariteit wordt ontmoeting: Kameroen

    In 1995 lag op de tafel van de ontwikkelingsbelasting - tussen vele andere - een brief van Pater Dany Desmet uit Kameroen. We kenden hem reeds als een pastoraal en sociaal actieve Roeselaarse missionaris. Al enkele jaren steunden wij de Foyer St. Augustin, waar hij alleenstaande kinderen een veilige thuis biedt. Nu schreef hij ons:

  • "We zouden een opvangcentrum voor vondelingen willen openen. Het zijn baby’s die meestal door een alleenstaande moeder (meisje) achtergelaten worden bij de geboorte of in de eerste jaren erna. Sommige zijn zeer zwak van gezondheid of gehandicapt. Normaal vertrekken die kinderen voor adoptie naar een familie. Sommigen vinden geen adoptiefamilies en de procedures duren lang. In feite bestaat dit centrum al, maar de overheid heeft niet de mogelijkheden om een goed beleid uit te voeren. Zelf zijn we al verschillende keren tussengekomen om de kinderen te redden door verzorging en voeding. De staat heeft ons gevraagd het weeshuis over te nemen en zelf de zorg te organiseren. De staat heeft hier geen geld voor, ook al is een budget voorzien. Dit is waarschijnlijk moeilijk te begrijpen vanuit BelgiŽ. We zoeken zo’n 25.000 Belgische Frank per maand om dat te kunnen runnen."
  • We vonden dat we deze brief niet naast ons konden neerleggen. Jonge Kerk zou zich engageren om, gedurende 5 jaar, voor 12 x 25.000 frank per jaar te zorgen. Misschien hadden we het niet gedurfd als we toen niet over een erfenis beschikt hadden. De helft van het totale bedrag (of 6 x 25.000 frank per jaar) werd hieruit gehaald. De ontwikkelingsbelasting zou 1 maand per jaar voor zijn rekening nemen en voor de andere maanden werden 5 groepen of personen gezocht. Reeds enkele maanden later konden we pater Dany schrijven: het is gelukt!

    Zijn antwoord liet niet lang op zich wachten. Naast een grote merci, kwam er een nieuw voorstel: onze verbondenheid mag niet beperkt blijven tot centen opsturen, waarom komt een groep van Jonge Kerk niet eens over voor een bouwkamp? Ook deze brief werd niet van tafel geveegd, maar het antwoord liet toch wat langer op zich wachten.

    Inleefreis naar Kameroen

    Uiteindelijk nam de (toenmalige) tienergroep de handschoen op. Zij zouden de overtocht maken in 1999. Eerst zouden ze zich nog drie jaartjes voorbereiden en het nodige geld bijeensparen. Ondertussen werd er gecorrespondeerd, werden plannen gemaakt en hermaakt. De tieners dachten na over wat dit voor hun eigen leven kon betekenen en hoe heel Jonge Kerk daarin kon meeleven. Met een benefietconcert en andere activiteiten brachten zij 100.000 frank bijeen voor de projecten van pater Dany.

    In de zomer van 1999 was het dan zover: zeven ‘tieners’ en drie ‘volwassenen’ trokken voor vijf weken op inleefreis naar Kameroen. Natuurlijk liet Jonge Kerk hen niet zomaar gaan. In de zendingsviering van zondag 4 juli werd gebeden opdat deze reis nieuwe horizonten zou openen voor hen en voor Jonge Kerk. Ook vroegen wij ons af hoe zo’n reis onze verbondenheid met elkaar en met onze bondgenoten in Kameroen zou versterken.

    De tien reizigers ontvingen ieder een houten klokje – meegebracht uit IsraŽl – om rond de hals te hangen. Een teken van verbondenheid met het thuisfront en met Jonge Kerk, een teken van de onderlinge verbondenheid in de groep. Het kreeg daarnaast ook de volgende betekenis: "Zoals klokken luiden bij feestelijke of droevige momenten, vragen we aan de Kameroengroep om het klokje ook te laten zingen. Vertel in Kameroen hoe wij hier de Blijde Boodschap beleven en vertel bij jullie terugkeer hoe de Kameroenezen de Blijde Boodschap beleven. Vertel ook het minder goede nieuws." Met deze boodschap vertrokken ze op 15 juli naar Kameroen. Ze kregen niet alleen een zending uit BelgiŽ, maar ook een zending vanuit Kameroen zelf. Toen de groep enkele dagen in een PygmeeŽndorp verbleef, zei de chef hen bij het afscheid: "Nu jullie hier geweest zijn, kunnen jullie niet meer zeggen dat je ons niet kent. Vertel aan jullie broers en zussen hoe wij leven en wat belangrijk is bij ons. Breng dit goede nieuws aan jullie mensen. Vergeet niet dat naast jullie huizen in BelgiŽ onze mongolo’s (soort iglo’s uit takken) staan".

    Het werd een verrijkende kennismaking met het land, met pater Dany en met de mensen, kinderen ťn volwassenen die er met hem samenleven en werken. De confrontatie met de Afrikaanse leefwereld en leefstijl werd ook een confrontatie met zichzelf. Deze reis werd voor de deelnemende tieners – allen tussen 16 en 19 jaar – een belangrijk overgangsmoment in hun groei van jeugd naar volwassenheid. De berichten die we van hen ontvingen werden een vast onderdeel in de vieringen van Jonge Kerk.

    Na hun terugkomst werd aan de deelnemers gevraagd om over hun ervaringen te vertellen, om "hun klokje te laten luiden". Dit gebeurde niet enkel in Jonge Kerk zelf, maar ook op andere plaatsen brachten zij hun verhaal. Wat ieder op zich van deze inleefreis meedraagt, is moeilijk samen te vatten en is voor ieder verschillend. Wel is het duidelijk dat er druk gecorrespondeerd wordt tussen Vlaanderen en Kameroen. Jonge Kerk maakt werk van een blijvende band met Maranatha, de religieuze beweging die door Pater Dany en Soeur Amťlie in Kameroen werd opgericht.

    Vice Versa

    Onze contacten met het Zuiden nemen meestal de vorm aan van een financiŽle schenkerontvanger relatie, waarbij wij de schenkers zijn en zij de ontvangers. Van het begin af wilden wij onze relatie met Maranatha schoeien op een leest van evenwaardigheid. Wij voelen dat wij veel aan elkaar te geven en van elkaar te krijgen hebben, misschien op verscheidene domeinen maar even waardevol. Jonge Kerk wil dat de relatie met Maranatha ook standhoudt als Pater Dany als tussenpersoon verdwijnt. Om deze relatie vaste grond onder de voeten te geven, werd een ‘Vriendenkring Maranatha’ opgericht. Deze groep telt onder haar leden zowel deelnemers aan de inleefreis als vertegenwoordigers uit Jonge Kerk en daarbuiten.

    Een eerste initiatief betreft de uitgave van een driemaandelijks tijdschrift ‘Vice Versa’. De titel, de afwisselende artikels uit beide landen, de keuze om alle teksten in het Frans ťn in het Nederlands af te drukken, de verspreiding van het tijdschrift in BelgiŽ ťn in Kameroen. Dat alles moet duidelijk maken dat het gaat om een uitwisseling tussen twee evenwaardige partners.

    Daarnaast doet de ‘Vriendenkring Maranatha’ ook dienst als het Belgisch secretariaat van Maranatha. Daar wordt het adressenbestand bijgehouden, worden de dankbriefjes verstuurd aan wie een gift deed voor Maranatha of voor Pater Dany. In de komende jaren zal er ook actief gezocht worden naar bijkomende financiŽle middelen en worden activiteiten georganiseerd die de uitwisseling verder versterken.

    De persoonlijke contacten tussen Jonge Kerk en Maranatha zijn levensnoodzakelijk voor het instandhouden van de bestaande relaties. Daarom moeten er ook in de toekomst kansen geboden worden tot inleefverblijven in beide richtingen. Zo vinden we het bijzonder belangrijk dat de verantwoordelijken van Maranatha de kans krijgen om Jonge Kerk en Vlaanderen ter plaatse te leren kennen.

    Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina