JONGE KERK ALS STRUCTUUR

 

Maar tussen droom en daad staan practische bezwaren

 

Geen doel op zich

Vertrekkend vanuit een visie

Aan de basis van Jonge Kerk ligt een droom:

Mensen die gemeenschap vormen met elkaar.

over mensen die zich verzamelen rond het Woord van God en het confronteren met hun leven en de wereld waarin ze leven.

over mensen die zich engageren voor vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping.

over mensen die dit alles willen uitstralen naar de wereld, in hun spreken en in hun levensstijl.

Zonder die droom kan Jonge Kerk niet leven. Anders is het niet meer dan een knus clubje of een zoveelste actiegroep. De droom moet gekoesterd worden als een kostbare parel, een schat die wacht om opgedolven te worden. Een parel die niet gevonden en gedragen wordt, een schat die in de grond blijft steken heeft geen is van nul en generlei waarde. Zo is het ook met de droom van Jonge Kerk. Als hij niet geleefd wordt, is hij niet veel meer dan bedrog.

Om de droom tot leven te wekken zijn er stromen van inzet en creativiteit nodig. Maar ook structuren die aan de droom een stevige bedding bieden. Structuren bevorderen het uithoudingsvermogen en het groeiproces, op voorwaarde dat zij de droom niet verstikken. Daarom worden in Jonge Kerk ook nooit structuren voor de eeuwigheid gemaakt. Het is niet erg als een bestaande structuur na één of tien of vijfentwintig jaar niet meer blijkt te werken. Dan wordt er wel naar een nieuwe, meer aangepaste structuur gezocht.

In dat zoeken naar aangepaste structuren zijn er enkele vaste aandachtspunten. Zo kan het nooit de bedoeling zijn dat één of enkele mensen het alleen voor het zeggen krijghebben. In Jonge Kerk proberen weert men voortdurend zoveel mogelijk mensen in het denk- en beslissingsproces te betrekken en , de verantwoordelijkheden over zoveel mogelijk mensen te verdelen. Ook wordt er op gelet dat niet één bepaalde categorie mensen (priesters, mannen, ouderen, universitairen, jongeren..) de lakens al te exclusief naar zich toetrekt.

Zo gaat het er gewoonlijk aan toe een beslissingsproces in Jonge Kerk?

Het normale Ik denk dat dit beslissingsproces in Jonge Kerk is het best uit te leggen is aan de hand van een concrete situatieet voorbeeld. Hoe is bijvoorbeeld de beslissing tot stand gekomen om iIk heb daarvoor een heel actuele situatie gekozen. In december 2000 met Jonge Kerk te verhuizen verhuist Jonge Kerk naar de gebouwen het huis van de Paters-Redemptoristen. Dit is een vergaande beslissing, waar verschillende jaren over gegaan zijn. Hoe is Jonge Kerk tot dit besluit gekomen?

 

Op het jaarlijkse planningsweekend in1996 kreeg In 1996 werd een werkgroepjeje gevormd dat van de aanwezigen op het planningsweekend (het laatste weekend van augustus) de opdracht meekreeg een voorstel uit te werken rond de plaats van samenkomst: hoe droomt Jonge Kerk zich haar plaats van samenkomst? In welke mate kan onze huidige plaats van samenkomst daaraan beantwoorden en als dit ons onvoldoende lijkt: hoe vinden we dan een meer geschikte plaats? Het gaan we dan op zoek naar een andere plaats? De werkgroepje stelde hierrond een basistekst op, waaruit bleek dat onze dromen slechts in beperkte mate konden gerealiseerd worden op de huidige plaats van samenkomst. We moesten dus – op middellange termijn – op zoek naar iets anderseen andere plaats. Begin 1997 kwamen we veeleer toevallig in contact met de Paters-Redemptoristen en legden hen onze vragen voor. Het werd duidelijk dat hier reële kansen voor Jonge Kerk lagen. Daarom werd een ruimere werkgroep KoepelKOEPEL-PortaalPORTAAL opgericht, waartoe alle geïnteresseerden konden toetreden.

Het risico met zo’n werkgroep is dat die een eigen leven gaat leiden en de grote groep zich niet meer betrokken voelt bij het denkproces. Om dit te vermijden werden de verslagen van de vergaderingen besproken in het dagelijks bestuur. (zie verder) Ze werden ook gepubliceerd in ‘Het Stil Geluid’, het tijdschriftje dat binnen Jonge Kerk verspreid wordt. Zo kon iedereen op de hoogte blijven van wat er binnen de werkgroep aan bod kwam. Geregeld werd op een planningsdag of algemene vergadering de stand van zaken opgemaakt en ter discussie gesteld. Ook bleef het lidmaatschap van de werkgroep open voor alle geïnteresseerden. Zo werd iedereen op de hoogte gehouden en had ook iedereen de kans om het besluitvormingsproces te beïnvloeden.

Uiteindelijk kwam het moment waarop een definitieve beslissing moest genomen worden. Het dagelijks bestuur bepaalde hoe dit zou gebeuren. Er werden twee fases vastgelegd. Dit verliep in twee fases. Op een zaterdag avond in mei kregen alle geïnteresseerden de kans om het huis van de Paters-Redemptoristen te bezoeken. Er werd wat uitleg gegeven en er was tijd voorzien voor vragen en gesprek. De week nadien werd een algemene vergadering gehoudeneorganiseerd, waarop de pro’s en contra’s grondig werden uitgepraat en uiteindelijk tot een beslissing werd gekomen. Zoals we dat het liefst hebben, kwamen we tot een consensuss-beslissing waarin iedereen zich kon herkennen. Indien deze consensus niet te vinden is blijkt t,e vinden, wordt er desnoods gestemd. Dit is echter wel een uitzonderlijk gebeuren.

Nu moet de verhuis nog concreet georganiseerd worden. Daartoe weorden drie werkgroepenjes gevormd: een gebouwengroep, een stuurgroep die het project inhoudelijk vorm geeft en een werkgroep die de financiële kant in het oog houdt. Uitvoerende beslissingen worden door deze groepen zelf genomen. Bij belangrijke beslissingen kunnen zij zelf nemen. Komen zij voor belangrijke beslissingen te staan, dan worden deze ook nu weer naar de ruime groep doorgespeeld.

Het besluitvormingsproces kent in Jonge Kerk dus meestal vier fases:

  1. De voorbereiding door een – meestal tijdelijke -– werkgroep;
  2. Een regelmatige , communicatie tussen de werkgroep en de Jonge Kerkgemeenschap;
  3. Het beslissingsproces, waarin iedereen betrokken wordt;
  4. De opvolging van de beslissingen die aan één of meerdere werkgroepen wordt toevertrouwd.

Enkele belangrijke structuren in Jonge Kerk

Drie belangrijke structuren willen we hier zeker in Jonge Kerk mogen niet onvermeld latenblijven.

 

 

1. Het dagelijks bestuur

Wat doet het dagelijks bestuur?

 

Wie neemt deel aan het dagelijks bestuur?

  • Het dagelijks bestuur bestaat – in principe - in principe uit acht 8 vaste leden en wordt jaarlijks verkozen op het planningsweekendde planningsdag, eind augustus. De stemming gebeurt anoniem en schriftelijk, ook de afwezigen kunnen schriftelijk meestemmen. De mensen met de meeste stemmen zijn verkozen. Wel dienen een aantal criteria gerespecteerd te worden: evenveel mannen als vrouwen,, in het dagelijks bestuur zetelt minstens één student secundair onderwijs, één student hoger onderwijs, één ongehuwde afgestudeerde, één gehuwde afgestudeerde, één priester; i. Iemand kan maximaal drie jaar na elkaar in het dagelijks bestuur zetelen; i. In elk dagelijks bestuur moeten minstens drie nieuwe leden (vernieuwing) zitten en ook minstens drie vroegere leden (continuïteit). Deze regels worden niet zo strikt toegepast als ze klinken. Geregeld is het niet mogelijk een dergelijk ‘ideaal’ dagelijks bestuur samen te stellen.

    Iedereen is welkom op de bijeenkomsten van het dagelijks bestuur staan open voor iedereen. Het gebeurt dus dat mensen hun eigen agenda in het dagelijks bestuur gaan verdedigen. Bij voorkeur beslist men bij consensus. Als men moet stemmen , hebben alleen de verkozen leden stemrecht.

  • 2. De leefgroepen

    1. Waarom vormen mensen een leefgroep?

  • Het is duidelijk dat weinigen onder ons in staat zijn om op hun eentje radicaal het evangelie te beleven. Goede bedoelingen werken niet altijd. Als christenen zijn we geroepen om de woestijn tot bloei te brengen. Een eenzaam grassprietje raakt vlug opgedroogd en het is niet wijs te denken dat je in één keer een volledig grastapijt kan leggen. Beter is het graszoden in te planten, kleine kernen te vormen rond evangelie en gebed, kiemcellen die geleidelijk vruchtbaar worden dank zij hun evangelische levenswijze.

    Leefgroepen zijn een poging, een probeersel om te komen tot intenser samenleven in de geest van het evangelie. Zo kunnen zij bijdragen tot de groei van een betere kerk en een nieuwe wereld, waar de huidige structuren van concurrentie, consumptie en prestatie radicaal zijn omgekeerd.

    Bondgenootschap, mensen die elkaar dragen, dat bereik je niet vanzelf. Dat bouw je niet alleen op in vieringen en niet alleen in activiteiten achteraf. Het vraagt dat je samen velerlei vormen zoekt om elkaar te ontmoeten, om bij elkaar thuis te zijn zoals je bent, om voor elkaar verantwoordelijkheid op te nemen. Leefgroepen zijn kleine gemeenschappen van mensen die bijzondere aandacht voor elkaar hebben en daar de nodige tijd en inspanning willen voor opbrengen.

    In de leefgroepen willen we enkele zeer belangrijke elementen van het christelijk leven gestalte geven. Er moet ruimte zijn voor gebed, bezinning en bijbelstudie. Er zijn momenten waarop iedereen zich kan uitspreken en erkend wordt in zijn waarde. Een leefgroep probeert vorm te geven aan die zorg voor de ‘vragende arme’. Men zoekt naar wegen van zorgzame omgang met elkaar en met de schepping. In een sfeer van openheid en bevestiging kunnen we er samen de Schrift beluisteren en de vraag stellen hoe het onze concrete manier van leven uitdaagt. We kunnen elkaar rekenschap geven van ons persoonlijk en gemeenschappelijk engagement. We kunnen nadenken over onze levensstijl en ons geldgebruik en een middel zoeken om te komen tot een zekere gemeenschap van geld en goederen.

    Door haar eigen leven, door haar getuigenis van verbondenheid, verantwoordelijkheid en solidariteit zal elke leefgroep vruchtbaar zijn voor de Jonge Kerkgemeenschap en voor de grote kerk.

  • 2. Hoe ziet zo’n leefgroep eruit?

    Hoe we deze opdracht concreet maken, is een vraag (een menigte vragen) waarop elke leefgroep vrij en creatief zelf een antwoord mag formuleren. Er zijn wel enkele krachtlijnen die gelden voor elke groep.

    1. Wie meedoet, verbindt zich voor één jaar.
    2. Niemand beslist zelf in welke leefgroep zij/hij terechtkomt. Franciscus schreef in zijn testament: ’De Heer heeft mij broeders gegeven", niet: ik heb ze gekozen. We gaan bewust in tegen onze spontane neiging om de mensen waarmee we omgaan zelf te kiezen. We geven een stukje van onze vrijheid op om ons te laten roepen door de stem die zegt: "Mens, waar is je broer?". Op die manier leren we met "de vreemde" ons huis en ons leven te delen. Concreet: elke leefgroep wordt door loting bepaald en kent een gevarieerde samenstelling: priesters, werkenden en werkzoekenden, gezinnen, studenten.
    3. De groep bepaalt zelf de regelmaat van samenkomst. Samen zorgen de leefgroepen volgens een beurtsysteem voor de voorbereiding van de vieringen in Jonge Kerk. Buiten de vieringen en de voorbereiding ervan kan de leefgroep nog samenkomen om leven te delen op tal van manieren: samen eten, bidden, naar de film, een uitstap, zich samen engageren, een boek bespreken, bijbelstudie. Belangrijk is dat de groep vooruit gaat op het tempo van de traagste.
    4. In elke leefgroep is iemand verantwoordelijk voor de goede werking. Zij/hij let erop dat iedereen aan bod komt, dat data en plaatsen en voorbereidende teksten tijdig verspreid worden, enzovoort.
    5. Na één jaar start alles opnieuw: nieuwe mogelijkheden, nieuwe uitdagingen.

    3. De voorgangers

    1. Uitgangspunten

    2. De liturgie in Jonge Kerk

    De hoofdvorm van het liturgisch samenkomen in Jonge Kerk is de eucharistieviering. Deze wordt in haar eucharistisch gedeelte voorgegaan door een priester. Er wordt geëxperimenteerd met andere liturgievormen vanuit een dubbele bezorgdheid:

    Daarom worden er twee experimentele vormen van liturgie naar voren geschoven, die de twee hoofddelen van de eucharistieviering als basis hebben: de woordviering en de tafelviering. De woordviering legt de nadruk op het uitdiepen van een bijbellezing. De tafelviering legt de nadruk op het delen, zoals op het laatste avondmaal. Daarnaast blijft ook de viering van vergeving en verzoening behouden als vorm van niet-eucharistische viering. Bovendien blijft er ruimte om ook met andere vormen te experimenteren.

    3. De voorganger in Jonge Kerk

    1.  
    2. In elke viering van welke vorm ook is er een meervoudig voorgangerschap. Dit betekent dat niet één persoon de viering in handen heeft, maar dat een groep mensen de viering draagt. De leefgroep is bij uitstek de plaats waar aan dit meervoudig voorgangerschap vorm kan gegeven worden.
    3.  
    4. Binnen dit meervoudig voorgangerschap is er in elke viering ook een centraal voorgangerschap, door één of meerdere personen. Dit centraal voorgangerschap omvat de orde van de dienst, de tafeldienst en de gebedsmomenten.
    5.  
    6. Het is goed dat er van week tot week wisselende voorgangers zijn. Dit verrijkt de gemeenschap en is een waarborg voor de toekomst.
    7.  
    8. Daarnaast moeten ook enkele bijzondere vormen van voorgangerschap in Jonge Kerk hun plaats krijgen. Het éénmalig voorgangerschap moet blijven. Iemand met inspiratie, iemand die inspringt als er geen centrale voorganger is, enz… Er moet ook mogelijkheid zijn tot een tijdelijk voorgangerschap. Voor het uitproberen van experimentele vormen van liturgie of het voorgaan in een liturgische cyclus is overleg met het dagelijks bestuur wel gewenst.

    Naast het liturgisch voorgangerschap zijn er ook andere vormen van voorgangerschap in Jonge Kerk, o.a. in het dienstbetoon en het maatschappelijk engagement.

    4. De keuze van de centrale voorganger

    5. Nog enkele algemene richtlijnen tot slot

    Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina