SABIEN LAGRAIN OP DE PRAATSTOEL.

Sabien is gehuwd met Hendrik Devriendt en moeder van drie kinderen.

Hoe ben je in Jonge Kerk terechtgekomen?

Hendrik was er eerst bij. Een klasvriendin nodigde mij uit voor een jongerenliturgie. Ik kende de Jonge Kerk nog niet.

Ik ben er één keer geweest en ik ben blijven plakken. Mijn vriendin bleef achter. Later werd Jonge Kerk officiëel bekend gemaakt in de scholen. Bij mij gebeurde het lukraak. Ik was toen 16 jaar. Ik ben om verscheidene redenen blijven plakken. Ik leerde er Hendrik kennen. Er ging iets uit van die groep: een charisma. Het onthaal was ook heel vreemd -ik kende niemand- maar het was warm. Ik herinner mij nog de eerste persoon die mij kwam begroeten.

In hetzelfde jaar stierf mijn moeder en een zestal mensen uit Jonge Kerk kwamen naar de uitvaart. Ik kreeg kaartjes van Freddy en Katrien.

Wat was Jonge Kerk in die tijd?

Jonge kerk was in de eerste plaats een vast moment van liturgie op zaterdagavond. Het was het enige waar ik naartoe mocht van thuis: het begon om 20.00 uur en ik moest om 22.00 uur terug thuis zijn.

We kwamen samen in een huis naast het college: eerst ontmoeting beneden, dan naar boven in stilte en nadien blijven napraten.

De vieringen duurden tamelijk lang en in het begin wist ik niet goed wat mijn inbreng kon zijn. Na de vieringen gingen we een pintje drinken. De groep was nogal talrijk.

Zochten jullie elkaar op tijdens de week?

In de beginfase zeker niet. Het bleef beperkt tot de liturgie. Het engagement na de viering kwam pas later.

Welke stappen werden verder gezet?

De voorbereiding van de vieringen. We zaten met enkelen op kot in Gent en in de week kwamen we samen om voor te bereiden. Dit bracht een grotere betrokkenheid op de vieringen met zich mee.

Later deden, samen met Patrick Perquy, de werkgroepen hun intrede. We zaten heel verscheiden samen, niet alleen vrienden, maar ook mensen met zeer uiteenlopende gedachten.

Hoe ging die voorbereiding in zijn werk?

Ik herinner mij het best de voorbereidingen bij Patrick. Ik vond het grandioos dat hij nooit met een concept afkwam. Hij gaf de indruk dat het allemaal van ons moest komen. Hij stuurde, stelde vragen en zo bouwden we een viering op met de inbreng van iedereen. Zelfs de domste opmerkingen in de groep werden gewaardeerd. We starten van nul rond een lezing, een verhaal. Nogal snel werd dat verhaal op ons leven gelegd: heb je dat al meegemaakt, wat zie je erin?

Ik had heel snel het gevoel thuis te komen in Jonge Kerk. De verschillende talenten werden gewaardeerd: voorlezen, zingen,...

Je mocht je leven meebrengen in de voorbereiding?

De voorbereiding op zich was een hele belevenis. Je voelde de tekst aan met anderen. Niet altijd kwam alles in de viering. Als anderen hadden voorbereid, voelde je meestal ook die betrokkenheid. Geen klassieke preek, meestal getuigenissen.

En volgende stappen?

Later ontwikkelde zich op de planningsdagen een visie op Jonge Kerk. Er was ook veel ontspanning. Jonge Kerk was een bruisende groep met veel humor, feestjes tussendoor.

Sommige punten stonden steeds opnieuw ter discussie. Bijvoorbeeld; dat we alleen studenten rekruteerden uit de humaniora en te weinig uit het VTI. Ook de kwestie van het leiderschap.

Welke knopen moesten ontward worden?

De lijnen uitzetten voor het komend jaar.

Het zoeken naar engagement. Er werden bouwkampen en caritaskampen georganiseerd. Daardoor groeide een sterke verbondenheid. Hoe doorbreek je cocooning? Hoe breek je uit? Dat blijft tot op heden een gevoelige kwestie. Vandaar de moeizame rekrutering. Mensen uit Jonge Kerk stralen iets uit, maar ik vind dat Jonge kerk nog niet de plaats gekregen heeft die ze verdient. Enkelingen horen ervan en komen er op af maar echte propaganda lukt niet. De drempel ligt als het ware te hoog. Jonge Kerk is niet echt ingeburgerd in Roeselare. Ik zie in het college, waar ik les geef, dat vele jongeren het bestaan van Jonge Kerk niet vermoeden. Het zit nog altijd een beetje in de hoek. Het bekend maken van Jonge Kerk in de scholen werd vroeger systematisch gedaan, hoe het nu verloopt, weet ik het niet.

Ben jij naar buiten getreden?

Wij zijn blijven komen naar Jonge Kerk tot we een parochie gevonden hebben waar we verder kunnen dingen laten ontwikkelen die we in Jonge Kerk geleerd hebben. We hebben geluk gehad op Godelieve terecht te komen.

Is Jonge Kerk een model na 25 jaar?

Ik denk het wel omdat het uniek is, omdat jongeren en ouderen hetzelfde doel hebben, namelijk samen liturgie vieren. Op een parochie is er een grote verscheidenheid van engagementen, van werkgroepen. Die betrokkenheid van Jonge Kerk op liturgie is uniek.

Het is één van de eerste dingen die je aan jongeren moet aanbieden. Samen met de ouderen leren ze spreken over de boodschap. Op de parochie kun je dat niet bereiken.

Er kon ook heel veel geëxperimenteerd in Jonge Kerk. In de parochie moet je meer rekening houden met allerhande belevingen van het geloof.

 

Op je leeftijd nu?

We komen sinds zes jaar niet meer in de Jonge Kerk. Het loslaten is een keuze geweest.

Je hebt op een gelukkige manier afscheid genomen van het oude geloof?

Ja! Ik denk dat dit een stuk toeval is. Ik vertel in mijn lessen dat mijn contact met Jonge Kerk toeval was, maar waarvan zeer veel afhangt.

Je reactie op het intellectuele Vlaanderen, waar het 'bon ton' is te beweren op school slecht behandeld te zijn door strenge religieuzen?

Ik heb daar begrip voor. We kunnen moeilijk oordelen over de keuzes van andere mensen: het gekwetst zijn vb. Voor mij zijn geloof en Kerk twee aparte werkelijkheden. Ik zal mijn geloof niet verliezen omdat ik bepaalde kritiek heb tegen de Kerk. Integendeel.

Ik begrijp dat mensen afhaken. Dat vele mensen niet meer vinden wat ze zoeken in de Kerk, maar in Jonge Kerk heb ik geleerd dat de beste kritiek van binnenuit komt. Ik vind het moedig dat Jonge Kerk kritiek uit op, maar geworteld blijft in de Kerk.

Ik zie in mijn leven weinig dingen die me van de Kerk kunnen afbrengen.

Wanneer komt die zekerheid? Hou je rekening met ziekte, de dood van een kind?

Ik heb die veronderstellingen al zo vaak bij mezelf overwogen. Ik heb er zelfs les over gegeven. Dit zijn voor mij geen nieuwe vragen. Door mijn beroep als catechiste ben ik daar voortdurend mee bezig. Ik zou vloeken en ketteren, maar daarom nog niet afhaken.

Vanwaar komt je zekerheid? Wat is geloven voor jou?

Dat is een basis in je leven, een fond, een oervertrouwen. Geloven is ten diepste bemind worden, heel diep in je bestaan op die zekerheid terugvallen. Bemind worden door mensen maakt je al zo gelukkig, content. Dit laat het beste, het mooiste in het leven naar buiten komen.

Is er een tekst of een lied waarvan je speciaal houdt?

Ik ben wel vernieuwend maar blijf tegelijkertijd vasthangen aan dingen. Het gevecht van Jacob (Gen.32): 'Ik laat je niet gaan, tenzij jij mij zegent'. Die tekst zou op mijn overlijdensbericht mogen staan. Die zegen heb ik nodig in alles wat ik onderneem. Het worstelen heb ik al een beetje achter de rug. Zo'n nieuwe kans krijgen, een nieuwe wending in het leven nemen, ken ik.

Dit worstelen, is dat met het leven?

Ja, met jezelf ook. Een stuk rust vinden in wat je doet, de zekerheid dat wat je doet, goed is. Daarmee gaat gepaard een stuk afrekening met het verleden.

De boom draagt vruchten?

Je bent godsdienstlerares geworden vanuit Jonge Kerk?

Die keuze wekte hilariteit bij mijn klasmakkers en mijn leerkracht. Ik herinner mij m'n leraar Duits die me vroeg wat ik zou doen. Hij schrok zich een bult want ik was veeleer een moeilijke leerling. In m'n binnenste groeide reeds die kiem, onzichtbaar voor de buitenwereld. De groep in Jonge Kerk stimuleerde me. Ik had mijn geloof niet op school gevonden, thuis wat meer, maar vooral Jonge Kerk was vindplaats van m'n geloof.

Men vond m'n keuze wel vreemd. Ik vond het boeiend en wilde dat proberen. Nu is dat anders als ik les geef. In Gent studeerde ik.

Andere engagementen?

Mijn belangrijkste werk ligt op school. Voor de rest parochiewerk.

Op school vind ik liturgie vieren essentieel. Jammer genoeg gaat dat verloren. Hendrik heeft op de parochie ook de liturgie gekozen als de kern van een gemeenschap. Dit hebben we geleerd in Jonge Kerk.

Liturgie gaat verloren op school. Ik schreef dit naar de bisschop n.a.v. een enquête. Schijnbaar is niemand daar mee bezig. Ik vind dit het allerbelangrijkste van wat ik nu doe, omdat in liturgie dingen mogelijk zijn die in het gewone lesgebeuren niet kunnen.

Verdriet op school is een voorbeeld. Je kunt in de les de fases bespreken maar het vloeibaar maken van het verdriet kan enkel in de liturgie. Je kunt getuigen, symboliek aanreiken, zoveel rijker dan gesproken of geschreven woorden, poëzie, evangelieteksten,... Liturgie biedt je zoveel kansen maar het gaat verloren, echt verloren. Men organiseert nog een startviering en een kerstviering omdat het nu eenmaal zo hoort, maar de overtuiging dat in liturgie leerlingen echt geraakt worden, is afwezig. Vanuit een les kan ik wel de overgang maken naar een viering waarin ik voorga. Ik ben daarin gegroeid, heel voorzichtig. Ik heb daar geen opleiding voor gekregen. Men vindt dat vanzelfsprekend, maar dat is niet zo. Een viering voorgaan vraagt zoveel meer van je persoonlijkheid, ook de voorbereiding ervan. Mensen die de viering meemaken, vermoeden niet hoeveel voorbereiding daaraan vooraf gaat.

Het zenuwachtig zijn om voor een groep te staan, is verdwenen. Dit is een groeiproces van een jaar of tien. Je kunt dat wel geleerd hebben in Jonge Kerk, maar het is nog wat anders.

Is brood en wijn op tafel mogelijk?

Je moet een systeem inbouwen. In november moeten mensen rond hun overledenen kunnen vieren, het mag niet van het toeval afhangen. Je moet een aanbod doen dat waardevol is.

Wat denk je over de vrouw die priester wordt?

Ik zou dat toejuichen. Er zijn te veel vrouwen die in aanmerking komen. Men stuurt voorgangers naar de gemeenschap, maar een gemeenschap kiest ook haar voorgangers. Op onze parochie maken we mee dat onze parochieassistente het rouwproces van mensen begeleidt, de uitvaart voorgaat zodat mensen de aanwezigheid van de priester niet nodig vinden. Onze gemeenschap is daaraan toe.

Terug naar Jonge Kerk. Heb je nog contact met vrienden uit Jonge Kerk.

Vele contacten hebben hun wortels in Jonge Kerk.

We startten indertijd met een verliefdengroep van enkele koppeltjes, nog niet getrouwd, maar samen zoekend naar stevig fundament voor de liefde. Later werden we een gezinsgroep. Enkelen vielen af, anderen kwamen erbij. De contacten zijn gebleven.

Ik blijf van op een afstand Jonge kerk volgen.

Wat na 25 jaar Jonge Kerk?

Het probleem is waarschijnlijk de heterogene samenstelling van de groep. Nu zijn er grote leeftijdsverschillen.

Hoe zou men de jonge mensen kunnen aantrekken?

Het contact met de scholen trachten te behouden en het luikje engagementen -vb. caritaskampen- meer opnemen. Voor vele jongeren zijn de vakanties dode periodes waar ze niet weten wat gedaan. Langs het engagement leren jongeren ook Jonge Kerk kennen.

Verder zou het goed zijn iets te ondernemen voor de parochies. Paasliturgie vb.: Jonge kerk zou kunnen een luik verzorgen om zo te voelen welke verwachtingen bij jonge mensen op de parochies leven. Door op zichzelf te blijven, zullen ze dat niet ontdekken.

Wat met de jeugdbeweging?

Zelf kom ik uit de Chiro. Geloof en jeugdbeweging zijn er nooit samengegaan. Ik heb ontzettend veel geleerd in de Chiro, maar geloof kwam er niet ter sprake.

Je oudste dochter is 13 jaar. Zal zij naar de Jonge Kerk gaan?

De kinderen gaan met ons mee naar de mis omdat het op onze parochie toevallig niet slecht is. Iedere viering wordt bij ons uitvoerig besproken.

Wat doen jullie verder met de kinderen op religieus gebied?

Lezen, bidden, danken. De betrokkenheid op de religieuze feesten is nogal intens. We spreken er ook veel over met de kinderen.

Een wens voor Jonge Kerk?

Dat ze nog veel meer jonge mensen mogen blijven aantrekken en dat ze de pijler die ze toen had, bewaren: gemeenschap vormen. Het gemeenschapsgevoel is fundamenteel: je bent niet alleen op de wereld. Wij hebben dit mogen aanvoelen in Jonge kerk en dit geeft vertrouwen in de toekomst.

Jongeren zitten op hun honger en de levensbetrokken liturgie in Jonge Kerk kan voedsel geven.

Met die honger wil je liturgie organiseren?

Vooral door mensen aan te spreken en dingen te vragen, ja.

Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina