A. V. OP DE PRAATSTOEL

Ann is gehuwd met M. R. en moeder van twee kinderen en een pleegkind.

Om wat op dreef te geraken, …kun je jezelf eens voorstellen? Hoe ben je in contact gekomen met ‘jonge kerk’?

Ik heet A. V., 38 jaar en gehuwd met M. R.. We hebben twee eigen kinderen: E.(13j) en P.(10j) en een pleegzoon: A.(8j). Ik werkte ongeveer 15 jaar als verpleegster in het H.Hartziekenhuis te Roeselare. Eind 1996 kreeg ik een hersenbloeding. Dit had tot gevolg dat ik mijn job uiteindelijk heb moeten stopzetten. Nu werk ik sinds kort mee als vrijwilligster in de dienst voor palliatieve thuiszorg ‘De Mantel’. Ook in het Steunpunt voor Vluchtelingen regio Roeselare en de parochiale missiewerking tracht ik mijn steentje bij te dragen..

Toen ik vijftien was leerde ik via Geert Dedecker ‘Jolitur’ kennen. Ik zat toen op school in Barnum en Geert ging daar voor in de schoolmissen. In één van die vieringen kwam Jolitur (Jongerenliturgie voor jongeren van 15 tot 18 jaar, werd georganiseerd op het college) ter sprake. Ik ben altijd erg geboeid geweest door die zaken : …het religieuze, de zin van het leven, diepere waarden ; en heb dat aanbod dan ook onmiddellijk met beide handen aangenomen. Via Jolitur ben ik dan ‘doorgegroeid’ naar Jonge Kerk.

Daar heb ik ook mijn man leren kennen. Na ons huwelijk zijn we nog een hele tijd blijven meewerken in Jonge Kerk. Toen de kinderen iets groter werden, zijn we overgeschakeld naar de parochie. Mijn man was daar organist en we kozen ervoor om ons op één plaats volledig te engageren in plaats van op twee plaatsen half.

Via twee groepen hebben we wel nog contact met een aantal mensen die we in Jonge Kerk hebben leren kennen : we zitten in het ‘groepje van de werkenden’ en in een gezinsgroep.

Het groepje van de werkenden bestaat uit een zestal gezinnen en een priester (Patrick Perqui). We komen om de 5 à 6 weken samen op een avond in de week. Dan staan we stil bij een bepaald thema. Soms is dat uitwisselen over iets waar we in ons dagelijks leven mee bezig zijn. Soms wisselen we ook uit over een tekst die ons getroffen heeft. We hebben ervoor gekozen om als groep maandelijks een bepaald procent van ons loon af te staan als ontwikkelingsbelasting. Daarmee steunen we projecten in binnen- en buitenland( zie tekst engagementen nvdr). In die groep vind ik vooral bondgenootschap en ondersteuning naar maatschappelijk engagement toe, wat motivering om een aantal keuzes in ons leven ook effectief vol te houden. Je kan wel een aantal idealen hebben, maar je hebt een groep mensen nodig die je ondersteunen om dit ‘concreet’ in te vullen.

Maandelijks komen we ook samen met de gezinsgroep. Hoofdzakelijk ‘oudgedienden’ uit Jonge Kerk. Ook daar kunnen we samen praten over ons geloof, ons werk, onze relatie, de opvoeding van de kinderen. Kortom de dingen die ons op dat moment bezighouden. Het zijn keer op keer deugddoende momenten van verbondenheid en herbronning.

Het feit dat in elke groep een gezin aanwezig is dat reeds de keuze voor pleegzorg had gemaakt heeft voor ons veel betekend. Tocht- of bondgenoten zijn heel belangrijk. Ze helpen je soms bij het zetten van belangrijke stappen. Waar het anders misschien bij een droom zou zijn gebleven.

Mensen zeggen: ‘Je gelooft, of je gelooft niet !’ Wat is ‘geloven’ voor u ? Hoe zou je dat omschrijven voor ‘gewone mensen’?

Voor mij is het belangrijk wat Jezus heeft voorgeleefd. Als je de verhalen over die man hoort en leest dan merk je dat het gaat rond keuzes die in het leven gemaakt worden: de liefde prioritair stellen, de keuze voor de zwakken ook.

Toen ik jonger was ging dit ‘opkijken naar Jezus’ gepaard met heel wat schuldgevoelens omwille van mijn eigen beperktheid. Het was voor mij dan ook heel bevrijdend om in de bijbel te lezen dat geloven mag verlopen met vallen en opstaan. Ook Jezus is die weg gegaan.

In de kerk wordt heel weinig gezegd over dit zoeken van Jezus. Of hoe hij zich in zijn zoeken liet bevragen door mensen en omstandigheden.

In een bijbelgroep van ‘Evangelisatie Levensnabij’ in Torhout lazen we samen de tekst van de Syrofenicische vrouw (Mc. 7 : 24-30). Dat is voor mij echt een revelatie geweest : Jezus was ècht mens, ook hij heeft een groei doorgemaakt. We hoeven geen schuldgevoelens te hebben, we moeten niet perfect zijn. Maar het is wel belangrijk dat we bereid zijn te groeien.

Jezus is blijkbaar belangrijk voor jou. Is het ook mogelijk om met hem te praten ?

Om eerlijk te zijn: bidden is moeilijk voor mij. Ik ga wel graag naar vieringen. Daar kan ik een aantal inzichten opdoen, en ik word er gemotiveerd en aangesproken. Maar een persoonlijke relatie met God en rechtstreeks spreken met Hem doe ik weinig. Dat zal vermoedelijk wel een ‘tekort’ zijn, ik besef dat wel. Ik heb de indruk dat ik meer via medemensen met het ‘goddelijke’ in contact kom en minder rechtstreeks via gebed..

Wel ik vind het formidabel wat je vertelt, … formidabel in de zin van: ook dit is een vruchtbare manier om in de ‘Kerk’ te staan.

Een ‘viering’ wat is dat dan voor u ?

Een herbronning, een kans om even stil te staan, je niet zomaar laten meedrijven door de maatschappij, je laten raken door de woorden van het evangelie, de gebeden of de homilie. Even stilstaan en jezelf de vraag stellen: ‘maak ik de juiste keuzes?’

Is er een verschil tussen een viering zoals je zonet beschreven hebt, en een avond met het groepje van de werkenden?

In het groepje van de werkenden heb je contact met elkaar en kan je elkaar bevragen. In een viering heb je wel het gevoel dat mensen naast je met hetzelfde bezig zijn, maar je krijgt niet onmiddellijk respons.

In een viering heb je misschien wel meer dat persoonlijke contact met Jezus, door de communie. Ik vind ze alle twee belangrijk.

Iets anders nu,… de verhouding tussen Kerk en samenleving is grondig veranderd. Het is helemaal niet bon ton om naar de kerk te gaan. Je merkt dat in kranten, radio- en televisieuitzendingen,… Merk jij daar iets van ? Hoe ga je daarmee om ?

Je merkt dat niet alleen in kranten. We merken dat ook aan onze kinderen. Het geloof zegt hun weinig. Ik weet echt niet hoe dat komt.

Zowel mijn man als ik zijn gelovig. Bij mij was ‘gelovig’ zijn precies iets aangeboren. Ik heb er altijd interesse voor gehad. Bij onze kinderen is dat helemaal niet zo vanzelfsprekend.

Meegaan naar de eucharistie op zondag zorgt iedere keer weer voor de nodige tegenstrubbelingen. Nochtans zijn er op onze parochie verzorgde kindernevendiensten. Maar die spreken hen niet aan.

Ik hoop dat zij later toch hun eigen manier zullen vinden om met het ‘goddelijke’ in hun leven om te gaan. Ik zou het moeilijk hebben als ze zouden kiezen voor een louter materialistische manier van leven.

Hoe reageer je als je in de ‘publieke opinie’ hoort sneren tegen de Kerk?

Het valt mij op dat de opmerkingen over ‘de Kerk’ vaak geuit worden omwille van het ongenoegen over een uitspraak van één of andere priester. Ik vind het niet fair dat men dan de zaken veralgemeent.

Anderzijds heb ik zelf ook moeite met een aantal wetten en gebruiken van onze katholieke Kerk. Het celibaat bijvoorbeeld en hun houding tegenover vrouwen. Ik ben ervan overtuigd dat heel wat vrouwen en mannen prachtig werk zouden kunnen leveren als voorgangers in de kerk. Bij protestanten is dit dan wel mogelijk. Waarom niet bij ons?

In Roeselare zijn er verschillende parochies, en er bestaat ook iets als Jonge Kerk. Zouden er meer dergelijke plekken moeten zijn ? Of zou er in elke parochie iets moeten zijn voor jongeren ?

Da’s wel een delicate vraag. Er komt wel eens kritiek op Jonge Kerk dat ze de meest ‘vernieuwende’ krachten uit de parochies wegtrekt. Misschien is die kritiek wel terecht, maar ik ben toch blij dat ik het heb mogen meemaken.

Ik heb binnen Jonge Kerk heel wat ervaringen opgedaan die mij nu op de parochie en in het verenigingsleven van pas komen. Het voordeel van een plaats als Jonge Kerk is dat je met een brede waaier van mensen uit verschillende parochies in contact komt en samen ervaringen kan uitwisselen.

Als je het louter parochiaal zou willen houden zou de groep geïnteresseerden vaak zodanig klein zijn dat het bijlange niet zo boeiend zou zijn.

Stel dat je iets te zeggen zou hebben in het beleid van de Kerk. Hoe zou jij het anders aanpakken ? Heb je constructieve voorstellen hiervoor?

Om eerlijk te zijn ligt het ‘structurele niveau’ mij niet zo. Ik probeer vooral te werken met concrete mensen rondom mij. Op kleine schaal concrete dingen doen.

Dit krijgt vorm door stervende mensen en hun familie nabij te zijn. Ook door aanwezig te zijn bij vluchtelingen of mensen die het moeilijk hebben. Dit wil niet zeggen dat ik structurele hervormingen in de maatschappij of de Kerk niet belangrijk vind. Ik weet alleen dat dit mij minder ligt. Ik hoop en geloof dat andere mensen binnen de kerk daar creatieve ideeën rond hebben. Ik hoop eveneens dat men binnenkerkelijk oor zal hebben voor die ideeën. Ik vind het in ieder geval zeer belangrijk dat leken, zowel mannen als vrouwen, gehuwden als ongehuwden meer plaats en meer inspraak krijgen in de kerk. Elk met zijn eigen talenten. Het aanstellen van parochieassistenten lijkt mij een een stap in de goede richting.

Is er een tekst of een lied dat jou erg aanspreekt, die een grote betekenis voor je heeft?

Wat mij spontaan te binnen schiet is een tekst uit Prediker: ‘Alles heeft zijn tijd; een tijd van huilen en een tijd van lachen, een tijd van rouwen en een tijd van dansen’. Het is een tekst die mij vertrouwen geeft in wat komt: na moeilijkheden komen er ook vreugdevolle momenten.

Heel belangrijk voor mij is de zin uit het evangelie : « Wat je doet voor de minsten van de mijnen, heb je voor mij gedaan’. Ik denk hierbij ook aan een lied uit onze huwelijksviering : « Vervul dit huis met hart en geest, met aandacht voor de kleinen… »

Dan is er nog het verhaal van de broodvermenigvuldiging. Voor mij toont dit aan dat een kleine stap van een kleine mens een hele beweging kan op gang zetten. Een jongen is bereid zijn vijf broden en twee vissen te delen. Voor hem was dit een risico. Vijfduizend mensen eten geven, voor hem zou zeker niets overblijven. Het onmogelijke gebeurt. Uiteindelijk is niet alleen genoeg voor iedereeen maar er is nog over. Een onvoorstelbaar resultaat als gevolg van een klein begin.

Dit heb ik in Jonge Kerk mogen ervaren. Iemand uit zijn bekommernis rond vluchtelingen, milieu, eerlijke wereldhandel en stapsgewijze gaan een aantal mensen daarin mee. Dit noem ik wonderbaar, dit lijkt op broodvermenigvuldiging. Daarom vind ik het zo belangrijk om regelmatig samen te komen. Je te laten oproepen en samen stappen te zetten. Eén durft eraan te beginnen, anderen volgen en wonderen worden mogelijk.

Tot slot: een wens voor Jonge Kerk ?

Ik ben dankbaar dat ik het heb mogen meemaken. Ik wens alle mensen die zoekende zijn rond geloof dat ze een groep mogen vinden waar ze ondersteund worden en groeikansen krijgen.

Mag ik samenvattend besluiten: ‘geloof’ dat is voor u: er zijn voor de kleinsten. En dat dit de beste manier is om mens te zijn? Geloof dat is ‘doen’: pleegzorg, palliatieve zorg, vluchtelingenwerk,…

Ja, ik denk wel dat dat voor mij geloof is: dromen van een hemel op aarde voor alle mensen in het besef dat dit een utopie is. Toch elke dag opnieuw kleine stapjes proberen te zetten die deze utopie dichter bij de mensen brengen. Aanvaarden dat het vallen en opstaan gebeurt, met voor- en tegenstanders. Wagen, winnen soms verliezen en toch verder gaan. Weten dat je niet alleen staat met deze droom. Je voelt je gedragen, gesteund en opgeroepen door bondgenoten, mensen die door dezelfde Bron zijn geïnspireerd. Dit is voor mij kerk-zijn.

Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina