VIEREN ROND VERGEVING EN VERZOENING

 

Het biechtsacrament heeft ongetwijfeld het zwaarst geleden onder de afkalving van de religieuze praktijk in de voorbije halve eeuw. Zelfs veel actief betrokken christenen komen er niet meer aan toe. De kerk heeft ons ook altijd een zeer strikte persoonlijke moraliteit voorgehouden. De dreiging met hel en vagevuur is generaties blijven nazinderen. De blijvende nadruk op een wereldvreemde seksuele moraal werkte vervreemdend. De persoonlijke schuldbelijdenis in een muffe biechtstoel heeft minstens iets van de bekrompenheid van de Victoriaanse tijd. Redenen genoeg voor de moderne mens die houdt van transparantie en duidelijkheid in menselijke relaties, om de biechtpraktijk als middeleeuws af te doen.

Anderen daarentegen zullen zeggen dat het afhaken van de biechtpraktijk te maken heeft met het verlies aan zondebesef. Sta mij toe deze uitspraak even te nuanceren.

Schuld genoeg.

Het zelfdodingcijfer in Vlaanderen behoort tot de hoogste in de wereld. Bij jongeren is het de belangrijkste doodsoorzaak. De kabinetten van psychiaters zitten overvol en de centra voor geestelijke gezondheidszorg hebben lange wachtlijsten. Mensen gaan gebukt onder stress, gebroken relaties, faalangst en ga zo maar door. De wantoestanden in de wereld op het vlak van armoede, mensenrechten en milieuverloedering zijn alom gekend en tal van organisaties roepen ons op onze verantwoordelijkheid op te nemen. Redenen om ons schuldig te voelen zijn er dus genoeg.

Goede God tekort.

Het blijkt echter moeilijk een verband te leggen tussen onze negatieve ervaringen met onszelf en met de wereld enerzijds en ons omgaan met God anderzijds. Misschien is God wel te lang voorgesteld als een strenge rechter die ons op het beklaagdenbankje plaatst. Is Hij niet veeleer een barmhartige vader en moeder die mee weent met ons verdriet en meefeest met onze vreugde.

Het ‘Sacrament van vergeving en verzoening’ is mij als naam duidelijker dan de biecht. Het beeld van een rechtbank waar schuld en boete gewogen worden is hier niet op zijn plaats. Het is veeleer een vredesproces waarin de relaties met onszelf, met onze medemensen en met de wereld hersteld worden.

Vergeven en verzoenen als zelfstandig ritueel.

In ieder van ons leeft het verlangen om die gebroken relaties te herstellen. Om die reden is in Jonge Kerk de traditie gegroeid om minstens twee keer per jaar (voor Kerstmis en voor Pasen) een viering van vergeving en verzoening te houden. Dit zijn geen tweederangs vieringen die op een apart ogenblik worden geplaatst. Twee keer per jaar komen zij op het uur van de gewone weekviering van Jonge Kerk.

Aanvankelijk vormde het vergevings- en verzoeningsgebeuren het eerste deel van een eucharistieviering. Na verloop van tijd werd hiervan afgestapt. Omdat in deze dubbelformule een van de elementen in de verdrukking kwam. Het was geen gemakkelijke beslissing om voor die weken af te zien van een eucharistieviering. Maar het sacrament van vergeving en verzoening won hierdoor wel sterk aan kracht.

Het vastleggen van de inhoud en de vorm van zo’n vergevings- en verzoeningsviering is een zoekproces dat nog volop aan de gang is. Ik wil u enkele belangrijke stapstenen meegeven, waarop in Jonge Kerk wordt teruggevallen.

Verantwoordelijkheid.

Het proces van vergeving en verzoening begint bij het zien van wat er fout is gegaan. Laten we hiervoor het woord onheil gebruiken. Bij sommige vormen van onheil is er geen menselijke verantwoordelijkheid in het spel. Neem nu het onheil dat veroorzaakt wordt door een overstroming of een vulkaanuitbarsting. Niemand kan hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Over dit onheil hebben we het niet. Hier gaat het ons enkel om onheil waarvoor een menselijke verantwoordelijkheid kan worden vastgesteld. Hier moeten we een onderscheid maken tussen individuele en collectieve verantwoordelijkheid.

Ik ben persoonlijk verantwoordelijk voor het onheil dat veroorzaakt wordt door mijn individuele gedrag. Denk bijvoorbeeld aan een leerkracht die één van zijn/haar leerlingen vernederend behandelt in bijzijn van de hele klas. Het is duidelijk dat de leerkracht hier in de fout gaat. Misschien is het een heel menselijke reactie op een gedrag dat hem/haar het bloed van onder de nagels haalt. Toch blijft de leerkracht hopelijk met het gevoel achter, dat hij/zij uit de bocht is gegaan.

Het is anders wanneer een groep mensen (een klas, een werkteam, een land, een ras) een ander mens of een andere groep mensen negatief benadert. Hoe voel ik me erbij als de wetgeving van mijn land aan vluchtelingen die hier hun heil zoeken de meest elementaire mensenrechten ontzegt? Hoe voel ik me erbij als in mijn werkkring een collega wordt buiten gepest?

Mijn betrokkenheid hierbij kan op twee niveaus liggen. Ik kan er actief aan meewerken: ik heb druk uitgeoefend op de politiekers om een strenge asielwetgeving op punt te zetten, ik heb goed mijn deel gedaan in het pesten van mijn collega. In deze gevallen is er duidelijk sprake van een vorm van individuele schuld. Het kan ook zijn dat ik mij gewoon niet verzet heb tegen de algemene gedragscode die zo negatief uitdraait voor bepaalde (groepen) mensen. Hier treft mij geen individuele schuld, maar het is toch ook niet zo dat ik niets te maken heb met wat er gebeurt.

Individuele of collectieve schuldbekentenis.

Individuele verantwoordelijkheid vraagt om vormen van individuele schuldbekentenis. Dit kan door een (biecht)gesprek met een priester. Tijdens de viering ofwel op een afgesproken tijdstip buiten de viering zodat er meer gesprekstijd ter beschikking is. De persoon kan ook zijn verantwoordelijkheid uitschrijven op papier of uitdrukken met de handen door te tekenen of te boetseren.

Collectieve schuld vraagt om vormen van collectieve schuldbekentenis. Ook hier zijn er heel wat mogelijkheden: het uitspreken van een gemeenschappelijke belijdenis; de aanwezigen de kans geven ervaringen van collectieve schuld uit te drukken door woorden, tekeningen, collages, krantenknipsels en noem maar op.

Ritueel vergeven en verzoenen

Ook de ervaring van vergeving en verzoening bevindt zich op verschillende niveau. Een lang verwaarloosd niveau is het vergeven van zichzelf. Veel mensen zitten met blijvende schuldgevoelens omwille van een ooit begane fout en komen er niet aan toe om zichzelf te vergeven. Zij blijven het verleden met zich meedragen. Dit zichzelf vergeven kan bijvoorbeeld uitgedrukt worden door het verbranden van het blad waarop ik mijn schuldervaringen heb neergeschreven of door het bedekken van een symbolisch voorwerp met zand ("zand erover").

Vergeving en verzoening is natuurlijk ook een gebeuren tussen mij en de mensen die ik misdaan heb. Ik kan mijn bereidheid uitdrukken door een briefje te schrijven naar en te bezorgen aan die ander. Door een steen te versieren met droogbloemen en linten ("de steen die ik naar je gooide, wil ik nu voor je mooi maken"). Men kan eveneens een korte schrijfactie van Amnesty International houden (collectief onheil). Of de voorbeden opbouwen rond situaties van collectief onrecht en hoe wij daaraan kunnen verhelpen. Hierbij is het belangrijk op te merken dat verzoening een wederzijds gebeuren is. Als ik bereid ben aan de ander te vergeven, maar hij/zij niet aan mij, dan is verzoening onmogelijk. Het is niet omdat verzoening niet kan, dat ik de ander niet vergeven kan.

Gods heelt de mensen en de schepping.

Vergeving en verzoening hebben ook altijd met God te maken. In het scheppingsverhaal lezen we hoe God zich een wereld droomt van vrede en gerechtigheid. Iedere keer wij door ons optreden afbreuk doen aan vrede en gerechtigheid, doen wij een stukje van Gods droom teniet. Daarom is God altijd betrokken partij bij elk onheilsgebeuren op de wereld. Misschien is het meest eigene van de christelijke boodschap wel, dat God ons daarvoor niet wil straffen. Het verlangen van God is enkel dat wij ons zouden herpakken en op een andere manier gaan leven. Jezus zegt tegen de overspelige vrouw: ‘Ik veroordeel u niet. Ga nu maar, en zondig voortaan niet meer’ (Johannes 8,11). De wil om zich met God te verzoenen kan zich uitdrukken door een woord te spreken (een persoonlijke formulering of een standaarduitdrukking die door ieder individueel uitgesproken wordt). Door zelf een gebaar te stellen (zich buigen voor, zich de handen wassen). Of zich onder een gebaar te stellen (zich de handen laten wassen, as op het hoofd laten strooien, zich laten zalven, zich de handen laten opleggen).

Verzoenen en vergeven, ook voor kinderen.

Een belangrijke uitdaging bij elke vergevings- en verzoeningsviering is rekening te houden met de eigenheid van volwassenen en van kinderen in het gebeuren. Zo lijkt het voor volwassenen vanzelfsprekend een voldoende lange stille tijd in de viering in te bouwen. Dat biedt goede mogelijkheden om zich met de eigen verantwoordelijkheid te confronteren. Voor kinderen en voor tieners is zo’n stille tijd een haast onhaalbare kaart. Daarom proberen we de laatste jaren om hen op dat ogenblik een eigen werkvorm aan te bieden.. Zo kunnen ze een collage maken van onrechtsituaties (collectief onheil). Ze mogen de vergevende hand van God boetseren. We kunnen hen op wandel sturen met een kiezelsteentje in de schoen en daarna met hen praten over de kiezelsteentjes in hun hart. Als teken van belijdenis kunnen ze later misschien het kiezelsteentje in de grote vergeetput werpen. Ook kinderen ervaren onbehagen en schuld en het verlangen om het weer goed te maken. We mogen hen het sacrament van vergeving en verzoening dus zeker niet onthouden.

‘Wees niet bang’.

Ten slotte wil ik er de aandacht op vestigen dat ook in de wekelijkse viering aandacht wordt besteed aan de schuldgevoelens. De meeste vieringen beginnen met een moment van ‘vrees niet’. Dit woord kunnen we 365 keer in de bijbel lezen, evenveel als er dagen in het jaar zijn. Na het openingsvers laten we de ruimte voor onze bekommernissen en angsten. Deze kunnen uitgesproken worden, maar dit hoeft niet. Daarna wordt de paaskaars aangestoken, als teken dat Jezus Christus ons van de angst wil bevrijden en dat het kwaad nooit het laatste woord heeft. Er wordt in het verdere verloop van de viering bewust voor gekozen om uitdrukkingen die schuld en zonde oproepen te beperken.

U leest hierboven geen duidelijk stramien voor een viering rond vergeving en verzoening. Wel een aantal belangrijke uitgangspunten die in Jonge Kerk bij het uitwerken van zo’n viering gebruikt worden. Hopelijk bieden ze inspiratie aan mensen die op andere plaatsen dezelfde zoektocht gaan naar een hedendaagse beleving van ‘het sacrament van vergeving en verzoening’. Een naam die zoveel meer zegt dan ‘de biecht’.

Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina