ZENDINGSVIERING KAMEROEN 1999

Deze zomer (1999) gaan we met de tienergroep (Vanessa, Mieke, Joke, Marieke, Joke, Saskia, Nathalie, Ilse, Jos, Beatrijs) naar Kameroen. Voor ons vertrek is er een viering waarin we gezonden worden door Jonge Kerk, familie en vrienden.

De viering heeft onze groep voorbereid. Maar, we willen dat ook Jos zou gezonden worden en vroegen dus aan Patrick om de viering voor te gaan aan de hand van de ingrediŽnten die we hem gaven.

Verwelkoming.

We zijn met heel wat mensen. Diegene die regelmatig komen, maar ook familie vrienden van de kameroenreizigers.

Marc vertelt hoe de groep ontstaan is en hoe het idee groeide om met deze groep naar Kameroen te trekken. "Zo’n acht jaar geleden ontstond er in Jonge Kerk een groepje tienersdie regelmatig met hun ouders meekwamen en met elkaar optrokken. Het groepje werd tot tienergroep gedoopt en kwam regelmatig bijeen. In de loop van de jaren kwamen en gingen leden. In de groep werd gepraat over geloof, dagelijkse thema’s, school, wat er hen op de lever lag, een viering voorbereiden,... Op een avond was er een getuigenis in Jonge Kerk van Pater Dany die we via de ontwikkelingsbelasting steunden. Pater Dany was en is werkzaam in Kameroen. Hij heeft tehuizen voor verwaarloosde kinderen opgericht. Hij vroeg geld aan de regering, maar hoe langer hoe meer werd het duidelijk dat hij in de eerste vijf jaar niets van de staat zou mogen verwachten. Pater Dany was gedwongen om in BelgiŽ geldelijke steun te zoeken. Freddy heeft dit voor elkaar gekregen. 250.0000 frank gedurende vijf jaar. Pater Danny was enthousiast, dankbaar, uitdagend en op het einde van de avond nodigde hij ons uit om eens naar Kameroen op bezoek te komen. Ik merkte op nieuw, wij niet maar misschien onze kinderen.De volgende dag werd in onze keuken gedroomd. Dat jullie, Joke en Marieke met een aantal aan het eind van jullie middelbaar naar Kameroen trok,... Eens gaan kijken naar een continent waar we zoveel slecht nieuws over horen. Er stak natuurlijk meer achter die uitdaging. Een groep tieners kreeg de kans om gedurende 3 jaar een uitdaging vorm te geven. De steun van de ouders zou uitsluitend moreel zijn, hun reis zouden zelf moeten organiseren en financieren. Het werd een echt initiatieritueel. Kinderen de kans geven zich te bewijzen en als ouder toezien vanop de zijlijn. Terzelfdertijd voeling proberen te krijgen met de wortels van de cultuur waarin ze werden opgevoed. Solidair met elkaar, samen verantwoordelijkheid nemen, wereldburger worden en de evidentie van de Westerse overvloed even loslaten en zich laten onderdompelen in totaal vreemde kultuur. Wie hierdoor komt zal nooit meer zijn als voordien. De puber bewijst dat hij zelfstandig zijn weg kan gaan. De tochtgenoten die voor de nodige veiligheid moeten zorgen zijn net wat verder op hun levensweg maar zeker geen ouderfiguren.

Zo begon een droom. Er werd erover gepraat in de tienergroep. Het idee rijpte. Het laatste jaar werd druk voorbereid en wat ooit eens droom was, wordt nu werkelijkheid, als ouder blijf je wat verweest en bang achter op de zijlijn, straks verdwijnen ze uit het zicht, nu is het echt loslaten … "

Dit verhaal is de aanleiding om de viering te beginnen. Het kruisteken wordt gemaakt en de paaskaars ontstoken.

  • Opnieuw is het de poŽzie van Oosterhuis die de woorden heeft waarmee je je levensreis kunt beginnen: je mag gaan, maar je mag niet alleen.

    Er zijn daar oeroude tuinen
    Waar je in wieden en plukken mag
    Je hoeft er niet heen,
    Maar je mag
    Maar je mag niet alleen
    Daar gaat je bootje
    Het waait
    Wie zwemmen kan is er beter af
    Dan wie niet zwemmen kan
    Daar kom je aan, bekaf
    De duinen zwaaien met witte handen
    Dat je welkom bent
    Van alle vreemde landen
    Is dit land het minst bekend

  • Onmiddelijk hierop dwong Hij zijn leerlingen in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, naar BetsaÔda, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden. Na afscheid van hen genomen te hebben, ging Hij de berg op om t bidden. Toen de avond viel, bevond de boot zich te midden op het meer en was Hij alleen aan land. Omdat Hij zag dat zij zich aftobden om vooruit t kome - de wind zat hun tegen - kwam Hij omstreeks de vierde nachtwake te voet over het meer naar hen toe; en Hij wilde hen voorbijgaan. Maar toen zij Hem zo over het meer zagen gaan, meenden zij dat het een spook was, en ze schreeuwden het uit. Want allen zagen Hem en raakten van streek. Maar onmiddelijk begon Hij met hen te spreken en zie hun: ‘Weest gerust, Ik ben het. Vreest niet.’ Hij klom bij hen in de boot en de wind ging liggen. Zij raakten buiten zichzelf van verbazing, want zij waren door het gebeurde met de broden niet tot inzicht gekomen, maar hun geest was verblind.
  • "Nog deze week vertrekken jullie naar Kameroen. Met een rugzak niet alleen vol materiaal, maar met vele dromen, hoge verwachtingen, en ook veel vragen en wat angst voor het onbekende.

    Velen onder ons zouden willen meegaan. Het moet toch leuk zijn om zo op avontuur te trekken. En ja, het zal een hele ervaring worden. Het werk van Pater Dany zien, leven tussen de zwarten, mogen proeven van de cultuur, levenswijze en denkwijze van de afrikanen, de confrontatie met armoede, weinig comfort,...

    Maar toch... het zal vreemd doen en het is zover van huis. Misschien komt er wel een ogenblik komt waarop je heimwee krijgt naar huis. Of komt er een moment waarop je al je familie en vrienden thuis mist en je zo eenzaam voelt.

    In de loop van die vijf weken zullen jullie heel erg op elkaar aangewezen zijn. Het zal leuk zijn om in de groep te vertoeven. Maar misschien komen, uit een onverwachtse hoek, ook spanningen naar boven.

    We hopen dat de stormen die zullen waaien, jullie niet zullen verpletteren. We hopen dat de storm zal willen luwen omdat jullie kunnen vertrouwen in je eigen-zelf en troost en steun kunnen vinden in de anderen van de groep en de mensen daar ter plaatse. En... vertrouw er maar op dat je je tot God kan richten en bij Hem de nabijheid van ‘Ik zal er zijn’ kunt ervaren.

    Met deze wens worden jullie ook gezonden om in het vertrouwen te durven staan. Ook het vertrouwen van jullie ouders naar jullie toe.

    Ouders, met enthousiasme hebben jullie meegewerkt om deze droom te verwezelijken. En toch... bij jullie en bij ons allemaal klopt ons hartje. We zijn wat bang... Er zal toch niets gebeuren en we zullen onze dochter, zoon toch nog wel herkennen bij de terugkeer? Ook op het thuisfront zal er die heimwee zijn, het verlangen, de angst. Het thuisfront zal aan de oever zitten en vol blijdschap en hoop op jullie aankomst wachten. En dan wordt het vertellen. Het zal niet evident worden. Jullie zullen vele vragen krijgen en misschien niet kunnen of niet willen antwoorden. Soms zal het moeilijk worden om elkaar te begrijpen.

  • Tijdens het laatste jaar heeft elk van ons een vijftal vrienden, kennissen aangesproken. We vroegen hen om in een brief een antwoord te geven over een vraag die we hen stelden. We stelden vragen over geloofsbeleving, of over liefde, vriendschap, of over studiekeuze, beroepskeuze,... Tijdens de offergaven brachten die vrienden hun brieven aan.
  • Tijdens de reisvoorbereiding vroegen we aan Jonge Kerk om voor ons een vriendschapssymbool te zoeken en te geven. Een kleinood, zoals een vriendschapsarmbandje, om de verbondenheid met de groep, met Jonge Kerk en met Kameroen te vertolken. We waren nieuwsgierig wat het zou worden.

    Nu tijdens de viering vertelt Patrick dat hij in IsraŽl zo getroffen was door het klokkegelui. Patrick dacht toen meteen aan ons. Hij zocht en vond kleine houten klokjes aan een koord, om rond onze hals te hangen. Patrick geeft ons de betekenis: "Zoals klokken luiden bij elk feestelijk moment waarin de Blijde Boodschap wordt verteld, vragen we aan jullie om het klokje ook te laten zingen. Ik en wij hier allen samen vragen om in Kameroen te vertellen hoe wij hier de Blijde Boodschap beleven. Hoe moeizaam kerkvorming gebeurt en in welk experiment jullie betrokken zijn. Maar dit is niet voldoende. Bij jullie terugkeer willen we dat jullie over jullie ervaringen vertellen. Hoe de mensen daar leven, hoe de Kameroenezen de Blijde Boodschap beleven,...".

    Een ouder van elk van ons wordt gevraagd om het klokje rond onze hals te hangen.

  • Maar dit is niet alles. We krijgen ook elk een zangboekje met een aantal Jonge Kerk-liederen die wij graag horen en regelmatig willen zingen. Het zangboekje heeft een klein formaat zodat we het overal kunnen meenemen zonder te sleuren. En met het zangboekje zouden we ons zeker en vast verbonden weten met Jonge Kerk en haar leden.

    Tenslotte krijgen we ook de brieven die bij de offergaven werden aangebracht. In Kameroen mogen we elke week een brief openen en met elkaar delen wat ons treft in het getuigenis. Op deze wijze zouden we elke week een belgisch momentje hebben en aan alle mensen van het thuisfront denken.

    Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina