BEGRAVEN

 

Tijdens de jaren 80 bestond er in Jonge Kerk Roeselare een gewoonte om tijdens de grote vakantie met enkele leden op bouwkamp te gaan. Via de verantwoordelijke van Bouworde-Vlaanderen kozen we een project gekoppeld aan een bepaalde periode. Daarbij hielden we binnen de groep rekening met de vakantie van alle bereidwillige deelnemers.

In de loop van het voorjaar 1989 groeide opnieuw het verlangen onder enkele leden om op bouwkamp te gaan. Tegen het eind van de maand juli was er een groepje van enkele mensen gevormd. Men koos een project in St. Martin Seignant, in het zuiden van Frankrijk.

Het bouwkamp verliep aanvankelijk goed. In het vooruitzicht van het hoogfeest van 15 augustus werden plannen gemaakt. Op deze hoogdag mocht er niet gewerkt worden. Zo kwam het voorstel om tijdens de rustdag te wandelen langs het strand aan de Atlantische Oceaan. Tijdens die tocht liep het fout. De golven van de zee waren te machtig en enkele leden van de groep werden meegesleurd. Twee jonge mensen, Bernard en Lieve, kwamen door verdrinking om het leven.

Dit gebeuren raakte de gehele groep. Enkele mensen namen de verantwoordelijkheid op zich om het droevige nieuws te melden aan de groep. Even verloren we de grond onder de voeten. Hoe was dat nu toch mogelijk?

Door een samenloop van omstandigheden werden Bernard en Lieve op een verschillend tijdstip en op hun eigen parochie begraven. Met de deelnemers van het bouwkamp en enkele vrijwilligers kwamen we samen voor het opmaken van de gebedswake en de uitvaartviering.

Tijdens dit samenzijn kreeg de jaarlijkse paasviering een centrale plaats. Met de aanwezigen vertelden we over het leven van Lieve en Bernard: hun engagementen op verschillende plaatsen en hun enthousiasme. Door het levensverhaal dat we met elkaar rond de tafel deelden, kreeg de viering stilaan vorm. In alles wat mocht groeien was het tastend en zoekend geloof aanwezig in verbondenheid met het Paasgebeuren. Het grote paasvuur met zijn deugddoende warmte maar ook het verschroeiende vuur stonden centraal. Bij de uitvaartliturgie van Lieve kreeg het gehele gebeuren met de zee ook duidelijk haar plaats.

De liederen die voor de viering gekozen werden, hadden elk op hun beurt een belangrijke betekenis.

Hierbij dan enkele elementen uit de viering van Lieve Verdonck:

Welkom

Beste ouders, familie,

Vrienden uit de klas, Chiro, Caritas, Bouwkamp,

bondgenoten van Jonge Kerk

en allen die Lieve gekend hebben.

Met velen zijn we deze morgen hier samengekomen.

Allen werden we verrast door het zo plotse heengaan

Van enkele jonge mensen: Lieve en Bernard.

Twee mensen die zich op vele plaatsen hebben ingezet.

Lieve en Bernard hebben zich gegeven met hart en ziel.

Lieve had het leven lief en leefde dan ook voluit,

Voor klein en groot, jong en oud, gezond of gehandicapt,

Vriend of bondgenoot gaf ze van haar leven en haar tijd.

Te vroeg heeft ze ons verlaten.
Te vroeg hebben Lieve en Bernard ons verlaten.

 

 

 

Dit samenzijn vandaag is op de eerste plaats

Een uitdrukking van dank

voor het vele mooie van beide jonge mensen.

Om alles wat ze deden en wat ze voor ons betekenden.

Een dankbaar spreken om het geloof dat in hen leefde

En waarmee ze op hun beurt anderen tot geloof opriepen.

En toch staan we hier in leegte en gemis

met onze vragen en twijfels,

met ons verdriet.
We voelen ons wat alleen.

Met dit alles wat leeft in ieder van ons

komen we tot U, Heer God.

Gij, de Gever van alle leven, Vader van het leven.

In tastend geloof vertouwen we erop

dat Lieve en Bernard het volle leven delen

dat Gij ieder van ons beloofd hebt.

In dit samenzijn bidden we om sterkte en geloof

om verder op weg te gaan en

elkaar hierbij te mogen steunen.

Wat Lieve en Bernard voor mensen betekend hebben

kan maar blijven als wij er verder aan werken

We willen geloven dat goede Vrijdag niet het einde was.

Ja, Gij God van het Verbond,

Gij hebt de dood niet het laatste woord gegeven.
In uw grote liefde hebt Gij uw Zoon Jezus

Doorheen de dood gebracht tot nieuw leven.

Lieve leefde van en in dat geloof, het verrijzenisgeloof.

Zelf heeft ze steeds meegewerkt aan de Paasvieringen in Jonge Kerk.
Vandaar de witte kleur van vandaag, de Paasvreugde en het Paasgeloof.

Als teken van dit geloof houden we de Paaskaars,

de verrezen Heer Jezus in ons midden brandend.

 

Bij de aanvang van de viering stond de Paaskaars net zoals op een Paasviering centraal. Er was helemaal geen licht. Een teken van de droefheid en duisternis die op dat ogenblik leefde bij vele aanwezigen. Met een kleine vlam werd die grote Paaskaars aangestoken. Toen zongen we met een groeiende klanksterkte het mooie "Lied aan het Licht".

Het nieuwe licht van de morgen, die andere morgen, die Lieve tegemoet ging stootte ook ons aan. In biddend geloof zongen we over het licht dat toont hoe mensen waardig mogen leven. Om voluit te eindigen met de derde strofe dat alleen dat grote Licht alles zal overwinnen. Bij het begin van het lied was er een soort ademnood. Het kwam zo moeilijk op dreef. En toch met het zingen van dit openingslied voelde je de gloed van het licht door de aanwezige menigte gaan. Het samen zingen droeg de vierende gemeenschap.

Zo mochten we tenslotte dit openingsmoment afsluiten met het uitspreken van onze geloofsbelijdenis. Geloven in een God die als een zorgende Vader in de gemeenschap aanwezig is, daar waar mensen zich samen inzetten voor die hemel op aarde.

Na die inleiding werden twee stukjes bijbel gebracht.

Als eerste kwam een stukje tekst uit het boek Job.

Job heeft het verschrikkelijk lastig gehad, maar hij blijft geloven.

Hij roept zijn toehoorders op om zijn groot geloof

te beitelen in de rots.

Hij is ten stelligste overtuigd dat hij de Heer zal zien.

Zoiets kan je maar per uitzondering verkondigen. Wij mensen blijven tijdens dit leven vaak wachten met het geduld van een wachter aan de poort. Verlangend kijken we uit naar een nieuwe morgen. Naar het ogenblik waarop de nacht om zal zijn. En tussendoor zijn er die ons voorroepen: de morgen komt… maar het is nog niet voor nu. Het komt niet dadelijk. Niet opgeven en blijven wachten. Een actief wachten waarbij inzet nodig is.

Het kleine lied: "Hoe ver is de nacht" weerklinkt tot op heden. Nu eens stiller dan weer luider, maar het wordt nog steeds gezongen.

Een passend evangelie vinden bij deze gebeurtenis was niet zo eenvoudig. Met de werkgroep wisten we hoe de golven van de Atlantische Oceaan Lieve en Bernard hadden verzwolgen. Deze golven van die grote zee hadden het leven van twee jonge mensen kapot gemaakt.

Waren er woorden te vinden in dat grote levensboek die hier een stukje troost of sterkte konden geven. Ja! We kwamen bij de lezing van de storm op het meer. Tijdens die overtocht waarbij de storm opsteekt en de leerlingen dreigen te vergaan. In grote angst roepen ze hun meester wakker. Hij spreekt hen en de zee een woord van vertrouwen en rust toe.

Ook wij hadden toen het gevoel van die kleine leerlingen. De levenszee was in volle storm: zoveel vragen bij alles wat zich de laatste dagen had afgespeeld. Daarnaast de aanwezigheid van een grote twijfel. Waar bleef de Heer? Waarom trof ons dat? Waartoe dient nu dat geloof?

 

Na wat uitleg bij het evangelie zongen we onze verbondenheid met de noden van de grote wereld uit. De grote voorbeden van Huub Oosterhuis weerklonken in ons midden. Bij elk herhalen van het refrein groeide het geloof in die liefdevolle God: Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart die mij hebt gezien, eer ik werd geboren.

Mogen zingen dat Hij geen naam vergeet, dat de namen van alle mensen gegrift staan in de palm van zijn hand. Daarbij ook mogen smeken dat Hij geen tweede dood laat komen over de mensen. Met deze teksten en liederen mochten we ervaren dat we gedragen werden in ons groot verdriet.

 

 

Na een offerande die lange tijd duurde en waarbij zoveel aanwezigen een teken van medeleven aan de familie gaven, werd de altaartafel gedekt met brood en wijn. Deze gaven waarrond Lieve en Bernard zo dikwijls in Jonge Kerk samen hadden gevierd. Ook toen wisten we ons met hen verbonden: gebroken brood en gedeelde wijn.

Uit de reeks tafelgebeden kozen we "Gij die weet wat in mensen omgaat". Wanneer dit ongeval mensen treft, leven er zoveel gevoelens in zijn hart. "Gij die weet wat in mensen omgaat aan hoop en twijfel, drift, plezier, onzekerheid. Gij die ons denken peilt en ieder woord naar waarheid schat, en wat onzegbaar is onmiddellijk verstaat". Op zo’n moment vinden mensen weinig of geen woorden. De liedtekst zingt wat onzegbaar is.

Bovendien wanneer van het ene op het andere moment leven dood wordt, mensen uit ons midden letterlijk wegvallen, waar zijn ze dan naartoe? "En niemand valt, of hij valt in uw handen. En niemand leeft of hij leeft naar U toe". Als je deze tekst samen kunt zingen, blijf je ondanks het ondraaglijk verdriet rechtop staan.

Mogen zien dat de man van Nazareth ons in de dood is voorgegaan en geloven dat Gij, grote Gever van het leven Hem doorheen die dood haalde; zoiets is als een sprankeltje hoop midden de nacht van verdriet.

Doorheen de viering groeide de verbondenheid met elkaar. Bij het bidden van het Onze Vader werden wij allen één grote biddende gemeenschap. Alle aanwezigen gaven elkaar de hand en als één familie mochten we samen het gebed bidden dat Jezus ons leerde. Vanuit dit "verbonden-zijn-met-elkaar" gaven we daarop het teken van vrede door. Voor die vredeswens namen we voldoende tijd. Het deed deugd om elkaar zo tot steun te zijn.

Na de communie kwam een lievelingslied van Lieve. Voor haar verjaardag had ze de langspeelplaat "Dan zal ik leven" gekregen. Na het beluisteren van de plaat, genoot het titellied haar voorkeur. Vele keren had het lied thuis in de woonkamer weerklonken. Het gehele lied is één en al verrijzenisverhaal. Net zoals op die eerste morgen, komt ooit een nieuwe morgen waarbij het grote licht alles overwint. Ook dan zal iemand de mens tot leven roepen en dan zal die mens leven. Dit lievelingslied tekende Lieve. Zij had hier volop geleefd voor mensen en leeft volop verder.

Zo was het passend om zingend af te sluiten: Niemand leeft voor zichzelf alleen. Het laatste stukje weg liep van de kerk naar het kerkhof. Tijdens die tocht werd de kist gedragen en stapten de aanwezigen zingend verder: Wees gezegend Heer, gezegend zij uw naam. Wees gezegend Heer, Gij redt ons uit de dood.

Op het kerkhof kreeg Lieve haar laatste rustplaats. Haar grafzerk werd afgedekt met een mooie arduinsteen waarop geschreven staat: Lieve Verdonck – Dan zal ik leven.

 

Het zal in alle vroegte zijn

Als toen

De steen is weggerold

Ik ben uit de grond opgestaan

Mijn ogen kunnen het licht niet verdragen

Ik struikel niet

Ik spreek en versta mijzelf

Mensen komen mij tegemoet

Wij zijn in bekenden veranderd

De ochtendmist trekt op

Ik dacht een dorre vlakte te zien

Volle schoven ziek ik, lange halmen, aren

Waarin de korrel zwelt

Bomen omranden het bouwland

Heuvels golven de verte in

Bergopwaarts, en worden wolken

Daarachter

Kristal geworden verblindend

De zee die haar doden teruggaf

We overnachten in elkanders schaduw

Wij worden wakker van het eerste licht

Alsof iemand ons bij naam en toenaam heeft geroepen

Dan zal ik leven

Huub Oosterhuis

Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina