ZIEKENZALVING

 

1. Verwelkoming

Vanavond zijn wij samengekomen met iedereen. Allemaal zijn we reeds lange tijd intensief betrokken op het lijden, de pijn en de verzorging van opa. Heel lang hebben getwijfeld tussen hoop en wanhoop, vasthouden en loslaten. Elke stap hebben we als familie samen gezet. Vandaag komen we nog eens samen, deze keer om te bidden, te bidden om sterkte, troost en verzoening in deze moeilijke dagen.

Wat woorden niet kunnen zeggen doen we met tekens.

De tekens die het ritme van dit samenzijn zullen aangeven zijn een steen, water, een palmtak, een kaars en wat zalf.

2. De steen.

Stenen waar we onze tenen aan stoten, struikelstenen, altijd dezelfde stenen die we op onze weg ontmoeten, verstenen, hard, bros, altijd onvruchtbaar, stenen die we voor ons hart rollen, stenen die de weg naar de medemens onmogelijk maken, stenen die we ongevraagd meekregen in onze rugzak, stenen die onze handen kwetsen en onze rug breken.

Wanneer we een steen in water leggen is hij lichter en kan hij een stapsteen worden naar de andere of de Andere.

Ps. 130

Als we hopen op God, een goede Vader die zijn kinderen de tranen wist, kunnen we hem de stenen van ons leven toevertrouwen.

Uit de diepten roep ik U, Heer
Heer God hoort Gij mij
Open uw hart voor mij
Ik smeek U om genade
Als Gij zonden gaat tellen
houdt geen mens het uit.
Maar bij U is vergeving
en daarvan leven wij.
Ik wacht met heel mijn zijn
En hoop

‘Een engel daalde uit de hemel neer en kwam nader, hij wentelde de steen weg en ging daarop zitten.’

3. De palmtak.

‘ Na zeven dagen zond Noach een duif uit, een vogel die het liefst nestelt waar de mensen wonen. Maar nergens vond het dier van de vrede een hol voor zijn voet, de wateren bedekten nog gans de aarde. Noach stak zijn hand uit het venster en nam de duif weer veilig binnenboord.

Na weer zeven dagen liet Noach de vogel andermaal los. ’s Avonds kwam de duif terug, met een olijfblad in zijn snavel. De eerste groet uit het herwonnen paradijs. Belofte van een nieuwe tuin’

Water is geen milieu waar de mens zich thuis voelt, zijn vernielende kracht is onvoorspelbaar. Getemd water is echter de bron van al wat leeft op aarde.

Gezegend water blijft teken van leven, ten volle en ten einde.

Water zegenen, met de palmtak, opa en ons zegenen.

4. Vuur.

Vuur verzengt, verdort, verbrandt.

‘De engel van de Heer verscheen hem als een vuurvlam midden uit het braambos

Mozes keek toe, en zie, het braambos stond in brand en werd niet verteerd’

Vuur, getemd of gezegend, dat brandt maar niet verteert, als herkenbaar teken van aanwezigheid.

Deze kaars die we nu voor het eerst laten branden zal ons blijven vergezellen, blijven verwarmen in de tijd die voor ligt.

5. Zalving.

Gelovigen worden driemaal gezalfd, gedoopt, gevormd en bij ernstig ziek zijn. Bij begin van het leven en op het einde zalven we de zintuigen. De zintuigen zijn voor mensen de instrumenten waarmee ze contact nemen met hun omgeving, alle contact met de wereld en de medemensen verloopt langs de zintuigen, al het goede en kwade. Bij het doopsel wensen we de boreling toe dat hij via zijn zintuigen al het goede van de wereld mag ervaren, dat ze bron mogen zijn van vrede en goedheid voor hem en zijn medemensen. Na een vol leven zalven we opnieuw, verzoend en uit dankbaarheid.

Ogen: milde blik, pretoogjes, ogen die dankbaar waren wanneer ze tomatenplantjes zagen groeien,
ogen die gevoelig waren voor onrecht.

Oren: luisteren is een gave, muzikale oren die genoten van het muzikale talent van kinderen en
kleinkinderen.

Mond: zachte, troostende, sturende, milde woorden, een zoen, maar vooral je glimlach en je lach
waarmee je het langst bij ons was.

Handen: zachte strelende handen, delende handen

Voeten: steeds koos hij de weg van de eenvoud, trouw aan zijn gezin, de laatste dag van zijn volle
leven hielp hij een buur die zelf niet meer kon stappen.

Handoplegging.

Met onze handen hebben we nog altijd contact met opa, we voelen nog zijn levende nabijheid, hij is dankbaar voor elke aanraking.

Wanneer we met onze handen een tent maken boven opa dan weet hij zich door ons gedragen en weten wij ons gedragen door elkaar.

 

Ps 23

Mijn herder is de Heer Gij nodigt mij uit aan uw tafel

Mij zal het nooit aan iets ontbreken. En allen die tegen mij zijn

Moeten het aanzien dag Gij mij bedient,

Hij brengt mij in een oase van groen Dat Gij mij zalft, mijn huid en mijn haren,

Daar strek ik mij uit aan de rand van het water, Dat Gij mijn beker vult tot de rand.

Daar is het goed rusten.

Ik kom weer tot leven, dan trekken we verder, Overal komen geluk en genade

Vertrouwde wegen, Hij voor mij uit, Mij tegemoet, mijn leven lang.

Want God is zijn naam. En altijd kom ik terug in het huis

Van de Heer tot in lengte van dagen

Al moet ik het duister door van de dood

Ik ben niet angstig, U bent toch bij me,

Onder uw hoede durf ik het aan

Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina