PASEN VIEREN IN JONGE KERK

 

In het beginjaren koos Jonge Kerk er bewust voor geen vieringen te houden op de kerkelijke hoogdagen. Het werd gezien als een kans om de contacten met de eigen parochie levendig te houden. Bovendien verzorgen de meeste parochies deze vieringen ook heel goed. Het viel ons echter op dat er in geen enkele Roeselaarse parochie een Paaswake doorging. In 1980 besloot Jonge Kerk dan maar zelf het initiatief te nemen. Dat dit een goede keuze was, blijkt uit het feit dat ondertussen alle parochies op paaszaterdag afgestapt zijn van het gewone ritme van de weekendvieringen en zich beperken tot een Paaswake in de avond. Deze overgang werd bevorderd door een beleidslijn hierover van het bisdom.

Toen Jonge Kerk in 1980 de keuze maakte, leek dit een zware gok. Een viering om 21 uur, bij het invallen van de duisternis: wie zou daar op afkomen? Wie zou opblijven tot laat in de avond voor een tijdnemende liturgie met een veelheid aan liederen, bijbelse verhalen en symbolen? Het lukte en de Paaswake groeide uit tot het jaarlijkse hoogtepunt in Jonge Kerk. Zo hoort het ook, want het feest van de verrijzenis is het belangrijkste gebeuren in de christelijke heilsgeschiedenis.

De inhoud en de vormgeving van de Paaswake wisselen van jaar tot jaar. Toch zijn er enkele grote lijnen die we iedere keer zien terugkomen.

  1. In de Paaswake vieren wij hoe God ervoor instaat dat het leven het haalt op de dood. Om ons die confrontatie tussen dood en leven heel scherp te kunnen voorstellen, begint het paaszaterdag om 18 uur op het Duits Soldatenkerkhof te Hooglede. Daar is de dood voelbaar en uitermate zinloos aanwezig. De dodenwake op het kerkhof bestaat uit een kort gemeenschappelijk openings- en slotmoment. Tussendoor is er ruim tijd om in stilte en op zijn eentje tussen de graven te wandelen. Slechts wie weet heeft van de dood, kan de vreugde van het leven ten volle smaken.
  2. De Paaswake zelf begint rond een groot vuur in de buitenlucht. Op het vuur worden plankjes gegooid, waarop allerhande doodssituaties geschreven staan. Deze kunnen zowel in de persoonlijke (vb. de naam van een geliefde dode) als in de maatschappelijke (vb. de naam van een land in oorlog) sfeer liggen. Wie dit wil, kan ook zelf zijn plankje op het vuur gooien en zijn persoonlijke intentie uitspreken. Aan dit oplaaiend vuur wordt de Paaskaars ontstoken: de verrezen Heer Jezus neemt al deze doodssituaties in zich op. Daarna wordt het Paaslicht onder alle mensen verdeeld en dit verspreide licht wordt in processie naar binnen gedragen en daar rondom de paaskaars samen gezet.
  3. De woorddienst begint met twee of drie oudtestamentische verhalen. Deze worden op heel uiteenlopende manieren aangebracht. Enkele voorbeelden: een aantal dia’s kunnen een tekst tot leven brengen, een videomontage kan het voorlezen van de tekst vervangen, er wordt altijd minstens één verhaal door de aanwezige kinderen uitgebeeld, het Hooglied klinkt heel anders als het wordt voorgelezen door een verliefd koppel, … Veel oudtestamentische teksten komen goed tot hun recht in de Paasviering. Een greep uit de teksten: eerste en tweede scheppingsverhaal, de ark van Noach, Abraham moet Isaak offeren (Genesis), de roeping van Mozes, de uittocht uit Egypte (Exodus), het jobeljaar (Deuteronomium) de wijngaard van Nabot (1Koningen), het vredesvisioen van Jesaja, het visioen van de dode beenderen (Ezechiël), het verhaal van Jona, Daniël in de vuuroven, Daniël in de leeuwenkuil, het Hooglied, De laatste lezing van de woorddienst is natuurlijk altijd het Paasevangelie, soms gezongen dat gevolgd wordt door een feestelijke alleluja.
  4. De gekozen teksten, liederen en symbolen moeten zo voor zichzelf spreken, dat een homilie overbodig is. Het Paasgebeuren moet in de Paaswake niet uitgelegd worden, maar ervaren. Wel kunnen er enkele bindteksten gezegd worden tussen het gebeuren van de woorddienst door, maar er wordt nooit gepreekt.
  5. Ook het water heeft – naast het licht – een bijzondere plaats in het Paasgebeuren. De wijding van het water en de vernieuwing van de doopbeloften plaatsen de sacramenten van doop en vormsel levendig in ons midden. In de Jonge Kerk van de eerste eeuwen was het de gewoonte de nieuwe gelovigen tijdens de Paaswake door het doopsel in de gemeenschap op te nemen. Ook in Jonge Kerk werd reeds enkele keren een mens gedoopt tijdens de Paaswake. De jongeren die zich voorbereiden op het vormsel krijgen ieder jaar een belangrijkste plaats in deze viering. Zij worden uitdrukkelijk betrokken bij de vernieuwing van de doopbeloften. Meestal stellen zij – op één of andere manier – de geloofsvragen aan de aanwezigen. Zij richten tot allen de vraag: wij willen in ons vormsel onze doopbeloften hernieuwen, willen jullie dat ook en willen jullie ons daarin voorgaan? In de Paaswake 2000 zegenden zij samen met de voorganger het doopwater. Bij de communie deelden zij het brood uit en reikten zij de beker aan.
  6. De Paaswake wordt voorgegaan door meerdere voorgangers: één of enkele priesters, één of enkele lekenvoorgangers, soms ook mensen die actief bij de voorbereiding van de viering betrokken waren. Zo wordt uitgedrukt dat wij als gemeenschap voor God staan.
  7. Broederlijk Delen krijgt een prominente plaats in het gebeuren. De verrijzenis moet zich ook vertalen in onze solidariteit. Er is een omhaling en deze wordt steeds inhoudelijk geduid. Ook met de vormgeving durven we wel eens spelen: soms in het een gewone geldinzameling, soms brengt iedereen individueel zijn gave naar voren, in 1999 werden symbolische munten – afro’s – verkocht, …
  8. De Paaswake is een feest en dat moet blijken uit de tafeldienst. De aanvankelijk volledig lege tafel wordt feestelijk versierd, aan de offergaven wordt extra-aandacht gegeven, alle aanwezigen worden deelgenoot van brood én wijn.
  9. Ook in de Paaswake kiest Jonge Kerk bewust voor vrije voorbeden na de communie. Vanuit het doorleefde gebeuren borrelen er heel veel bedes op in het hart van de meevierenden.
  10. Na de viering is er een feestelijke receptie met (h)eerlijke wijn en vruchtensap uit de Wereldwinkel en met hapjes die door liefdevolle handen in de loop van de namiddag zijn klaargemaakt.

De Paaswake is onbetwistbaar het belangrijkste liturgische gebeuren in Jonge Kerk. In deze viering wordt immers duidelijker dan ooit verhaald waarom wij elke week samenkomen met elkaar en met de verrezen Christus in ons midden.

Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina