VERGIFFENIS AAN DE BOETVAARDIGE ZONDARES.

 

Commentaar bij Lucas 7, 36-50

‘Zij ging schreiend achter Hem bij Zijn voeten staan’

Opnieuw is dit een verhaal van het contrast tussen het optreden van Christus en het geldend maatschappelijk fatsoen. Het is een bekende zondares die het huis van de farizeeŽr binnensluipt om Jezus te ontmoeten. De dramatiek van het verhaal heeft vanaf de start een bijna erotische geladenheid. Het gaat om een vrouw, een zondares, die nu nog Zijn voeten gaat natmaken met haar tranen, drogen met haar haren, masseren met balsem en ze blijft kussen. Ik kan mij nauwelijks grotere overgave voorstellen. Men neemt dan ook aanstoot aan zoveel publieke intimiteit. Zich laten aanraken door een zondares zou besmettelijk kunnen zijn.

Welke zouden de verwachtingen geweest zijn van deze vrouw? Waarom wilde zij deze vreemde man zo intiem aanraken? Wat verwachtte ze van Hem?

Waarom had Simon Hem uitgenodigd? Uit interesse, geboeid, intellectuele nieuwsgierigheid? De teksten laten echter nooit toe in de ziel te kijken van de belangrijkste actoren. Simon staat er in elk geval als vertegenwoordiger van het maatschappelijk fatsoen, de gevestigde maatschappelijke orde. Hij staat dus het dichts bij mij als lezer.

Wat drijft die vrouw? Onmacht, onvrede, de ervaring dat haar leven onherroepelijk verloren is. Misschien vanuit het besef dat het kwaad dat ze zichzelf en anderen heeft aangedaan onherstelbaar is? Precies die ervaring van onherstelbaarheid ontneemt haar elk motief tot verandering. Mensen die gevangen zitten in een vicieuze cirkel van aangedaan of gedaan kwaad kunnen of durven door verlies aan zelfwaardering geen stap naar ander en nieuw leven meer zetten. Ieder heeft zeker ooit ervaren hoe vroegere echte of vermeende fouten hem/haar blijven achtervolgen. Als demonen teisteren ze onze geest. Het zijn spoken die ons beletten te doen wat we willen doen. Ze beweren dat we getekend door schuld beter onze mond zouden houden en stil, verlamd en beschaamd blijven zitten.

Ik ben zo zondig dat niets of niemand mij nog kan of wil helpen om hieruit te stappen. Misschien had ze iets gehoord van die Jezus. Een rabbi die at met zondaars en tollenaars, die blinden en zieken aanraakte om ze te genezen. De man die vertelde dat voor God meer mogelijk was dan mensen voor mogelijk houden. Kan men zich dat voorstellen? Een God die ons kan vrij maken van het verleden. Een God die uit liefde zonden kan en wil vergeven en zo de geschiedenis van de mensen kan herschikken.

Is het met deze verwachting dat ze naar Jezus is toe gestapt? Welke angsten heeft ze onderweg en in de dagen daarvoor doorstaan, Zou Hij haar afwijzen? Zou ook Hij haar bestempelen als een publieke zondares en haar wegsturen. Dit risico durfde ze blijkbaar nemen. De publieke afwijzing door Jezus, het vrijwel ultieme vonnis, aan jou is geen genade meer besteed, dit risico heeft ze genomen.

Zij vraagt niets, zegt niets. Jezus vraagt niets, zegt niets. Jezus stuurt haar niet weg en laat haar liefkozingen over Hem heen komen. Wanneer de omstaanders aanstoot nemen aan Zijn en haar gedrag verdedigt Hij zich met de gelijkenis van de schuldeisers.

Dit is een verhaal over de liefde van God en hoe die liefde werkt of kan werken bij mensen. Als je weet dat enkel Gods liefde het onvergeeflijke kwaad kan herstellen dan is om vergeving vragen, vragen om de liefde Gods. Het is overgave en gave. Het is zich toevertrouwen aan de barmhartigheid en de liefde van God. Je moet het ook kunnen, je moet die mogelijkheid ook in je leven toelaten. Misschien steekt hier het mysterieuze van de bekering. Die vrouw die blijkbaar goed wist hoe men haar bekeek, heeft een albasten kruikje balsem gekocht en is angstig, bedroefd en beschaamd naar Hem toegestapt. Ze heeft niets gevraagd of gezegd maar zich aan Hem toevertrouwd. Hier is bekering gebeurd. Ze heeft wellicht tegen beter weten in het risico genomen te geloven in een andere realiteit. Is dit het mysterie van de bekering? Het is toelaten dat Gods wetsorde bestaat en anders is dan die van de mens. Mensen kunnen niet alle kwaad vergeven. Mensen kunnen met hun eigen domheid, agressie, kwaadheid of schuld niet of nauwelijks leven. God echter kan dit wel. Bekering is dit durven erkennen toelaten in je leven. Het is een proces van omkering en erkenning van het bestaan van de ondoorgrondelijke goedheid van God.

Het is gave te durven toegeven dat er, hoe onherkenbaar ook, een algoede God is. Dat wij gasten zijn in Zijn wereld en Hij ons zijn Zoon geschonken heeft als getuige van Zijn liefde voor de mensen. Voor God kan geen mens verloren gaan.

Overgave is dan de volgende stap. Dit is zoals de vrouw haar hoofd aan zijn voeten legt, als een verschoppeling, zich onvoorwaardelijk overgeven aan Zijn liefde voor de mensen. Dit is geen bekentenis van zonde, dit heeft daar zelfs niets mee te maken. In de rechtsorde van de mensen is ze een zondares, een stuk vuil, iemand die besmet is, een onaanraakbare. Door zich toe te vertrouwen aan de rechtsorde van God is herstel, vergeving en genezing mogelijk.

‘Uw geloof heeft u gered’ Zij durfde zich toevertrouwen aan de rechtsorde van God, dit was haar bekering en geloof. Door haar geloof kan ze nu ‘gaan in vrede’ en voluit leven als mens met en voor de mensen.

Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina