LAZARUS EN DE RIJKE

 

Commentaar bij Lucas 16,8-30

Vermoedelijk is dit één van de meest mythische teksten van het evangelie. Het is een tekst die ons vanaf onze zeer vroege kinderjaren keer op keer opnieuw werd verteld. Wie te vaak feest vierde, kwam steevast in de hel terecht. De arme daarentegen kreeg zijn hel op aarde. Maar vergeleken met een eeuwigheid in de schoot van Abraham was dit geen prijs. Je leerde ook dat wanneer je de arme de kruimels van je tafel niet weigert, je als rijke misschien nog de hemel binnenraakt. Op zijn manier was dit verhaal een van de zovele moraliserende fabels die de gelovige tot boven de wolken moeten helpen tillen.

Probeer je voor te stellen dat je dit verhaal moet vertellen aan een groep echte armen. Mensen zonder enig perspectief, die nauwelijks overleven en in alles afhankelijk zijn van kruimels. Bestaansminimumtrekkers, mensen die voedselpakketten krijgen van de voedselbank, vluchtelingen, ouderloze kinderen, vluchtelingen zonder papieren, AIDS patiënten in Afrika, die ganse rits godvergeten, hongerende en zwerende mensen. Zou je nog durven?

Als dit enkel een verhaal over hemel en hel was, zou je het best zwijgen. Als je het verhaal doorleest tot het einde onstaat er toch perspectief voor iedereen.

De kernzin van dit verhaal is: ‘Zij hebben Mozes en de profeten, laat ze naar hen luisteren’.

De rijke hoopt dat een goddelijke boodschapper kan worden uitgestuurd om te voorkomen dat zijn broers dezelfde weg opgaan. Zoals de kloof tussen hemel en hel onoverbrugbaar is zo is ook de kloof tussen hemel en aarde onoverbrugbaar. Toch is er een band: de wet zoals hij aan Mozes werd geopenbaard en de getuigenissen van de profeten. Als men recht doet aan de rechtsorde van God dan zijn er geen rijken en geen armen. Rijkdom komt tot stand door geweld en roofbouw op de medemens en op moeder aarde. De rijke noch de arme hebben een menswaardig zijn binnen een dergelijke gewelddadige structuur. Het is de wet die toegang verschaft tot de hemel, maar die de hemel ook op aarde vorm geeft. Dit is dus geen verhaal om armen te troosten door hen de hemelse gelukzaligheid voor te houden of rijken terecht te wijzen door te dreigen met hellebrand. Dit is een verhaal over de relatie tussen God en de wereld.

Het is boeiend deze tekst te confronteren met de afscheidsrede van Jozua: ‘Hou je dus krachtdadig aan de wet, wijk daar niet vanaf, naar rechts niet en naar links niet’. Dit testament is merkwaardig omdat het bestaan van een volk niet afhankelijk wordt gemaakt van een stuk land, een mythe, een vlag of een koningshuis. Het volk zal blijven bestaan wanneer het de wet van God blijft vormgeven. God liefhebben is zijn wet onderhouden. Op die manier sticht je een zorgzame samenleving die alles overleeft.

Toen God zijn volk bevrijdde uit Egypte, was dit een uittocht uit een wereld van hiernamaalsverwachtingen en hemelspeculaties. In de plaats daarvan kwam een aardse opdracht; de schepping bewaren en behoeden, een stad stichten, gerechtigheid doen van mens tot mens, niets meer en niets minder.

Onvoorstelbare God, God die nu is, die met ons leeft, optrekt, in vragen en twijfel, in niet zien en toch, in vlagen van donker en licht, help ons hopen dat Je er bent, zo dichtbij of ver weg als mensen voor elkaar dichtbij of ver weg kunnen zijn.

Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina