AFSCHEIDSREDE

 

Commentaar bij Joh. 17, 14-26.

Inleiding.

Het Johannes evangelie bestaat uit 21 hoofdstukken waarvan het laatste meer dan vermoedelijk achteraf werd toegevoegd. Dit laatste hoofdstuk gaat om het funderen van het gezag van Petrus.

In zijn evangelietekst maakt Johannes drie keer melding van het paasfeest. Een eerste keer vertelt men erover ter gelegenheid van de bruiloft te Kana, het eerste publiekelijke optreden van Jezus met het (uit)delen van wijn. Een tweede keer ter gelegenheid van de broodvermenigvuldiging, (uit)delen van brood om de honger van de massa te stillen. Nu viert hij het derde paasfeest samen met zijn leerlingen. Voor hem is het een laatste feestmaaltijd zijn, een ultieme openbaring en een voorlopig afscheid van zijn leerlingen.

De beschrijving van dit ultieme samenzijn begint in hoofdstuk 13. Johannes besteedt ruim ťťn derde van zijn evangelie aan de beschrijving van de laatste week uit het leven van Jezus.

De voetwassing is de enige dramatische handeling. Daarnaast lees je een hele lange redevoering, een afscheidsrede die geschreven is in een zeer cryptische moeilijk toegankelijke taal met schijnbaar heel veel herhalingen.

Als leefgroep hadden we de opdracht een viering voor te bereiden rond deze tekst. Met veel moeite, onder begeleiding van een tekst van Naastepad (Nederlands dominee), hebben we de laatste twaalf verzen van het 17e hoofdstuk doorploegd. Regel na regel zoals je vroeger in de humaniora een Griekse of Latijnse tekst poogde toegankelijk te krijgen.

 

Ik heb hun uw woord gegeven, de wereld heeft hen gehaat.

Volgens Johannes is de wereld van de mensen doof voor het woord van God, Mozes en de profeten. De wereld heeft geen oor voor de boodschap dat de aarde en de mensen enkel bestaansrecht hebben in het perspectief van God. De aarde is van God en niet van de mensen.

Opdat zij niet van/uit de wereld zijn

Zoals ik niet van/uit de wereld ben.

Het is in het perspectief van zijn 'verheerlijking', zijn executie, zijn terugkeer naar de Vader dat dit contrast kan worden verstaan. Niet van de wereld zijn kan dus begrepen worden als zich niet verzoend hebben met de bestaande toestanden binnen de wereld en de bestaande menselijke verhoudingen tussen de wereldburgers. Men wordt niet zomaar geassimileerd door de wereld. Want die wereld wordt geregeerd door een andere rechtsorde dan de wetten van God. De wereld wordt geregeerd door het recht van de sterkste, recht dat de enen uitsluit en de anderen op de troon plaatst. Het is een wereld die iedere keer opnieuw meegesleurd raakt in nieuwe spiralen van geweld met iedere keer opnieuw honderd, duizend, honderdduizend, miljoenen doden tot gevolg.

Dit is niet de wereld van Jezus en zijn leerlingen. Hun wereld is de wereld van God, Abraham, Mozes en de profeten. De wereld die God zozeer heeft liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven opdat geen mens verloren zou gaan maar eeuwig zou leven.

Zijn wij van de wereld? Is ontwikkelingsbelasting betalen van de wereld? Belasting ontduiken (ontwijken) is van de wereld. Is de zaterdagavond doorbrengen in Jonge Kerk van de wereld? Is het van de wereld zich te bekommeren om Afrika, de zieken, de verliezers, de werklozen, het hele zootje uitgestotenen? Misschien zullen ook wij in de nek gekeken worden wanneer we ons leven oriŽnteren naar die 'andere realiteit'.

 

Bewaar hen van de boze.

Het isolement, de ballingschap maakt mensen kwetsbaar. De bijbel brengt telkens opnieuw verhalen over deze menselijke kwetsbaarheid; Mozes’ moord op een Egyptenaar, de aanbidding van het gouden kalf, de moord op Nabot, het overspel van David, het verraad van Petrus.

Zich plaatsen in de wereld van God, in de door God gewilde rechtsorde is geen levensverzekering tegen de verleiding door het kwade. De verleiding, de boze, de afvallige, de zonde is een minstens even grote realiteit als deze van het goede, de verzoening, de troost, de verdraagzaamheid, de rechtvaardigheid, de vergeving, de liefde.

In de relatie tussen man en vrouw is ontrouw in de betekenis van niet kiezen voor de menswording van de andere van de wereld. Trouw, elkaar binnen de relatie helpen groeien in menswording, is een geschenk behorend tot de wereld van God.

 

Heilig hen in de waarheid: het woord dat het uwe is dat is de waarheid, zoals gij mij in de wereld gezonden hebt heb ik ook hen in de wereld gezonden.

De heiligheid van een gemeente, het recht om in de wereld gezonden te worden ligt in haar betrouwbaarheid, integriteit en de oprechte interesse ‘ertussen zijn’ in alles en allen.

De moeilijkheid bij verder lezen van de tekst ligt bij het steeds opnieuw herhalen van zinsneden die de verbondenheid benadrukken tussen God, zijn Zoon, de apostelen en met hen alle gelovigen. De tekst is als een concerto waarin hetzelfde thema telkens opnieuw wordt gevariŽerd. Telkens opnieuw wordt het herhaald in steeds nieuw wendingen van de taal maar telkens met dezelfde boodschap.

Het gaat om de boodschap van Gods partijdigheid, de liefde voor Zijn aarde, de liefde voor Zijn mensen. 'Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven opdat al wie in Hem gelooft niet zal verloren gaan maar eeuwig zal leven' (Joh. 3,16).

 

Ik heb hun Mijn Naam bekend gemaakt.

In dit laatste vers dat deze zeer lange toespraak afsluit, daarna volgt het verraad en de passie, bekrachtigt Jezus het thema nogmaals door te zeggen; Mijn naam is Zoon van God, de gerechtigde Vader, de beschermer van Zijn rechtsorde. Ik, Jezus, ben erfgenaam, bemiddelaar van Zijn liefde voor de aarde en de mensen. In de erkenning van deze ordening (de aarde is van God) worden ze deelgenoot van de liefde van God voor Zijn Zoon.

Waar Gods ordening niet wordt erkend ontstaat chaos, heerst niet Gods gerechtigheid maar het recht van de sterkste. Het recht dat mensen zich toe-eigenen om andere mensen te herleiden tot slaven, gebruiksvoorwerpen, kanonnenvoer, wegwerpmateriaal, het recht om de aarde voor eigen profijt leeg te roven.

 

En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die Gij Mij hebt gegeven.

Het woord 'heerlijkheid' wordt in deze slotrede telkens opnieuw herhaald. Het kan uiteindelijk begrepen worden in het perspectief van de naderende passie maar ook in het perspectief van de naderende verrijzenis.

Af gaan wordt opstaan, dood wordt verheerlijking. Maar de woordkeuze is ook uitdrukking van Gods partijdigheid. Hier spreekt een ter dood veroordeelde, een onschuldig slachtoffer, iemand die door de gevestigde orde als onwaardig beschouwd wordt om nog langer deel uit te maken van de samenleving. Hij spreekt tot GalileeŽrs, vissers, opgegroeid ver van de tempel van Jeruzalem. Het eerst openbaarde hij zich aan onreine herders, hij deelde de tafel met tollenaars, hij liet zich de voeten wassen door een hoer. Waarin bestaat dan die heerlijkheid? Bestaat de heerlijkheid erin de positie te delen van allen die door 'de wereld' veracht worden? Is Jezus de wereld ingezonden om 'de wereld' te laten weten dat Gods partijdige liefde uitgaat naar dit uitschot, naar de verworpenen der aarde, naar de onschuldige slachtoffers, de slaven van Egypte en in hen alle slaven overal ter wereld? Heel bizar rond het kruis, bij het schavot is God het dichtst bij Zijn erfgenamen, bij Zijn kinderen. God hoort het schreeuwen van zijn kinderen en doet er wat aan, Hij laat hen niet verloren gaan maar maakt Hen deelachtig aan Zijn heerlijkheid, of aansluitend op de paastijd: hij neemt hen op binnen de geheimen van de tuin.

Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina