DE BARMHARTIGE SAMARITAAN

 

Commentaar bij Lucas 10, 25-37

Jezus is in een theologische discussie verwikkeld met de schriftgeleerden over de vraag ‘Wat moet je doen om het eeuwige leven te verwerven?’. Jezus beantwoordt die vraag zeer geleerd door te verwijzen naar enkele belangrijke uitspraken uit het oude testament. Zoals bij de meeste twistgesprekken tussen geleerden komt men uit op een nieuwe vraag: ‘ wie is dan mijn naaste? ’ Niemand vindt onmiddellijk een antwoord en een parabel kan misschien voor een oplossing zorgen.

Er was eens een man die afdaalde van Jeruzalem naar Jericho. Dit zou het verhaal kunnen zijn van een man die de verkeerde kant uitgaat. De uittocht, de weg uit het slavenhuis vertrekt vanuit Egypte langs Jericho naar Jeruzalem.. Wie de andere kant opgaat, zit fout. De man wordt, hoe kan het anders, door rovers overvallen die hem voor halfdood laten liggen.

Eerst komt er een leviet langs, daarna een tempeldienaar. Beiden gaan in een wijde boog om de halfdode man heen. Stekeblind, alsof ze hem niet zien liggen. Zij zitten immers op het juiste spoor, hun weg gaat richting Jeruzalem, waar zij dienst hebben in de tempel. Zij stappen in de voetsporen van David en Salomon. In aanraking komen met het lijf van een stervende zou hen ‘onrein’ of ongeschikt maken voor deze tempeldienst.

Kun je, mag je, enkel leven voor jezelf? Ik leef en mijn overleven hoef ik niet te verantwoorden, aan niets en niemand. Ik ben enkel verantwoording verschuldigd aan mezelf. De Tempeldienst kan mensen blind maken. Zo word je een imperiumbouwer. Je bouwt tempels voor je eigen goden. Het zal je een zorg wezen of dit imperium gebouwd wordt ten koste van lijken, armoede, vereenzaming, emotionele verschraling, het verschil tussen goed en kwaad niet langer zien, of roofbouw plegen op moeder aarde.

En dan komt daar een Samaritaan voorbij, een religieus ontspoorde Jood, een religieuze en sociale marginaal. En in de oorspronkelijke tekst staat, dat het lijden van de man hem greep in zijn ingewanden. De confrontatie met de ellende van de medemens is een lijfelijk gebeuren. Het pakt je in de buik, het snoert je de keel, het snijdt je de adem af. Wat volgt kan enkel beschreven worden met werkwoorden. Hij wast hem, verzorgt zijn wonden, zalft hem, tilt hem op zijn ezel, betaalt voor zijn verblijf in de herberg.

Solidariteit, naastenliefde, het bewaren en herstellen van de menswaardigheid gebeurt. Dit is handwerk, dit is lijfelijk.

Bestaat God, is er een hemel, is er leven na de dood? Dit zijn foute vragen, waar je een leven over suft. God bestaat niet, God gebeurt. God krijgt geen vorm door naar de hemel te turen. Hij krijgt wel een gezicht wanneer onze ogen de blik kruisen van de medemens. God krijgt vorm waar de levensweg van mensen onbestemd wordt, vertraagt om de schepping te bewaren en te behoeden, om recht te doen, om naakten te kleden, om de vreemdeling onderdak te bieden, om voor de weduwe te zorgen, om de zieke en gekwetste medemens te troosten en te verzorgen, om de doden te begraven.

God gebeurt. Hij is, waar wij naaste worden, door barmhartig te zijn voor de medemens.

Terug naar inhoudstafel - Vorige pagina - Volgende pagina