Het konijn

    

Huisvesting

Kooien, eet- en drinkbakjes moeten gemaakt zijn uit niet-giftig materiaal en bestand zijn tegen knagen.  Meestal gebruikt men kooien die volledig of deels gemaakt zijn van plastic met of zonder tralies.  Houten kooien kunnen gebruikt worden, maar zijn eerder moeilijk proper te houden.  De afmetingen van de kooien hangen af van het te houden ras.  Meestal worden konijnen gehouden op strooisel.  Een voldoende dikke laag neemt goed de urine op.

Indien de dieren te lang gehouden worden op een eerder klein oppervlak kunnen verveling, te veel eten (met overgewicht  tot gevolg), gebrek aan beweging of spijsverteringsproblemen optreden.  Dit kan tegengegaan worden door de dieren een grote kooi te geven (eventueel met verschillende verdiepingen), hooi te voorzien, te zorgen voor een kooigenoot of speelgoed.  Het konijn kan eventueel vrij rondlopen in huis, maar in dit geval moeten wel de nodige voorzorgen worden genomen.

Eerst en vooral moet er voor gezorgd worden dat de dieren niet aan elektrische leidingen kunnen knagen.  Dit kan gebeuren door  de leidingen te omhullen met hard en stevig plastic of deze leidingen of stopcontacten te verschuilen achter meubels zodat de dieren er niet bij kunnen.

Planten moeten uit de buurt van de dieren worden gehouden.  Let er ook op dat de dieren niet beginnen te knagen aan synthetische stoffen zoals bijvoorbeeld tapijt omdat deze zaken het spijsverteringsstelsel kunnen blokkeren.  Dit kan u vermijden door het dier “natuurlijke materialen” te geven om aan te kangen zoals hooi, hout of strooien matten.

Voeding en drank

U kunt de dieren voederen met een commerciële korrelvoeding voor konijnen (met een hoog gehalte aan vezels).  Dagelijks moeten ook hooi en verse groenten worden gegeven.   Hooi vermindert het risico van spijsverteringstoornissen en voorkomt de vorming van haarballen in de maag.  Bij dieren die binnenshuis worden gehouden, is het beter om het gehalte aan korrels wat te beperken en wat extra groenten en hooi te voorzien om te vermijden dat de dieren te zwaar zouden worden.  Het is beter van verschillende groenten kleine hoeveelheden te geven dan van één groente een hoop.

Een regelmatige voeding is van groot belang, aangezien het maagdarmkanaal van konijnen doorlopend is gevuld en onderbrekingen in de voedselstroom de darmflora verstoren.

Drinkwater kan worden gegeven met omgekeerde flessen met een speen of stenen drinkbakjes.  Vers water moet altijd beschikbaar zijn.

Hanteren

Konijnen moeten rustig worden benaderd.  U kunt het beste beginnen met de dieren te aaien over de kop.  Vermijd uw handen aan te bieden aan het konijn zoals u zou doen bij een hond of kat omdat dit een aanval kan uitlokken.

Een konijn dat nog niet handtam is kunt u oppakken bij het losse rugvel (nooit bij de oren !!) waarbij u de achterpoten ondersteunt.  Om het dier enkele meters te verplaatsen, wordt het gewoon horizontaal  op de tegen het lichaam gehouden onderarm geplaatst en tegen het lichaam gedrukt.  De kop van het dier wordt hierbij tegen de elleboogplooi gehouden.

Een handtam konijn kan opgetild worden door de rechterhand te plaatsen langs de rechterzijde van het dier, en vervolgens de rechterhand te plaatsen onder de borst van het dier.  Dan kunt u met de linkerhand de achterhand ondersteunen wanneer u het dier gaat optillen.  Denk eraan het dier altijd dicht tegen het lichaam te houden wat het diertje een veilig gevoel geeft.

Kleintjes op komst

Een konijn wordt geslachtsrijp tussen 4 en 12 maanden, afhankelijk van het ras.  Kleine rassen zijn sneller rijp dan grote.  De ram (mannelijk konijn) is één maand later geslachtsrijp dan de voedster (vrouwelijk konijn).

De dracht bij het konijn duurt 30-31 dagen.  Enkele dagen voor het werpen krijgt de voedster beter een nestbakje met zaagsel, stro of houtkrullen.  De voedster trekt dan wol uit de borst- en buikstreek en vermengt dit met het aangeboden nestmateriaal.  De jongen worden blind en kaal geboren, verlaten na 18 tot 21 dagen het nest om vast voeder en drinkwater op te nemen en kunnen van de moeder worden weggenomen vanaf de leeftijd van 4 tot 5 weken.

Ziekte en gezondheid

Denk eraan de dieren in een tochtvrije omgeving te houden en plotse temperatuurschommelingen te vermijden.   Zorg er ook altijd voor dat de dieren dagelijks hooi en groenvoer krijgen.  Konijnen zijn heel gevoelig aan storingen van het spijsverteringstelsel en als de dieren minder of niet  meer  willen eten moet hier direct de nodige aandacht aan besteed worden.

Indien u merkt dat uw dier niet meer wil eten of drinken, vermagert, ademhalingsproblemen of bewegingsstoornissen vertoont, zijn/haar vacht niet meer in conditie is of indien u andere abnormale zaken opmerkt, kunt u beter bij uw dierenarts langs gaan.

Nog een aantal wetenswaardigheden...

*konijnen leven gemiddeld 5 tot 6 jaar

*het konijn onderscheidt zich van andere zoogdieren door het verschijnsel van de zogenaamde caecotrofie.   Dit is een mooi woord voor het feit dat de dieren regelmatig hun eigen uitwerpselen opeten.  Dit is een volkomen normaal gedrag.  Deze uitwerpselen (aangeduid als caecotrofen) worden onmiddellijk bij het verlaten van de anus door het konijn opgenomen en zijn een belangrijke bron van eiwitten en vitaminen.

*konijnentanden blijven altijd maar doorgroeien.  Indien de tanden verkeerd ingeplant staan (door erfelijke factoren, een val)) waardoor ze niet meer op elkaar passen, kunnen de bovenste tanden in een korte boog naar achteren groeien en de onderste in een wijde boog naar voren.  Daardoor kunnen de dieren onvoldoende voedsel opnemen en vermageren door ondervoeding.  De dierenarts moet in dit geval de tanden maandelijks bijknippen.

Met dan aan RU Merelbeke, dienst Pluimvee

terug