Hoe een egel correct opvangen

     

Maar al te vaak worden egels gevonden en opgepakt door een goedbedoelende voorbijganger. Helaas is de kennis over de voeding en verzorging van een egel erg gebrekkig en veel egels sterven aldus onnodig. Daarom enkele tips in verband met de opvang van egels.

Het correct verzorgen van egels is niet zo gemakkelijk, daarom is het altijd aan te raden de gevonden egel naar een egelopvangcentrum te brengen. Deze centra zijn helaas niet dik bezaaid - en denk eraan dat niet elke gewone dierenbescherming kennis heeft over egels!

Neem ook niet zomaar elke egel op: enkel gewonde en/of duidelijk zieke egels hebben hulp nodig.

Gezonde egels die op een gevaarlijke plaats terecht gekomen zijn (een straat, op open plek op klaarlichte dag, etc...) moeten in principe terug gezet worden op een geschikte plek.

Zo’n geschikte plek is niet zomaar een wei, een park, of iets dergelijks, maar moet deskundig uitgezocht worden. Vraag advies bij een egelopvangcentrum.

Een zieke of gewonde egel koelt zeer snel af, wat dodelijk kan zijn. Het eerste dat u moet doen is zo’n dier in een kartonnen doos leggen met hoge wanden en flink wat krantenpapier als onderlaag. Naast het dier legt u een warmwaterkruik of een fles gevuld met warm water. De doos wordt dan gesloten (gaatjes in het deksel maken!). Ideaal is natuurlijk een elektrisch warmtekussen of een rode warmte-lamp om de warmte te regelen voor de egel.

Wat de voeding betreft: hier wordt ook vaak tegen gezondigd. Het eerste wat de vinder doet is de egel melk geven: hierop reageert het diertje met flinke diarree wat het zieke dier nog meer verzwakt. Als drinken is enkel zuiver water geschikt.

In de vrije natuur bestaat het dieet van een egel voornamelijk uit insecten. De voeding die de samenstelling van zo’n dieet het best benadert is kattenvoer: zowel droge brokjes, als blikvoer voldoen uitstekend als basisvoer. Als extraatjes worden verstrekt: stukjes fruit (niet te veel bananen: deze maken de egel dik, en niet te veel druiven: deze geven diarree), stukjes tomaat en wat universeel voer (te koop in de dierenspeciaalzaak). Af en toe een paar stukjes hart mogen ook als snoepje gegeven worden, evenals een ei, een paar meelwormen, een gedroogd visje, wat bruin brood, yoghurt, etc...Wanneer de egel deze voeding eet is het absoluut tegenaangewezen nog extra kalk en vitaminen te geven (dit zit in voldoende mate en in de juiste verhoudingen in het kattenvoer).

Erg jonge egeltjes mogen wat lactose-vrije melk krijgen (onder anderde Whiskas-melk) tot ze ongeveer 250 gram wegen.

Erg zieke egels weigeren vaak te eten: dan moet u het dier dwangvoeden. Met een pipetje laat u wat vleesbouillon of lactosevrije melk met wat druivesuiker in het bekje druppelen. Verder met een pincet wat supersmakelijke brokjes in het bekje duwen (filet américain puur, gekookt ei, gekookte vis, etc.)

De meeste gevonden egels (ziek of verzwakt) zitten onder de huidparasieten: vlooien, teken en vliegenmaden. Vliegenmaden moeten snel verwijderd worden, want die maden kunen de egelonderhuid echt “kapotvreten”. Best geeft men zo’n egel een lauwwarm bad met biotex (groen) of groene zeep. Daarna met een pincet grondig alle vliegemaden wegplukken. De egel wel tijdens het opdrogen warm houden!

Wonden worden zuiver gemaakt met overvloedig water en ontsmet met verdunde iso-betadine (een wonde tussen de stekels bereikt men het gemakkelijkst met oorwattenstokjes gedompeld in het ontsmettingsmiddel).

Egels hebben ook vaak last van wormen (inwendige parasieten) die het verzwakte dier nog meer ondermijnen. Ook gezonde egels hebben vaak last van inwendige wormen. Onderzoek naar de reden hiervan is nog gaande maar een verklaring zou kunnen zijn dat de weerstand van de egels afneemt door de toenemende hoeveelheid opgenomen zware metaaldeeltjes via opgegeten aardwormen en slakken (zure regen!).

De meest voorkomende inwendige parasieten zijn in het maagdarmkanaal: de zuigwormen, de lintwormen, de maagwormen, de slokdarmwormen en de darmhaarwormen. In de longen vindt men vaak de longworm en de longhaarworm. Routinematig wordt een egel meteen ontwormd met een algemeen ontwormingsmiddel. Indien de egel zwak blijft, is mestonderzoek aan te raden om de aanwezige wormen te determineren om doelgerichte ontwormingsmiddelen te kunnen toedienen.

Het dagelijks wegen van een zieke of verzwakte egel is een goed criterium in verband met de genezing: doorzettend gewichtsverlies duidt op verslechtering, en dan moet de hulp van de dierenarts onmiddellijk ingeschakeld worden.

Het spreekt voor zich dat bij ernstige wonden, breuken en shocktoestanden (de egel is dan koud en slap en rolt zich niet op bij aanraking) diergeneeskundige hulp meteen moet geboden worden, zonder enkele dagen “zelf proberen”.

Wanneer de egel terug genezen en aangesterkt is, en terug goed zelfstandig eet en zijn stekelhuid in goede conditie is (want dit is in de vrije natuur zijn enige bescherming), moet ie terug “uitgezet” worden.

Men moet met het tijdstip rekening houden, want egels zijn dieren die een winterslaap houden. Wanneer de egel in de herfst wordt vrijgelaten, moet men het dier wel helpen met dagelijks voedsel te brengen in een “woonhuisje” dat daar ter plekke moet blijven staan (bijvoorbeeld : een omgekeerd sinaasappelkistje, met plastiek op het dak om het voedsel te beschermen tegen de regen). Dit moet zodat de egel een goede vetreserve kan aanleggen vooraleer ie gaat slapen. De beste periode voor uitzetten is echter het voorjaar, namelijk begin mei, dan is de voedselvoorraad in de natuur het grootst en kan de egel een ganse zomer eten en aansterken om reserves aan te leggen voor de winterslaap.

De egel moet minimaal zo’n 500 g wegen om overlevingskansen te hebben. Laat het dier steeds tegen de schemer vrij: dit is een rustig moment (niet veel wandelaars) en het hoort bij het leefritme van de egel zelf.

De uitzetplaats is van groot belang: vergeet niet dat het dier een zeer groot terrein nodig heeft (een paar duizend vierkante meter) om voldoende voedsel te vinden. Vraag liever goede raad aan een deskundige.

Blijft de egel te zwak om op zichzelf te overleven in de natuur, kan men het diertje wel in de eigen tuin houden. Men moet wel er voor zorgen dat de tuin geen ontsnappingskansen aan de egel biedt : anders loopt ie de straat op of in andere tuinen waar ie dan van honger om komt! In de tuin moet dan een egelhuisje geplaatst worden. Het huisje maakt men best op een fundament van steen om verrotting of vochtig worden van het hout van het huisje tegen te gaan. Het huisje komt op een beschutte plaats in een hoekje van de tuin te staan (tegen de muur/schutting of onder een struik).

De maten van een ideaal houten huisje zijn 30x30x30 cm, te bereiken via een houten tunnel van ongeveer 50 cm lengt en een doorsnede van 15 cm. Vermits het huisje bedolven wordt met een isolatielaag, moet het voorzien worden van een ventilatiepijpje (diameter 5 cm) die boven de isolatielaag uit komt. De buitenopening van de buis moet naar onderen gericht worden, anders regent het erin. Het huisje wordt gevuld met droge bladeren en turfmolm: enkel de tunnel en de ventilatiebuis blijft vrij. Een eethuisje wordt ook geïnstalleerd. Immers egels in een afgesloten tuin moeten gevoederd worden, want er is absoluut onvoldoende natuurlijk voedsel aanwezig! Een omgekeerd sinaasappelkistje met uitgesneden ingangetje en een plastiek op het dak, voldoet uitstekend. Geef het voedsel steeds bij schemertijd, dan pas wordt de egel actief. Wanneer het kouder wordt, begint de egel minder te eten. Dit is het teken dat ie langzamerhand toe is aan zijn winterslaap. Het aanbod van het voer wordt verminderd. Zodra de egel niet meer eet, legt men alleen nog wat droge brokjes in het eethuisje. Soms gebeurt het immers dat tijdens “warmere” dagen in de winter, de egel even wakker wordt, en wat zal eten! Vergeet niet elke dag vers water te zetten!!

Wanneer de egel wakker is, ondanks het feit dat het hard vriest, is dit een teken dat het dier ziek is, en moet ie naar binnen.

Wanneer de egel normaal ontwaakt (meestal maart-april) na een winterslaap, moet ie veel eten (het dier verliest tijdens de winterslaap ¼ tot 1/3 van zijn gewicht!). Geef het dier dan ook veel voedsel.

Een hoofdstuk apart: opvangen van moederloze baby-egeltjes

Moederloze baby-egels worden meestal sterk onderkoeld gevonden: zonder de lichaamswarmte van moeder, gaan ze snel achteruit. Zo’n diertjes meteen opwarmen (zie boven). Eens opgewarmd het diertje ontdoen van uitwendige parasieten zoals boven beschreven en meteen voeden. De beste voeding is vervangingsmelk voor moederloze kittens (bij de dierenarts of apotheek te koop: bv. KMR, Nutriwelp, etc.) hieraan voegt men wat natuuryoghurt toe. De diertjes worden gevoed met een pipetje. De egeltjes kunnen enkele dagen heel moedwillig zijn om te slikken: volhouden is de boodschap. De diertjes moeten om de 3 uur gevoed worden (ook ’s nachts). Met een vochtig doekje moet na de maaltijd op het buikje, gemasseerd worden om de stoelgang en urineproduktie te activeren. Meestal zullen de egeltjes zelf gaan eten als ze zo’n 60 g wegen: het eten wordt dan op een laag schoteltje gegoten. Boven de 60 g, voegt men aan bovenstaand mengsel wat kindermeel toe. Bij 85 g gewicht begint men er kattenblikvoer doorheen te pletten om ze te doen overstappen naar de voeding voor een volwassen egel. Een gezonde baby-egel moet minimum 5 gram per dag bijkomen, indien niet, mag men niet te lang aarzelen diergeneeskundige hulp in te roepen.

Ontwormen is ook zeer belangrijk.

Eens de diertjes goed gedijen moet men ze binnen houden tot ze zo’n 400 gram wegen. Nadien kunnen ze uitgezet worden of in de tuin gehouden.

Tijdens de groeiperiode houdt men de egeltjes in een plastieken caviakooi, met eet/drinkbakjes, een slaaphuisje en speeltjes (takjes, bladeren, een oude schoen of sok, etc..)

Nog even waarschuwen: baby-egels wisselen niet alleen van melkgebit naar volwassen gebit, maar ook hun stekels wisselen (“verstekelen”): niet schrikken dus wanneer men stekels vindt in hun verblijfplaats, dit is geen huidaandoening.

   
terug