De oogst.

Voor de oogst neemt de imker de honingzolder terug van het broednest af. De verzegelde raampjes worden ontzegeld met een ontzegelkammetje.
Vervolgens worden de raampjes in een slinger geplaatst en uit de raampjes geslingerd. Een slinger is te vergelijken met een droogtrommel.
Door de draaisnelheid wordt de honing in de kuip geslingerd en opgevangen. Het vloeibare goud!
De honing wordt afgelaten met een kraantje en komt terecht in een rijper via een grove en een fijne zeef. De zeven dienen om de
wasresten uit de honing te filteren.Een rijper is niets meer dan een ton in veredeld staal of plastiek, eveneens met een kraantje.

 

Rijper in kunststof

Rijper in inox

Boven aanzicht van een slinger

Rijper in kunststof
Rijper in inox
Boven aanzicht van een slinger

Om de honing egaal te laten opstijven, dient de imker bijna dagelijks te roeren. Honing bestaat uit verschillende soorten suikers die
ook verschillend gaan opstijven. Om een mooie egale honing te verkrijgen die egaal opstijft moet de structuur van de verschillende
soorten suikers gebroken worden. Daarom moet er geroerd worden. Na een aantal weken, afhankelijk van de temperatuur, begint de honing langzaam op te stijven. Dit is het ogenblik dat de honing in potten wordt gedaan. Klaar voor gebruik.
Na de honingoogst moeten de bijen iets in de plaats krijgen. We hebben immers hun wintervoorraad afgenomen. De imker vervangt de
honing door een suikeroplossing, van 10 tot 15 liter per kast. De bijen slaan die op en hebben zo voldoende voedsel om de winter
door te komen.