De Arpillera-beweging
in Chili (1974 – 1994)


Marjorie Agosin


Marjorie Agosin is de in 1954 geboren Chileens-Amerikaanse schrijfster en activiste, hoogleraar in de Latijns-Amerikaanse letterkunde in de VS.

Sinds eind jaren tachtig heeft ze in haar proza en poëzie geschreven over moeders van kinderen die slachtoffer waren geworden van verdwijningen.

Ze kreeg diverse literaire prijzen
en de mensenrechtenprijs van de VN-vereniging in Boston, VS.

 

Gedichten van Marjorie Agosin

De God van de kinderen

- voor Elena Gascon-Vera

Zij kleedden haar uit
en bonden haar vast
en sprekend met de precisie van diplomaten en chirurgen
vroegen zij haar
in welke God ze geloofde
die van de moren of die van de joden
haar hoofd hangend en zo ver weg
bleef ze zeggen
Ik geloof in de God van de kinderen

Marjorie Agosin, Chili

Uit: “Liefde kon maar beter naamloos zijn” - Daan Bronkhorst – De Geus


Hebt u mijn zoon gezien?

Hebt u mijn zoon gezien?
vroeg ze aan mij
hij had een glanzend litteken
op zijn slapen
en roze gekleurde lippen
Heeft u hem gezien?
vroeg ze aan mij
Of was u misschien getuige
dat een of ander gestoord persoon
zijn huid heeft doen ontploffen in stekende pijnen?
Heeft u mijn zoon gezien?
vroeg ze aan mij
zelfs al was het maar even,
heeft u mijn zoon gezien? zei ze
Heeft u mijn zoon gezien?
bleef je maar zeggen

Marjorie Agosin

   

De Arpillera-beweging in Chili
(1974 – 1994)
Tapijten van hoop, draden van liefde.


De kracht van het woord heeft vele protesten geschraagd maar Chileense vrouwen gebruikten naainaalden, draden en stofrestjes om de internationale aandacht op te eisen voor hun situatie en die van hun geliefden: vermoord, vermist en gemarteld onder het dictatorschap van generaal Augusto Pinochet.
Doorheen de geschiedenis hebben patriarchale structuren geprobeerd vrouwen het zwijgen op te leggen, het hen onmogelijk gemaakt gedachten, gevoelens en meningen voor het grote publiek te uiten. De arpillerista-beweging van de Chileense vrouwen levert het zoveelste bewijs dat geen enkele dictatuur is opgewassen tegen de hoop en creativiteit van onderdrukten, met name van vrouwen!


Een beetje geschiedenis
.

Tot 1810 was Chili een kolonie van de Spaanse troon. In dit jaar verklaart het land, onder leiding van de Ierse generaal Bernardo O’Higgens, zich onafhankelijk.
Van 1879 tot 1884 is Chili in oorlog met zowel Peru als Bolivia over de Salitre velden in het noorden, een grensstreek van de drie landen. Chili wint de ‘Oorlog van de Stille Zuidzee en neemt grote delen van Peruaans en Boliviaans grondgebied in. Hierdoor raakt Bolivia haar toegang tot de oceaan kwijt.
Op 11 september 1973 zet Generaal Agosto Pinochet de Socialistische president Allende via een militaire staatsgreep af. De daarop volgende 17 jaar gaat het land gebukt onder een militaire dictatuur. In 1990 keert de democratie terug.

Zoals in alle traditionele en patriarchale gemeenschappen worden vrouwen nauwelijks getolereerd in de politieke wereld. Alhoewel de Chileense vrouwen in 1949 tot het Algemeen Stemrecht worden toegelaten, blijft haar eigenste plek ‘thuis, bij de haard’. Toch heb ben mannen hun vrouwen ingezet in het verzet tegen het regime van Allende dat grote voedselschaarste tot gevolg had: de mars-met-de-lege-kookpot bijvoorbeeld. Een militair verklaart bij deze gelegenheid: ”Wij leren de Chilenen hoe ze hun vrouwen moeten inzetten tegen het Marxisme. Vrouwen zijn een belangrijk politiek instrument: ze hebben tijd, ze kunnen hevige emoties aan en ze kunnen vlug gemobiliseerd worden. Als je bijvoorbeeld heel snel het nieuws wil verspreiden dat de president te veel drinkt en lichamelijke problemen heeft, gebruik dan de vrouwen. De volgende dag zal het nieuws over de hele streek verspreid zijn.”
Met dit soort misogyne (vrouwenhaat) opmerkingen, exploiteert de rechtervleugel vrouwen om Allende ten val te brengen en Pinochet in het zadel te helpen. Op 11 september 1973 is het zover. Met veel bloed neemt Pinochet de macht over. In de eerste drie jaar van zijn bewind laat hij zeker 130.000 mensen arresteren. Naar schatting 3000 Chilenen verdwijnen spoorloos. Tienduizenden mensen ontvluchten hun land.
Sommigen dorpen zijn letterlijk man-loos en dit terwijl de man voor het hoofdinkomen van het gezin verantwoordelijk is.

De Arpillera

Het eerste verzet komt vanuit de katholieke Chileense kerk. In 1974 richt zij het ‘Vicariate of Solidarity’ op. De regering kan deze organisatie niet ontmantelen omdat deze zich strikt houdt aan de oecumenische wetten. De ‘vicariate of solidarity’ probeert de hopeloze vrouwen en hongerende mensen te ondersteunen en sponsort hun initiatieven. Een eerste workshop wordt georganiseerd in maart 1974. Een 14-tal vrouwen, die elkaar al ontmoet hadden voor de gevangenis waar ze hun mannen en zonen zochten, komt opdagen. Er ligt een stapel afgedankte kleren. Hiermee beginnen de vrouwen de eerste arpillera’s te maken. Eens per week worden de arpillera’s verzameld en aangekocht door de kerk. Kerkmensen kennen illegale wegen om ze uit het land te smokkelen en te verkopen aan westerlingen. Op deze wijze verdienen vrouwen de kost voor hun arme, hongerende kinderen en buren. Op deze wijze komt de ‘buitenwereld’ op de hoogte van de gruwelijke situatie in Chili.


Ieder workshop wordt een leermoment. De vrouwen bediscussiëren eerst het thema dat ze willen uitwerken in de arpillera: de Andes, een fonkelende zon en vooral de woorden “Waar zijn ze, onze geliefden?” zijn steeds terugkerende basiselementen voor een achtergrond. Daarna worden er stoffenpopjes en ander driedimensionale elementen opgenaaid zodat het doek een levende scène wordt die hun strijd en hun dagdagelijkse leven verbeeldt. Ieder arpillera is een eigen verhaal van strijd, moed, pijn en hoop.

De workshops groeien uit. Er komen steeds meer vrouwen. De oudere helpt de jongere met het vormgeven van haar eigen arpillera of levensverhaal. De vrouwen leren er meer dan nieuwe naaitechnieken: ze leren kritisch kijken naar wat er gebeurt in hun samenleving, ze bespreken de feiten met elkaar en verwerken hun eigen inzichten in de arpillera’s; ze leren hun eigen zaken te organiseren en vooral leren ze hoe te overleven-in-groep. Het naaien van arpillera’s groeit uit tot een politieke activiteit en… tot de arpillerista-beweging.


Het samenwerken, het samen nadenken en discussiëren over de situaties, leidt de vrouwen de straat op. Iedere donderdag marcheren ze naar het Hoog Gerechtshof. Ze hebben foto’s van hun vermiste mannen, zonen en familieleden op de borst gespeld. Ze protesteren buiten de muren van de martelcentra, houden hongerstakingen en op strategische punten kluisteren ze zichzelf vast aan hekkens. Met deze demonstraties willen ze de ‘gewone gang van zaken’ verstoren, de mensen op de hoogte brengen (of wakker schudden) voor de martelpraktijken van het Pinochet regime; ze eisen antwoord op hun vraag “waar zijn onze verdwenen kinderen, jongens, mannen?”.


De arpillerista-beweging heeft vrouwen doen groeien, voorbij de traditionele vrouwenrollen: van huisvrouwen en moeders die roepen om hun verdwenen mannen en zonen tot politiek bewuste, actieve burgers! Ze worden vrouwen met een politiek bewustzijn, met een politieke status en met een nationale, culturele impact. De Arpillerista-vrouwen hebben de basis gelegd voor een nieuwe verzetscultuur in Chili. Ze voedde de demonstraties in 1978. Jonge universitairen en andere vrouwengroepen begonnen met het opzetten van soepkeukens en andere vormen van netwerken.
Het werk, de kunstwerken van de Arpillerista-vrouwen blijven. De arpillera’s zijn de dagboeken, de getuigen van 17 donkere, gecensureerde jaren van onderdrukking door het Pinochet-regime.

Weer wat geschiedenis.

Waarom heeft de junta deze arpillerista’s niet gecensureerd? Deze vraag kan alleen maar beantwoord worden vanuit een machismocultuur, een Latijns-Amerikaanse ideologie waarbinnen een man eerst een macho is dan pas een politiek geëngageerde burger. De macho-junta-mannen bleven de vrouwen van de Arpillerista-beweging eerst zien als vrouwen en dus als politieke onbenullen: onbelangrijk en ongevaarlijk. De juntaleden viseerden alleen maar mannen als potentiële tegenstanders van het regime.
Ze hebben zich lelijk vergist….
Op het referendum van 5 oktober 1988 wijst 55 procent van de bevolking het bewind van Pinochet af. Er volgen democratische verkiezingen, die het einde van de politieke carrière van de dictator inluiden. De slogan die de oppositie tegen Pinochet gebruikte voor het referendum van 1988 was: 'Chili, de vreugde komt!'
Tijdens de 'NEE'-campagne van 1988 profileerde dhr. Lagos, de huidige president (vanaf 2000 tot op heden) en sociaal-democraat, zich als een groot verdediger van de rechten van de mens en vandaag de dag, 15 jaar later, laat hij zijn ware gezicht zien, als hij verklaart dat hij over niet voldoende politieke macht beschikt om de schendingen van de rechten van de mens tijdens de dictatuur van Pinochet aan te pakken. Integendeel, Lagos, presenteerde in augustus j.l. (september 2003) een wetsvoorstel waaruit duidelijk blijkt dat het enige wat deze regering op dat punt nastreeft is de 'ley de punto final' (oftewel: 'wet-punt-erachter'), een wet die alle juridische zaken afsluit om nooit meer te openen. De organisaties van de rechten van de mens strijden tegen dit onrecht, zodat 17 jaar dictatuur niet straffeloos de geschiedenis ingaat. (september 2003)
Chili, de vreugde kwam niet!
 

Vrouwen en arpillera’s vandaag.

‘Verzoening, zonder gerechtigheid en erkenning’ is een prijs die de Arpillerista-vrouwen niet willen betalen. Toen niet en vandaag de dag nog niet.
Daarom blijven ze hun kunst-arbeid voortzetten. Ze blijven Arpillera’s maken tégen het georganiseerd vergeten in. Ze eisen geen wraak maar willen dat hun volk het gebroken verleden leert te helen en openstaat voor een ambigue toekomst.
De arpillera’s zijn een uitdrukkingsvorm geworden, een kunstzinnige expressie van het leven zoals het op het moment was en is en ervaren wordt – door vrouwen. Haar verhalen, ervaringen, verzet en hoop zijn ingekerfd in de geschiedenis: in doek, met kleurrijke restjes stof en dikke, kloeke stikselnaalden.
Misschien worden de kunstenaressen vergeten, niet hun werken, niet hun arpillera’s, niet de getuigen van een his-story en daartegenover een subversieve her-story. De Arpilerista-vrouwen leven voort in hun arpillera’s! For ever.

Tentoonstelling 1997 in Cleveland




‘La Cueca Sola’ laat zien hoe vele Chileense vrouwen gedwongen waren hun nationale dans alleen te dansen omdat hun geliefden vermoord, gevangen of vermist waren door het Pinochet regime.


1997 Cleveland
.

Een 40-tal arpillera’s uit de privé collectie van Marjorie Agosin worden tentoongesteld.
Tijdens de openingsreceptie wordt de ‘Cueca Sola’ gedanst. Deze dans is een variatie op nationale Chileense dans ‘La Cueca’ die altijd door een (verliefd) koppel wordt gedanst. La Cueca Solo wordt gedanst door een vrouw alleen om haar verdriet van de vermiste geliefde te uiten.

De tentoonstelling wordt georganiseerd door Jacqueline C. Nanfito, CWRU assistent professor Spaans. Zij wil deze moedige vrouwen eren omdat ze hun politieke boodschappen – die ze niet konden uitspreken vanwege de strenge censuur en het terrorisme - op een eigen wijze hebben durven vertalen.


De arpillera’s zijn testamenten van taaiheid en geloof van vrouwen die resoluut de strijd aanging voor waarheid en gerechtigheid. Ze hebben de code van de opgelegde stilte verbroken , hun gemeenschappelijke martelverhalen gered van de vergetelheid.
 

Tapestries of Hope,
Threads of Love

The Arpillera Movement in Chile
Isabel Allende, Marjorie Agosin


ISBN: 0826316921

VESTA