Er leeft een soort spirituele eenheid tussen de dichteres Christina Guirlande en de
kunstschilder Tuur De Rijbel. Het is als een bekoorlijk tweestemmig lied tot lofzang aan de
natuur waarin dus ook de mens zijn wortels heeft. Hun beider lied uit beeld en woord henieuwt
het geloven in de opdracht van de menselijke scheppingsdrang.

Een rijk man is dus Tuur De Rijbel. Zijn kunst is een loflied aan zijn geboortestreek, even
vanzelfsprekend als zijn trouw aan Vlaanderen waarvan zijn kleinere heimat innig deel uit
maakt.

Worden beeld en kleur dan tot gedicht? Is een doek wellicht poëtisch in beeld gebracht,
terwijl poëzie ons kleur en beelden schildert?

Ach, zo denk je soms, maar het is mooi en verrijkend zich aan de gedachte te beroezen.

Herman Vos
Romanschrijver

 

Lente in Vlassenbroek

Een winter lang hebben de huizen aangelegen
tegen de dijk, de slotmuur die hen steunt,
terwijl het een nog bij het ander leunt
bloeien de voorjaarsbloemen langs de wegen.
 

De lente draagt de handen vol geschenken,
er is geen haast want alles komt op tijd,
ook als men er niet was op voorbereid :
de morgen wil de avond niet gedenken.
 

De kleine toren, moe de wacht gehouden,
bevrijdt zijn angsten in een hel gedicht,
vertederd om het dorp dat weer behouden
zijn leven heeft onder een dag lang licht.

Christina Guirlande
Bij een schilderij van Tuur De Rijbel

 

Bij een tentoonstelling van
Kunstschilder
Tuur De Rijbel


Ik wil dat gij mijn werk bekijkt
als spiegel van mijn leven;
als coda van mijn streven.
lets wat niet meer verflauwt of wijkt.
Ik hoop dan, dat bij 't kijken blijkt:
Ik wil mij aan U geven.
Mij met Uw geest verweven,
tot wat ons allebei verrijkt.
Laten wij samen wonen
met dochters en met zonen
in 't beeld of op het doek.
Ik zal Uw trouw belonen.
Gij zult mij vriendschap tonen.
Dat is het wat ik zoek.


In dit korte openingsgedicht vindt de begrijpende lezer de samenvatting weer
van de steeds aanhoudende betrachting van de kunstenaar Tuur De Rijbel :
Zichzelf geven in zijn werk, om daarna blijvend aanwezig te zijn bij de
bezi~er van zijn kunst.
Wij lezen het in de Schrift, veruit de beste best - seller aller tijden: "Al had ik
alle schatten van de wereld, maar ik bezat de liefde niet, dan was ik als een
holklinkend vat".

Johan Van Wiele

 

PRELUDIUM

gedragen door de wind
dwarrelen
in de herfst
mijn dromen neer
ieder blad één
worden platgetrapt
door de
horde
die massa
heet
er rest niet veel
soms droom ik
te leven
in een landschap
van tuur
maar tijl is dood
dorp werd stad
groen is grauw beton
een hooiopper een zak
chemisch
veevoeder
een dorp hangt in mijn huiskamer
getekend tuur de rijbel
ik
stap
er soms in
en herleef

Jp De Lamper
opgedragen aan Tuur De Rijbel

 

Lente 1

De lucht opnieuw zo boordevol geweld
van verse, uit het dak gevallen klanken,
de lang verdrongen vragen zijn gesteld,
de monddood van de winter uitgeteld.
De huizen krimpen onder het visioen
van bruiloft tussen bloesems en beloften,
een aangekondigd feest van licht en kleur,
de aarde in een hemels drukke doen.
En ik een mens midden dit machtsvertoon,
een zwerver levenslang ontheemd op reis,
zet als bevoorrechte een smalle voetafdruk
in dit uitbundig maar voorbijgaand paradijs.

Christina Guirlande

 

Lente 2

Onder een laatste dreiging ligt het dorp
gedwee de trage uren te verdromen.
Het duurt niet lang meer nu, de tijd is rijp,
de nesten krijgen vleugels in hun bomen.
En binnenshuis vinden de woorden zin,
er vragen zoveel dingen hen te duiden,
de ramen staan weer open naar geluiden
van droom en daad, een eindeloos begin.
Toch is niets anders dan in vroeger tijden
al lijkt het nieuw en enig ongewoon:
een klare nacht veegt elke hemel schoon,
een engel doet ons telkens uitgeleide.

Christina Guirlande