Witloof, een Middenbrabants product.


    BelgiŽ is, na Frankrijk, de belangrijkste witloofproducent ter wereld, en 80% van onze nationale opbrengst komt uit Brabant. Zowel nationaal als internationaal neemt het witloofareaal toe en begint men in de sector duchtig te moderniseren. De chicoreiplant is van oudsher gekend en komt reeds voor in geschriften van Horatius. Een eerste variŽteit zorgt voor een surrogaat van koffie dat hier enorm succes kende onder Napoleon I tijdens de Continentale Blokkade. Het was een bloeiperiode van bitterbranderijen en bitterdrogerijen of asten. De tweede variŽteit van de chicoreiplant levert ons witloof, dat door Dodoens in zijn 17de eeuwse 'Cruydtboek' geprezen werd om zijn gunstige invloed op maagkwalen. Het eerste echte witloof zou echter in 1830 gekweekt zijn door de Schaarbeekse landbouwer Jan Brammers, die de chicoreiwortelen in zijn kelder bewaarde onder een laagje grond. De witte scheuten bleken eetbaar en bovendien nog lekker ook. Alleen kropvorming bleek een probleem, maar hiervoor vond Breziers een oplossing in 1850-'51. Het in volle grond gekweekte witloof was toen alleen te vinden in een kern rond Schaarbeek, Evere en Haren. Later breidde de teelt zich uit naar Woluwe, Zaventem, Sterrebeek, Erps-Kwerps, Everberg, Kortenberg, Steenokkerzeel en Kampenhout. Het werd het "witte goud", de agrarische rijkdom van Midden-Brabant.

 

  • DE EVERSE BOEREN

De technieken in de witloofteelt waren op het einde van de vorige eeuw niet te vergelijken met de huidige. Adriaan van Dijck uit Kortenberg schetste ons het werk van zijn vader, die in Evere in die periode witloof kweekte. Het werd met de hand gezaaid bij windstil weer, ook al moest dat dan 's nachts. Na het schieten moest het gehakt en uitgedund worden zodat het op 20 cm van elkaar stond. Men rooide de witloofwortelen met een 'greep' of riek en sneed de groene bladeren van de wortels. Vervolgens werd de laag gemaakt. Men "zette de kanten" en versterkte ze met planken. Daarin werden de witloofwortelen gezet en volledig overdek met aarde. De "lagen" waren zo'n meter breed en liepen over de hele lengte van de tuin.

De Everse boeren haalden in de legerkazernes van Etterbeek paardenmest om het witloof te "forceren". Dit moest wel geregeld gecontroleerd worden en de boer diende 's nachts op te staan om de lagen open te maken wanneer het mest te hard brandde. Zo niet liep hij de kans dat alle kroppen verbrand waren. Wanneer het witloof eindelijk verbruiksklaar was, werd het "gelangd". Met een riek stak de boer de wortels uit, zonder het loof te schudden. De witloofkrop werd met twee vingers van de wortel getrokken en in een "vismand met twee oren" gelegd. De vrouwen kuisten het witloof volgens de regels van de kunst. De witloofteelt was uitsluitend winterwerk en erg kleinschalig. Tot 1914 vormden 20 lagen loof van 1m op 10 m een leefbaar bedrijfje. 's Zomers kweekten de witloofboeren meestal wel groenten, die dan naar de markt in de stad werden gebracht.

 

  • VERNIEUWINGEN

Stilaan ging men de kweekmethoden aanpassen. Het probleem van het paardenmest werd opgelost met een rooster, later met een pijpenkop zodat men een soort verwarming met warme lucht kreeg. De mandenmakers, die in het witloofseizoen hun wissen manden kwamen verkopen aan de boeren, kregen concurrentie van de zagerijen, die houten kistjes leverden voor een makkelijker vervoer naar het buitenland. Rond 1910 kwamen de zaaimachines op de markt. Een krabmachientje spaarde werkkracht.

De laatste jaren is men overgeschakeld naar precisiezaaimachines met gekalibreerd zaad. Het modernste systeem werkt met plastieken banden waarin op regelmatige afstand zaadjes zitten. Voor het hakken zijn er nu machines die acht tot tien rijen tegelijk hakken. Alle verouderde verwarmingssytemen hebben nu plaats geruimd voor centrale verwarming, containercultuur en hydrocultuur zijn de laatste snufjes in de sector. Na het inpakken werd het witloof verkocht aan privť-handelaars, coŲperatieven of tuinbouwveilingen. Witloofhandelaars hadden hun vaste klanten onder de kwekers of gingen naar "de schoil" in de herbergen kijken. Een dergelijke "schoil" zag je nog in cafť Victoria te Meerbeek.

 

  • WITLOOFZAADCULTUUR

Bepaalde landbouwers in Midden-Brabant specialiseerden zich in zaadteelt en stemden deze vooral af op de uitvoer naar Frankrijk. Bij het "langen" worden de goed gevormde wortelen in de grond gestoken tot na de winter. Het zaad schiet uit en is rijp rond half augustus; Het wordt gedroogd, gedorst en gezift voor het kan gezaaid worden.

 

  • VOLKSKUNDE EN WITLOOF

Wanneer het laatste witloof binnen is, wordt de "mei" gevierd met een stevige borrel. De vrouwen krijgen een stuk taart en koffie. Een witloofboer die trouwt, vindt beslist zijn landbouwmateriaal aan de deur. Witloofbals, de verkiezing van Miss Witloof, witloofreuzen, de studentenclub "Endivia", een eigen witlooftaaltje en heuse witlooffeesten (in Kortenberg) zijn in deze streek heel gewoon. Gastronomisch is witloof natuurlijk een hoogvlieger. Van het gewoon rauw of gekookte witloof ging men naar gebakken witloof in boerenhesp, naar witloof met sinaasappelen en groene pepersla.

In 1985 werd in Kortenberg een eerste Nationale Witloofwedstrijd ingericht. Jacques Marit uit Braine l'Alleud kaapte toen de eerste prijs weg met een erg lekker gerecht: "Bosduiven met witloofsalade en bosbessenvinaigrette" waarvan we hierna graag het recept geven:

  • 2 bosduiven
  • 2 witloofstronken
  • 100 gr fijne prinsessenbonen
  • 2 jonge wortelen
  • kervel
  • vinaigrette van rode bosbessen
  • 2 soeplepeltjes kalfsjus

Laat de bosduiven gedurende 20 minuten bakken in een oven met enkele sjalotten, wortelen en tijm. Het witloof wordt gewassen en gesnipperd, de krokant gekookte boontjes worden in kleine dobbelsteentjes gesneden en gemengd met het witloof. De twee worteltjes worden in olijfvorm gesneden en afgekookt.

Voor de vinaigrette meng je 2 lepels kalfsjus met een koffielepel mosterd, een soeplepel rode bosbessenazijn en rode wijnazijn. Dit klop je op met 2 soeplepels olijfolie, 2 soeplepels archideolie, peper en zout.

Je presenteert dan de in stukjes gesneden duivenborst rond een hoopje salademengeling en je overgiet alles met een lauwe vinaigrette. Versier met rode bosbessen, worteltjes en gehakte kervel.

Hierbij past een lichte rode wijn of een droge rosť. Eet smakelijk .

                                            Fotomateriaal


            
              
Aarzel niet om informatie te vragen aan de voorzitter Doctor Henri Vannoppen of webmaster Gustaaf Salens. Elke vraag of suggestie is welkom. Dank voor uw belangstelling.
URL-adres van onze website
laatste aanpassing op 26.09.2014