TOPONYMIE.

Interactief overzicht van de verklaring of herkomst van een straatnaam of dorpsnaam in de gemeente Kortenberg.

aard
verklaring van de naam
lokaliteit
dorpsnaam
Erps-Kwerps
dorpsnaam
Erps-Kwerps
dorpsnaam
Meerbeek
dorpsnaam
Everberg
straatnaam
Meerbeek
straatnaam
Everberg
straatnaam
Everberg
straatnaam
Kortenberg
straatnaam
Kortenberg
straatnaam
Kortenberg
straatnaam
Kortenberg
straatnaam
Kortenberg
straatnaam
Kortenberg
straatnaam
Kortenberg
straatnaam
Kortenberg
straatnaam
Erps-Kwerps
straatnaam
Erps-Kwerps
straatnaam
Erps-Kwerps
fietspad
Erps-Kwerps
fietspad
Erps-Kwerps
fietspad
Erps-Kwerps

 

Straatnamen

Dorpsnamen

Fietspaden

 

Dorpsnamen

 

Erps-Kwerps


naar overzichtstabel


Dr. Henri Vannoppen

Toponymie of plaatsnaamkunde kan ons heel wat leren over de geschiedenis van onze gemeente. Toponymie is één van de hulpwetenschappen van de geschiedenis. Het dialect geeft ons reeds een eerste verschil. Wanneer we de naam Erps-Kwerps uitspreken, dan gaat het over ‘Erps ‘ en ‘Kwerep’. ‘Kwerep’ verwijst naar de vroegere benaming Quaderebbe. Erps werd een eerste maal vermeld in 1125 als Erpeza.  In 1153 is het Erpece, in 1208 vinden we Herpce en Herps, in 1230 Erpse. Het dorpscentrum van Erps  ligt op een hoogte van 37,13 m.

Wanneer we het dorpscentrum van Erps onderzoeken en vooral  een aantal ontstaansfactoren,
dan zijn drie elementen belangrijk:
                                        - de aanwezigheid van water
                                        - de ligging bij belangrijke wegen
                                        - de aanwezigheid van vruchtbare akkers.

Erps is een hydroniem of een waternaam. De waterloop, die door het centrum van Erps loopt en die voor het noodzakelijke water voor mens en dier zorgt is de Wiesbeek. De waterelementen vinden we ook in de plaatsnaam Erps. Volgens Carnoy en Schönfeld is Erps een Keltische naam, volgens Gijsseling een ‘Belgische’ of Laat-Keltische naam. Een woordje uitleg over de Kelten. De Keltische taal was voor onze jaartelling belangrijk in grote delen van Europa. Ze werd verdrongen naar de rand van Europa: Bretoens, Iers, Schots. De Belgae, die onze gewesten bevolkten, waren voor het grootste deel ook Kelten, alhoewel men aanneemt dat er ook een aantal Germanen bij waren.

De naam Erpeza kunnen we splitsen in ara-apa-iza. Het ging volgens R. Van Passen meestal over achtervoegsels of suffixen, die vroeger een betekenis hadden. Mannelijk houdt ook het woord LIJK of lichaam in, alhoewel we daar niet onmiddellijk aan denken. Zo gaat het ook met Erpeza. Het eerste deel van de dorpsnaam is ARA. In heel wat talen verwijst dit achtervoegsel naar water b.v. dubAR in het Indogermaans, liquOR in het Latijn en watER in het Nederlands. De ara vinden we ook terug in Tamara of de Demer. Dat zou vuil water betekenen. We vinden het ook terug in Samara of de Samber. 

Het tweede deel van Erpeza is de pe, die verwijst naar  APA. Dit Keltisch achtervoegsel is jonger dan ara. We vinden het terug in de 7de-8ste eeuw gecombineerd met Germaanse woorden. Op verschillende plaatsen  vinden we die apa terug. Genapa is Jemappes en Nisapa is Nispen. Jan Lindemans vond apa terug in verschillende talen: aqua in het Latijn, ahwa in het Germaans en  aa in het Nederlands, denk maar aan de rivier de Aa.   

ISA is een laatste Keltisch achtervoegsel. Het dorp Marquise in Pas-de-Calais in Noord-Frankrijk  werd rond 850 vermeld als Merkisa. De Theems in Londen werd vermeld als de Tamesis. Hierin zitten ook de woorden tamara of vuil en isa, een watersuffix. Mansion meende dat het suffix isa een rivier kon aanduiden. A. Carnoy zag Erps als erp + s (de s van isa) of bruin water.  Isa vinden we terug in de  za van Erpeza bij Erps.

De historicus R. Van Uytven meende dat Erpeza komt van het Oud-Germaans Arpakja: de nederzetting bij de waterloop Arpjo.  Een eerste besluit kunnen we reeds nemen nl. dat het dorp Erps ontstond bij een waterloop, de Wiesbeek  Deze beek ontstaat feitelijk aan de brug over de spoorweg in Kortenberg. Ze vormde een goot de  langs de Engerstraat met heel wat bronnetjes in het villagebied van de Engerstraat. Zo komt ze op de Heuve om dan via het kloosterpark  en het Hof van Ter Brugge  naar de Balkestraat te gaan. Aan de noordkant van de Wiesbeek heeft men de bovenstraat (Peperstraat) en aan de zuidkant de benedenstraten (Engerstraat, Klapstraat), die bij nat weer in de Middeleeuwen  moeilijker te gebruiken waren. Water gaf de naam aan het dorp Erps. Naast Erps bestaat in Oost-Vlaanderen Erpe. Mansion geeft Erpe bij Aalst in 972 als fluvius Arpia of de Erpebeek. Carnoy zag in Arpia ara + apa of vloeiend water.  De Wiesbeek zou verwijzen naar wis of wilgenhout. Sommige toponymisten vinden deze verklaring betwistbaar, alhoewel wilgen groeien bij beken. Dus nog niet zo onlogisch als verklaring.

De Romeinse weg Leuven - Vilvoorde loopt langs het dorpcentrum van Erps (Peperstraat) naar Steenokkerzeel en er is ook een aftakking van deze weg naar Nederokkerzeel  ook in de omgeving  van het Dorsplein (Dorenbaan? Nederokkerzeelsesteenweg?).Erps ligt in het zandleemgebied en heeft dus vruchtbare akkers, gelegen achter de Peperstraat (Boogstok, Vosseputten, Keizerdelleveld).  Ook Romeinse villa’s vond men in de omgeving. In de Middeleeuwen werd de Romeinse weg een variant van de Lakenweg, een belangrijke economische verbinding tussen Duitsland en Engeland. Heel wat handelaars reden door Erps-centrum.  Erps was het centrum van de meierij en had een belangrijke schepenbank in de 13de eeuw, de schepenbank van Midden-Brabant. Er was een halla, waar graan en andere producten verhandeld werden en een macellum of een vleeshalle. Er kwamen ook herbergen in de omgeving van de Sint-Amanduskerk, die een vicuskerk was, een kerk van een dorpsgemeenschap, niet de hofkerk van een heer..

 

Bibliografie:

A.CARNOY. Origines des noms de communes de Belgique. Leuven, 1948, p. 193-194.
J.LINDEMANS. Plaatsnamen. Brussel, 1925.
MANSION. De voornaamste bestanddelen der Vlaamse plaatsnamen. Nomina Geographica Flandrica. Studiën III. Brussel, 1935.
R.VAN UYTVEN. Art Erps-Kwerps- in Gemeenten van België. Geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek. Gemeentekrediet van België. 1980, deel I , p. 249-251.
M.GYSSELING. Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland. 1960.

 

naar overzichtstabel

 

Kwerps

Dr. Henri Vannoppen

 

 

1. Kwerps is een eiland in Erps

Erps-Kwerps bestaat uit Erps en Kwerps. In 1837 had Erps-Kwerps 336 huizen, waarvan 111 onder Kwerps. De gemeente telde toen 1889 inwoners, waarvan 680 in Kwerps. Grofweg 1/3 van de woningen lag op Kwerps en 2/3 op Erps en zijn gehuchten. Erps en Kwerps waren twee afzonderlijke parochies. De parochie Kwerps is langs alle zijden omringd door de parochie Erps. Kwerps ligt als een eiland midden in Erps.

 

2. De heerlijkheid Quaderebbe

Volgens Jan Verbesselt is Kwerps de typische uitdrukking van een hofcomplex. Het is een duidelijk historisch litteken. Kwerps is nooit groter geweest dan de heerlijkheid Kwerps, het gebied van de heer van Quaderebbe met het kasteel het Hof van Quaderebbe naast de kerk van Kwerps (het Sint-Pietersplein met de pétanquehal). De Sint-Petruskerk van Kwerps was de hofkapel of het hofkerkje van het kasteel van Kwerps. De kerk van Kwerps is het enige hofkerkje, dat overbleef op het grondgebied van Erps-Kwerps. Kwerps had zijn Quarebbe-kouter of zijn oud veldcomplex en zijn Wilder( de plaatsnaam die we in het Frans als Villers en in het Duits als Weiler vinden), misschien wel het gebied bij een Romeinse villa of in het Latijn villa-riacum . De Kouterstraat herinnert aan het koutercomplex. De Wilder is het veldcomplex tussen de Vissegat-, de Haaggat- en de Bruulstraten.

 

3. Quadrebbe is de oudste vorm

In 1110 vonden we de eerste vermelding van de naam Kwerps als Quadrebbe. Odo, bisschop van Kamerijk schonk toen de altaren van Kwerps en Nossegem aan de abdij van Kortenberg. De abdis verkreeg daardoor het patronaatsrecht. Ze stelde tot op het einde van het Ancien Régime de kandidaat-pastoor van Kwerps voor. De tienden kreeg ze als ‘kerkheer’ echter niet in handen. De plaatsnaam Quadrebbe veranderde: in 1123 Quadrebba, in 1208 Quadrebbe, in 1240 Quaiderebbe, in 1281 Quaderibbe in 1281 en in 1324 Quaderebbe. In 1790 werd Kwerb vermeld . In 1837 vonden we Querbs. Kwerps werd de officiële benaming in de jaren 1930. H.J. Van de Wijer, professor aan de Katholieke Universiteit te Leuven, stelde toen ‘Onze Vlaamsche gemeentenamen in Moderne spelling’, samen dat bij het Davidsfonds te Leuven in 1932 verscheen. Onder p. 13 vonden we de moderne gemeentenaam Erps-Kwerps. De moderne spelling van de gemeentenamen was het werk van de Vlaamse afdeling van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie. Haar besluiten werden 4 maal in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd: op 21 juni 1929, op 1-2 december 1930, op 1 augustus 1931 en op 13 mei 1932. In het dialect spreken we van ‘Kwerep’. De s wordt niet uitgesproken wat wel het geval is bij Erps.

 

4. Drie mogelijke splitsingen

We kunnen Quadrebbe op drie manieren splitsen:

      • quad + rebbe
      • quadr +ebbe
      • qua+ drebbe.

 

5. Kwerps, een smal stuk slechte grond?

J. Mansion, professor aan de Rijksuniversiteit van Luik, gaf de volgende verklaring voor Kwerps. Kwaad komt in het Middelnederlands voor als ‘quaet’, wat gering of waardeloos betekent. Dat kwaad vinden we ook in Kwaadmechelen in 1365 Quaet-Mechelen en in Kwatrecht onder Wetteren. Volgens De Potter was Kwatrecht Quat-Atrecht, dat zou geëvolueerd zijn tot Quatrecht. Kwerps was dan een stuk of een reep smalle grond. Professor H. Carnoy verdedigt dezelfde theorie. Quade-rebbe of Kwade rebbe, een stuk, een slechte grond. Dr. Louis Ulens onderzocht de term kwaad in zijn toponymie van Binkom. Hij vond er Kwaden Koop oorspronkelijk Kwaeden Kop. Kop is een bergtop, een heuveltop. Kwaad is zeer onvruchtbaar, grond die niets opbracht. Rebbe of rib is een reep of een smalle strook grond.

 

Kwaad kan ook op vochtige grond wijzen. Pastoor Alfons Proost van Kwerps wijst echter de betekenis van slechte lage drassige gronden af .De lage drassige gronden liggen gewoonlijk op Erps.

 

 

6. Is Kwerps Klein-Erps?

Dr. Jan Lindemans zag Kwerps als Kwaad-Erps vroeger gespeld als Quaederebe. Volgens Lindemans werd de kleinere plaats aangeduid door een hoedanigheidswoord: klein, lettel (het Engelse little?) (b.v. Edingen en Lettelingen (in het Frans Petit-Enghien), kwaad, wan b.v. Zele en Wanzele), wers (b.v. Rode en Wersrode), kors (b.v. Waremme en Corswaremme).

 

7. Kwerps: grond die geen tienden voor de abdij van Kortenberg opbracht?

Pastoor Alfons Proost van Kwerps zag kwaad als iets dat niet opbracht. Hij maakte de tegenstelling tussen de Quarebbe-thiende en de Schoonaarde-thiende. Schoon is goede aarde, goed akkerland wat heel wat opbracht voor de tiendenheffer. De abdij van Kortenberg had weinig tienden te Kwerps, wat voor hen dan ook slechte grond was. Veel tienden op het gehucht Schoonaarde (Erps) was voor hen dan ook goede grond.

 

8. Kwerps ligt in de vorm van ribben in de oostelijke flank van Erps

Een versje uit het begin van de 19 de eeuw luidde: ‘Waarom is die ribbe kwaed? Is het zoo wel inderdaed?’.Hier onderzoeken we gewoon het deel ribbe of rebbe. Vercouillie’s Etymomologisch woordenboek van 1925 gaf rebbe als omslingeren.

Pastoor ’t Sas van Kwerps omschrijft op het einde van de 18 de eeuw de parochie Kwerps als ‘een rijgsnoer van over elkaar liggende huysen’. Hij verwijst hierbij naar de Erpse eilanden of de huizen van de parochie Erps die tussen de huizen van Kwerps stonden. In 1914 waren er dat 27. Kwerps zou in de vorm van ribben in de oostelijke flank van Erps liggen. Ferdinand Kakelbergs uit Erps haalde dit al aan in 1856. Frans Maes gaf kwaad als klein, gering. Een ribbe was volgens hem een lange smalle strook in gebogen vorm.

9. Kwerps bij de kleine beek

Een tweede splitsing is Quadr-ebbe. Het eerste deel verwijst naar kwaad eertijds klein en het tweede deel is ebbe. Ebbe is een oude waternaam. De kleine beek zou dan de Weesbeek moeten zijn . Deze loopt wel door het centrum van Erps, maar ligt eerder op de rand van Kwerps en doet soms dienst als grens voor Kwerps. Dat was de stelling van Frans Maes. Kwerps is niet echt gegroeid rond de Weesbeek.

 

10. Kwerps: een kruispunt van wegen?

M. Gysseling ziet in Quadr een samentrekking van quatuor, het Romeinse cijfer 4. Hij kwam tot de volgende hersamenstelling: quadruvium of quadrubium. Kwerps zou dan een kruispunt van Romeinse wegen geweest zijn. Professor Dr. Raymond Van Uytven, professor aan de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius te Antwerpen, houdt het ook bij het Latijnse quadruvium, een kruispunt van wegen. Het zwakke punt is echter dat we geen echt kruispunt van grote wegen op Kwerps grondgebied vinden.

 

11. Kwerps, een klein dorp?

Een derde manier van splitsen is Qua-drebbe. Dat betekent een klein dorp, dat zich midden het grote dorp bevindt . Frans Maes vermeldde ook deze theorie in zijn studie van de heren van Quaderebbe..

 

Besluit

Wanneer we alle verklaringen van Kwerps op een rijtje zetten dan is de meest aanvaardbare toponymische verklaring deze van een klein dorp, dat als ribben in de oostelijke flank van Erps, het groot dorp, ligt. Kwerps komt grofweg overeen met de middeleeuwse heerlijkheid Quaderebbe.

 

 

Bibliografie:

J.MANSION. De voornaamste bestanddelen der Vlaamsche plaatsnamen- Nomina Geographica Flandrica. Brussel, 1935, p. 89
H. CARNOY. Origines des noms de communes de Belgique. Deel 2. Leuven, 1948, p. 383-384.
J. LINDEMANS. Plaatsnamen: een inleidende studie. Brussel, 1925, p.21- 22.
L. ULENS. Toponymie van Binkom. Lubbeek, 2003, p. 53.
F. MAES. De heerlijkheid Kwaderebbe onder Erps-Kwerps - Eigen Schoon en De Brabander, 1972, p.
H. VANNOPPEN. 875 jaar parochie Kwerps –Eigen Schoon en De Brabander, 1986, p. 160-166.
F. MAES. Art. Erps-Kwerps, in Oost-Brabant. Deel 2. Heemkundige Handboek voor Leuven en Omliggende gemeenten. 1960, p. 39 .
M. SERVAIS. Wapenboek van de provinciën en gemeenten van België. Brussel, 1955, p. 1019
R. VAN UYTVEN. Art. Erps-Kwerps – in Gemeenten van België. Geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek. Brussel, 1980, p. 249.
A. PROOST. Art. Quarebbe - Het Parochieblad, 10, en 24 en 31 december 1950
J. VERBESSELT. Parochiewezen in Brabant, deel XV, p. 59

 

naar overzichtstabel

 

 

 

Everberg

 

Everberg ligt in het Brabants Heuvelland of op het Brabants plateau. De Leuvensesteenweg aangelegd in 1706-1709 is ongeveer de grens tussen de Vlaamse of Europese laagvlakte in het noorden, waartoe Erps-Kwerps en Noord-Kortenberg behoren , en het Brabants Heuvelland in het zuiden met Zuid-Kortenberg, Meerbeek en Everberg. In Everberg ziet men dat duidelijk aan de hoogtelijnen. Bij de Wasbeek en in het Broek zit men op een hoogte van 20 m en dit gaat tot 102,5 m op het gehucht Vrebos. In het Brabantse Heuvelland vindt men ook veel holle wegen en dat zal belangrijk zijn voor de verklaring van de naam Everberg.

De bodem is meestal zandleem. In de landbouwsector spreekt men ook van de Zandleemstreek, waartoe Everberg behoort. Geologische zitten we in een gebied van ijzerzandsteen. In de Groenstraat ziet men dit heel duidelijk. De rots waarop het kapelletje van O.L.Vrouw van Scherpenheuvel gebouwd is , is eveneens ijzerzandsteen. Een groot verschil met Erps-Kwerps, Nederokkerzeel, Zaventem, Diegem waar men witte kalkzandsteen vindt.

Everberg kent enkele natuurlijke grenzen: de Wasbeek (in Kortenberg de Oirbeek of Aderbeek, In Erps-Kwerps en Meerbeek de Molenbeek) vormt de grens tussen Everberg en Kortenberg en tussen Everberg en Erps-Kwerps , de Zoo vormt de grens tussen Everberg en Meerbeek. De Zipt is de derde waterloop. Kleinere beken zoals de Donau en de Frala of Vrouwleybeek vormen de vierde en vijfde waterloop van Everberg.
Opvallend is ook het bosrijke karakter van Everberg: de Hogenbos, de Eikelenberg, de Warande, de Kinderbos, de Rosberg en de Everberg. Er zijn ook oude veldcomplexen zoals de Hoge en de Lage Kouter.
Everberg is als gemeentenaam niet gemakkelijk te interpreteren. De gemeente dankt haar naam aan de gelijknamige berg de Everberg. Pastoor De Voghel schreef in 1900 in zijn ‘Monographie de la paroisse d’Everberg’dat de Everberg geen tumulus of een Romeins graf was. ‘La Everberg semble avoir été formée artificiellement’. De Everberg had dus volgens De Voghel iets met mensenhanden te maken. Dit zou de plaats van de eerste burcht van Everberg geweest zijn.

De naam Everberg vonden we in verschillende vormen:

                • Eversberg in 1112
                • Eversberc in 1160
                • Eversberg in 1186
                • Heversberge in 1243
                • Eversberge in 1439
                • Eversberghe in 1435 en 1457
                • Eversbergen in 1686.

De naam is dus weinig veranderd.

H.J.Van de Wijer uit Kortenberg vermeldde in ‘Onze Vlaamsche gemeentenamen in moderne spelling , uitgegeven te Leuven in 1932 Everberg zoals het nu nog steeds geschreven wordt.

Alphonse Wauters wees er op dat de schepenen van Everberg in 1336 zegelden met een zegel met de drie lelies van de heren van Rotselaar overtopt met een everzwijn.
Voor A.Wauters betekent Everberg ‘la montagne du sanglier’ of de berg van het everzwijn. De Seyn verdedigt dezelfde stelling. Carnoy in zijn ‘Origine des noms de lieux’ en in zijn ‘Dictionnaire étymologique’ sloot zich ook bij deze stelling aan.

A.EVERAERTS in zijn Tombes et épitaphes de l’arrondissement de Louvain, deel II geeft twee verklaringen: deze van het everzwijn maar ook Mons Evrardi of ‘Montagne d’Evrard’ of de berg van Everaert, een persoonsnaam.De Germaanse voornaam Everhard werd later Evrard en zelfs Evert. Professor Raymond Van Uytven ziet Everberg eveneens als afgeleid van een Germaanse samenstelling: de berg van de ever. Ever en aver vinden we ook terug in Everbeek en Averbode. Ebura was een Germaans woord voor ever. Er zouden ook verbanden kunnen zijn met de stam van de Eburonen, wat men o.a. aangeeft bij Averbode.

Mansion in zijn ‘Voornaamste bestanddeelen der Vlaamsche plaatsnamen’ verschenen in Nomina Geographica Flandrica, Brussel, 1935, p. 43 zag eerder in Everberg een boomnaam. Hij ging naar het Keltisch ‘eburo’ wat iep of olm betekent. De Everberg zou dan een berg begroeid met iepen of olmen zijn. Er zijn in het Dijleland nogal wat gemeentenamen die hun naam aan een boom danken. Buken refereert naar de beuk, Herent naar de hagenbeuk. In ons dialect spreekt men nog steeds van ‘herenteer’ om hagenbeuk aan te duiden. De oudste boeren vertelden mij dat het slaghout van een goede vlegel om te dorsen van ‘herenteer’ moest zijn.

Aan de voet van de Everberg loopt de oude baan van Brussel naar Leuven. Stond op de Everberg de burcht van de gemeente ? In de omgeving stond ook het verdwenen Hof van Booiendaal, denk maar aan de Booiendaalstraat. In de omgeving lag ook de Rosberg. In 1440 sprak men van Rosperch, wat paardenweide betekent. Frans Maes zocht een verband met de Grubbe in zijn artikel Everberg in Toerisme in 1939. Het Keltische apa zou de basis zijn. (H)ever, (h)aver, over zouden alle uit het grondwoord apa afgeleid zijn. Apa wees oorspronkelijk op een waterloop denk maar aan Erps ara-apa-iza. Later kreeg het meer de betekenis van een droge gracht. Naast de Everberg ligt een opvallend grote droge gracht thans een diepe holle weg, de Grubbe. De Grubbe of Groeb gaf haar naam aan Everberg. Everberg betekent dan de berg naast de Grubbe.

In het artikel Everberg in Oost-Brabant ging hij eerder terug naar het Keltisch ‘abera’ of een diepe gracht

De eerste vermelding van Everberg dateert van 1112. Odo, bisschop van Kamerijk, tot welk bisdom de parochie Everberg behoorde, schonk toen de Sint-Martinuskerk van Everberg aan het Groot Gasthuis van Leuven. Dit Groot-Gasthuis zou hier tot op het einde van het Ancien Régime de pastoor benoemen en de tienden innen. Het Gasthuishof of het pachthof van Ackermans in het dorpscentrum, jarenlang het grootste pachthof van Everberg en eigendom van het Groot Gasthuis van Everberg, had een grote tiendenschuur, die jammer genoeg enkele jaren geleden afgebroken werd.

Jan Verbesselt wees erop dat de oudste kerk zeker op de plaats stond van de huidige Sint-Martinuskerk. De patrocinia of de studie van de heiligennamen wijst erop dat Sint-Martinus één van de oudste patroonheiligen voor kerken is. Naast deze kerk zou er een borchtkerkje geweest zijn verbonden met de burcht van Everberg. In 1112 sprak men nog van de Sint-Martinuskerk en haar afhankelijkheden, waarschijnlijk de borchtkerk of de hofkerk. Deze kerk zou toegewijd geweest zijn aan het H.-Kruis. De kapel van Kruisborre zou er aanduiding van zijn. Het H. -Kruis werd later ook de tweede patroonheilige van Everberg.

De eerste burcht bevond zich waarschijnlijk op de Everberg. Archeoloog Walter Sevenants wees erop dat de Everberg wel eens een ringwalversterking zou kunnen geweest zijn. Deze versterkingen bleven in ons land zeer uitzonderlijk bewaard. Hier verbleven waarschijnlijk de heren van Rotselaar. In de 14 de eeuw vinden we een kasteel in het Broek, nl. het Hof van Montenaken. Hier woonden eerst de heren van Kerstbeke. Dus niet alleen de kerk maar ook het kasteel verschoof in Everberg.

 

Bibliografie:

A.CARNOY. Origines des noms de communes de Belgique. Leuven, 1948.
F.MAES. Art. Everberg -Toerisme,1939, p. 758-763
F.MAES. Art Everberg - Oost-Brabant. Heemkundig handboek voor het arrondissement Leuven, 1960, p. 42-45.
MANSION. De voornaamste bestanddelen der Vlaamse plaatsnamen. Brussel, 1935.
R.VAN UYTVEN. Art. Everberg-Gemeenten van België. Geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek. 1980. Deel I, p. 258-259.
H. VANNOPPEN. Art. De gemeente Kortenberg (Erps-Kwerps, Everberg, Kortenberg, Meerbeek) -
Kuierend door Midden-Brabant. De Witloof-en de druivenstreek. Winksele, 1987, p. 35-36.
H. VANNOPPEN. De geschiedenis van Everberg. Prinsen en Preslekkers. Everberg, 1973, p. 7.
J.VERBESSELT. Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13 de eeuw. Deel XIV, p. 301-344.
A.WAUTERS. Histoire des environs de Bruxelles, deel 8, 1973(2 de uitgave), p. 408.

 

naar overzichtstabel

 

Meerbeek

 

Meerbeek wordt dikwijls verward met Meerbeke bij Ninove (provincie Oost-Vlaanderen) of met Boortmeerbeek (provincie Vlaams-Brabant).. Zo werd het kasteel van Boortmeerbeek jarenlang gepubliceerd als ons kasteel van Meerbeek in de Vrouwlei. Onze gemeente Meerbeek heeft een oppervlakte van 513 ha 93a 60 ca.

Wat betekent nu de gemeente-of de dorpsnaam Meerbeek? In 1117 vonden we de eerste vermelding Merbecka. Toen gaf de bisschop van Kamerijk de altaren van Meerbeek en Beisem aan de priorij van Bornem. In 1120 vinden we Merbecca, in 1148 Merbeca, in 1264 Meerbeke en in 1258 Merbeke. Modern schrijven we Meerbeek. Het is volgens A.Van Loey een waternaam. Beek vinden we ook terug in gemeenten zoals Etterbeek en Schaarbeek. Het dorp krijgt de naam van een beek.
We vergelijken drie Meerbeken: ons Meerbeek, Meerbeke en Boortmeerbeek. Volgens Raymond Van Uytven heeft men twee elementen in de naam Meerbeek: ‘meer’ of waterplas en beek. J.Minner geeft voor Meerbeke bij Ninove als verklaring ‘moerasstroom’. Dat Meerbeke bij Ninove werd in 870 vermeld als Meirebecchi en in 1163 als Merbecca, slechts 1 letter verschil met ons Merbecka. Raymond Van Uytven verklaarde Boortmeerbeek als het dorp aan de boord van de Meerbeek. De naam kwam eerst in de 13 de eeuw voor. Doorheen de eeuwen gebruikte men ook de variant Meerbeek voor Boortmeerbeek o.a. de eerste vermelding in 1290 Meerbeke. In 1295 Bort-Meerbeke. Borod verwijst naar oever. Meer zou kunnen verwijzen naar het Middelnederlands meer, meers, wat laag weiland betekent. De Meerbeek in Boortmeerbeek zou hier ook dezelfde Molenbeek zijn, die in Kortenberg haar bron heeft en die uitmondt in de Dijle en dat te Hever bij Mechelen.

Frans Maes verklaarde meer in Meerbeek als grens. Hij verwees daarbij ook naar de Molenbeek, die de grens vormt tussen Erps-Kwerps en Meerbeek. De Molenbeek (in Kortenberg de Aderbeek of de Oirbeek, in Everberg de Wasbeek) is een natuurlijke grens.

De Molenbeek dankt haar naam op de verschillende watermolens die op deze beek liggen.
L.Vanderkinderen gaf de grenzen van de verschillende pagussen in de Merovingische periode: Brabant, Haspengouw en Henegouw. Het waren gewoonlijk natuurlijke grenzen: rivieren of bossen in een weinig bewoond gebied. Als grenzen van de ‘pagus Bracbatinse’ of Brabant vermeldde hij in het noorden en het westen de Schelde, in het zuiden de Haine, en in het oosten het Kolenwoud en de Dijle. Kiliaen en Karel Stallaert uit Everberg duidden ‘meer’ aan als grens. Een ‘meer’ was in de middeleeuwen een grenspaal of een grensafbakening. In het Frans werd ‘meer’ ‘mar’ b.v. Marbais, Mabisoul en Marbaix. Enkele voorbeelden van de grensfunctie:

- Meerdonk in de provincie Oost-Vlaanderen was de grens van de dekenijen Waas (bisdom Doornik) en Vier Ambachten (bisdom Utrecht)
- Westmeerbeek en Meerbeekheide in de provincie Antwerpen waren de grens van de dekenijen Antwerpen (bisdom Kamerijk) en Leuven (bisdom Luik)
- Westmeerkant was de grens van de dekenijen Gent en Roeselare
- Meerhout in de provincie Antwerpen was de grens van de dekenijen Antwerpen (bisdom Kamerijk) en Beringen (bisdom Luik)
- Meerbeke bij Kaggevinne in de provincie Vlaams-Brabant was de grens van de dekenijen Leuven en Zoutleeuw
- Meerbeek in de provincie Vlaams-Brabant was de grens van de dekenijen Brussel (bisdom Kamerijk) en Leuven (bisdom Luik).

A.Everaerts meende dat ‘meer’ een vijver of meer dan één vijver was . Volgens hem was het laagste gedeelte van Meerbeek in het noorden, een vochtig gebied, wat nu overeenkomt met het Broek of het moerasgebied of de Rotte Gaten. Alle beken vloeiden van het hoger gelegen gedeelte naar dit broek.G. Kurth meende dat Meerbeek een tautologie of een herhaling van hetzelfde denkbeeld is .‘Meer’ betekent volgens hem hetzelfde als beek. J.Mansion zag meer als laag weiland. A. Carnoy gaf verschillende verklaringen: vijver, poel , plas en grens.

Wat het reliëf betreft is de steenweg Brussel-Leuven praktisch de grens tussen de Vlaamse of de Europese Laagvlakte en het Brabants plateau of het Brabants heuvelland. Meerbeek ligt ten zuiden van de Leuvensesteenweg. In het Broek tegen de Molenbeek zitten we rond 35 à 40 m in de omgeving van het Plantsoenbos en dit stijgt tot 80 à 90 m in het Duivelsbos (grens met Leefdaal) en in ’s Grevesbos (grens met Bertem).

Wat de beken betreft hebben we zoals gezegd de Molenbeek, maar ook de Zoo, die de grens vormt met Everberg, en de Vloetgrubbe(ook de Zoo genoemd), die vanuit de Connebin komt.
Landschappelijk had men drie gebieden: een broek –of beemdengebied in het noorden, een landbouwgebied met een kouterstructuur in het centrum en een bosgebied op de grens met Bertem. De laaggelegen weiden of beemden waren belangrijk voor de veeteelt. Dit gebied komt bijna tot tegen de A.De Witstraat. De Sint-Antoniuskerk van Meerbeek ligt op de rand van het dorp ( 45,70 m) op het uiterste deel van dit akkergebied op de grens met het beemdengebied Het landbouwgebied was een gebied van akkers, passend bij akkerbouwers. Het bosgebied sluit aan bij de bossen van Bertem. Een eerste Meerbeekse vestiging lag in de omgeving van de Tomme, een steenachtig gebied -denk aan de Steenberg- en zou volgens de volksoverlevering met een pestepidemie verdwenen zijn. Later groeide Meerbeek uit tot een straatdorp rond de Dorpstraat die Everberg verbindt met Veltem-Beisem of Everberg en verder door met Rotselaar en Aarschot. De heren van Rotselaar hadden een grote macht in Kortenberg, Everberg en Meerbeek.
De Sint-Antoniuskerk wijst erop dat het niet om een zeer oude parochie gaat. De studie van de patroonheiligen maakt een duidelijk onderscheid tussen oude parochies met patronen zoals Sint-Maarten en Sint-Jan-Baptist. en jongere parochies met patronen zoals Sint Antonius de Eremiet, een patroon die past bij een veeteeltmaatschappij.

Meerbeek ligt op een grensgebied. Twee oude bisdommen hebben hier hun grens nl het bisdom Kamerijk (Cambrai in Noord-Frankrijk) en Luik. Meerbeek en Beisem ( de kerk stond in de middeleeuwen op de Bovenberg of het Bergecem of het dorp op de berg) behoorden tot het bisdom Kamerijk zoals Everberg, Erps-Kwerps en Kortenberg terwijl Veltem of het dorp in het veld of in de vlakte en Winksele evenals Herent tot het bisdom Luik behoorden. Men zegt dat de Dijle grofweg de grens is tussen de twee bisdommen, maar hier krijgt men ook de indruk dat soms de Molenbeek heel dicht bij de scheiding ligt. Is dat de ‘meerbeek’ of de grensbeek tussen deze twee gebieden.
Ook is deze omgeving de grens tussen twee kunststijlen, Maasromaans (denk aan de kerk van Bertem) dat aansluit bij Luik en Schelderomaans (denk aan de kerk van Humelgem) dat aansluit bij Kamerijk. Meerbeek heeft een Maasromaanse westertoren ondanks het feit dat deze parochie deel uitmaakt van het bisdom Kamerijk.

De oude weg Brussel-Leuven (de heirbane van Loven op Brussel in 1653) loopt in het zuiden door Meerbeek. Het was in de Middeleeuwen één van de Keulse wegen. De wijk de Tomme ligt langs deze weg. Tomme komt van tumulus, oorspronkelijk een Gallo-Romeinse grafheuvel. Archeoloog Walter Sevenants vond sporen van een Romeinse nederzetting ten zuiden van deze weg bij de bouw van het laatste waterreservoir op de Tomme.

Het besluit is dat Meerbeek genoemd werd naar een beek, die in een moerassig gebied lag en die een grensfunctie had. De waternaam werd een dorpsnaam.

Bibliografie:

A.EVERAERTS. Tombes et epitaphes, deel II, p. 710-711.
G.KURTH. La frontière linguistique. 1896-1898. Deel I, p. 356.
A.CARNOY. Origines des noms de communes de Belgique. Leuven, 1948.
MANSION. De voornaamste bestanddelen der Vlaamse plaatsnamen. Brussel, 1935.
J.LINDEMANS. Plaatsnamen. Brussel, 1925.
A.VAN LOEY en A.SERAYEN. Inleiding tot de studie van het Nederlands. Antwerpen, 1961 (3 de druk), p. 89.
L.VANDERKINDEREN. La formation territoriale des principautés belges au moyen age, deel II, p. 102-103.
F.MAES. Meerbeek en zijn verleden- Eigen Schoon en de Brabander.
F.MAES. Art. Meerbeek-Oost-Brabant, deel II,1960, p. 93.
C.WELLENS. Art. Boortmeerbeek- Oost-Brabant, deel III, 1957, p. 39-40.
E.DE SEYN. Geschied- en aardrijkskundig woordenboek der Belgische gemeenten. Deel II, p. 883.
R.VAN UYTVEN. Art. Meerbeek - Gemeenten van België . geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek, 1980, p. 649-650.
J.MINNER. Art. Meerbeke- Gemeenten van België . geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek , p.650.
R.VAN UYTVEN. Art. Boortmeerbeek- Gemeenten van België . geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek, p. 126-127.
H. VANNOPPEN. Art. De gemeente Kortenberg (Erps-Kwerps, Everberg, Kortenberg, Meerbeek)- Kuierend door Midden-Brabant. De witloof-en de druivenstreek. Winksele, 1987, p. 35-36.
H. VANNOPPEN. De geschiedenis van Meerbeek, de baronie tussen de Tomme en de Burcht. 1979, p. 9-29.

naar overzichtstabel

 

 

Straatnamen

Nieuwe straatnamen

Meerbeek

Zeven Slapersweg

De nieuwe straatnaam dient voor de verkaveling Boets-Gielis  recht tegenover het pachthof van de Zeven Slapers gelegen.  De straat is een deel van de private weg van het OCMW-Leuven  als verbinding tussen de Dorpsstraat en de Goedestraat. De fundatie van de Zeven Slapers werd gesticht te Leuven als godshuis   in 1437 door Jan Keynoghe, schepen van Leuven. Eén van de inkomsten van de fundatie was het pachthof in de Goedestraat te Meerbeek. Dit pachthof werd bij testament in 1460 door Jan Keynoghe aan de fundatie der Zeven Slapers te Leuven geschonken. Het nog bestaande pachthof heet men  in Meerbeek ook het Pachthof van de Zeven Slapers. Dit pachthof is nu eigendom van het OCMW-Leuven. De verkaveling Boets-Gielis kwam wat betreft tracé en uitrusting wegenis op de gemeenteraad op 6 oktober 2003. De Cultuur-Historische Vereniging adviseerde de straatnaam Zeven Slapersweg in haar vergadering van 9 oktober 2003.De gemeenteraad van Kortenberg keurde deze straatnaam definitief goed op 19 december 2005.

 

naar overzichtstabel

 

Erps-Kwerps

Walravenshof

Walravenshof is de nieuwe verkaveling, die uitgeeft in de Kammestraat.

Bij de keuze van de straatnaam vond men geen toponiem of plaatsnaam, die nog niet gebruikt was. Dit gebied behoorde tot de goederen van het kasteel, dat op de hoek stond van de Engerstraat en van de Everbergstraat. Dit kasteel werd Walravenshof en ook Hof van Ingelstraete genoemd.

Het Walravenshof was gedurende bepaalde perioden een pachthof, in andere perioden een speelgoed of een herenhuis. De familie Walravens was eigenaar van dit hof van de 14 de tot de 17 de eeuw. In 1298-1309 was Michiel Walravens, meier van de abdij van Kortenberg te Erps. We zien ook hoe uit een voornaam een familienaam ontstaat. In 1377 vonden we Walraven van den Berge, in 1393 Walravus de Monte of de Latijnse versie. Later valt van den Berge weg. In 1440 vonden we Jan en Robrecht Walravens.

De weduwe van Jan Walravens, huwde doctor Jan van Papenbroeck. Hij was raadsheer van de Soevereine Raad van Brabant, de hoogste rechtbank in onze gebieden. Zo kwam het Walravenshof in handen van de familie van Papenbroeck. We vonden dit pachthof op een kaart van 1699 als een vierledig gesloten pachthof met een duiventoren. Het Walravenshof werd toen aangeduid als ‘het huys van Heere Raedt van Papenbroek’ .

De huidige verkaveling was dus grond van het kasteeldomein van de familie Walravens. Hof wijst erop dat het om doodlopende straten gaat. De Cultuur-Historische Vereniging stelde de naam Walravenshof voor op 4 juli 1990. De gemeenteraad van Kortenberg keurde deze straatnaam definitief goed op 7 januari 1991.

 

naar overzichtstabel

 

Villershof

Villershof is de nieuwe verkaveling die uitgeeft in de Kammestraat.

Bij de keuze van de straatnaam vond men geen toponiem of plaatsnaam, die nog niet gebruikt was. Dit gebied behoorde tot de goederen van het kasteel, dat op de hoek stond van de Engerstraat en van de Everbergstraat. De laatste adellijke familie, die eigenaar was van het Walravenshof was de familie de Villers, vandaar de naam Villershof.

Na de families Walravens kwam het Walravenshof in handen van de families van Papenbroeck, Pipenpoy en de Cloeps. Marie-Elisabeth de Cloeps (1771-1814) huwde Graaf Auguste-Melchior de Villers(+1850) en zo kwam dit kasteel in handen van de Graven de Villers . Op 20 november 1852 keurde de gemeenteraad van Erps-Kwerps de grafconcessie van 22 vierkante meter goed voor de grafelijke familie de Villers. Deze grafkelder lag vooraan tussen de kerk en het oorlogsmonument. De grafkelder de Villers was de enige concessie op het kerkhof van Erps in het midden van de 19 de eeuw. De grafkelder werd eerst vernietigd in 1963 bij de opruiming van het kerkhof rond de kerk van Erps. In de kerk van Erps vinden we 5 obiits of rouwborden van de graven de Villers.De familie de Villers voerde als wapenschild: op een veld van sabel (zwart) 10 ruiten van goud geplaatst. De Villers was een oude Luikse familie, die vooral actief was in de streek van Hoei. Tot deze familie behoordenServais-Augustin de Villers (Luik 1701-Leuven 1759), professor geneeskunde aan de universiteit van Leuven en zijn dochter Beatrix de Villers, de laatste abdis van de abdij van Kortenberg van 1777 tot 1798. De familie de Villers heeft nooit haar kasteel te Erps-Kwerps bewoond. De familie bewoonde het kasteel van Conjoux (Conneux, Leignon).In 1904 verkocht Graaf Theodore de Villers zijn kasteel Walravenshof te Erps-Kwerps, dat kort daarop afgebroken werd en vervangen werd door een nieuwe villa ‘Les Tilleuls’.

De naam Villershof werd door de Cultuur-Historische Vereniging op 6 juli 1994 en door het Erfgoedhuis Kortenberg op 12 juni 2003 voorgesteld. De straatnaam werd voorlopig goedgekeurd door de gemeenteraad van Kortenberg op 30 juni 2003 en definitief op 1 september 2003.

In 2004 hadden archeologische opgravingen plaats in het Villershof. Daar werd o.a. een middeleeuwse nederzetting gevonden. De gronden werden eerst na het archeologisch onderzoek verkocht.

 

naar overzichtstabel

 

Noodbosweg

De brug over de spoorweg aan de Everbergstraat is afgebroken met de H.S.T.-werken. Daardoor bestaat de Everbergstraat nu uit twee afzonderlijke delen, die geen verbinding met elkaar hebben tenzij via een tunnel voor fietsers en voetgangers. Op 31 augustus 2006 werd het nieuwe containerpark van Kortenberg tegen de spoorweg langs de Everbergstraat ingehuldigd. Hierdoor ontstond de noodzaak om het gedeelte van de Everbergstraat tussen de Leuvensesteenweg en de spoorweg een nieuwe naam te geven. De Atlas van de Buurtwegen van Erps-Kwerps gaf in 1842 deze weg nr. 26 als de Houtboschweg, ’sentier d’Everberg à Erps’ of de weg van Everberg naar Erps. Het kadaster vermeldt als plaatsnaam Houden Bosch. Het Oude Bos is het gebied waar nu D’Ieteren gevestigd is. De plaatsnaam verwijst naar een oud bos wat de beplanting betreft. Daniël Godts in de 18 de eeuw sprak van de plaats Noodbos, waar de inwoners van Erps in 1489 vluchtten voor de troepen van Maximiliaan van Oostenrijk. Noodbos komt dus overeen met de plaats Ouden Bos en is een oudere benaming. De Cultuur-Historische Vereniging van Erps-Kwerps adviseerde als nieuwe straatnaam op 9 februari 2006 Noodbosweg met als straatnaambord


‘Noodbosweg
Erps schuiloord
in 1489’.

De gemeenteraad van Kortenberg keurde op 8 mei 2006 de principebeslissing van de straatnaam Noodbosweg goed.
Na 1955 was de Noodbosweg de grens tussen de gemeenten Erps-Kwerps en Kortenberg.

 

naar overzichtstabel

 

 

Everberg

 

Valkenhof

De nieuwe naam van de straat, die uitgeeft op de Sijsjeslaan en die in het verlengde ligt van de Merelstraat, in Armendaal wordt een vogelnaam zoals bij de andere straten langs die zijde van de wijk Armendaal. Er werd advies gevraagd aan Natuurpunt Kortenberg en deze deden verschillende voorstellen: Roodstaartlaan, (‘Schouwveger’), Valkenlaan, Spreeuwenlaan Eksterlaan en Gorzenlaan. Erfgoedhuis Kortenberg adviseerde Valkenlaan op 13 oktober 2005 aangezien de valkenjacht en het africhten van valken in de Middeleeuwen in onze gewesten voorkwam denk maar aan de Valkerijgang te Leuven. Het hertogdom Brabant had daarbij ook nog een Groot-Valkenier. De valk en de valkenjacht passen in de traditie van het 900-jarig hertogdom Brabant (1106 - 2006) en van het Prinsdom Everberg. De Overkoepelende Culturele Raad van Kortenberg verkoos hof boven laan omdat het over een doodlopende straat ging. Zo werd tenslotte Valkenhof geadviseerd. De gemeenteraad van Kortenberg keurde deze straatnaam voorlopig goed op 19 december 2005.

 

naar overzichtstabel

 

Schutterslaan

Het deel van de Nieuwe Waalse baan onder Everberg heet men Schutterslaan. Het is de grens met Sterrebeek (gemeente Zaventem). Het deel van de straat links wanneer men vertrekt op de Sterrebeeksesteenweg is Everberg, het deel rechts is Sterrebeek. Deze straat heet op beide gemeenten Schutterslaan. Men vindt er geen oude woningen.

 

 

Kortenberg

Hof van Parcé

Hof van Parcé is de nieuwe verkaveling, die uitgeeft in de Hertog Jan II-laan. De gemeente Kortenberg is verzusterd met Parcé, een gemeente in Bretagne in Frankrijk. Parcé is een landelijke gemeente gelegen bij de stad Fougères, dicht bij de grens met Normandië. De straatnaam werd voorgesteld door het Erfgoedhuis Kortenberg, aangezien er geen andere toponiemen ter beschikking waren. De straatnaam werd voorlopig goedgekeurd door de gemeenteraad van Kortenberg op 4 februari 2002 en definitief op 3 juni 2002.

 

naar overzichtstabel

Camiel Schuermanslaan

De Camiel Schuermanslaan is nu de verbinding tussen de Vogelzangstraat (de Achterenberg) en het Dokter Victor De Walsplein. De Achterenberg is één van de oudste wijken van Kortenberg. Het was het gebied rond de Curtenberg (nu de Eikelenberg) met zijn bergkerk. De Camiel Schuermanslaan was een smalle voetweg door een beemdengebied. De nieuwe verkavelingen, die uitgeven op de Camiel Schuermanslaan of in de omgeving liggen, eindigen gewoonlijk op broek, wat moeras betekent. De oorspronkelijke benaming is hier ook aan straten van de verkaveling gegeven.

De naam van de straat is een herinnering aan Camiel Schuermans, burgemeester van Kortenberg. Hij werd geboren in 1868. Hij bewoonde de Villa Elisabeth (nu: De Venkel) op de Leuvensesteenweg en later de rechtervilla (het meest in de richting van de rijkswacht) van de dubbelvilla’s tussen de Blockmansstraat en de Stationsstraat. Hij was brouwer van beroep samen met zijn broer Eugène Schuermans. Hij was voorzitter van De Eendracht (‘De Fransen’) van 1910 tot 1918. In 1903 werd hij katholiek gemeenteraadslid en in 1911 eerste schepen van Kortenberg. Hij verving burgemeester Felix Vrebos als dienstdoend burgemeester in W.O.I., toen deze naar Londen gevlucht was. In 1921 werd hij burgemeester, wat hij bleef tot zijn overlijden. Camiel Schuermans overleed, enkele maanden na de bevrijding, op 15 december 1944 en toen de nieuwe straat tot ontwikkeling kwam, werd ze naar hem genoemd. De bebouwing langs de Camiel Schuermanslaan breidde sterk uit in de 2 de helft van de 20 ste eeuw. In 2004 werd de Camiel Schuermanslaan volledig vernieuwd en van bomen voorzien. Men kan dan nu ook van een laan spreken. De nieuwe Camile Schuermanslaan werd plechtig geopend op 21 augustus 2004.

naar overzichtstabel

Dr. Victor De Walsplein

Het Dr. Victor De Walsplein was vroeger de Vette Weide met haar moerassige bodem. Het was een gebied waar turf gestoken werd. Later was er het stort van Kortenberg en na W.O. I verschenen hier de ‘barakken’ of noodwoningen van het Koning Albertfonds. In 1931 werd dit gebied opengesteld voor het verkeer. Nu heeft men hier het Administratief Centrum van Kortenberg, opgericht in 2000.

Het plein dankt zijn naam aan dokter Victor De Wals. Deze was schepen van onderwijs en burgemeester van Kortenberg. Hij was ook katholieke senator voor het arrondissement Leuven.

Mispelarenstraat

De Mispelarenstraat verbindt de Vogelzangstraat met de Camiel Schuermanslaan.
Mispelaar is waarschijnlijk een verschrijving van Wespelaar. De heren van Wespelaar waren de vroegere bezitters van deze omgeving. In 1358 vinden we de ‘Wespelaer strate’. Er was het leen van Wespelaar en het Laathof van Wespelaar. Later werd de heerlijkheid van Wespelaar samengevoegd met de heerlijkheid van Rotselaar. De Mispelarenstraat werd volledig vernieuwd in 2004.





naar overzichtstabel

Wespelaarbroek

Wespelaarbroek was het ‘broek’ of het moeras van de heren van Wespelaar. Broek vinden we ook terug in Broek-sala of Brussel, wat plaats of zaal in het moeras betekent.

Beekstraat

Men had de Oirbeek of Aderbeek in de onmiddellijke omgeving. De Beekstraat ligt aan de noordzijde van de Aderbeek. De naam verwijst duidelijk naar de beek in de omgeving. De Beekstraat was oorspronkelijk een voetweg. Men vindt de Beekstraat op Atlas van de Buurtwegen en de kaart van Popp van 1850-1870 als de Molenweg. Het was de weg die leidde naar de watermolen van de abdij. Deze moet gestaan hebben in de omgeving van de oude pastorie.

naar overzichtstabel

 

Walenstraat

 

De Walenstraat in de deelgemeente Kortenberg vormt de grens met Nossegem (gemeente Zaventem). De Romeinse weg Rumst-Baudecet-Taviet liep verticaal door ons land: Rumst-Elewijt-Melsbroek-Nossegem-Sterrebeek-Moorsel-Vossem-Duisburg…Te Sterrebeek-Nossegem kruiste deze weg de oude weg Brussel-Leuven over Everberg en Voskapel. Daar stonden de 4 pachthoven, waar nu ongeveer de brug over de E40 ligt o.a. de Wildeman. Dat was de Oude Waalse baan.

Er is echter ook een Nieuwe Waalse baan en deze komt overeen met de Walenstraat. Deze Nieuwe Waalse Baan zou in de 16 de eeuw de rol van de oude overgenomen hebben. Deze nieuwe baan splitste zich af van de oude op het grondgebied van Steenokkerzeel in het huidige luchthavengebied even voor Nossegem. Ze liep in de richting van Kortenberg. Ze stak de brug over de spoorlijn Brussel-Leuven van 1866 over. Ze vormde de grens tussen Nossegem en Kortenberg (Walenstraat in Kortenberg en Walenweg in Nossegem). Op de kruising met de nieuwe steenweg Brussel-Leuven werd De Prins Kardinaal als afspanning op Kortenbergs grondgebied gebouwd. De Nieuwe Waalse Baan kruist de oude weg van Brussel naar Leuven aan de afspanning ‘In den Leeuw ‘(1649) op Nossegem. De baan blijft de grens vormen tussen Sterrebeek en Everberg (Schutterslaan). Vervolgens liep deze weg langs de andere zijde van de E 40 over de Voskapelstraat onder Sterrebeek. Het is een veldweg naast het nieuwe kerkhof van Sterrebeek. Zo komt men aan het kerkhof van Moorsel. Men vervolgt de Moorselstraat, die door het centrum van Moorsel loopt en komt langs het Hof van Oudergem, het groot pachthof langs of vroeger zelfs door het Moorselbos. Onderweg komen de oude en de nieuwe baan opnieuw samen en komen ze als de Moorselstraat uit op de steenweg Leuven-Tervuren aan het pachthof De Vier Winden.

 

naar overzichtstabel

Blockmansstraat

De Blockmansstraat ligt tussen de Leuvensesteenweg en de Edegemstraat. Ze dankt haar naam aan de hoeve Blockmans. De familie Blockmans stamde uit de hoeve op de hoek van de Kapellestraat en de Blockmansstraat. De hoeve of de familie gaf haar naam aan de Blockmanswegel later de Blockmansstraat. Frans Maes noemt deze hoeve het Hof van Hendrick Verruelen. De familie Blockmans was eigenaar van deze hoeve sinds 1751. Elisabeth Van Langendonck, de weduwe van Lambertus De Coster verkocht toen het goed aan Peeter Blockmans uit Kampenhout
(° 1705) en aan Anna Verbist (° Berg 1710). Peeter Blockmans werd vermeld als herbergier en winkelier. Hij overleed te Kortenberg op 19 oktober 1768. Zijn zoon kleermaker Guilielmus Blockmans (Kortenberg 2 november 1749- 4 april 1815) huwde Catharina Arnoeyts (Erps 28 mei 1758-Kortenberg 16 december 1825). Hij nam het ouderlijke huis over.

Guillaume Blockmans en Catharina Arnoeyts hadden verschillende kinderen o.a.

  • Engelbertus (° 1784), die met Barbara Lambrechts huwde
  • Theresia (° 1787), die met Frans Van Tricht huwde
  • Antonius (° Kortenberg 13 december 1804 - Leuven 27 juni1882), die priester werd Engelbertus Blockmans bleef op de ouderlijke hoeve. Het echtpaar Engelbertus Blockmans - Lambrechts had verschillende kinderen.
  • Victoria Blockmans (° 1806), die met Jan-Baptist Goffaut huwde en zo in De Prins Kardinaal terechtkwam.
  • Coleta Blockmans (° 1813) te Brussel
  • Theresia Blockmans (° 1818), kloosterling te Erps-Kwerps
  • Amelia Blockmans (° Kortenberg 1822), die met Cornelius Vandesande, schoolmeester te Erps huwde. Deze stierf jong en Amalia Blockmans vestigde zich als naaister in de ouderlijke woning samen met haar dochter Julia Vandesande.
  • Franciscus Theodorus Blockmans (° 1825), die priester gewijd werd in 1850. Hij werd onderpastoor te Oudergem in 1851 en pastoor te Stokkel in 1863.
  • Anna-Josephina Blockmans (° 1830), die met Jan-Baptist Buelens, landbouwer te Steenokkerzeel huwde.

Engelbert Blockmans was secretaris van de kerkfabriek van Kortenberg (vermeldingen in 1842 en in 1852). Zijn echtgenote Barbara Lambrechts stierf te Kortenberg in 1864. In 1867 trok Engelbertus Blockmans naar zijn jongste dochter in Sint-Stevens-Woluwe.

 

naar overzichtstabel

Fietspaden

Erps-Kwerps

De Runderenberg

De Runderenberg is het nieuwe laterale fietspad naast de H.S.T. tussen de Walenweg en de Driewilgenstraat aan de noordzijde van het spoor op Erps-Kwerps. De naam kwam voor in 1414 als ‘Rienenberch’ en in 1450 als Rynneberch.De betekenis van rinde of run zou wijzen op eikenhout of eikenschors. Misschien was dit een plaats waar eiken groeiden. Er zou ook enig verband kunnen zijn met ‘rennen’ of vlooien. Daarbij zou men kunnen verwijzen op een leigracht nl. de aardgracht van de Gulden Delle. Berg verwijst naar het heuvelend element. De Runderenberg is het hoogste punt van de deelgemeente Erps-Kwerps. P.C.POPP vermeldde de plaats als ‘Den Rinderenberg’ in 1850-70.

Erfgoedhuis Kortenberg VZW Sectie Cultuur-Historische Vereniging van Erps-Kwerps stelde deze naam voor het fietspad voor op haar werkvergadering van 12 mei 2005. De gemeenteraad van Kortenberg keurde de voorgestelde naam goed op 5 september 2005.

 

naar overzichtstabel

 

De Bleuk

De Bleuk is het nieuwe laterale fietspad naast de H.S.T. tussen de Everbergstraat en de Zavelstraat aan de noordzijde van het spoor onder Erps-Kwerps. De naam wordt eerst gebruikt na de laatste woningen van de Spoorwegstraat. Bleuken zijn blokken of omheinde percelen door hun eigenaars uit de omliggende akker- of weidegrond afgescheiden voor hun persoonlijk gebruik, veelal om een woning te bouwen. Deze woningen verdwenen soms, maar de omheining bleef dikwijls. De naam Bleukweg is verdwenen. Deze liep door het Complex D’Ieteren. In de middeleeuwen lag tussen de Bleukweg en het dorp van Erps het leen de Droge Brake. P.C.POPP sprak van ‘De Bleuk’ en ‘Bleukstraat’ in 1850-70.

Erfgoedhuis Kortenberg VZW Sectie Cultuur-Historische Vereniging van Erps-Kwerps stelde deze naam voor het fietspad voor op haar werkvergadering van 12 mei 2005. De gemeenteraad van Kortenberg keurde de voorgestelde naam goed op 5 september 2005.

 

naar overzichtstabel

Het Heuveling

Het Heuveling is het nieuwe laterale fietspad naast de H.S.T. tussen de Zavelstraat en de Kouterstraat onder Erps-Kwerps. Het Heuveling ligt recht voor de Wijngaardsberg, het hoogste punt van Schoonaarde-Erps. Op de Wijngaardsberg bevindt zich een grote Romeinse villa. De naam Heuveling komt van Hugelingen, ofwel de plaats van de afstammelingen uit Hugo ofwel de plaats van de afstammelingen bij de heuvel. In het laatste geval zou de heuvel kunnen verwijzen naar de Wijngaardsberg. Hugelingen was een Frankisch toponiem.

Erfgoedhuis Kortenberg VZ

W Sectie Cultuur-Historische Vereniging van Erps-Kwerps stelde deze naam voor het fietspad voor op haar werkvergadering van 12 mei 2005. De gemeenteraad van Kortenberg keurde de voorgestelde naam goed op 5 september 2005.

eerbeek

naar overzichtstabel


 
Aarzel niet om informatie te vragen aan de voorzitter Doctor Henri Vannoppen of webmaster Gustaaf Salens. Elke vraag of suggestie is welkom. Dank voor uw belangstelling.
URL-adres van onze website
laatste aanpassing op 02.10.2008