Het Soete Landt van Waes
(Beschrijvingen uit historische bronnen)
Uit:
SCHRICK van VLAANDEREN en BRABANDT, &c.
Aenghedaen door sijn Hoogheydt FREDERICK HENDRICK, Prince van Oraengien.
Met den Op-tocht, Belegheringhe, en In-nemen van de stercke Stadt HULST.
(Schild met randschrift: HONY SOIT QVI MAL Y PENSE)
Tot Middelburgh;
Ghedruckt by Anthony de Later, Ordinaris Stadts
Drucker / woonende op de Groote Markt / inde Bonte-Koe. 1645
Den 3. Oktober 1645.
...
Het Legher is ontrent den middagh / dat schoon en ghewenschte Landt van Waes in Ghemarcheert. Het is een uytnemende schoon vermakelijck vruchtbaer Landt / vol gheboomte : gheduerende onsen Marsch van Melle tot Steken toe by Hulst, weet niet datmen verre boven de hondert Roeden van sich heeft konnen af sien / van weghen alle de schoone Dreven ende gheplante Boomen. Dit Landt van Waes is oock een rijck Landt / want wy hebben uyt goeder handt int selve Landt verstaen / dat boven alle lasten van d'Oorloghe / die die van Waes nevens andere Provintien / hebben ghecontribueert / dat sy / om gheen inquartieringhe te hebben van Krijghsvolck / noch alle maenden hebben opghebracht vijfthien duysent Guldens.
...
Van Distelberghs Capelle zijn wy ghemarcheert na Lokeren, door een seer playsanten wegh / met hooghe Eycken boomen beset / ende doorgaens soo breedt dat dry a vier waghens nevens malkanderen daer konnen rijden; half weghen Lokeren tot Lokeren toe / zijn nevens den wegh veel huysen / redelijck groot met groote schueren / doch op sijn Vlaemsch / meest van rijs ende leem ghemaeckt / al-hoe-wel hier en daer eenighe huysen zijn van steen / op zijn Hollands / toeghemaeckt ende ghetimmert.
...
Op desen wegh vonden de Soldaten veel broodt ende bier inde Boere huysen; in eenighe huysen hebben sy ontrent desen wegh ghevonden vier vijf a ses Tonnen biers; de Soldaten die langhen tijdt door manquement van water / hadden grooten dorst gheleden / droncken niet alleenlijck hare becomste / maer vulden oock hare kannen en flesschen die sy aen haren riem hadden hanghen. Wy hebben gheoordeelt dat de Boeren hier rijck ende welvarende zijn gheweest; oordeelden oock ontrent Lokeren 't landt beter en vruchtbaerder te zijn / als na 't Westen toe / en bequaem vlack landt. Op dien wech waren menichte van beesten / van Ossen / Koeyen / Schapen en Verckens / die men hoorde seer jammerlick knorren / huylen / loeyen en blerren / om dat sy niet afghemolcken oft besorght en wierden.
...
Die soldaten die nu langen tijdt grooten honger ende dorst hadden geleden / eenige in dry dagen gheen broodt hadden ghegeten / ende nu amechtigh en vermoeyt van marcheren waren / vonden binnen Lokeren eenige Kelderen wel versien met eenige vaten wijnen / veel Spaensche ende Brande wijnen; hier versterckten en verfrischten sy hare vermoeyde leden. In sommige huysen vonden sy oock veel speck / schoone hammen / veel Bier / daer begondemen weder te roepen; (dat in acht daghen niet geschiet en was) Broodt als koeck, Bier als speck. Lokeren is een schoone heerlijcke Plaetse / en volckrijck. ... hebbe oock daer ghetelt 8. a 9. Windt-molens / bekenden even-wel die van Lokeren / dat S. Niclaes een Dorp niet verde van daer / in playsance / schoonheydt en negotie Lokeren passeerde.
Ontrent vier uren na de middagh is d'Arriere-garde van ons Legher door Lokeren ghepasseert / ende na Steken ghemarcheert / door een seer playsanten en breeden wech als voren; de Regimenten konden hier ghemackelijck inde twintigh in een rangh in haer gelidt gaen. D'Avant-garde is tot Steken ghekomen ontrent na de middagh / maer d'Arriere-garde savondts ontrent ten tien uren.
...
In dit Dorp van Steken zijn wy ghekomen in eenige huysen / in welcke soo veel huys-raedt en winckelwaeren zijn geweest / dat wy niet en konden mercken dat sy yet ter wereldt hadden gevlucht / selfs niet hare Schuldt-boecken / noodighe Rekeningen en Brieven / ja op sommighe Plaetsen hebben ghevonden 't Priesterlijck gewaet / Mis-kleeren / Casuyfelen / d'Hostie / met de Heylige Olye. Daer uyt men kan oordeelen hoe onversiens dit volck is verrast gheworden / welcke voordesen / in dit Landt van Waes, als in een Aerdtsch Paradijs / en in een beloofde Landt / een yeghelijck onder zijnen Vijghe-boom hadde ghewoont.
[Terug naar "MEMORABILIA"]