Typisch Belgisch, uitgesproken Nederlands

Klik eerst op een woord, daarna op het veld waar het thuishoort.
Pas als alle woorden op hun plaats staan, klikt u op 'Correctie'.

verstandskies hesp uitverkoop presentielijst fauteuil brugpensioen kot zichtrekening tosti job
  1. Als je in België een croque-monsieur bestelt, moet je in Nederland een vragen. 
  2. De uitkering bij vervroegde uittreding (VUT) heet in België
  3. In België wordt soms de term aanwezigheidslijst gebruikt voor de Nederlandse
  4. De student die in Nederland een baantje heeft, heeft in Vlaanderen een
  5. In Nederland woont die student op kamers, maar in België wordt zo'n studentenkamer doorgaans een genoemd. 
  6. Als een winkel de seizoensgebonden artikelen tegen een lagere prijs verkoopt, zie je in België vaak solden op de winkelruiten staan. In Nederland heet dat de
  7. In een zetel kun je in België gewoon gaan zitten, maar zo'n stoel heet in Nederland een
  8. Wat in Nederland een rekening-courant heet, is in België een
  9. In Vlaanderen heb je soms een lastige wijsheidstand, maar dan spreekt de Nederlandse tandarts eerder over een
  10. Een broodje ham in Amsterdam, maar in Antwerpen doen we er op. 

© 2003 DidaClic   Home   Copyright Info