Ben ik het er wel mee eens?

Als je in een discussie je mening wilt geven over wat een ander zegt, gebruik je geregeld de uitdrukking 'het eens zijn'. Dat is voor Franstaligen niet bepaald makkelijk, maar hier kun je even oefenen.

Kies de beste reactie, wat inhoud en vorm betreft. Het commentaar op je antwoord zie je meteen in de balk.


  1. Arbeidstijdverkorting schept werkgelegenheid.

    Daar zit wel wat in, maar zo simpel is het toch ook weer niet.
    Ik ben het er helemaal mee eens.
    Daarover ben ik het eens.



  2. Regelmatig een beetje sporten is beter dan af en toe heel intensief.

    Ik ben natuurlijk met je eens.
    Daar zijn we het over eens.
    Wat een onzin, daar kan ik het absoluut niet mee eens zijn.



  3. Bestuurders boven de zeventig zijn gevaarlijk op de weg.

    Je hebt groot gelijk, dat ben ik helemaal met je eens.
    Soms is dat wel zo, maar ik ben het niet helemaal mee eens.
    Nou, daar ben ik het toch niet helemaal mee eens.



  4. Een meisje dat alleen uitgaat, vraagt erom lastiggevallen te worden.

    Wat krijgen we nou? Daar ben ik het helemaal niet mee eens.
    Ik ben het niet ermee eens. Wat een ouderwets idee!
    Inderdaad. Daar zijn we het helemaal over eens.



  5. Volgens de directie moet je altijd de goedkoopste vertaler kiezen.

    Met zo'n uitgangspunt kan ik het niet eens zijn. Ook de kwaliteit telt.
    Daar zit wel wat in, maar ik ben het ermee eens.
    Ik ben het daarmee eens dat de prijs een grote rol speelt.



  6. Slapeloosheid moet je niet bestrijden met pillen.

    Daar ben ik helemaal het mee eens, er zijn andere middelen.
    In de grote lijnen ben ik het wel met je eens, maar soms kun je gewoon niet anders.
    Inderdaad, alle artsen zijn het erover eens dat dat niet helpt.



  7. Op mijn school geven de docenten veel te veel huiswerk op.

    Tja, daar zijn alle studenten het natuurlijk over eens.
    Daar ben ik het er helemaal mee eens.
    Nou, daar klaagt niemand over, je hebt het helemaal mis.



  8. Vrachtwagenchauffeur is een zwaar beroep.

    Ja, dat klopt, maar ze verdienen ook goed.
    Helemaal niet, ermee ben ik het helemaal niet eens.
    Zeker. Daarom ben ik ook tegen nog flexibelere regels voor het vrachtverkeer.



  9. Ga je volgende week mee naar Amsterdam?

    De excursie gaat toch niet door, de organisatoren konden het niet eens worden.
    Nee, want ik was niet eens met de datum.
    Geen sprake van. Ik ben het helemaal niet eens.



  10. Echte liefde duurt een leven lang.

    Dat slaat nergens op. Ik ben het helemaal niet met je eens.
    Ik ben het helemaal met je eens: als je van elkaar houdt, is het voor het leven.
    Nou, daar denk ik toch anders over.





© 2001 DidaClic   Home   Copyright Info