Voeg- en verbindingswoorden

Elke opgave bevat drie zinnen, waarvan er maar één goed is.
Je klikt in het vakje voor de juiste zin.

Na afloop klik je op 'Controle'. Je score verschijnt in een apart venster, dat na een paar seconden weer dichtgaat. Als je het langer wilt zien, roep je het gewoon weer op.

Als het regent, kom ik niet.
Toen het regent, kom ik niet.
Mits het regent, kom ik niet.

Ze heeft weinig tijd, hoewel ze is met pensioen.
Ze heeft weinig tijd, daar ze met pensioen is.
Ze heeft weinig tijd, al is ze met pensioen.

Het is de vraag als het lukt.
Het is de vraag indien het lukt.
Het is de vraag of het lukt.

Ik bel je op zodat ik er ben.
Ik bel je op zodra ik er ben.
Ik bel je op zo ik er ben.

Dus hij vertrekt vandaag.
Dus, vertrekt hij vandaag.
Vertrekt hij dus vandaag.

We gaan niet want het te laat is.
We gaan niet omdat het te laat is.
We gaan niet daar het is te laat.

Ze zwaaide, maar hij heeft haar niet gezien.
Ze zwaaide, toch hij heeft haar niet gezien.
Ze zwaaide, echter hij heeft haar niet gezien.

Al is het vakantie, we zien elkaar vaak.
Al is het vakantie, zien we elkaar vaak.
We zien elkaar vaak, al het vakantie is.

We spreken af alvorens we terugkomen.
We spreken af nadat we terugkomen.
We spreken af wanneer we terugkomen.

Je moet opletten, namelijk ze hebben een hond.
Je moet opletten, ze hebben namelijk een hond.
Je moet opletten, omdat ze hebben een hond.


  

© 2001 DidaClic   Home   Copyright Info