Oranjestad

 

De Unie der Oranjesteden is algemeen bekend. Het is een vriendschapsverdrag dat op 31 augustus 1963 werd afgesloten tussen Breda (Nederland), Diest (België), Dillenburg (Duitsland) en Orange (Frankrijk). De vier steden hebben allemaal een bijzondere band met de prinsen van Oranje en de graven van Nassau. Ondanks dat Zichem niet tot het officiële rijtje van ver behoort, heeft het geslacht Oranje-Nassau toch een grote rol gespeeld in het verleden van het stadje. Tussen 1499 en 1795 zwaaiden ze de scepter over Zichem, hoewel ze er zelden verbleven. H.M. Koningin Beatrix I der Nederlanden mag zich nog steeds baronnes of vrouwe van Zichem noemen, ook al behoort deze titel niet meer tot haar officiële titulatuur.

ZICHEM EN DE ORANJE-NASSAUS

In 1499 ruilde Willem van Gullik (1441-1504) Zichem, Diest, Zelem en het burggraafschap Antwerpen met Engelbert II van Nassau-Dillenburg voor de landen van Millen, Gangelt en het kasteel van Waldfeucht.

Engelbert II had geen directe nakomelingen en zijn neef Hendrik III van Nassau-Dillenburg (1483-1538) was zijn enige erfgenaam. Hendrik III was een vertrouweling van Keizer Karel V. Hij huwde in totaal drie keer. Zijn tweede huwelijk met Claude van Châlon-Arlais, prinses van Oranje betekende het startschot van het geslacht Oranje-Nassau.

Hun zoon René van Châlon (-1544) erfde de erflanden van zowel zijn vader als zijn moeder. Hierdoor was hij de eerste persoon die tegelijkertijd de titel prins van Oranje en graaf van Nassau droeg. Zijn huwelijk met Anna van Lotharingen bleef kinderloos.

Willem I van Oranje (1538-1584), bijgenaamd de Zwijger, erfde o.a. Zichem van zijn oom René van Châlon. Zijn naam was onafscheidbaar verbonden met de opstand van de Noordelijke Nederlanden tegen het Spaanse bewind van Koning Filips II. Zichem zwoer zijn  wettelijke heer, Willem van Oranje, trouw te blijven en weigerden doorgang te verlenen aan het Spaanse leger. De stad werd gewapenderhand veroverd. De onverzettelijkheid van de Zichemnaars en de troepen van Willem van Oranje kostte het leven aan honderden burgers en soldaten. Zichem ging de vaderlandse geschiedenis in als één van dé Martelaarsstad van de Tachtigjarige Oorlog.

Na de moord op Willem van Oranje in Delft op 18 juli 1584 werd hij als heer van Zichem en Diest opgevolgd door zijn oudste zoon Filips-Willem van Oranje (1554-1618). Hij was het petekind van Koning Filips II van Spanje. Hij studeerde in Leuven, maar werd er weggehaald door Filips II. Aan het Spaanse hof kreeg hij een strenge katholieke opvoeding. Na de dood van zijn vader in 1584 keerde hij terug naar de Nederlanden, die toen bestuurd werden door de aartshertogen Albrecht en Isabella. Filips-Willem deed zijn blijde intrede in Zichem op 29 mei 1602, bouwde er het Tolhuis op deMarkt en liet op het puin van de oude waterburcht van Zichem een nieuwe hoeve bouwen (latere Oranjekasteel). De nieuwe heer van Zichem resideerde in Diest en werd er in 1618 ook begraven. Hij werkte mee aan de uitbouw van het bedevaartsoord Scherpenheuvel.

Na de dood van Filips-Willem nam diens stiefbroer Maurits van Nassau (1567-1625) het roer over. Samen met bondgenoot Engeland nam Maurits opnieuw de wapens op tegen Spanje. Hij stierf ongehuwd en kinderloos in 1625.

De wettige opvolger van Maurits van Nassau was stiefbroer Frederik-Hendrik (1584-1675). Koning Filips II van Spanje weigerde echter hem te erkennen als de nieuwe heer van o.a. Zichem en andere gebieden van de Oranjes in de Zuidelijke Nederlanden. Jan van Nassau-Siegen (1583-1638), uit een Duitse katholieke zijtak van de familie, werd door de Spaanse koning aangeduid om Maurits van Nassau op te volgen. Het verdrag van Münster (1648), dat een einde maakte aan de Tachtigjarige Oorlog, had tot gevolg dat Zichem in handen kwam van Willem II van Oranje (1626-1650), zoon van Frederik-Hendrik.

Willem III (1650-1702) volgde zijn vader Willem II op als de nieuwe heer van Zichem en Diest. Via zijn huwelijk met de Engelse kroonprinses Mary schopte hij het tot koning van Groot-Brittannië.

Het huwelijk van Willem III en Mary bleef kinderloos. De Engelse troon ging naar de Hannovers en Zichem en Diest kwam in handen van een Friese zijtak van de Oranjes, met aan het hoofd Johan-Willem-Friso van Nassau-Dietz (1687-1711).

Willem IV (1711-1751) volgde in 1711 zijn vader op als heer van Zichem en Diest. Hij huwde met prinses Anna van Groot-Brittannië en Ierland, dochter van Koning George III.

De laatste ‘echte’ heer van Zichem was Willem V (1744-1806). Hij volgde zijn vader op als heer van Zichem en Diest na diens dood in 1751, maar stond de eerste jaren nog onder de voogdij van zijn moeder. Willem V liet in 1771 de huidige Grote Molen op de Demer in Zichem bouwen. De inval van de Fransen maakten een einde aan de heerschappij van de Oranjes over Zichem. Nadien waren de Oranjes nog slechts titelvoerend heer of baron van Zichem.